Vermindering broeikasgasuitstoot: nationale doelstellingen voor 2030 

Bijgewerkt op: 
 
Gecreëerd:   
 
Een elektrische auto wordt opgeladen  

De wet voor de verdeling van de inspanningen stelt nationale doelstellingen vast voor de verlaging van de uitstoot van broeikasgassen om tegen 2050 een netto-uitstoot van nul te bereiken.

Om klimaatverandering te helpen bestrijden, heeft de EU ambitieuze doelstellingen vastgesteld om haar uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De EU wil tegen 2050 klimaatneutraliteit bereiken en deze doelstelling, samen met een tussentijdse doelstelling van 55% emissiereductie tegen 2030, zijn vastgelegd in de Europese Klimaatwet. De EU heeft verschillende initiatieven gelanceerd om deze doelstellingen te bereiken. Eén daarvan is de verordening inzake de verdeling van de inspanningen, die wordt bijgewerkt als onderdeel van het wetgevingspakket "Fit for 55".

Wat is de verdeling van de inspanningen?

De verordening inzake de verdeling van de inspanningen bevat bindende streefcijfers voor de vermindering van de broeikasgasemissies voor elk EU-land in sectoren die niet deel van het emissiehandelssysteem zijn, zoals vervoer, landbouw, gebouwen en afvalbeheer. Deze sectoren zijn goed voor de grootste uitstoot van broeikasgassen in de EU (ongeveer 60% van de totale uitstoot in de EU).

Om te garanderen dat alle landen deelnemen aan de inspanningen van de EU om de uitstoot van bovengenoemde sectoren te verlagen, zijn er in de verordening inzake de verdeling van de inspanningen jaarlijkse bindende doelstellingen voor de verlaging van de broeikasgasuitstoot voor de lidstaten vastgelegd voor de periode 2021-2030, evenals de regels voor het bepalen van de jaarlijkse emissietoewijzingen en de regels voor evaluatie van de voortgang.


De huidige reductiedoelstelling voor de sectoren die onder de verordening inzake de verdeling van de inspanningen vallen, bedraagt 29% tegen 2030. In het kader van de verhoogde ambities van de Europese Green Deal moet dit streefcijfer hoger worden. Op 8 juni stemde het Parlement voor een verhoging van het streefcijfer tot 40% tegen 2030.

Wat zijn de voorgestelde bindende nationale doelen?

De uiteenlopende capaciteiten van de lidstaten om actie te ondernemen, worden onderkend door doelstellingen te differentiëren volgens het bbp per hoofd van de bevolking. De voorgestelde 2030-doelstellingen variëren van 10% tot -50% in vergelijking met het niveau van 2005 en zijn in overeenstemming met de algemene EU-reductiedoelstelling van 40%.


Lidstaat

Vorige doelstelling voor 2030 i.v.m. 2005

Nieuwe doelstelling voor 2030 i.v.m. 2005 (Commissievoorstel)

Luxemburg

-40%

-50%

Zweden

-40%

-50%

Denemarken

-39%

-50%

Finland

-39%

-50%

Duitsland

-38%

-50%

Frankrijk

-37%

-47,5%

Nederland

-36%

-48%

Oostenrijk

-36%

-48%

België

-35%

-47%

Italië

-33%

-43,7%

Ierland

-30%

-42%

Spanje

-26%

-37,7%

Cyprus

-24%

-32%

Malta

-19%

-19%

Portugal

-17%

-28,7%

Griekenland

-16%

-22,7%

Slovenië

-15%

-27%

Tsjechië

-14%

-26%

Estland

-13%

-24%

Slowakije

-12%

-22,7%

Litouwen

-9%

-21%

Polen

-7%

-17,7%

Kroatië

-7%

-16,7%

Hongarije

-7%

-18,7%

Letland

-6%

-17%

Roemenië

-2%

-12,7%

Bulgarije

0%

-10%

Bron: Commissievoorstel om de verordening bij te werken (EU) 2018/842

Er wordt een plan voor het verminderen van de uitstoot vastgesteld voor lidstaten om ervoor te zorgen dat ze de uitstoot in een constant tempo verlagen in de periode van 2021 tot 2030.

Er wordt ook enige flexibiliteit toegestaan binnen het huidige systeem. De lidstaten kunnen bijvoorbeeld jaarlijks uitstootrechten in reserve houden, lenen of aan een andere lidstaat overdragen.


De Commissie heeft voorgesteld een extra reserve op te richten met de overtollige verwijdering van CO2 door EU-landen die hun streefcijfers in het kader van de verordening inzake landgebruik en bosbouw overschrijden. Lidstaten die moeite hebben om hun nationale emissiereductiedoelstellingen te halen, zouden uit deze reserve kunnen putten, mits bepaalde voorwaarden (bijvoorbeeld dat de EU als geheel haar klimaatdoelstelling voor 2030 haalt).

De leden werken aan plannen om de uitstoot van broeikasgassen in de EU te verlagen ©AP Images/European Union-EP  

Wat stelt het Parlement voor?


De leden van de ENVI-commissie willen meer transparantie en verantwoording over de emissiereducties van de EU-landen, en minder flexibiliteit bij het sparen, lenen of overdragen van emissierechten. Zij willen ook dat de door de Commissie voorgestelde extra reserve wordt afgeschaft.

EU-inspanningen om de broeikasgasuitstoot te verlagen

Er zijn andere maatregelen die de EU moeten helpen de afspraken in het kader van het akkoord van Parijs na te komen (dit is de uitstoot in de EU met minstens 40% verminderen tegen 2030 in vergelijking met het niveau van 1990 in alle economische sectoren).

Kijk ook naar onze infografiek: De vooruitgang van de EU op weg naar haar 2020-klimaatdoelstellingen