Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
22 april 2010
E-1108/2010
Antwoord van mevrouw Reding namens de Commissie

Artikel 75, lid 1 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst luidt als volgt:

„In het reizigersverkeer naar of binnen het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen mogen personen de ten behoeve van een medische behandeling benodigde verdovende middelen en psychotrope stoffen met zich meevoeren, indien zij bij controle een door een bevoegde autoriteit van de staat van hun ingezetenschap afgegeven of gewaarmerkte verklaring overleggen.”

De Schengenstaten hebben een dergelijke verklaring vastgesteld. Ze wordt verstrekt aan de in de eigen staat woonachtige personen die naar een andere Schengenstaat willen reizen en die blijkens een medisch voorschrift gedurende deze tijd verdovende middelen en/of psychotrope stoffen nodig hebben. De verklaring is maximaal 30 dagen geldig. Ze wordt afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde overheden op grond van een medisch voorschrift.

De verklaring is ingevoerd om het vrije verkeer van reizigers tussen en binnen de Schengenstaten te beschermen. Enerzijds moet de verklaring voorkomen dat gecontroleerde medicijnen die uit verdovende middelen en psychotrope stoffen bestaan, een oneigenlijke bestemming krijgen. Anderzijds moet ze waarborgen dat reizigers die medicatie nodig hebben, zich binnen het Schengengebied vrijelijk kunnen verplaatsen.

De verklaring is alleen verplicht voor mensen die geneesmiddelen op basis van gecontroleerde verdovende middelen en psychotrope stoffen gebruiken. De internationale verdragen over geneesmiddelencontrole moeten in de eerste plaats garanderen dat medicijnen op basis van verdovende middelen en psychotrope stoffen te allen tijde beschikbaar zijn voor medische doeleinden. Maar dat dergelijke medicijnen voor niet-medische doeleinden worden gebruikt, is wereldwijd een belangrijk probleem. De distributie van deze producten is in de Europese Unie aan een strikte vergunningsplicht onderworpen. Door verschillen in nationale wetgeving kunnen de beschikbaarheid en de controle van sommige van deze medicijnen van lidstaat tot lidstaat anders zijn, zoals in het geval van medicinale cannabis.

Hoewel de douane in de meeste lidstaten geneesmiddelenpaspoorten niet formeel controleert, kan het toch gebeuren dat reizigers het bezit van dergelijke medicijnen moeten rechtvaardigen als deze tijdens controles worden aangetroffen. Een gewaarmerkte verklaring kan onnodige vertragingen en misverstanden voorkomen.

Als zo'n medicijn in slechts één Schengenstaat wordt verkocht, is de gewaarmerkte verklaring bijzonder belangrijk voor de vrijheid van verkeer van patiënten. Patiënten die zonder medische Schengenverklaring in lidstaten aankomen of op doorreis zijn, kunnen aangehouden en strafrechtelijk vervolgd worden, afhankelijk van de nationale wetgeving en juridische praktijk en van de status van het betrokken medicijn.

Kortom, de Schengenverklaring is bedoeld om het juiste midden te vinden tussen de strijd tegen smokkel en het oneigenlijke bestemmen van medicijnen enerzijds en het recht van vrij verkeer van patiënten anderzijds. De lidstaten achtten een geldigheidsbeperking van 30 dagen voor de Schengenverklaring gepast om te garanderen dat de medicatie van de patiënt beperkt blijft tot eigen gebruik.

Ten slotte zijn de lidstaten bevoegd om al dan niet te kiezen voor digitale of andere instrumenten in verband met het verstrekken van gezondheidszorg en geneesmiddelen. Als de lidstaten besluiten om de procedures voor de Schengenverklaring voor geneesmiddelen te vereenvoudigen met eHealth-instrumenten, kunnen zij de Commissie verzoeken om voor relevante informatie te zorgen. De Commissie heeft namelijk ervaring met afgeronde en lopende projecten op gebied van het ontwerp en de praktische toepassing van veilige, grensoverschrijdende medische informatiestromen met behulp van interoperabele eHealth-instrumenten (met als belangrijkste voorbeeld het epSOS-project(1)).

(1)epSOS is een project dat de grensoverschrijdende uitwisselbaarheid van Europese elektronische medische dossiers moet aantonen.

PB C 138 E van 07/05/2011
Laatst bijgewerkt op: 28 april 2010Juridische mededeling