Afvalbeheer in de EU: feiten en cijfers (infografiek) 

Bijgewerkt op: 
 
Gecreëerd:   
 

Bekijk onze infografiek en lees hieronder verder hoe Europeanen het gemeentelijke afval, voornamelijk afkomstig van huishoudens, beheren.

Hoewel gemeentelijk afval minder is dan één tiende van de in totaal 2,5 miljard ton afval dat jaarlijks in de EU wordt geproduceerd, is het zeer zichtbaar en erg complex van aard.

Lees meer over hoe de EU-maatregelen neemt om afval beter te beheren en tegen 2050 een circulaire economie te worden.

Afvalbeheer per sector  

Afvalproductie in Europa

Van 2005 tot 2018 daalde de gemiddelde hoeveelheid gemeentelijk afval per hoofd van de bevolking in de EU. Er waren echter verschillende trends per land. Er was bijvoorbeeld sprake van een toename in Denemarken, Duitsland, Griekenland Malta en Tsjechië en van een afname in Bulgarije, Spanje, Hongarije, Roemenië en Nederland.

In absolute termen per persoon was de afvalproductie het hoogste in Denemarken, Malta, Cyprus en Duitsland en het laagst in Hongarije, Polen, Tsjechië en Roemenië.

Rijkere staten produceren over het algemeen meer afval per persoon, het toerisme bijvoorbeeld draagt bij aan hogere percentages in Cyprus en Malta.

Doelstellingen en de situatie in de lidstaten  

Afvalbeheer in de EU

Het voorkomen of behandelen van afval is de gunstigste optie voor het milieu. Immers, elk voorwerp dat we aanschaffen, wordt vroeg of laat afval waar iets mee moet gebeuren.

De EU wil afvalpreventie en hergebruik (een product een tweede leven geven voordat het afval wordt) zo veel mogelijk stimuleren. Als dat niet mogelijk is, gaat de voorkeur naar recycleren (inclusief compostering) of eventueel het gebruik van afval om energie te genereren. De schadelijkste optie voor het milieu en de gezondheid is de ‘simpele’ verwijdering (bijvoorbeeld door storten van afval). Maar het is één van de goedkoopste opties.

Volgens de statistieken van 2017 wordt 46% van al het gemeentelijke afval in de EU gerecycleerd of gecomposteerd. De manier van afvalbeheer varieert echter sterk tussen EU-landen onderling en een flink aantal landen stort nog steeds grote hoeveelheden gemeentelijk afval.

Het storten van afval komt bijna niet voor in landen zoals België, Nederland, Zweden, Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Finland waar verbranding een belangrijke rol speelt naast recycleren. Duitsland en Oostenrijk zijn de best recyclerende landen van de EU.

Het storten van stedelijk afval is nog steeds populair in oostelijke en zuidelijke delen van Europa. Tien landen storten minstens de helft van hun stedelijke afval. In Malta, Cyprus en Griekenland is het meer dan 80%; in Kroatië, Roemenië, Bulgarije en Slowakije meer dan 60%; terwijl het in Spanje en Portugal meer dan 50% is.

Andere landen verbranden ook hun afval en brengen bijna een derde of minder van hun afval naar stortplaatsen: Litouwen, Letland, Ierland, Italië, Frankrijk, Estland, Slovenië, en Luxemburg. Behalve in Letland en Estland wordt meer dan 40% van het huishoudelijk afval ook gerecycleerd.

Tussen 2006 en 2017 werd er aanzienlijk minder afval gestort in Slovenië (69%), Litouwen (65%), Letland (64%), Estland (60%) en Finland (57%).

Een deel van het afval wordt ook geëxporteerd. De EU-uitvoer van afvalstoffen naar niet-EU-landen bedroeg in 2020 32,7 miljoen ton. Het grootste deel van het verscheepte afval bestaat uit ijzerhoudend en niet-ijzerhoudend metaalschroot en uit papier-, plastic-, textiel- en glasafval. De EU-uitvoer van ijzerhoudend metaalschroot en glasafval gaat meestal naar OESO-landen, terwijl die van niet-ijzerhoudend schroot, papierafval, plastic afval en textielafval meestal naar niet-OESO-landen gaat.

De werkzaamheden van het Parlement voor een kringloopeconomie

In oktober 2022 heeft het Parlement een herziening van de regels inzake persistente organische verontreinigende stoffen (POP's) goedgekeurd om de hoeveelheid gevaarlijke chemische stoffen in afval en productieprocessen te verminderen.

In 2018 heeft de EU nieuwe, ambitieuze doelstellingen vastgelegd rond recyclage, verpakkingsafval en stortplaatsen. Het doel van deze nieuwe regels ondersteunt de overgang naar een duurzamer model, bekend als de circulaire economie. In maart 2020 kwam de Europese Commissie met een nieuw actieplan voor de circulaire economie dat afval wil verminderen dankzij een verbeterd beheer van de beschikbare middelen.

In februari 2021 heeft het Parlement een resolutie over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie aangenomen waarin aanvullende maatregelen worden geëist om tegen 2050 een koolstofneutrale, ecologisch duurzame, gifvrije en volledig circulaire economie tot stand te brengen, met onder meer strengere recyclingregels en bindende doelstellingen voor materiaalgebruik en -verbruik tegen 2030.

Europarlementariërs hebben er bij de EU-landen ook op aangedrongen meer kwalitatief te recycleren, af te stappen van storten en verbranding tot een minimum te beperken.

In november 2022 heeft de Commissie nieuwe EU-regels voor verpakkingen voorgesteld. Het omvat voorstellen om het ontwerp van verpakkingen te verbeteren, zoals duidelijke etikettering, om hergebruik en recycling te bevorderen, en roept op tot een overgang naar biologische, biologisch afbreekbare en composteerbare kunststoffen.

In januari 2023 heeft het Parlement gestemd over zijn standpunt inzake regels voor het vervoer van afval, die hergebruik en recycling moeten stimuleren en vervuiling moeten verminderen. Volgens de regels moeten uit de EU uitgevoerde afvalmaterialen in de landen van bestemming op milieuvriendelijke wijze worden beheerd en moet de controle op illegale transport worden verbeterd.

Binnen de EU willen de EP-leden een betere uitwisseling van informatie en transparantie over transporten. De uitvoer van gevaarlijk afval uit de EU naar niet-OESO-landen moet in het algemeen worden verboden. De uitvoer van plastic afval naar niet-OESO-landen moet ook worden verboden, terwijl dergelijke uitvoer naar OESO-landen binnen 4 jaar geleidelijk moet worden stopgezet.