EP wil eind aan patstelling met lidstaten over garantiestelsels voor banktegoeden 

Persbericht 
Plenaire vergadering 
 
 

Garantiestelsels voor bankdeposito's moeten desgevraagd binnen een week minimaal € 5.000 overmaken aan klanten van probleembanken, zo stelt een resolutie die donderdag in het Europees Parlement is aangenomen. Het EP wil ook dat banken die grotere risico's nemen meer gaan bijdragen aan de garantiestelsels dan andere banken. Garantiestelsels moeten verder minimaal 1,5% van de gedekte tegoeden in kas hebben.

Nu de onderhandelingen tussen het EP en de lidstaten over wetgeving voor garantiestelsels voor banktegoeden zijn vastgelopen, heeft het EP besloten tot een tweede lezing over te gaan om zo de druk op te voeren om snel tot een akkoord te komen. De wetgeving is bedoeld om het tijdelijke garantiestelsel voor banktegoeden tot €100.000 te verankeren in een permanent stelsel.


€5.000 binnen een week voor dagelijkse kosten


De aangenomen tekst stelt dat garantiestelsels het hele banktegoed van personen tot een maximum van €100.000 per januari 2017 binnen een week moeten kunnen uitkeren. Tot die tijd kunnen lidstaten dit oprekken tot 20 dagen onder de voorwaarde dat er wel al binnen een week €5.000 wordt overgemaakt aan de gedupeerde.

Sommige lidstaten zijn tegen deze snelle betaling van €5.000, maar het EP dringt hier op aan om klanten van noodlijdende banken die niet meer bij hun geld kunnen komen in staat te stellen in hun dagelijkse levensbehoeften te voorzien totdat het garantiestelsel hun banktegoed overmaakt.


Risicobanken betalen meer


Net als de Commissie vindt het Parlement dat de "vervuiler moet betalen". Banken met een hoog risicoprofiel moeten daarom meer bijdragen dan banken die minder risico's nemen. Risicoprofielen moeten worden vastgesteld door middel van een standaardmethode die de Europese Bankenautoriteit moet ontwikkelen.


Banken met een hoog risicoprofiel zouden tot twee en een half keer meer betalen dan gemiddeld. Lidstaten zijn hier tegen omdat ze vinden dat niet het risicoprofiel van banken, maar hun liquiditeitspositie moet bepalen hoeveel ze aan garantiestelsels moeten bijdragen.


Het EP vindt dat deposito-garantiestelsels binnen vijftien jaar na het van kracht worden van de richtlijn in ieder geval 1,5% van de gedekte tegoeden in kas moeten hebben. Dat is te veel voor sommige lidstaten die 0,5% genoeg achten. EP-leden vinden dat veel te weinig om geloofwaardigheid en effectiviteit van garantiestelsels te waarborgen in tijden dat ze geactiveerd worden.


Volgende stappen


De Raad van Ministers moet nu stelling nemen. Als dit gebeurt, hebben het EP en de de lidstaten maximaal vier maanden om tot overeenstemming te komen. Besluitvorming gebeurt door het Parlement en de Raad samen.