EP: internetbedrijven moeten terrorismepropaganda binnen één uur offline halen  

Bijgewerkt op: 
 
Gecreëerd:   
 
Internetcontent die aanzet tot terrorisme zou binnen één uur offline moeten worden gehaald. Foto: Grzegorz Walczak - Unsplash  

Het Parlement keurde nieuwe regels goed die internetbedrijven dwingen om terrorismepropaganda binnen een uur na kennisgeving te verwijderen.

Op 28 april steunde het Parlement nieuwe EU-regels om de verspreiding van online-inhoud ter bevordering van terrorisme aan te pakken.

 

Wat vindt het Parlement belangrijk?

Het Parlement wil iets doen tegen radicalisering via internet en vindt daarom dat internetproviders verplicht moeten worden om internetcontent die aanzet tot terrorisme binnen één uur na een verwijderingsbevel van de nationale autoriteiten offline te halen. Snelle verwijdering is nodig omdat deze content meestal binnen enkele uren wordt verspreid. Internetproviders die zich herhaaldelijk of structureel niet aan de wet houden, kunnen een boete krijgen die kan oplopen tot 4 % van hun wereldwijde omzet.

 

Maar de EP-leden vinden niet alleen de openbare veiligheid belangrijk: ook de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid moeten beschermd worden. De leden van het Europees Parlement maakten duidelijk dat inhoud die wordt verspreid voor educatieve, journalistieke, artistieke of onderzoeksdoeleinden of voor bewustmakingsdoeleinden om terrorisme te voorkomen of te bestrijden, niet als terroristische inhoud zal worden beschouwd. Dit houdt ook in dat de nieuwe regels niet gelden voor prikkelende of controversiële meningen over politiek gevoelige onderwerpen die via internet worden verspreid. De EP-leden vinden het ook belangrijk dat internetproviders ervoor zorgen dat gebruikers gemakkelijk een klacht kunnen indienen en dat klachten snel en op transparante wijze worden afgehandeld.

 

Daarnaast willen zij dat platforms waarop gebruikers hun content plaatsen, zoals Facebook of YouTube, niet verplicht worden om zelf actief hun platform schoon te houden. Het beoordelen van de content en het actief zoeken naar illegale activiteiten op internet is een te zware belasting voor de platforms zelf en moet daarom de verantwoordelijkheid zijn van de nationale overheden.

 

Het Parlement is er geen voorstander van om platforms te verplichten om filters of andere geautomatiseerde tools te gebruiken, omdat dan het gevaar bestaat dat niet-schadelijke content ten onrechte wordt aangemerkt als terroristisch.

 

Hoe werkt het?

De EU-landen moeten bepalen welke nationale instantie met deze taak belast wordt en de naam van die instantie aan de Europese Commissie doorgeven. De Commissie publiceert vervolgens een lijst met alle bevoegde nationale instanties.

 

Als een nationale instantie terroristische content signaleert, moet zij het internetplatform opdracht geven om die content offline te halen. Het platform heeft dan een uur de tijd om die content te verwijderen of de toegang tot die content in alle EU-lidstaten te blokkeren.

 

Voor kleinere platforms stelt het EP een andere regeling voor. Kleine platforms die nog nooit een dergelijke opdracht hebben gekregen, moeten twaalf uur voordat er een opdracht tot verwijdering wordt gegeven, worden gewaarschuwd. Bovendien moeten zij informatie krijgen over de procedure en deadlines.

Achtergrond

Het voorstel voor deze verordening werd voor het eerst gepresenteerd door de Europese Commissie in september 2018, na een oproep van de EU-leiders in juni. Het Parlement en de Raad bereikten in december 2020 een politiek akkoord over deze kwestie. De Commissie burgerlijke vrijheden keurde de deal in januari 2021 goed.

 

Hoe nu verder?

Het besluit van de commissie LIBE om onderhandelingen met de Raad te starten zal tijdens de volgende plenaire vergadering van het EP worden bekendgemaakt. Als er niet om stemming wordt gevraagd, wordt het onderhandelingsmandaat bevestigd en kunnen de onderhandelingen van start gaan. Naar verwachting zal dat in oktober zijn.