Maatregelen tegen jeugdwerkloosheid in de EU 

Bijgewerkt op: 
 
Gecreëerd:   
 
© CoWomen, Unsplash  

Jeugdwerkloosheid blijft een belangrijk punt in Europa. Ontdek welke maatregelen de EU heeft genomen om daarbij te helpen.

De bevoegdheid over werkgelegenheids- en jeugdbeleid behoort tot de EU-landen. De EU heeft echter een aantal aanvullende nationale beleidsmaatregelen geïntroduceerd als onderdeel van de acties voor een socialer Europa.


Deze steun is gericht op de financiering van programma's voor werkgelegenheid voor jongeren, de verbetering van de kwaliteit van traineeships en stages, het aanbieden van internationaal onderwijs en kansen op werk en het opzetten van vrijwilligersprojecten voor jongeren.


Jeugdwerkloosheid in Europa in aantallen

De mislukte zoektocht naar werk en opleidingsmogelijkheden creëert gevoelens van isolatie, afhankelijkheid en nutteloosheid bij jonge mensen. Afgezien hiervan zijn er negatieve effecten op de economie en op een vergrijzende samenleving.

Jongeren behoorden tot de zwaarst getroffen door de economische en financiële crisis van 2008, waarbij het werkloosheidspercentage van mensen onder de 25 in de EU begin 2013 bijna 25 procent was en in Griekenland en Spanje meer dan 50 procent bedroeg. Dit is in 2019 gedaald tot een laagterecord van rond de 14 procent, maar de coronapandemieduwde het naar 18,2 procent in 2021. Deze achtbaan vertoonde recentelijk tekenen van verbetering, waarbij de jeugdwerkloosheid daalde tot 17,3 procent in mei 2021 van 18,2 procent in april.

Ik stem deze keer voor minder jeugdwerkloosheid.  

Financiering van werkgelegenheidsprogramma's voor jongeren

De versterkte jongerengarantie maakt deel uit van het bredere ondersteuningspakket voor jongerenwerkgelegenheid en is een EU-initiatief om iedereen onder de 30 jaar een kwalitatief goed aanbod van werk, voortgezet onderwijs, een leerlingplaats of een stageplaats te bieden binnen een periode van vier maanden nadat ze werkloos zijn geworden of officieel zijn onderwijs.

Het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief werd voor de periode 2021-2027 geïntegreerd in het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+). Lidstaten met een percentage jongeren dat geen werk heeft, geen onderwijs volgt of een opleiding volgt (NEET) boven het EU-gemiddelde, moeten ten minste 12,5 procent van hun ESF+-middelen aan jongeren besteden.


Het initiatief ondersteunt voornamelijk projecten in regio's in de EU die een jeugdwerkloosheidscijfer van meer dan 25 procent hebben.


Traineeships en stages met kwaliteit

De Europese Alliantie voor leerlingplaatsen werd opgezet om de jongerengarantie te ondersteunen en de kwaliteit van het leerlingwezen in Europa te verbeteren.

In juli 2020 lanceerde de Europese Commissie de vernieuwde EAfA, gericht op digitale en groene leerlingplaatsen die de overgang naar een klimaatneutraal Europa zullen vergemakkelijken.


Internationale kansen bieden

In de EU ligt de verantwoordelijkheid voor het hogeronderwijsbeleid en de opleidingsstelsels bij de EU-landen. De rol van de EU is de samenwerking tussen de EU-landen te coördineren door middel van beleidssamenwerking en ondersteuning van financieringsprojecten, zoals het Erasmus+-programma of EU-fondsen.


Het intergouvernementele Bolognaproces, dat in 1999 werd opgestart, heeft de wederzijdse erkenning van diploma's in het hoger onderwijs in 48 landen vergemakkelijkt. Vandaag bestaat er een Europees proces van niet-bindende wederzijdse erkenning van bachelor-, master- en doctoraatstitels.


In 2018 hebben de EU-landen een aanbeveling over de wederzijdse transnationale erkenning van hoger onderwijs en voortgezet onderwijs aangenomen ter bevordering van de erkenning van voortgezet onderwijs.


EU-landen worden aanbevolen om stappen te nemen om de automatische erkenning van diploma's tegen 2025 in te voeren.


Er bestaan reeds verschillende instrumenten die helpen bij de ondersteuning van de erkenning van kwalificaties en die de grensoverschrijdende validatie van certificaten voor opleiding en levenslang leren bevorderen, waaronder:

Erasmus+ is het EU-programma op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugd en sport, waarvan de nadruk op mobiliteit en transnationale samenwerking ligt.


Wat startte als een uitwisselingsprogramma voor studenten in 1987, is Erasmus+ inmiddels geëvolueerd naar een overkoepelend programma voor school en hoger onderwijs (internationaal), beroepsonderwijs en -opleiding, volwasseneneducatie, niet-formeel en informeel leren voor jongeren en sport.


Erasmus+ stelt studenten in staat om in het buitenland te studeren, biedt onderwijs- en opleidingsmogelijkheden voor stafmedewerkers in het onderwijs, ondersteunt stageplaatsen en jongerenuitwisselingen. Organisaties, zoals scholen, universiteiten en jeugdorganisaties, kunnen strategische partnerschappen en allianties ondersteunen met organisaties uit andere landen.

Het nieuwe Erasmus + -programma voor 2021-2027 werd op 18 mei 2021 door het Parlement aangenomen. Europarlementariërs hebben tijdens de onderhandelingen met de Raad 1,7 miljard euro extra ontvangen, waardoor het totale budget uit verschillende bronnen op meer dan 28 miljard euro komt. Dit is bijna het dubbele van de financiering van het vorige programma. Het richt zich op sociale inclusie, de groene en digitale transities en het mogelijk maken van participatie van kansarme mensen.


Het Je eerste EURES baan-initatief heeft tot doel de arbeidsmobiliteit te bevorderen door jongeren bewust te maken van banen in andere EU-landen.


Het platform brengt de cv's samen van jonge werkzoekenden tussen de 18 en 35 jaar oud die geïnteresseerd zijn in het vinden van professionele ervaring in het buitenland. Werkzoekenden vanuit alle 28 EU-landen, Noorwegen en IJsland kunnen het platform benutten. Daarnaast zijn er vacatures te vinden voor stages/traineeships van werkgevers die op zoek zijn naar jonge werknemers.


Empowerment van jongeren

Het Europees Solidariteitskorps, dat officieel eind 2016 werd gelanceerd, financiert vrijwilligerswerk, stages en banen voor jongeren in solidariteitsprojecten ten bate van gemeenschappen en mensen in Europa. Dit project wordt tot eind 2020 gefinancierd.


Halverwege september 2019 hadden meer dan 161.000 jongeren zich al aangemeld om deel te nemen.


In 2019 keurden Parlementsleden de prioriteiten goed voor het nieuwe programma voor 2021-2027, waaronder vrijwilligerswerk voor humanitaire hulp van buitenaf en het bieden van meer kansen voor kansarme jongeren, mensen uit afgelegen regio's of mensen met een migratieachtergrond.

In mei 2021 keurden de Europarlementariërs het nieuwe programma voor 2021-2027 goed. Het omvat nu humanitaire hulp en zal voor het eerst een op zichzelf staand vrijwilligersprogramma zijn met een eigen budget.


Kom meer te weten over sociaal beleid in de EU: