InvestEU: EU-programma om investeringen te stimuleren 

 
 

InvestEU zet de inspanningen van de EU voort om investeringen in Europa te stimuleren, het herstel te ondersteunen en de economie voor te bereiden op de toekomst.

Europarlementariërs keurden het InvestEU-programma voor 2021-2027 goed. Het programma is de opvolger van het Europees Fonds voor strategische investeringen dat in 2015 werd opgericht als belangrijk onderdeel van het Juncker plan om publieke en private investeringen in Europa te mobiliseren. Het nieuwe programma brengt financiële instrumenten samen ter ondersteuning van investeringen die cruciaal zijn voor economische groei.


Voortbouwen op investeringssucces


Toen Jean-Claude Juncker in 2014 tot voorzitter van de Commissie werd gekozen, kondigde hij plannen aan om de kloof in investeringen te dichten die de EU nodig heeft om de gevolgen van de financiële en economische crisis - die in 2008 begon - te boven te komen.


Het idee achter het Europees Fonds voor strategische investeringen was om beperkte middelen uit de EU-begroting te gebruiken voor garanties aan de Europese Investeringsbank. Zo kon de bank meer risicovolle projecten aannemen dan normaal en kon de bank andere investeerders aanmoedigen om mee te doen.


Het plan overtrof de doelstelling om tegen eind 2020 € 500 miljard aan publieke en private investeringen te mobiliseren voor projecten in de hele EU. Maar de COVID-19-crisis en de langetermijndoelstellingen van de EU voor een groene en digitale toekomst zorgen voor nieuwe uitdagingen.


Hoe InvestEU werkt


Het nieuwe programma zorgt voor een EU-garantie van ongeveer 26,2 miljard euro waardoor investeringspartners grotere risico's kunnen nemen en projecten kunnen ondersteunen die ze anders wellicht zouden missen. De belangrijkste investeringspartner blijft de Europese Investeringsbank, maar ook nationale stimuleringsbanken in EU-landen en internationale financiële instellingen zullen rechtstreeks toegang hebben tot de EU-garantie.


Door projecten te steunen die veel andere investeerders zullen aantrekken, zou het InvestEU-programma meer dan 372 miljard euro aan investeringen in de hele EU moeten mobiliseren en draagt het bij aan herstel en de langetermijnprioriteiten van de EU.


EU-landen zullen ook financiële middelen aan InvestEU kunnen toekennen uit de structuurfondsen die ze ontvangen of uit de middelen die ze krijgen van de Faciliteit voor Herstel en Veerkracht. Deze faciliteit heeft als doel om het herstel van de pandemie te ondersteunen. “InvestEU is een flexibel instrument waarmee de lidstaten het gebruik van hun fondsen ook kunnen plannen en niet alleen maar aan het einde gebruikers van deze fondsen kunnen zijn'', zei co-rapporteur José Manuel Fernandes (EVP, Portugal) tijdens het plenaire debat op 9 maart.


Focus op duurzaamheid, MKB en innovatie


De EU-garantie zal worden toegewezen aan vier doelstellingen:

  • Duurzame infrastructuur: € 9,9 miljard
  • Onderzoek, innovatie en digitalisering: € 6,6 miljard
  • MKB: € 6,9 miljard
  • Sociale investeringen en vaardigheden: € 2,8 miljard

Ten minste 30 procent van de investeringen in het kader van InvestEU moet worden besteed aan de EU-klimaatdoelstellingen. Alle vier de beleidsterreinen zullen projecten omvatten ter ondersteuning van de rechtvaardige overgang naar klimaatneutraliteit in de EU. Investeringsprojecten die EU-steun ontvangen, worden gescreend om vast te stellen dat ze geen noemenswaardige schade toebrengen aan het milieu.


Steun voor innovatie en kleine bedrijven zijn belangrijke aspecten van het InvestEU-programma. Bekijk de video om te zien hoe de voorganger van InvestEU het Duitse biotechnologiebedrijf BioNTech steunde, dat samen met de Amerikaanse farmaceutische gigant Pfizer het eerste door de EU goedgekeurde Covid-19-vaccin ontwikkelde.


Tijdens de onderhandelingen met de Raad hebben leden van de commissie Begroting en de commissie Economische en Monetaire Zaken ervoor gezorgd dat kapitaalsteun gaat naar MKB-bedrijven die door de Covid-19-crisis zijn getroffen. Tijdens de plenaire vergadering noemde co-rapporteur en voorzitter van de economische commissie Irene Tinagli (S&D, Italië) de toevoeging om kapitaalsteun aan het MKB mogelijk te maken "misschien wel het belangrijkste resultaat dat wij als Parlement hebben bereikt" in het besluitvormingsproces.