Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
18 januari 2010
E-5638/2009
Antwoord van de heer Špidla namens de Commissie

Voordat de Commissie een standpunt kan bepalen over de vraag of de Verordeningen (EEG) nrs. 1408/71 en 574/72(1) van toepassing zijn op uitkeringen uit hoofde van de Nederlandse wet waar de geachte afgevaardigde op doelt (de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten) en of financiële bijstand uit hoofde van die wet beschouwd moet worden als een uitkering bij ziekte of een bijzondere niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestatie, moet zij de Nederlandse wetgeving meer diepgaand bestuderen. De Commissie heeft daartoe al contact opgenomen met de Nederlandse autoriteiten en zal de geachte afgevaardigde op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Bij wijze van voorlopig antwoord vestigt de Commissie de aandacht van de geachte afgevaardigde op het feit dat indien een betaling op basis van de genoemde wet onder de categorie sociale bijstand valt, Verordening (EEG) nr. 1408/71 (vanaf 1 mei 2010 Verordening (EG) nr. 883/2004) niet van toepassing is. Indien echter de betaling als een uitkering bij ziekte of als een speciale niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestatie wordt aangemerkt, is de verordening wel van toepassing.

De indeling van een prestatie hangt af van de kenmerken ervan, niet van de benaming. Het Hof van Justitie van de EU heeft in zijn arrest in Zaak C-160/96(2) duidelijk gemaakt dat socialezekerheidsuitkeringen voor langdurige zorg die bedoeld zijn om de zelfstandigheid van van zorg afhankelijke personen te vergroten, en die worden toegekend zonder individuele of discretionaire beoordeling van de persoonlijke behoeften, als „prestaties bij ziekte” moeten worden aangemerkt. Indien een dergelijke prestatie bestaat uit de uitbetaling van een geldbedrag, betreft het een uitkering bij ziekte, hetgeen betekent dat de regels van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van toepassing zijn en de uitkering geëxporteerd kan worden.

Overeenkomstig artikel 4, lid 2 bis, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, is die verordening ook van toepassing op bijzondere niet op premie- of bijdragebetaling berustende uitkeringen die aanvullende, vervangende of bijkomende dekking bieden, onder andere tegen het risico van ziekte, en die exporteerbaar zijn, met uitzondering van de in bijlage II bis bij die verordening genoemde prestaties. Bijzondere niet op premie- of bijdragebetaling berustende uitkeringen vallen onder Verordening (EG) nr. 883/2004, die op 1 mei 2010 van toepassing wordt. Bijlage X bij die verordening bevat een lijst van niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties die niet geëxporteerd kunnen worden.

De uitkering uit hoofde van de wetgeving waar de geachte afgevaardigde op doelt, wordt niet genoemd in bijlage II bis bij Verordening (EEG) nr. 1408/71, noch in bijlage X bij Verordening (EG) nr. 883/2004.

(1)Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 148 van 5.6.1974.
(2)Manfred Molenaar en Barbara Fath-Molenaar tegen Allgemeine Ortskrankenkasse Baden-Württemberg [1998] EHvJ I-843.

Laatst bijgewerkt op: 25 januari 2010Juridische mededeling