Chemische stoffen en pesticiden
De EU-wetgeving inzake chemische stoffen en pesticiden heeft voornamelijk tot doel de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen en tegelijkertijd de handel te vergemakkelijken. De wetgeving bevat regels voor het in de handel brengen van chemische producten, en voorziet in beperkingen op gevaarlijke stoffen en protocollen voor ongevallen en uitvoer. Belangrijke verwezenlijkingen zijn onder meer de verordening betreffende indeling, etikettering en verpakking (CLP) en de Reach-verordening. Momenteel wordt de bestaande wetgeving herzien om deze af te stemmen op de Europese Green Deal en vooral de strategieën van de Green Deal op het vlak van duurzaamheid en biodiversiteit. In 2025 zijn er nieuwe voorstellen en actieplannen aangekondigd om in het kader van de regelgeving voor chemische stoffen en pesticiden in te zetten op veiligheid, vereenvoudiging en innovatie.
Rechtsgrond
De artikelen 191 tot en met 193 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Doelstellingen en resultaten
A. Registratie en beoordeling van en autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen
Verordening (EG) nr. 1907/2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (de Reach-verordening) trad op 1 juni 2007 in werking en stelde een nieuw rechtskader vast om de ontwikkeling, het testen, de productie, het op de markt brengen en het gebruik van chemische stoffen te reguleren; daarmee werden ongeveer 40 oudere wetgevingshandelingen vervangen. Met de Reach-verordening kwam er één enkel systeem voor alle chemische stoffen tot stand en is de bewijslast ten aanzien van de risicobeoordeling van chemische stoffen overgeheveld van de overheid naar het bedrijfsleven. Bovendien moesten de gevaarlijkste chemische stoffen worden vervangen door geschikte alternatieven. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), dat krachtens deze verordening is opgericht en in Helsinki zetelt, ziet toe op het beheer van de technische, wetenschappelijke en administratieve aspecten van de Reach-verordening, en zorgt voor samenhang in de toepassing ervan.
In 2013 en 2017 heeft de Commissie de Reach-verordening geëvalueerd. Bij de eerste evaluatie werd geconcludeerd dat er vooruitgang kon worden geboekt bij het verminderen van de financiële en administratieve lasten voor de industrie en het vinden van alternatieve methoden voor dierproeven. Bij de tweede evaluatie werd geconcludeerd dat de Reach-verordening in het algemeen doeltreffend was, maar dat er wel degelijk ruimte was voor verdere vereenvoudiging en lastenverlichting door in te zetten op de maatregelen die worden uiteengezet in het algemeen verslag van de Commissie over de werking van Reach en de evaluatie van bepaalde elementen. Bij de uitvoering van die maatregelen moet rekening worden gehouden met de hernieuwde EU-strategie voor het industriebeleid, het actieplan voor de circulaire economie en het achtste milieuactieprogramma. Vanaf juni 2018 moet de industrie alle stoffen registreren die in hoeveelheden van 1 tot 100 ton per jaar worden geproduceerd of ingevoerd.
In maart 2025 heeft de Europese Commissie een strategische dialoog over de chemische sector opgestart om te overleggen over het concurrentievermogen, de milieubescherming en de verdere vereenvoudiging van de Reach-verordening. Naar verwachting zal de verordening eind 2025 ingrijpend worden herzien om het toepassingsgebied ervan uit te breiden (bv. tot polymeren en persistente, mobiele en toxische stoffen), de risicobeoordelingen te moderniseren en de bescherming van de volksgezondheid en het milieu te verbeteren. Zo wil de EU de verordening aanpassen aan het digitale tijdperk terwijl ze blijft streven naar een eenvoudigere en duidelijke regelgeving.
In het kader van de lopende maatregelen met betrekking tot zeer zorgwekkende stoffen evalueert het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) momenteel voorstellen voor het geleidelijk invoeren van beperkingen op per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS of chemicaliën die nooit afbreken) in specifieke sectoren. Daarbij worden er vrijstellingen voor essentieel gebruik verwacht. Het resultaat van de besprekingen zal bepalend zijn voor de verdere uitvoering van de Reach-verordening en downstreamverordeningen. Definitieve adviezen over een universele beperking op PFAS worden eind 2025 of begin 2026 verwacht. In 2026 of 2027 zouden de beperkingen dan afdwingbaar kunnen worden.
De Commissie heeft op 14 oktober 2020 een strategie voor duurzame chemische stoffen gepubliceerd. Deze strategie maakt deel uit van de ambitie van de EU om de vervuiling tot nul terug te dringen – een cruciale doelstelling van de Europese Green Deal. De strategie omvat een herziening van de Reach-verordening. Er wordt een verbod ingesteld op het gebruik van de schadelijkste chemische stoffen in consumentenproducten zoals speelgoed, kinderverzorgingsartikelen, cosmetica, reinigingsmiddelen, materialen die met levensmiddelen in aanraking komen en textiel, tenzij is aangetoond dat deze producten van essentieel belang zijn voor de samenleving. Met de herziening wordt tevens gewaarborgd dat alle chemische stoffen op een veiligere en duurzamere manier worden gebruikt.
In juli 2025 kwam de Commissie met een nieuw actieplan voor de Europese chemische industrie en het zesde omnibuspakket voor vereenvoudiging, met verdere voorstellen voor wijzigingen van de regelgeving. Het gaat onder meer om het stroomlijnen van de CLP-verordening en de verordeningen betreffende cosmetische producten en meststoffen, het harmoniseren van risicogebaseerde controles op ingevoerde chemische stoffen en de invoering van een nieuwe verordening betreffende het ECHA.
B. Indeling, verpakking en etikettering
Verordening (EG) nr. 1272/2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (de CLP-verordening) heeft tot doel het EU-systeem af te stemmen op het wereldwijd geharmoniseerde classificatie- en etiketteringssysteem voor chemische stoffen van de Verenigde Naties (GHS) en het niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te verhogen. De eerdere richtlijnen betreffende gevaarlijke stoffen en preparaten zijn in juni 2015 ingetrokken.
Op 19 december 2022 heeft de Commissie een voorstel tot herziening van de CLP-verordening ingediend, waarin de nadruk ligt op de voorlichting over de gevaren, onlineverkoop en meldingen aan gifcentra. De herziene versie van de verordening is na onderhandelingen uiteindelijk goedgekeurd, en op 10 december 2024 in werking getreden. De herziene CLP-verordening zorgt voor een duidelijke etikettering van chemische stoffen, met name voor onlineverkoop, en bevat eenvoudigere en duidelijkere voorschriften zodat chemische stoffen vrij in de hele EU kunnen circuleren. Op 31 maart 2023 heeft de Commissie Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/707 vastgesteld waarbij vier nieuwe gevarenklassen weren ingevoerd, onder meer voor stoffen met hormoonontregelende eigenschappen.
Verdere voorstellen in het kader van het Actieplan voor de Europese chemische industrie van 2025 zijn onder meer extra vereenvoudigingsmaatregelen om de CLP-verordening beter af te stemmen op andere regelgeving inzake productveiligheid.
C. In- en uitvoer van gevaarlijke stoffen
De EU-regels betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 649/2012, die tot doel heeft de gedeelde verantwoordelijkheid en samenwerking bij het internationale verkeer van gevaarlijke chemische stoffen te bevorderen en het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming (PIC) ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel ten uitvoer te leggen. De procedure voor voorafgaande geïnformeerde toestemming houdt in dat informatie over giftige chemische stoffen wordt uitgewisseld en dat het product in kwestie pas wordt uitgevoerd nadat een land daar uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven. Op 25 augustus 2023 heeft de Commissie Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1656 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 649/2012 bekendgemaakt, waarbij 35 gevaarlijke chemische stoffen aan de PIC-verordening van de EU zijn toegevoegd.
In 2024 verwierp het Parlement twee voorstellen van de Commissie om hogere gehaltes aan pesticiden in geïmporteerde levensmiddelen toe te staan en kwamen er strengere regels voor uitvoer, met name voor gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden. De EU blijft het voortouw nemen bij het bevorderen van hoge veiligheidsnormen voor de in- en uitvoer van chemische stoffen. Hierdoor gelden sinds 6 juli 2025 strengere uitvoerverboden en striktere normen voor residuen in chemische stoffen die worden ingevoerd.
D. Zware ongevallen
Naar aanleiding van een ongeval in 1976 in de Italiaanse gemeente Seveso waarbij dioxine vrijkwam vanaf een nabijgelegen industrieterrein, werd de Seveso-richtlijn (Richtlijn 82/501/EEG) in het leven geroepen. De richtlijn was bedoeld om zware ongevallen als brand en explosies te voorkomen en de gevolgen van ongevallen te beperken door verplichte veiligheidsmaatregelen in te voeren zoals het opstellen van veiligheidsrapporten en noodplannen en het informeren van de bevolking. In 1996 werden met de Seveso II-richtlijn (96/82/EG) betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen nieuwe vereisten ingevoerd ten aanzien van veiligheidsbeheerssystemen, noodplannen en ruimtelijke ordening, en zijn de bepalingen inzake inspecties door de lidstaten aangescherpt. In het licht van een aantal ernstige industriële ongevallen en op basis van onderzoek naar carcinogenen en voor het milieu schadelijke stoffen is het toepassingsgebied van de Seveso II-richtlijn uitgebreid bij Richtlijn 2003/105/EG. In juli 2012 volgde de vaststelling van de Seveso III-Richtlijn (Richtlijn 2012/18/EU). Daarin werd rekening gehouden met de nieuwe door de VN goedgekeurde internationale indelingen van stoffen, waardoor een betere risicobeoordeling en hantering van stoffen mogelijk werd.
In september 2021 publiceerde de Commissie een verslag over de toepassing en de efficiënte werking van de Seveso III-richtlijn, waaruit bleek dat het aantal zware industriële ongevallen in de EU tussen 2015 en 2018 op een laag niveau is gestabiliseerd, namelijk 25 per jaar voor 12 000 inrichtingen.
E. Duurzaam gebruik van pesticiden
Stoffen voor het bestrijden, uitroeien en voorkomen van organismen die schadelijk worden geacht, worden samengebracht onder de term “pesticiden”. De term omvat zowel gewasbeschermingsmiddelen, die voor planten worden gebruikt in de land- en tuinbouw en in parken en tuinen, als biociden die bij andere toepassingen worden gebruikt, bijvoorbeeld als desinfecteermiddel of om materialen te beschermen.
In het EU-beleid wordt er hard ingezet op regionale en sectorale maatregelen om bepaalde chemische pesticiden geleidelijk af te schaffen en de monitoring en traceerbaarheid van het gebruik ervan te verbeteren.
In 2009 is een pesticidenpakket goedgekeurd, dat bestond uit:
- Richtlijn 2009/128/EG betreffende een duurzaam gebruik van pesticiden, met als doel het beperken van de milieu- en gezondheidsrisico’s, het handhaven van de gewasproductiviteit en het verbeteren van de controles op het gebruik en de distributie van pesticiden;
- Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen;
- Verordening (EU) 2022/2379 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output, met regels voor het verzamelen van informatie over de hoeveelheden pesticiden die jaarlijks in iedere lidstaat op de markt worden gebracht en gebruikt.
Op grond van de richtlijn betreffende een duurzaam gebruik van pesticiden zijn de lidstaten verplicht om nationale actieplannen (NAP’s) vast te stellen met kwantitatieve doelstellingen, streefcijfers, maatregelen en tijdschema’s, teneinde de risico’s en de gevolgen van het pesticidegebruik voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken. Uit een uitvoeringsverslag over de richtlijn dat op 25 mei 2020 werd gepubliceerd, bleek dat minder dan één op de drie lidstaten de evaluatie van hun NAP’s binnen de wettelijke termijn van vijf jaar had afgerond. De meeste daarvan hadden verzuimd iets te doen aan de zwakke punten die de Commissie in hun oorspronkelijke NAP’s had vastgesteld.
Er zijn ook plannen voor een nieuwe verordening, die deze richtlijn moet vervangen en bedoeld is om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen tegen 2030 met de helft te verminderen. De onderhandeling konden nog niet worden afgerond door de aanhoudende verdeeldheid onder de belanghebbenden en de protesten van landbouwers in 2024. De afgelopen jaren zijn biologische gewasbeschermingsmiddelen wel toegankelijker geworden. Zo werden er nieuwe biologische stoffen met een laag risico goedgekeurd (zoals het druivenpitextract vitis vinifera, het betabaculovirus phoperculellae en de bacillus velezensis-stam RTI301 in 2025) en zijn er innovatieve trends zoals versnelde procedures voor de vergunning van biopesticiden, formuleringen die compatibel zijn met drones en nano-formuleringen en strengere grenswaarden voor residuen. De goedkeuring van mepiquat-chloride is ook verlengd tot 2040.
F. Biociden
Biociden, zoals antibacteriële desinfecteermiddelen en insectensprays, zijn essentieel voor het beheer van schadelijke organismen die de gezondheid van mens en dier aantasten. Deze middelen kunnen echter risico’s inhouden voor mensen, dieren en het milieu. Verordening (EU) 528/2012 maakte de mechanismen voor toelating eenvoudiger en versterkte de rol van het ECHA bij de beoordeling van goedkeuringsdossiers op basis van strengere voorwaarden. Zo wordt controle uitgeoefend op het op de markt brengen en het gebruik van biociden, om de daaraan verbonden risico’s voor het milieu en de gezondheid van mens en dier te beheersen. Deze stoffen worden alleen toegelaten als ze op een positieve lijst staan, terwijl voor de meest toxische chemische stoffen een verbod geldt. In overeenstemming met het beginsel van wederzijdse erkenning geldt dat een stof die in één lidstaat is toegelaten, in de hele EU mag worden gebruikt. Verordening (EG) nr. 1107/2009 bevat wetenschappelijke criteria voor het bepalen van de hormoonontregelende eigenschappen van biociden en gewasbeschermingsmiddelen.
G. Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s)
Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) zijn chemische stoffen die in het milieu achterblijven doordat ze resistent zijn tegen verschillende afbreekprocessen (chemische, biologische enz.). Deze stoffen bioaccumuleren in de hele voedselketen en kunnen zo een risico vormen voor de menselijke gezondheid en het milieu. Deze groep prioritaire verontreinigende stoffen bestaat uit pesticiden (bijvoorbeeld DDT), industriële chemische stoffen (bijvoorbeeld polychloorbifenylen (PCB’s)) en onbedoelde nevenproducten van industriële processen (bijvoorbeeld dioxinen en furanen). De EU heeft zich er in internationaal verband toe verplicht maatregelen vast te stellen voor controles op het gebruik en de in- en uitvoer van POP’s, in het kader van het POP-protocol van Aarhus (van kracht sinds 2003) en het Verdrag van Stockholm inzake POP’s (van kracht sinds 2004). De EU is een stap verder gegaan met Verordening (EG) nr. 850/2004 (de POP-verordening), die een aanvulling vormt op de reeds bestaande Europese wetgeving inzake POP’s en deze wetgeving afstemt op de bepalingen van de internationale overeenkomsten ter zake.
De herschikte POP-verordening (Verordening (EU) 2019/1021) bevat alle wijzigingen en rectificaties van de POP-verordening tot en met 25 juni 2019. De grenswaarde voor “onopzettelijke sporenverontreiniging” in stoffen in bijlage I bij de verordening is vastgesteld op 10 mg/kg. In 2021 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan het voorstel tot herziening van de bijlagen IV en V bij de POP-verordening, met als doel maatregelen te nemen tegen de negatieve gevolgen van de aanwezigheid van bepaalde POP’s in afvalstoffen en in materialen die daarvan kunnen worden teruggewonnen. Als gevolg daarvan moet beter afvalbeheer ook de emissies van POP’s in lucht, water en bodem tot een minimum beperken.
H. Asbest
Asbest is een vezelig mineraal dat gevaarlijk is bij inademing. Asbest werd in het verleden op grote schaal gebruikt voor isolatie en andere doeleinden wegens zijn grote vuur- en hittebestendigheid. Met Richtlijn 1999/77/EG werd een verbod opgelegd op het gebruik van asbest in de EU (van kracht sinds 1 januari 2005). Daarnaast zijn de winning, fabricage en verwerking van asbestproducten verboden krachtens Richtlijn 2003/18/EG, die vervolgens werd ingetrokken bij Richtlijn 2009/148/EG. Deze richtlijn verplicht de lidstaten ook strategieën voor de verwijdering van reeds gebruikt asbest uit te voeren. Op 28 september 2022 presenteerde de Commissie een alomvattende aanpak om mens en milieu beter tegen asbest te beschermen. Het pakket omvat een mededeling over het streven naar een toekomst zonder asbest en een voorstel tot wijziging van de richtlijn asbest op het werk.
I. Detergentia
Detergentia zijn stoffen of preparaten die zeep en/of andere oppervlakteactieve stoffen bevatten en die bestemd zijn voor was- en reinigingsprocessen. In Verordening (EG) nr. 648/2004 zijn de regels geharmoniseerd voor de biologische afbreekbaarheid van oppervlakteactieve stoffen, de beperkingen en verboden ten aanzien van oppervlakteactieve stoffen, de informatie die fabrikanten moeten verschaffen, en de etikettering voor de ingrediënten van detergentia. Later (in 2006, respectievelijk 2009 en 2012) is deze verordening gewijzigd middels Verordening (EG) nr. 907/2006, Verordening (EG) nr. 551/2009 en Verordening (EU) nr. 259/2012, om nieuwe tests van de biologische afbreekbaarheid toe te voegen die voor een hoger beschermingsniveau van het aquatisch milieu moeten zorgen. Bovendien is het toepassingsgebied van de tests uitgebreid tot alle klassen oppervlakteactieve stoffen. Op 28 april 2023 heeft de Commissie een voorstel tot intrekking van Verordening (EG) nr. 648/2004 ingediend. Wat etikettering betreft, zijn met Verordening (EG) nr. 907/2006 de voorschriften uitgebreid. Fabrikanten zijn voortaan verplicht een volledige lijst van bestanddelen op te geven aan artsen die patiënten met allergieën behandelen. Sinds 30 juni 2013 is er een verbod op het gebruik van fosfaten in wasmiddelen en gelden er beperkingen voor de hoeveelheid andere fosforhoudende verbindingen.
Rol van het Europees Parlement
Het Parlement heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de Reach-verordening. Het zorgde voor een gerichte aanpak met betrekking tot de gegevensvereisten voor bestaande stoffen die in kleinere hoeveelheden (1 tot 10 ton) worden geproduceerd, en de “één stof, één registratie”-aanpak, die beoogt de kosten zo laag mogelijk te houden. Het Parlement heeft er ook voor gezorgd dat bedrijven gegevens van dierproeven moeten delen om het aantal dierproeven zoveel mogelijk te beperken. Voorts onderschreef het Parlement een strengere benadering waarbij zeer zorgwekkende stoffen uitsluitend mogen worden toegelaten indien er geen geschikte alternatieven of technologieën voor bestaan.
Dankzij de amendementen van het Parlement op het pesticidenpakket zijn voldoende grote bufferzones ingesteld om in het water levende organismen te beschermen, en zijn beschermingsmaatregelen ingevoerd voor de meest kwetsbare groepen. In 2013 vroeg het Parlement de Commissie resoluut op te treden om bijenpopulaties te beschermen en nam het een resolutie aan over aan asbest gerelateerde bedreigingen voor de gezondheid op de werkplek en vooruitzichten op afschaffing van alle bestaande vormen van asbest.
Het besluit van het Parlement van 6 februari 2018 betreffende de instelling van een bijzondere commissie voor de vergunningsprocedure van de Unie voor pesticiden (PEST) is genomen naar aanleiding van de bezorgdheid over de risico’s van de onkruidverdelger glyfosaat.
Op 16 januari 2019 nam het Parlement het verslag van de bijzondere commissie PEST aan, waarin onder meer de volgende conclusies werden getrokken: het publiek moet toegang krijgen tot de studies die in het kader van de vergunningsprocedure worden gebruikt; het EU-kader moet innovatie stimuleren en het gebruik van pesticiden met een laag risico bevorderen; wetenschappelijke deskundigen moeten studies over de carcinogeniteit van glyfosaat evalueren; en de gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen moeten betrekking hebben op de toxiciteit op lange termijn.
Op 10 juli 2020 nam het Parlement een resolutie aan waarin het zijn prioriteiten uiteenzette met betrekking tot de geplande strategie voor duurzaam gebruik van chemische stoffen. Het Parlement wil meer samenhang en synergieën tot stand brengen tussen wetgeving inzake chemische stoffen, veiligheid en gezondheid op het werk en aanverwante EU-wetgeving, met inbegrip van specifieke en algemene productwetgeving, wetgeving inzake water, bodem en lucht, wetgeving inzake bronnen van verontreiniging, met inbegrip van industriële installaties, en wetgeving inzake afval.
Op 1 april 2025 heeft het Parlement zijn standpunt vastgesteld over het door de Commissie voorgestelde pakket “één stof, één beoordeling”, dat de EU-regels voor chemische stoffen eenvoudiger en transparanter moet maken. Het pakket heeft tot doel de veiligheidsbeoordelingen van chemische stoffen in de EU-wetgeving te stroomlijnen door de beschikbaarheid en toegankelijkheid van gegevens over chemische stoffen te verbeteren en de synergieën tussen de betrokken EU-agentschappen te maximaliseren. Het Parlement is nu klaar om met de Raad te gaan onderhandelen over de definitieve tekst van de wetgeving.
Het Parlement oefent toezicht uit op de beschikbaarheid van chemische stoffen op de markt door de goedkeuring van stoffen die een risico voor de menselijke gezondheid of het milieu kunnen inhouden, te evalueren en soms bezwaar te maken. Het dringt ook aan op strengere regels voor het gebruik, de etikettering en de geleidelijke afschaffing van gevaarlijke chemische stoffen, zoals PFAS, om de veiligheid van de burgers te waarborgen en het milieu te beschermen. De afgelopen jaren heeft het Parlement de verboden op uitvoer aangescherpt en aangedrongen op strengere normen voor residuen van pesticiden en op steun voor de versnelde inzet van veilige en milieuvriendelijke oplossingen voor gewasbescherming.
Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op de website van de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (ENVI).
Victoria VALLEDOR DE VICENTE / Evelyne Vande Lanoitte