Deel deze pagina: 

  • EU moet, voor 2030, energie-efficiëntie verhogen met 35%
  • Energie uit hernieuwbare bronnen moet 35% van totale consumptie uitmaken
  • Europarlementariërs stemmen in met verbod op palmolie in biobrandstoffen vanaf 2021

Betere energie-efficiëntie en een hoger aandeel van hernieuwbare energie voor 2030. Dat wil het Parlement, dat nu gaat onderhandelen met de EU-ministers over bindende energiedoelstellingen.

Het Parlement steunt de voorstellen uit de commissie voor bindende EU-doelen, waaronder een verbetering van 35% in energie-efficiëntie, een minimumaandeel van 35% energie van hernieuwbare bronnen in de bruto energieconsumptie en een aandeel van 12% van energie uit hernieuwbare bronnen in de transportsector. Dit alles moet voor 2030 bewerkstelligd zijn.

De lidstaten worden gevraagd om nationale doelen te stellen om de EU-doelen te halen. Deze doelen moeten worden gecontroleerd en worden bereikt in overeenstemming met een ontwerpwet over het bestuur van de Energie Unie.

Bindend EU-doel van 35% energie-efficiëntie

 

Op het gebied van energie-efficiëntie stemde het Parlement in met een bindend EU-doel van 35% en indicatieve nationale doelen.

Het EU-doel moet gezien worden op basis van de verwachte energieconsumptie in 2030 volgens het PRIMES-model (dit model simuleert het energieverbruik en het aanbod van energie in de EU).

Het wetsontwerp over energie-efficiëntie is aangenomen met 485 stemmen voor, 132 tegen en 58 onthoudingen.

Hernieuwbare energie: een bindend doel van 35%

De Europarlementariërs stemden in met een afzonderlijk stuk wetgeving, dat inhoudt dat het aandeel hernieuwbare energie in 2030 tenminste 35% moet zijn van de gehele EU-energieconsumptie. Nationale doelen zullen door de lidstaten gesteld moeten worden. Deze nationale doelen mogen onder bijzondere omstandigheden maximaal 10% afwijken. Het Parlement stemde hiermee in met 492 stemmen voor, 88 tegen en 107 onthoudingen.

 

Transport: meer geavanceerde biobrandstoffen, palmolie wordt tot 2021 uitgefaseerd

 

Alle lidstaten moeten voor 2030 zorgen dat 12% van het energieverbruik in de transportsector afkomstig is uit hernieuwbare bronnen. De bijdrage hieraan van “eerste generatie biobrandstoffen” (gemaakt uit voedsel- en voedergewassen) zal vastgesteld worden op het niveau van 2017 met een maximum van 7% bij transport over weg en spoor. Europarlementariërs wil ook het gebruik van palmolie in 2021 uitgefaseerd hebben.

Het aandeel van geavanceerde biobrandstoffen (welke minder impact hebben op het gebruik van land dan de brandstoffen uit voedselgewassen), hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, fossiele brandstof op basis van afval en hernieuwbare elektriciteit zal tot 2021 tenminste 1,5% moeten zijn. In 2030 zal dit dan 10% moeten worden.

Laadstations

In 2022 zullen 90% van alle tankstations langs de weg van trans-Europese netwerk (link) uitgerust zijn met laadstations voor elektrische voertuigen, zegt het EP.

 

Biomassa

De Europarlementariërs willen stimuleren dat programma´s voor hernieuwbare energie uit biomassa ontworpen worden zodat zij ontmoedigen tot het gebruik van niet-duurzame biomassa voor de energieproductie wanneer hiervoor betere industriële of materiële doeleinde voor bestand. Bijvoorbeeld het vrijkomen van koolstof bij het verbranden van hout voor verwarming. Voor het opwekken van energie moet het verbranden van houtoverblijfselen dus prioriteit krijgen.

Zelfgeproduceerde energie en energiegemeenschappen

Het Parlement stimuleert de commissievoorstellen die ervoor zorgen dat consumenten die elektriciteit produceren op eigen grond deze stroom ook mogen gebruiken. Daarnaast mogen zijn zonder extra kosten opslagsystemen installeren.

Het mandaat voor de onderhandelingen vraagt de lidstaten om te beoordelen wat de bestaande barrières zijn voor de consumptie van zelfgeproduceerde energie. Hoe dit kan worden gestimuleerd en hoe consumenten, vooral huishoudens, zich kunnen aansluiten bij duurzame energiegemeenschappen zonder blootgesteld te worden aan onrechtmatige voorwaarden en procedures.

Nationale plannen en de rol van de Europese Commissie

 

Om de doelen van de Energie Unie waar te maken, zal per 1 januari 2019 en daarna om de tien jaar, elke lidstaat de Europese Commissie op de hoogte stellen van het nationale energie- en klimaatplan. Het eerste plan zal de periode van 2021 tot 2030 beslaan. De daaropvolgende plannen zullen een perioden van tien jaar bestrijken vanaf het punt dat het vorige plan is afgelopen.

De Commissie zal de nationale energie- en klimaatplannen beoordelen en zo nodig aanbevelingen doen of stappen ondernemen indien er niet genoeg vooruitgang is geboekt of onvoldoende actie is ondernomen.

Deze resolutie over het bestuur van de Energie Unie is aangenomen met 466 stemmen voor, 139 tegen en 38 onthoudingen.

Volgende stappen

De onderhandelingen met de Raad kunnen per direct beginnen. De Raad heeft haar standpunt ten opzichte van energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen en het bestuur van de Energie Unie op respectievelijk 26 juni en 18 december jl. bepaald.

Quotes

 

Jose Blanco Lopez (S&D, ES), rapport hernieuwbare energiebronnen, zei: “De Europese Commissie was te timide met dit voorstel. Wanneer Europa aan de verplichtingen van Parijs, de strijd tegen klimaatverandering en leider van de energietransitie zijn, wil voldoen moet er meer gebeuren. Het Parlement heeft een instemming bereikt voor significant hoger doelen voor 2030. Daarnaast stimuleren wij eigen gebruik als een recht, brengen wij veiligheid en zekerheid voor investeerders en verhogen wij de ambities voor een koolstofarme transport-, verwarmings- en koelingssector. Het terugdringen van koolstofuitstoot is geen rem op economische groei. In tegenstelling, het is de motor van concurrentievermogen, economische activiteit en werkgelegenheid.”

Miroslav Poche (S&D, CZ), rapporteur energie-efficiëntie, zei: “Energie-efficientie is één van de sleutelaspecten van de strategie voor een Europese Energie Unie. Ambitieus beleid op dit gebied zal bijdragen aan het behalen van klimaat- en energiedoelstellingen en het concurrentievermogen verhogen. Daarnaast is één van de beste manieren om energiearmoede in Europa aan te pakken.”

Michele Rivasi (Greens/EFA, FR), co-rapporteur bestuur, zei: “Het Europees Parlement heeft een historische positie ingenomen in overstemming met toezeggingen van de EU op het gebied van klimaat.

Dit is de eerste keer dat Europese wetgeving doelen stelt als: 35% energie uit hernieuwbare bronnen, 35% energie-efficiëntie voor 2030 stelt, een methaanstrategie en de verplichting om energiearmoede tegen te gaan. Dit beleid zal helpen bij de ontwikkelingen van energieonafhankelijkheid, het creëren van banen en het veiligstellen van investeringen. Daarbij geeft het bestuursvoorstel een platform voor dialoog tussen maatschappelijke organisaties, lokale autoriteiten en overheden. Deze transparantie zal nodig zijn om om te gaan met de lobby van energieoligarchen. Één belang moet boven alles staan: de toekomst van de planeet en haar bewoners!”

Claude Turmes (Greens/EFA, LU), co-rapporteur bestuur, zei: “Na de zwakke deal over het Pakket Schone Energie die bereikt was met de Raad in december, ben ik trots dat het Parlement vandaag bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de EU op het gebied van klimaat. Verhoogde ambities on het gebied van hernieuwbare bronnen, energie-efficiëntie en een sterk bestuurssysteem dragen bij aan het voltooien van een koolstofarme economie voor 2050 en voldoen aan het Akkoord van Parijs. Het Parlement is verenigd bij het ingaan van de onderhandelingen met de Raad.”