Industriële uitstoot: EP-leden steunen strengere regels om vervuiling te verminderen 

Persbericht 
 
 
  • Verplichtingen voor het eerst ook van toepassing op mijnen en batterijfabrieken 
  • Regels die aanzienlijke gezondheids- en milieuvoordelen zullen opleveren  
  • Burgers krijgen betere toegang tot informatie over vervuilende activiteiten in hun buurt 
Grote industriële installaties en grote varkens- en pluimveebedrijven moeten verontreiniging verminderen © Weerayuth/Adobe Stock  

Het Parlement heeft zijn onderhandelingsstandpunt aangenomen voor regels om vervuiling te verminderen en grote agro-industriële installaties in een groene richting te sturen.

Het standpunt van het Parlement over de richtlijn industriële emissies (IED) en de richtlijn over het storten van afval werd aangenomen door Europarlementariërs met 396 stemmen voor, 102 tegen en 131 onthoudingen.

Wat de verordening op het portaal voor industriële emissies betreft, keurden de EP-ledden hun onderhandelingspositie goed met 563 stemmen voor, 51 tegen en 18 onthoudingen.

Industrieën en veehouderijen zullen onder de nieuwe regels te vallen

Europarlementariërs steunden het voorstel van de Commissie om de IED uit te breiden naar installaties in de winningsindustrie (mijnen) en grote installaties die batterijen produceren (behalve die welke uitsluitend batterijmodules en batterijpakketten maken). De richtlijn verplicht hen om de lucht-, water- en bodemverontreiniging verder terug te dringen.

Wat de veehouderijen betreft, stemden de EP-leden om de huidige regels te behouden en om varkenshouderijen met meer dan 2000 productieplaatsen (meer dan 30 kg) of met meer dan 750 plaatsen voor zeugen en pluimveebedrijven met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee en bedrijven met meer dan 750 grootvee-eenheden (GVE) en veehouderijen met 300 GVE of meer op te nemen. Het Parlement wil het niet uitbreiden tot rundveebedrijven zoals voorgesteld door de Commissie.

De Commissie stelde oorspronkelijk een drempel van 150 GVE voor alle dieren voor.

EP-leden onderstrepen hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat ook producenten buiten de EU voldoen aan eisen die vergelijkbaar zijn met de EU-regels.

Transparantie en inspraak van het publiek

EP-leden stemden ook voor meer transparantie, inspraak van het publiek met betrekking tot het verlenen van vergunningen, de exploitatie en de controle van gereguleerde installaties. Het Europees register voor de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen zou worden omgevormd tot een EU-portaal voor industriële emissies waar burgers toegang hebben tot gegevens over alle EU-vergunningen en lokale vervuilende activiteiten.

Citaat

Na de stemming, rapporteur Radan Kanev (EVP, Bulgarije), zei: “Betere milieubescherming hoeft niet tot meer bureaucratie te leiden. Innovatie is de sleutel om vervuiling naar nul terug te brengen en daarvoor hebben we een meer concurrerende Europese industriële sector nodig. Het EU-beleid moet realistisch en economisch haalbaar zijn en mag het concurrentievermogen niet bedreigen. Onze positie biedt bedrijven ademruimte door ze redelijke overgangsperioden te geven om zich voor te bereiden op de nieuwe eisen, alsook versnelde procedures voor vergunningen en flexibiliteit om opkomende technieken te ontwikkelen.”

Volgende stappen

Het Parlement is nu klaar om de onderhandelingen met de Raad te beginnen over de definitieve versie van de wet.

Achtergrond

De richtlijn industriële emissies stelt regels vast voor het voorkomen en het beheersen van verontreiniging door emissies van grote agro-industriële installaties in lucht, water en bodem, die kunnen leiden tot gezondheidsproblemen zoals astma, bronchitis en kanker die honderdduizenden vroegtijdige sterfgevallen per jaar veroorzaken in de EU. Het maakt deel uit van de groene en circulaire transformatie van de industrie in de EU en levert aanzienlijke gezondheids- en milieuvoordelen op voor de burgers.

Deze wetgeving voldoet aan de verwachtingen van de burgers met betrekking tot het beginsel dat de vervuiler betaalt, versnelt de groene transitie en bevordert groenere productieprocessen, zoals verwoord in voorstellen 2(2), 3(1), 11(1) en 12(5) van de conclusies van de conferentie over de toekomst van Europa.