De loonkloof tussen mannen en vrouwen: definities en oorzaken 

Bijgewerkt op: 
 
Gecreëerd:   
 

Vrouwen op de arbeidsmarkt in de EU verdienen gemiddeld 16% minder dan mannen. Ontdek hoe deze loonkloof berekend wordt en de redenen voor dit verschil.

©Shutterstock.com/Delpixel  

Hoewel het principe van ‘gelijk loon voor gelijk werk' in 1957 geïntroduceerd werd met het Verdrag van Rome, blijft de zogenaamde ‘loonkloof’ in de praktijk bestaan, met slechts minimale verbeteringen tijdens de voorbije tien jaar.

Het Europees Parlement heeft voortdurend opgeroepen voor meer actie om de loonkloof te dichten en heeft een resolutie aangenomen na het debat tijdens de plenaire vergadering in januari.


In de resolutie die op 30 januari werd aangenomen, spoort het Parlement de Commissie aan om bindende maatregelen voor te stellen in verband met de loonkloof tussen mannen en vrouwen en loontransparantie in zowel de publieke als in de privésector.


De resolutie eist:


  • Duidelijke maatregelen voor lidstaten om de loonkloof te dichten tijdens de komende vijf jaar.
  • Investeringen in voorzieningen voor onderwijs en opvang voor jonge kinderen.
  • Investeringen in gezinsvriendelijke werkregelingen om gelijke deelname aan de arbeidsmarkt voor vrouwen te verzekeren.
  • Voldoende voorzieningen voor oudere vrouwen zoals zorgkrediet, voldoende minimumpensioen en nabestaandenuitkeringen.
  • Promotie van beroepsopleiding en levenslang leren voor vrouwen, in het bijzonder het stimuleren van ondernemerschap, de zogenoemde ‘STEM’-vaardigheden (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) en digitaal onderwijs voor meisjes vanaf jonge leeftijd.

Er wordt verwacht dat de Europese Commissie een nieuwe strategie voor gendergelijkheid zal voorstellen in maart.

Wat is de loonkloof? Hoe wordt het berekend?


De loonkloof is het verschil in gemiddeld bruto uurloon tussen vrouwen en mannen. Het is gebaseerd op het salaris dat wordt uitbetaald aan werknemers, nog vóór inkomstenbelastingen en sociale zekerheid bijdragen ervan afgetrokken worden. Alleen bedrijven met tien of meer werknemers werden meegenomen in de berekening.


Via deze berekening wordt er geen rekening gehouden met alle andere factoren die een rol kunnen spelen. Bijvoorbeeld het onderwijsniveau, het aantal werkuren, het type job, een eventuele loopbaanonderbreking of deeltijds werk. Maar het toont onmiskenbaar aan dat vrouwen in de EU in het algemeen minder verdienen dan mannen.


De loonkloof tussen mannen en vrouwen in de EU


De loonkloof verschilt heel sterk doorheen de hele EU. Estland heeft met 25,6% de grootste loonkloof, gevolgd door Tsjechië (21,1%), Duitsland (21%), het VK (20,8%), Oostenrijk (19,9%) en Slovakije (19,8%) in 2017. Daarentegen hebben Slovenië (8%), Polen (7,2%), België (6%), Italië, (5%), Luxemburg (5%) en Roemenië (3,5%) de laagste loonkloof. In Nederland is de loonkloof 15,2%.


Er is een richtlijn van de EU die gelijke verloning reglementeert, maar het Europees Parlement heeft regelmatig gevraagd naar een herziening en meer maatregelen. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen heeft aangekondigd dat de Commissie werk zal maken van een nieuwe Europese Gender Strategie en bindende maatregelen op het vlak van salaristransparantie.


Ontdek wat het Parlement doet voor gendergelijkheid


Waarom is er een loonkloof tussen mannen en vrouwen?


Het interpreteren van de cijfers is niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt. Een lagere loonkloof in bepaalde landen wil niet per se zeggen dat er meer gendergelijkheid is. In sommige lidstaten is een lagere loonkloof een indicatie van een minderheid van vrouwen op de arbeidsmarkt. Een hogere loonkloof kan te wijden zijn aan een groter aandeel vrouwen die halftijds werken of een hogere concentratie vrouwen in een beperkt aantal beroepen.


Gemiddeld doen vrouwen meer onbetaald werk (het zorgen voor kinderen of huishouden) en mannen doen meer betaald werk: slechts 8,7% van de mannen in de EU werkt deeltijds, vergeleken met bijna één derde van de vrouwen (31,3%). In totaal hebben vrouwen ook meer werkuren per week dan mannen.


Vrouwen verdienen dus niet alleen minder per uur, ze werken ook minder betaalde uren en er zijn minder vrouwen dan mannen actief op de arbeidsmarkt. In combinatie maken al deze factoren een verschil van bijna 40% in het totale inkomen tussen mannen en vrouwen (in 2014).


Vrouwen nemen ook vaker loopbaanonderbreking en sommige loopbaankeuzes worden beïnvloed voor gezinszorg en verantwoordelijkheden binnen de familie.


Ongeveer 30% van de loonkloof tussen mannen en vrouwen kan toegeschreven worden aan een overgrote meerderheid vrouwen in relatief slechter betaalde sectoren zoals de zorgsector, verkoopsector of onderwijs. Vergeleken hiermee is het aantal mannen in wetenschap, technologie en toegepaste wetenschappen nog steeds erg hoog (met meer dan 80%).


Vrouwen hebben ook minder leidinggevende functies: minder dan 6,9% van de CEO’s in topbedrijven zijn vrouwen. Data van Eurostat tonen aan dat vrouwen in leidinggevende functies meer benadeeld worden dan vrouwen in andere beroepen: ze verdienen immers 23% minder dan hun mannelijke collega’s.


Daarnaast worden vrouwen ook nog steeds geconfronteerd met pure discriminatie op de werkplek, zoals minder betaald worden dan hun mannelijke collega’s in dezelfde beroepscategorie of gedegradeerd worden na een zwangerschapsverlof.


Met elke 1% dat de loonkloof vermindert, neemt het bruto binnenlands product (bbp) met 0,1% toe.

Schattingen – studie Toegevoegde Europese waarde  

Voordelen van het dichten van de kloof

Een andere observatie is dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen groter wordt met vorderende leeftijd – in de loop van een carrière samen met stijgende gezinseisen - terwijl het loonverschil kleiner is wanneer vrouwen van start gaan op de arbeidsmarkt. Met minder geld om te sparen en te investeren, wordt de kloof steeds dieper en worden vrouwen steeds vatbaarder voor armoede en sociale uitsluiting op latere leeftijd (de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen was in 2017 36%).

Gelijke verloning is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, het kan ook de economie stimuleren gezien vrouwen aan koopkracht winnen. Het zou de belastingaanslag vergroten en enigszins de zware lasten van de verzorgingsstaat verlichten. Studies tonen aan dat het bbp met 0,1% toeneemt bij elke 1% vermindering van de loonkloof”.