Moraes: EP kijkt niet alleen naar NSA-beschuldigingen maar ook in eigen achtertuin 

 
 
Claude Moraes tijdens het interview  

Eind oktober had een delegatie van leden van de commissies Burgerlijke vrijheden en Buitenlandse zaken een ontmoeting met VS-vertegenwoordigers in Washington om de beschuldigingen van de Amerikaanse massa-spionage van EU-burgers en politici te bespreken. Deze ontmoeting maakt deel uit van het EP-onderzoek over de afluisterpraktijken van de NSA.

Wat kan er gedaan worden om de EU-burgers te beschermen? Zullen de beschuldigingen van grootschalige spionage de gesprekken over een EU-VS vrijhandelsovereenkomst in gevaar brengen? We spraken met Claude Moraes, hoofd van de delegatie naar de VS en rapporteur van het onderzoek naar grootschalig elektronisch toezicht op EU-burgers.


Hebt u na het bezoek nu een beter idee over welke rechtsmiddelen kunnen worden ingezet voor de bescherming van de privacy van EU-burgers?

Ja. Wanneer we ons verslag voltooien in februari 2014 en aan het ​​Parlement zullen presenteren, zullen wij een wettelijk kader presenteren om EU-burgers te beschermen. Dit zal bijvoorbeeld kwesties bevatten zoals de vraag of er een rechtsmiddel voor EU-burgers moet zijn wanneer gegevens worden overgebracht naar de VS. Momenteel zijn dergelijke rechtsmiddelen ontoereikend.


Het zal kijken naar kwesties zoals Safe Harbour, de regeling waarbij wanneer gegevens worden overgebracht naar de VS, bedrijven in de VS een verplichting hebben om deze gegevens te beschermen. Het zal ook kijken naar onze vele afspraken met de Verenigde Staten zoals SWIFT en PNR, om er voor te zorgen dat al deze regelingen veilig zijn en doen wat ze geacht worden te doen namelijk terrorisme bestrijden en tegelijkertijd onze gegevens beschermen.


Is er nog voldoende vertrouwen tussen de EU en de VS om een vrijhandelsovereenkomst succesvol af te sluiten?

De EU en de VS zijn fundamentele bondgenoten en wanneer het gaat om belangrijke kwesties als handel, werkgelegenheid en investeringen, dan zijn dat gebieden waar onze alliantie zeer sterk moet zijn. Ik geloof dat wij uiteindelijk deze handelsovereenkomst zullen sluiten.


Het is echter van belang dat dit handelsakkoord is gebouwd op vertrouwen en er bestaat geen twijfel dat de recente spionage-aantijgingen en beschuldigingen van grootschalig elektronisch toezicht twee dingen heeft teweeggebracht: het vertrouwen tussen de EU en de VS heeft een deuk opgelopen en het commerciële vertrouwen is licht beschadigd.


Dit is niet alleen een kwestie van de schending van de privacy van burgers, het is ook een kwestie van onbeantwoorde beschuldigingen over het breken van encryptie, van achterpoortjes in commerciële activiteiten. Ik denk dat dit het gebied is waar er enige afbraak van vertrouwen is geweest. Dus dit gaat over een proces van herstel van het vertrouwen. Als dat gebeurt, geloof ik dat de EU-VS handelsovereenkomst iets is dat natuurlijk zal gebeuren.


De eerste reacties op de aantijgingen van Snowden waren gericht op het veiligheidsbeleid van de VS, maar recente beschuldigingen wijzen er op dat de EU-landen ook betrokken kunnen zijn. Moet dat worden onderzocht door het Parlement?

Terwijl we in Washington waren, begon de NSA, voor het eerst een ​​aantal van de beschuldigingen van grootschalig toezicht van EU-burgers te weerleggen. En daarbij beschuldigingen ze de EU van betrokkenheid bij dat toezicht. Ik heb dat niet als kritiek opgevat omdat de parlementaire onderzoekscommissie al begonnen was om niet enkel de NSA-beschuldigingen te onderzoeken maar ook in onze eigen achtertuin te kijken. We onderzochten vanaf het begin onze eigen onoplettendheid wat betreft inlichtingendiensten.


Vanaf het begin wisten we dat de nationale toezichthoudende regelingen in veel lidstaten ontoereikend zijn voor de burgers. Toen deze vraag werd gesteld in Washington, zei ik heel open dat wij de waarheid willen en dat we de EU-burgers een antwoord moeten geven. Wij zijn parlementaire wetgevers en we willen er voor zorgen dat er transparantie en toezichtregelingen zijn.


De achtste hoorzitting van het onderzoek van de commissie Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken op het gebied van grootschalig elektronisch toezicht van EU-burgers gaat door op 7 november 2013. De leden en deskundigen bespreken de nationale programma's voor grootschalig toezicht en de parlementaire controle op de inlichtingendiensten op nationaal niveau.