Deel deze pagina: 

Veel arbeiders in de textielindustrie lijden onder lange werkuren, lage lonen, onzekerheid, geweld en gevaarlijke werkomstandigheden 

Europese regels zijn nodig om textielproducenten te verplichten de rechten van hun werknemers te respecteren. Dat zeiden de parlementsleden in een resolutie die ze donderdag goedkeurden.

Textielarbeiders over de hele wereld - waaronder veel jonge vrouwen en kinderen - gaan gebukt onder lange werkuren, lage lonen, onzekerheid, geweld en gevaarlijke werkomstandigheden. Deze praktijken zijn ook schadelijk voor de Europese industrie omdat ze sociale dumping in de hand werken. De niet-bindende resolutie werd aangenomen met 505 stemmen voor, 49 stemmen tegen en 57 onthoudingen.


In hun poging om met dit ‘vlaggenschip-initiatief’ drama’s zoals de Rana Plaza - waar een fabriek in de Bengaalse hoofdstad Dhaka instorte en meer dan 1100 mensen omkwamen - stelt het Parlement een aantal maatregelen voor:


  • Bindende verplichtingen: De Europese Commissie moet een wetgevend voorstel indienen, gebaseerd op de OESO-richtlijnen, dat van toepassing is op de volledige productieketen. Iets gelijkaardigs werd reeds gedaan voor de ‘bloeddiamanten’.
  • Voorwaardelijke handelspreferenties: De EU moet ervoor zorgen dat de landen die textiel exporteren en een preferentiële toegang tot de EU-markt hebben, voldoen aan verplichtingen en duurzame textielproducten produceren. De EU-lidstaten moeten in hun betrekkingen met partnerlanden de rechten van arbeiders bevorderen.
  • Kledinglabels: De sociale impact van de productie duidelijk maken op kleren, kan helpen om blijvende veranderingen teweeg te brengen.
  • Rolmodellen: EU-instellingen moeten het goede voorbeeld geven bij hun aanbestedingen voor textiel.

Om de industrie meer verantwoordelijk te maken en tragedies, zoals de instorting van de Rana Plaza-fabriek in Bangladesh in 2013 te voorkomen, stellen de parlementsleden een reeks voorstellen voor. Zo willen ze bindende verplichtingen op basis van OESO-richtlijnen, waaraan landen met een preferentiële toegang tot de EU-markt moeten voldoen. Ze willen ook het bewustzijn van consumenten verhogen door kledinglabels in te voeren.


Achtergrond

 

Volgens de Wereldhandelsorganisatie komt meer dan 70% van de Europese textiel- en kledingimport komt uit Azië (met China, Bangladesh, India, Vietnam, Cambodja en Indonesië als grootste producenten). De meeste kopers zijn wereldwijde merken die op zoek zijn naar lage prijzen en competitieve productietermijnen. De fabriekswerkers dragen hiervan vaak de gevolgen. Na de tragedie met Rana Plaza, waarin meer dan 1100 mensen omkwamen toen een fabrieksgebouw in Dhaka (Bangladesh), instortte, heeft de EU-Commissie beloofd met een initiatief te komen om het probleem op Europese schaal aan te pakken. Tot dusver kwam er nog geen initiatief. Met deze resolutie wil het Parlement wil de Commissie aanmoedigen om een pakket maatregelen voor te stellen.

1129  ; 1129 werknemers kwamen om op 24 april 2013, toen de Rana Plaza kledingfabriek instort in Dhaka, Bangladesh