Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 2 juli 2002 - Straatsburg Uitgave PB

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten
MPphoto
 
 

  Montfort (NI ). - (FR) Bij dit verslag is men op vreemde wijze te werk gegaan. Ten eerste wordt hierin een totale minachting getoond voor het subsidiariteitsbeginsel. Het gaat namelijk wel degelijk om inmenging van de Europese Unie in zaken van niet alleen de lidstaten maar ook de kandidaat-landen. Men wil ze namelijk dwingen tegen hun morele opvattingen indruisende bepalingen over te nemen en men wil van de eerbiediging daarvan een voorwaarde maken voor toetreding tot de Unie. Ten tweede komt in geen enkel verdrag, in geen enkele Europese overeenkomst en evenmin in het Handvest van de grondrechten een verwijzing voor naar seksuele en reproductieve rechten. Het is trouwens een vreemde zaak dat het reproductierecht bestaat uit een lijst van procédés waarmee de uitoefening van dit recht juist onmogelijk wordt gemaakt.

Tot slot is het onverantwoord heel jonge kinderen, zonder enig onderscheid, seksuele voorlichting te geven. De educatieve keuzes op dit gebied vallen onder de verantwoordelijkheid van de ouders en de familiekring. Bovendien kan men seksuele voorlichting niet beperken tot contraceptie en abortus niet als een middel tot gezinsplanning beschouwen. Is abortus het enige antwoord op de problemen van een zwangere vrouw? Seksuele voorlichting betekent veeleer dat men de jongeren leert hoe zij met hun vrijheid moeten omgaan, hoe zij de verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun lichaam, en hoe zij hun lichaam en dat van de ander kunnen respecteren. Als wij uit waren gegaan van de eerbiediging van de menselijke waardigheid en aandacht hadden geschonken aan de behoeften van vrouwen in moeilijkheden, hadden wij meer verantwoorde maatregelen getroffen, maatregelen waarmee het leven kon worden geëerbiedigd. Daarvan is echter geen sprake en daarom zal ik tegen dit verslag stemmen.

 
Laatst bijgewerkt op: 28 juli 2004Juridische mededeling