Economische, sociale en territoriale cohesie

Omdat de Europese Unie een harmonieuze ontwikkeling over de hele linie wil bevorderen, versterkt zij haar economische, sociale en territoriale samenhang. De EU richt zich met name op het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio’s. Bij de betrokken regio’s wordt bijzondere aandacht besteed aan plattelandsgebieden, gebieden die een industriële overgang doormaken en regio’s die te kampen hebben met ernstige en permanente natuurlijke of demografische nadelen, zoals de meest noordelijke regio’s met hun zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede eiland-, grens- en berggebieden.

Rechtsgrond

De artikelen 174 tot en met 178 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Achtergrond

Het cohesiebeleid is het belangrijkste investeringsbeleid van de Europese Unie. Het levert voordelen op voor alle regio’s en steden in de EU, en steunt economische groei, nieuwe banen, het concurrentievermogen van ondernemingen, duurzame ontwikkeling en milieubescherming.

Vanaf het allereerste begin is er binnen de Europese Gemeenschap (nu de Europese Unie) sprake geweest van grote territoriale en demografische ongelijkheden, die een belemmering kunnen vormen voor de integratie en ontwikkeling in Europa. Bij het Verdrag van Rome (1957) werden er solidariteitsmechanismen ingesteld in de vorm van twee fondsen: het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL, afdeling Oriëntatie). In 1975 werd met de oprichting van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) het regionale aspect geïntroduceerd. Ook werd in 1994 het Cohesiefonds opgericht.

Met de Europese Akte van 1986 kwam de economische en sociale samenhang onder de bevoegdheden van de Europese Gemeenschap te vallen. In 2008 werd er met het Verdrag van Lissabon een derde dimensie van samenhang binnen de EU geïntroduceerd: territoriale samenhang. Deze drie aspecten van samenhang krijgen steun via het cohesiebeleid en de structuurfondsen.

Doelstellingen

Versterking van haar economische, sociale en territoriale samenhang is een van de belangrijkste doelstellingen van de EU. Een aanzienlijk deel van haar activiteiten en begroting is gericht op het verminderen van de ongelijkheden tussen de regio’s, waarbij het met name gaat om plattelandsgebieden, gebieden die een industriële omschakeling doormaken en regio’s die te kampen hebben met ernstige en permanente natuurlijke of demografische nadelen.

De EU steunt de verwezenlijking van deze doelstellingen middels de inzet van de Structuur- en Investeringsfondsen (ESF, EFRO, Cohesiefonds, Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV)) en andere instrumenten, zoals de Europese Investeringsbank.

In 2014 verving het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling de afdeling Oriëntatie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw. In het kader van het cohesiebeleid van de Unie geeft het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling steun voor plattelandsontwikkeling en verbetering van de infrastructuur voor de landbouw.

Het Europees Sociaal Fonds is het belangrijkste instrument van de Unie ter ondersteuning van maatregelen die gericht zijn op voorkoming en bestrijding van werkloosheid, ontwikkeling van menselijk potentieel en bevordering van sociale integratie op de arbeidsmarkt. Het zorgt voor de financiering van initiatieven ter bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, gelijke kansen voor mannen en vrouwen, duurzame ontwikkeling en economische en sociale samenhang.

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling is bedoeld om de belangrijkste regionale onevenwichtigheden binnen de EU terug te dringen. Het geeft steun aan regio’s die in ontwikkeling achterlopen, en voor omschakeling in industriegebieden met teruglopende economische bedrijvigheid.

Het Cohesiefonds verstrekt financiële bijdragen aan projecten die verband houden met het milieu en aan trans-Europese netwerken op het gebied van de vervoersinfrastructuur. Alleen lidstaten waarvan het bruto nationaal inkomen per inwoner onder de 90 % van het EU-gemiddelde ligt, kunnen aanspraak maken op een bijdrage uit het fonds.

Om een efficiënt gebruik van de structuurfondsen te garanderen dienen de volgende principes in acht te worden genomen:

  • toewijzing van de middelen per doelstelling en per regio;
  • partnerschap tussen Commissie, lidstaat en regionale overheid bij planning, tenuitvoerlegging en toezicht op de besteding;
  • programmering van de steun;
  • additionaliteit van nationale en EU-bijdragen.

De toewijzing van financiële middelen van de Unie voor het cohesiebeleid heeft twee hoofddoelstellingen:

  • investeren in groei en banen — om de arbeidsmarkt en de regionale economieën te versterken;
  • Europese territoriale samenwerking — om de samenhang van de EU te bevorderen door middel van samenwerking op grensoverschrijdend, transnationaal en interregionaal niveau.

Sinds 1988 is er sprake van een enorme verruiming van de begroting voor het cohesiebeleid van de Unie, dat naast het gemeenschappelijk landbouwbeleid kwantitatief een van de belangrijkste beleidsterreinen van de Unie is geworden. In de programmeringsperiode 2014-2020 trekt de EU meer dan 350 miljard EUR uit voor haar cohesiebeleid, d.w.z. 32,5 % van de totale EU-begroting. Deze middelen zullen worden besteed aan uiteenlopende activiteiten zoals de aanleg van wegen, milieubescherming, investeringen in innovatieve ondernemingen, schepping van werkgelegenheid en beroepsopleiding. Bijna 200 miljard EUR gaat naar het EFRO (inclusief 10,2 miljard EUR voor Europese territoriale samenwerking en 1,5 miljard EUR in de vorm van een speciale toewijzing voor ultraperifere gebieden en dunbevolkte regio’s). Meer dan 83 miljard EUR gaat naar het ESF en 63 miljard EUR naar het Cohesiefonds.

Voorstel voor het cohesiebeleid in de jaren na 2020

De Commissie heeft in mei 2018 voorstellen gepresenteerd voor het cohesiebeleid van de EU in de jaren na 2020. Een van de hoofddoelen van deze hervorming is het vereenvoudigen van de procedures en het vergroten van de doeltreffendheid van de investeringen in de EU. De elf thematische doelstellingen van het cohesiebeleid in de periode 2014-2020 zijn vervangen door vijf beleidsdoelstellingen voor EFRO, ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV:

  • een slimmer Europa — innovatieve en slimme economische transformatie;
  • een groener, koolstofarm Europa;
  • een meer verbonden Europa — mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit;
  • een socialer Europa — door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten;
  • een Europa dat dichter bij de burger staat — duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden door lokale initiatieven te bevorderen.

In reactie op de COVID-19-pandemie wijzigde de Commissie haar voorstel om nieuwe instrumenten op te nemen die de Europese Unie zullen voorbereiden op de bestrijding van de verwachte economische crisis. In juli 2020 bereikte de Europese Raad overeenstemming over zijn standpunt betreffende het gewijzigde voorstel, waarna de onderhandelingen met het Parlement zullen worden geopend.

De Commissie stelde voor de EU-begroting te financieren met een uitgebreid pakket, door het Meerjarig Financieel Kader (MFK) te combineren met een buitengewone herstelinspanning, nl. ‘Next Generation EU’ (NGEU). Het cohesiebeleid zal gedeeltelijk worden gefinancierd door het MFK en, in het geval van sommige programma’s, door de NGEU.

De middelen voor het doel “Investeren in werkgelegenheid en groei” bedragen in totaal 322,3 miljard EUR en zullen als volgt worden toegewezen:

  1. 202,3 miljard EUR voor minder ontwikkelde regio’s;
  2. 47,8 miljard EUR voor overgangsregio’s;
  3. 27,2 miljard EUR voor meer ontwikkelde regio’s;
  4. 42,6 miljard EUR voor lidstaten die worden ondersteund door het Cohesiefonds (waarvan 10 miljard EUR naar de Connecting Europe Facility);
  5. 1 928 miljoen EUR als aanvullende financiering voor de ultraperifere gebieden;
  6. 500 miljoen EUR voor interregionale innovatie-investeringen.

De middelen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) zullen in totaal 7 950 miljoen EUR bedragen en zullen als volgt worden toegewezen:

  1. in totaal 5 713 miljoen EUR voor samenwerking over zee- en landgrenzen heen;
  2. 1 466 miljoen EUR voor transnationale samenwerking;
  3. 500 miljoen EUR voor interregionale samenwerking;
  4. 271 miljoen EUR voor samenwerking met ultraperifere gebieden;
  5. 970 miljoen EUR voor het ETS-onderdeel voor interregionale innovatie-investeringen.

In februari 2020 stelde de Commissie voor een nieuw Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF) op te richten dat de regio’s die het zwaarst getroffen zijn door de transitie naar klimaatneutraliteit ondersteunt en dat erop gericht is een toename van regionale ongelijkheid te voorkomen. Het voorgestelde budget voor het JTF is 17,5 miljard EUR.

In mei 2020 stelde de Commissie voor ReactEU op te richten, een nieuw instrument dat de belangrijkste sectoren zal ondersteunen bij een gezond herstel na de COVID-19-crisis. Het voorgestelde budget voor het ReactEU is 47,5 miljard EUR.

Deze voorgestelde verordeningen vallen onder de gewone wetgevingsprocedure, waarbij het Parlement op voet van gelijkheid staat met de Raad. Dit betekent dat deze twee instellingen voor het eind van 2020 overeenstemming moeten bereiken over de regels voor het toekomstige cohesiebeleid.

In april 2019, had het Parlement de eerste lezingen van de Commissievoorstellen voor de verordeningen inzake de gemeenschappelijke bepalingen, EFRO, Interreg en ESF+ afgerond. De werkzaamheden betreffende onlangs ingediende voorstellen voor verordeningen inzake JTF en ReactEU zijn nog gaande.

De rol van het Europees Parlement

Het Parlement draagt zeer actief bij tot het versterken van de economische, sociale en territoriale samenhang. De wetgeving met betrekking tot het cohesiebeleid en de structuurfondsen komt volgens de gewone wetgevingsprocedure tot stand, waarbij het Parlement evenveel zeggenschap heeft als de Raad.

Het Parlement is actief betrokken geweest bij de onderhandelingen over de hervorming van het cohesiebeleid voor de periode 2014-2020. Bij deze hervorming worden de prioriteiten en instrumenten vastgesteld voor het toekomstig optreden van de EU ter versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang. Het Parlement heeft zich vol overtuiging geschaard achter de voorstellen voor een breed opgezet en doelmatig cohesiebeleid, waarvoor ook voldoende financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld.

 

Marek Kołodziejski