Europeanen willen meer bevoegdheden voor EU om crisissituaties het hoofd te kunnen bieden 

Persbericht 
 
 
EU in actie: Levering van medische uitrusting uit de RescEU-voorraad aan Spanje ©EU/A.P.E.  

De EU moet meer bevoegdheden krijgen om crises zoals de coronapandemie het hoofd te kunnen bieden, aldus EU-burgers in een enquête die eind april 2020 in opdracht van het EP werd uitgevoerd

Zeven van de tien respondenten (69%) wil een sterkere rol voor de EU in de aanpak van de crisis. Daarnaast is zes van de tien ondervraagden ontevreden met de solidariteit die lidstaten ten opzichte van elkaar getoond hebben gedurende de pandemie. Hoewel 74 % gehoord heeft van de door de EU geïnitieerde maatregelen of acties, is slechts 42 % daarmee tevreden.

De EU zou meer bevoegdheden moeten krijgen om een crisis zoals Covid-19 aan te kunnen

Ongeveer twee derde van de respondenten (69%) is het eens met de stelling dat “de EU meer bevoegdheden zou moeten hebben om crises zoals de coronapandemie om te kunnen gaan”. Minder dan een kwart (22%) is het oneens met deze stelling. In Portugal en Ierland was het hoogste aantal mensen het eens met de stelling, in Tsjechië en Zweden waren de cijfers het laagst.

Als antwoord op de pandemie willen Europeanen dat de EU zich voornamelijk richt op het verzekeren van voldoende medische voorraden voor alle EU-lidstaten, op de toewijzing van onderzoeksgelden voor de ontwikkeling van een vaccin, op directe financiële steun aan lidstaten en op de verbetering van wetenschappelijke samenwerking tussen lidstaten.

Oproep voor meer Europese solidariteit in tijden van crisis

De sterke oproep tot meer EU-bevoegdheden en een beter gecoördineerde EU-respons, gaat gepaard met ontevredenheid bij een meerderheid van de ondervraagden over de solidariteit tussen lidstaten in het gevecht tegen de coronapandemie: 57 % is niet tevreden met de huidige mate van solidariteit, waarvan er 22 % “helemaal niet tevreden” zijn. Slechts een derde (34 %) is wel tevreden, vooral in Ierland, Nederland, Denemarken en Finland. De hoogste ontevredenheid vinden we in Italië, Spanje en Griekenland, gevolgd door Oostenrijk en Bulgarije.

EU-maatregelen zijn bekend, maar worden als onvoldoende ervaren

Drie van de vier respondenten in alle lidstaten zegt dat ze iets gehoord, gezien of gelezen hebben over de EU-maatregelen die zijn genomen als antwoord op de pandemie. Tegelijk is ongeveer de helft (52 %) van degene die bekend zijn met de maatregelen daarmee niet tevreden. Slechts 42 % is wel tevreden, vooral in Ierland, Nederland, Denemarken en Finland. Ondervraagden in Italië, Spanje en Griekenland waren het minst tevreden, gevolgd door Oostenrijk en Bulgarije.

Zes van de tien Europeanen ondervinden persoonlijke financiële problemen

Een duidelijke meerderheid van de ondervraagden (58%) gaf in het onderzoek aan dat ze persoonlijke financiële problemen in hun persoonlijke leven ervaren sinds de start van de pandemie. Ze ondervinden bijvoorbeeld een verlies van inkomen (30%), werkloosheid of gedeeltelijke werkloosheid ((23%), problemen met het betalen van de huur, rekeningen of leningen (14 %) of hebben zelfs moeite om een voedzame maaltijd op tafel te zetten (9%).

Gemiddeld zijn het vooral ondervraagden uit Hongarije, Bulgarije, Griekenland, Italië en Spanje die aangeven dit soort problemen te hebben ervaren, terwijl de respondenten uit Denemarken, Nederland, Zweden, Finland en Oostenrijk hier het laagst op scoren; in die landen geeft meer dan de helft van de respondenten aan dat ze geen financiële problemen hebben ondervonden, 66% in Denemarken, 57% in Nederland, 54% in Finland en 53% in Zweden.

Noot voor de redactie

De enquête werd online uitgevoerd door Kantar tussen 23 april en 1 mei 2020 onder 21.804 respondenten in 21 EU-lidstaten[1]. De leeftijd van de onderzoekspopulatie lag tussen de 16 en 64 jaar[2]. Representativiteit op nationaal niveau wordt verzekerd door quota’s voor geslacht, leeftijd en regio. Het totale gemiddelde wordt gewogen aan de hand van de grootte van de bevolking van ieder land in de enquête.

Lees de volledige resultaten van het onderzoek, inclusief nationale en sociodemografische gegevenstabellen, hier.

[1] Zes lidstaten niet meegenomen in het onderzoek: Litouwen, Estland, Letland, Cyprus, Malta en Luxemburg.

[2] 16-54 in Bulgarije, Tsjechië, Kroatië, Griekenland, Hongarije, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië en Slowakije.