De impact van textielproductie en -afval op het milieu (infografiek) 

 
 

Kleding, schoeisel en huishoudtextiel veroorzaken watervervuiling, broeikasgasemissies en afvalstorting. Meer informatie vindt u in onze infografiek.

Fast fashion of “snelle mode” houdt in dat er voortdurend nieuwe kledingtrends worden aangeboden aan heel goedkope prijzen. Dit heeft geleid tot een grote toename van de hoeveelheid kledij die wordt geproduceerd en weggegooid.

Om de impact hiervan op het milieu tegen te gaan, wil de EU vaart zetten achter de overgang naar een circulaire economie.

In maart 2020 heeft de Commissie een nieuw actieplan voor de circulaire economie aangenomen: dit bevat onder meer een EU-strategie voor textiel, die erop gericht is innovatie en hergebruik in de sector te stimuleren. Begin 2021 zal het Parlement normaal gezien stemmen over een initiatiefverslag met betrekking tot dit actieplan voor de circulaire economie.

Om de circulaire economie tot een succes te maken, moet het beginsel van circulariteit in alle stadia van een waardeketen worden toegepast - van ontwerp tot productie, en tot bij de consument.

Jan Huitema (Nederland, Renew Europe) 

Rapporteur van de commissie ENVI voor het actieplan voor de circulaire economie

Watergebruik

Voor de productie van textiel is veel water nodig, en voor de teelt van katoen en andere vezels ook grond. In 2015 heeft de wereldwijde textiel- en kledingindustrie naar schatting 79 miljard kubieke meter water gebruikt. Ter vergelijking: in 2017 had de hele EU-economie 266 miljard kubieke meter water nodig. Om één katoenen t-shirt te maken, is ongeveer 2700 liter zoet water nodig. Dat komt overeen met wat één persoon in 2,5 jaar drinkt.

Watervervuiling

Ongeveer 20% van de wereldwijde vervuiling van schoon water wordt veroorzaakt door de verf en appreteermiddelen die de textielindustrie gebruikt.

Het wassen van synthetische weefsels doet naar schatting een half miljoen ton microvezels per jaar in het zeewater belanden.

Daarnaast is 35% van alle primaire microplastics die in het milieu terechtkomen, te wijten aan het wassen van synthetische kleding. Eén enkele waslading met polyesterkleding kan wel 700 000 microplastics vezels afgeven, die vervolgens in de voedselketen kunnen belanden.

Uitstoot van broeikasgassen

Geschat wordt dat de mode-industrie verantwoordelijk is voor 10% van alle koolstofemissies ter wereld. Dat is meer dan de uitstoot van de internationale luchtvaart en zeescheepvaart samen.

Volgens het Europees Milieuagentschap veroorzaakte de aankoop van textiel in de EU in 2017 een CO2-uitstoot van ongeveer 654 kg per persoon.

Textielafval op stortplaatsen

Mensen gaan ook anders om met kleren die ze niet langer willen: in plaats van die kleren weg te geven, gooien ze ze weg.

Een gemiddelde persoon in de EU koopt vandaag 40% meer kledingstukken dan in 1996. Dat komt doordat de prijs van kledij sinds die tijd sterk is gedaald. Tegelijk is ook de levensduur van kledingstukken korter geworden. Europeanen kopen jaarlijks bijna 26 kg aan textiel en gooien jaarlijks ongeveer 11 kg textiel weg. Soms wordt weggegooide kledij uitgevoerd naar landen buiten de EU, maar de overgrote meerderheid (87%) komt in de verbrandingsoven of op stortplaatsen terecht.

Wereldwijd wordt nog geen 1% van alle kledij gerecycleerd als kledij. Dat is voor een deel het gevolg van ontoereikende technologie.

De aanpak van textielafval in de EU

De nieuwe strategie wil het fenomeen van fast fashion tegengaan en richtsnoeren verstrekken om de aparte inzameling van textielafval drastisch te verhogen.

Volgens de afvalrichtlijn die het Europees Parlement in 2018 heeft goedgekeurd, zullen de EU-landen tegen 2025 verplicht zijn om textiel apart in te zamelen. De nieuwe strategie van de Commissie omvat ook maatregelen om het circulaire gebruik van materiaal en circulaire productieprocessen te ondersteunen, de aanwezigheid van gevaarlijke chemische stoffen te bestrijden en consumenten te helpen duurzaam textiel te kiezen.

De EU beschikt over een EU-milieukeurmerk dat mag worden aangebracht op de producten van producenten die aan bepaalde ecologische criteria voldoen, zoals een beperkt gebruik van schadelijke stoffen en een lagere water- en luchtvervuiling.

Daarnaast heeft de EU een aantal maatregelen genomen om de impact van textielafval op het milieu te verkleinen. Zo wordt in het kader van het programma ‘Horizon 2020’ geld overgemaakt aan RESYNTEX, een project rond chemische recycling dat een circulair bedrijfsmodel zou kunnen bieden voor de textielindustrie.

Europa bevindt zich in een ongekende economische en gezondheidscrisis, die de kwetsbaarheid van de internationale toeleveringsketens aan het licht heeft gebracht. [...] Het stimuleren van nieuwe innovatieve bedrijfsmodellen zal op zijn beurt leiden tot de nieuwe economische groei en werkgelegenheid die Europa nodig heeft om deze crisis te boven te komen.

Jan Huitema (Nederland, Renew Europe) 

Meer over afval in de EU: