Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

VERSLAG     
PDF 113kWP 230k
26 juni 1998
PE 226.704/def. A4-0256/98
over de ad hoc procedures voor de begroting 1999, zoals bepaald in de Institutionele Akkoorden van 29 oktober 1993 over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure, en van 16 juli 1997 over de bepalingen inzake de financiering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en in de procedure betreffende de financiering van de internationale visserijovereenkomsten, overeenkomstig de Gemeenschappelijke Verklaring van 12 december 1996
Begrotingscommissie
Rapporteur: Bárbara Dürhrkop Dührkop
De Begrotingscommissie benoemde op haar vergadering van 19 januari 1998 mevrouw Dürhrkop Dührkop tot rapporteur.
 A. ONTWERPRESOLUTIE
 B. TOELICHTING
 ADVIES
 ADVIES
 ADVIES

 De Begrotingscommissie benoemde op haar vergadering van 19 januari 1998 mevrouw Dürhrkop Dührkop tot rapporteur.

Op haar vergadering van 3 juni en 25 juni 1998 behandelde zij het ontwerpverslag over de ad hoc procedures voor de begroting 1999, zoals bepaald in de Institutionele Akkoorden van 29 oktober 1993 over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure, en van 16 juli 1997 over de bepalingen inzake de financiering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en in de procedure betreffende de financiering van de internationale visserijovereenkomsten, overeenkomstig de Gemeenschappelijke Verklaring van 12 december 1996.

Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met algemene stemmen bij 4 onthoudingen haar goedkeuring aan de ontwerpresolutie.

Aan de stemming namen deel: de leden Samland, voorzitter; Tillich, Giansily, ondervoorzitters; Dührkop Dührkop, rapporteur; Bardong, Brinkhorst, Böge, Bösch, Colom i Naval, Dankert, Fabra Vallés, Ferber (verving Bourlanges), Garriga Polledo, Ghilardotti, Hallam (verving Wynn), Haug, Kellett-Bowman (verving Di Prima), Laignel, Miranda, Müller, Pasty, Perry (verving Elles), Redondo Jiménez (verving Podestà), Roth-Behrendt (verving Krehl), Rübig (verving Imaz San Miguel), Seppänen, Sonneveld (verving McCartin), Theato, Tomlinson, Virrankoski, Waidelich en Wemheuer (verving Tappin).

De adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de Commissie visserij zijn bijgevoegd.

Het verslag werd bij de Griffie ingediend op 26 juni 1998.

Termijn voor de indiening van amendementen: woensdag 1 juli 1998, 12.00 uur.


 A. ONTWERPRESOLUTIE

Resolutie over de ad hoc procedures voor de begroting 1999, zoals bepaald in de Institutionele Akkoorden van 29 oktober 1993 over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure, en van 16 juli 1997 over de bepalingen inzake de financiering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en in de procedure betreffende de financiering van de internationale visserijovereenkomsten, overeenkomstig de Gemeenschappelijke Verklaring van 12 december 1996

Het Europees Parlement,

- gezien het voorontwerp van begroting voor 1999 van de Commissie (COM(98)0300),

- gezien Bijlage II van het Interinstitutioneel Akkoord van 29 oktober 1993 over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure(1),

- gezien de Gemeenschappelijke Verklaring van 12 december 1996 betreffende een betere informatieverschaffing aan de begrotingsautoriteit over visserijovereenkomsten(2),

- gezien de Gemeenschappelijke Verklaring van 8 april 1997(3),

- gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 juli 1997 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie over bepalingen inzake de financiering van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid(4),

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 2 april 1998 over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 1999 - Afdeling III - Commissie, in het bijzonder de paragrafen 13 en 14(5),

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 28 mei 1998 over de rol van de Europese Unie in de wereld(6),

- gezien de resultaten van de trialoog van 23 juni 1998,

- gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de Commissie visserij (A4-0256/98),

Landbouw

Classificatie van de uitgaven

1. neemt kennis van de classificatie zoals voorgesteld door de Commissie in het voorontwerp van begroting voor 1999;

2. merkt op dat in Zaak 41/95 het Hof van Justitie heeft bepaald dat de Raad en het Parlement "in onderlinge overeenstemming" (paragraaf 23) het maximumstijgingspercentage voor de niet-verplichte uitgaven (NVU) vaststellen en in het bijzonder "het totaalbedrag van de uitgaven die als niet-verplichte uitgaven zijn aan te merken" (paragraaf 26); merkt op dat volgens het Hof het bestaan van deze overeenstemming niet kan worden aangenomen op grond van een vermoeden en derhalve expliciet moet zijn en jaarlijks moet worden bereikt;

3. betreurt het dat de Raad geen enkele bereidheid heeft getoond om de kwestie van de classificatie serieus te bestuderen, ondanks de toezeggingen die zijn gedaan bij de goedkeuring van de gewijzigde en aanvullende begroting (GAB) 1/95;

4. verklaart nogmaals groot belang te hechten aan het principe dat alleen de aard van het wetsbesluit bepalend is voor de aard van de uitgaven;

5. legt in Bijlage I van deze resolutie de herindeling voor van begrotingslijnen krachtens de nomenclatuur van 1999; deze herindeling geeft zijn uitgangspunt weer voor het overleg tussen de instellingen in het kader van de begrotingsprocedure 1999;

6. verzoekt de Raad opnieuw overleg te plegen met het Parlement over de classificatie van de begrotingslijnen in 1998 om tot overeenstemming te komen over het maximum stijgingspercentage voor de begroting 1999;

Creëren van een reserve

7. benadrukt dat de overeenstemming om de ad hoc procedure voor de begroting 1999 voort te zetten tot november 1998 niets afdoet aan het belang van de discussie van de begrotingsautoriteit over de voorstellen van de Commissie in haar voorontwerp van begroting 1999;

8. is van mening dat er, ondanks de succesvolle pogingen van de Commissie om te hoge ramingen van de landbouwuitgaven te beperken, voor sommige lijnen in dit stadium van de procedure nog steeds te hoge kredieten zijn ingeschreven in vergelijking met het bestedingsniveau van de afgelopen jaren;

9. stemt in met het creëren van een reserve voor onzekere marktontwikkelingen en begeleidende maatregelen, samen met een dienovereenkomstige, voorlopig lineaire verlaging op alle B1lijnen; is echter van mening dat na indiening door de Commissie van haar Nota van wijzigingen op het voorontwerp van begroting, de definitieve kredieten per begrotingslijn op basis van de meest recente ramingen moeten worden vastgesteld;

10. machtigt zijn overlegdelegatie om de mogelijkheid te onderzoeken van adequate wijzigingen van wetsbesluiten zodat deze reserve kan worden opgenomen in de begroting, en derhalve gebruikt kan worden via een overschrijving, waardoor de dienovereenkomstige middelen pas aan de Unie-begroting betaald hoeven worden op het moment dat zij worden gebruikt of anderszins uitgevoerd;

Rechtsgrondslag

11. constateert dat voor sommige in het VOB ingeschreven kredieten de Raad nog niet de rechtsgrondslag heeft vastgesteld, en verzoekt de Raad geen bedragen in begrotingslijnen op te nemen voordat er een wetsbesluit is genomen;

Indeling van de begroting

12. acht het wenselijk dat de instellingen een diepgaande discussie aangaan over de nomenclatuur van onderafdeling B1; stelt voor dat er een nieuwe indeling van de verschillende begrotingslijnen wordt opgesteld overeenkomstig de uitgavedoelstellingen; machtigt zijn overlegdelegatie een debat te openen met de Raad en de Commissie over een nieuwe indeling van de nomenclatuur volgens de tabel van bijlage III;

Diverse punten inzake het landbouwbeleid

13. verlangt van de Commissie een spijkerharde toezegging dat zij een evaluatieverslag dat dieper gaat dan het bestaande verslag zal opstellen over de doeltreffendheid van de acties uit hoofde van begrotingslijnen B1-5010(7), B1-5011(8) en B1-5012(9), en dit verslag voor de eerste lezing van de ontwerpbegroting 1999 van het Parlement zal indienen;

14. is van mening dat de huidige vereisten betreffende een duurzame en aan de omgeving aangepaste landbouw in de verschillende verordeningen van de Raad te vaag en vrijblijvend zijn; verzoekt de Commissie op het moment van de indiening van de Nota van wijzigingen inzake het voorontwerp van begroting eind oktober 1998 specifieke voorstellen voor te leggen ter bevordering van een duurzame landbouw, door bijvoorbeeld ontwikkeling van codes voor goede landbouwmethoden (per product en per regio), en operationele milieu- en productienormen of -indicatoren(10);

15. is van mening dat de nationale Ministeries van Landbouw, de boerenorganisaties en de boeren zelf de verantwoordelijkheid op zich moeten nemen voor de veiligheid van voedingsmiddelen en het vermijden van een grootschalige verspreiding van dierziekten zoals BSE en varkenspest; dringt erop aan dat bijgevolg ook de financiële verantwoordelijkheden worden aanvaard, om te vermijden dat de aanzienlijke financiële gevolgen van maatregelen voor het bijsturen van de gevolgen van deze ziekten zonder voldoende aandacht en controle op de Unie-begroting worden afgewenteld; acht een nieuwe evaluatie van de Europese en internationale strategie in het licht van de recente ervaringen dringend noodzakelijk; verwacht dat er een verzekeringsfonds wordt opgericht om de geleden schade of nadelen ten gevolge van dierziekten of rampen te compenseren, waardoor tegelijk de effecten hiervan op de EUbegroting zoveel mogelijk worden gereduceerd;

16. is van mening dat een bedrag moet worden opgenomen in de reserve B0-40 ter versterking van de fraudebestrijding en verzoekt de Commissie om een evaluatie en om plannen voor een intensievere fraudebestrijding;

Visserij

17. constateert dat de bedragen die zijn ingeschreven op de lijn "Internationale visserijovereenkomsten" (B7-8000) te hoog zijn geraamd en ook ter dekking dienen van een overeenkomst met Gambia, waarover de onderhandelingen nog niet zijn afgesloten; stelt derhalve voor 0,5 miljoen ecu in de reserve op te nemen (B0-40); is van mening dat het totaalbedrag van de reserve niet overeenstemt met redelijke prognoses en hecht zijn goedkeuring aan een verlaging zoals aangegeven in de bijlage;

18. constateert dat de bedragen die zijn ingeschreven op de lijn (B7-8000) ook ter dekking dienen van overeenkomsten waarover het Parlement nog niet formeel is geraadpleegd (Comoren, Gabon en Madagaskar); verwacht dat de Commissie en de Raad tijdig de noodzakelijke gegevens verschaffen op grond waarvan het Parlement zijn advies kan opstellen vóórdat er budgettaire besluiten worden genomen, of stelt anders voor dat de betreffende bedragen in de reserve worden opgenomen (B0-40);

19. is ingenomen met de toezegging dat de Tillich-Mulder procedure wordt uitgebreid tot de internationale visserijovereenkomsten, waardoor de Commissie in een laat stadium een Nota van wijzigingen inzake het voorontwerp van begroting 1999 kan indienen; merkt op dat de Nota van wijzigingen geen verhoging van post B7-8000 mag inhouden;

20. wijst erop dat een dergelijke Nota van wijzigingen een weerspiegeling moet vormen van de werkelijke stand van de onderhandelingen over nieuwe internationale visserijovereenkomsten, en van de reële mogelijkheid om deze vóór juni 1999 te sluiten; neemt derhalve kennis van de toezegging van de Commissie om eind september bijgewerkte informatie over de stand van de lopende onderhandelingen voor te leggen en is van mening dat, wanneer er geen reëel uitzicht wordt gegeven op een tijdige afsluiting van de onderhandelingen, tot een verdere verlaging van de bedragen in de reserve (B0-40) dient te worden besloten;

Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

21. machtigt zijn delegatie een wijziging voor te stellen van de specificatie en in het bijzonder van de voorgestelde kredieten voor noodmaatregelen (artikel B8-015), die verlaagd zouden moeten worden ten gunste van steun aan de democratische overgang en de verkiezingsprocessen (B8-010), Speciale gezanten van de Europese Unie (artikel B8-011) en voorkoming van conflicten en steun aan vredesprocessen (B8-013), om te voldoen aan de politieke vereisten die de betreffende instellingen zijn overeengekomen, zoals de ondersteuning van het Royaumont-proces;

22. geeft uiting aan zijn ongenoegen over de vorm en de inhoud van het document over de voornaamste aspecten en fundamentele keuzes van het GBVB, waarover het Voorzitterschap van de Raad het Parlement heeft geraadpleegd; constateert dat dit document meer een beschrijving van acties in het verleden dan van keuzes voor de toekomst inhoudt; is van mening dat de verschafte financiële informatie de onsamenhangende maar gedetailleerde aard van de financiële overzichten voor gemeenschappelijke optredens laat zien;

23. is er niet van op de hoogte dat de Raad sinds de inwerkingtreding van het Akkoord het Parlement een schatting heeft voorgelegd van de kosten zoals geraamd bij elk besluit dat op het gebied van het GBVB is genomen;

24. is van mening dat de geest van het Interinstitutioneel Akkoord niet volledig is gerespecteerd door de Raad met de indiening van het document van het Voorzitterschap over acties in het verleden, en vanwege het uitblijven van een mededeling over de geraamde kosten voor gemeenschappelijke optredens;

25. verzoekt de Raad en de Commissie om in de trialoog en het overleg hun ideeën uiteen te zetten over de uitvoering van het Akkoord;***

26. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE I BIJ RESOLUTIE A4-0256/98 (aangenomen 25/06/98)

Begrotingsprocedure 1999

Classificatie van het EP in vergelijking met de door de Commissie voorgestelde classificatie in het VOB 99

Lijn

Class.

Omschrijving

B1-1000

vu/nvu

Restituties voor zachte tarwe en meel van zachte tarwe

B1-1001

vu/nvu

Restituties voor durumtarwe, meel, gries en griesmeel

B1-1002

vu/nvu

Restituties voor durumtarwe, meel, gries en griesmeel

B1-1003

vu/nvu

Restituties voor andere granen

B1-1011

vu/nvu

Technische kosten van openbare opslag

B1-1012

vu/nvu

Financiële kosten van openbare opslag

B1-1013

vu/nvu

Andere kosten van openbare opslag

B1-1019

vu/nvu

Andere interventies in de vorm van opslag

B1-1022

vu/nvu

Restituties bij de productie van zetmeel

B1-1040

vu/nvu

Steun voor de producenten van maïs (basisareaal maïs)

B1-1041

vu/nvu

Steun voor de producenten van granen, behalve basisareaal maïs

B1-1042

vu/nvu

Steun voor de producenten van kool- en raapzaad, zonnebloemzaad en Sojabonen

B1-1043

vu/nvu

Steun voor de producenten van erwten, tuin- en veldbonen en niet-bittere lupinen

B1-1044

vu/nvu

Steun voor de producenten van lijnzaad (ander dan vezelvlas)

B1-1050

vu/nvu

Steun voor de producenten van maïs (basisareaal maïs)

B1-1051

vu/nvu

Steun voor de producenten van granen, behalve basisareaal maïs

B1-1052

vu/nvu

Steun voor de producenten van kool- en raapzaad, zonnebloemzaad en Sojabonen

B1-1053

vu/nvu

Steun voor de producenten van erwten, tuin- en veldbonen en niet-bittere lupinen

B1-1054

vu/nvu

Steun voor de producenten van lijnzaad (ander dan vezelvlas)

B1-1055

vu/nvu

Toeslag voor durumtarwe

B1-1060

vu/nvu

Het uit de productie nemen van bouwland gekoppeld aan steun per hectare

B1-1062

vu/nvu

Vijfjarenregeling inzake het uit de productie nemen van bouwland

B1-110

vu/nvu

Restituties voor suiker en isoglucose

B1-120

vu/nvu

Restituties voor olijfolie

B1-1211

vu

Maatregelen in verband met de productie

B1-1220

vu/nvu

Consumptiesteun

B1-1239

vu/nvu

Andere interventies in de vorm van opslag

B1-130

vu/nvu

Productiesteun voor gedroogde voedergewassen

B1-131

vu/nvu

Steun voor peulvruchten

B1-139

nvu

Andere

B1-1409

vu/nvu

Overige interventies

B1-149

nvu

Andere

B1-1500

vu/nvu

Restituties bij uitvoer

B1-1502

nvu

Actiefonds van de telersverenigingen

B1-1504

nvu

Specifieke maatregelen ten gunste van hazelnoottelers

B1-1505

nvu

Maatregelen voor de sanering van de productie

B1-1507

vu/nvu

Dopvruchten

B1-1509

nvu

Overige interventies

B1-1510

vu/nvu

Restituties bij uitvoer

B1-1511

vu/nvu

Productiesteun voor verwerkte producten op basis van tomaten

B1-1512

vu/nvu

Productiesteun voor verwerkte producten op basis van fruit

B1-1513

nvu

Steun en interventies voor verwerkte producten op basis van krenten en rozijnen

B1-1514

vu/nvu

Steun voor ananasconserven

B1-1515

vu/nvu

Financiële compensaties om de verwerking van citrusvruchten te stimuleren

B1-1516

nvu

Steun voor verwerkte frambozen

B1-1517

vu/nvu

Specifieke maatregelen ten gunste van aspergetelers

B1-1519

nvu

Overige interventies

B1-160

vu/nvu

Distillatie van wijn

B1-1610

vu/nvu

Distillatie van wijn

B1-1611

vu/nvu

Distillatie van wijn

B1-163

vu/nvu

Steun voor druivemost

B1-175

nvu

Communautair Fonds voor onderzoek en informatie

B1-179

nvu

Andere

B1-184

nvu

Tafelolijven

B1-1850

vu/nvu

Restituties voor rijst

B1-1851

vu/nvu

Technische kosten van openbare opslag

BIJLAGE I BIJ RESOLUTIE A4-0256/98 (aangenomen.25/06/98)

Begrotingsprocedure 1999

Classificatie van het EP in vergelijking met de door de Commissie voorgestelde classificatie in het VOB 99

Lijn

Class.

Omschrijving

B1-1855

vu/nvu

Restituties voor de productie van zetmeel, ook voor de bierbrouwerij

B1-1858

vu/nvu

Steun per hectare

B1-189

nvu

Andere

B1-2000

vu/nvu

Restituties voor boter en butteroil

B1-2001

vu/nvu

Restituties voor mageremelkpoeder

B1-2002

vu/nvu

Restituties voor kaas

B1-2003

vu/nvu

Restituties voor andere zuivelproducten

B1-2099

nvu

Andere

B1-210

vu/nvu

Restituties voor rundvlees

B1-2124

vu/nvu

Verwerkingspremies voor jonge stierkalveren

B1-2126

vu/nvu

Buitengewone marktondersteuningsmaatregelen Overige interventies

B1-2129

vu/nvu

Overige interventies

B1-221

vu/nvu

Interventies in de vorm van opslag van schapen- en geitenvlees

B1-2220

vu/nvu

Premies per ooi en per geit

B1-2221

vu/nvu

Forfaitaire premies voor ooien en geiten in probleemgebieden en bergstreken

B1-2300

vu/nvu

Restituties voor varkensvlees

B1-2301

vu/nvu

Interventies voor varkensvlees

B1-2310

vu/nvu

Restituties voor eieren

B1-2311

vu/nvu

Restituties voor slachtpluimvee

B1-239

vu/nvu

Andere

B1-253

nvu

Bestrijding van besmettelijke dierziekten

B1-254

nvu

Bijzondere steun aan de bijenteelt

B1-259

nvu

Andere

B1-300

nvu

Restituties voor granen die worden uitgevoerd in de vorm van bepaalde alcoholhoudende dranken

B1-3010

nvu

Granen en rijst

B1-3011

nvu

Suiker en isoglucose

B1-3012

nvu

Magere melk en andere zuivelproducten

B1-3013

nvu

Boter

B1-3014

nvu

Eieren

B1-3019

nvu

Andere landbouwproducten

B1-309

nvu

Overige

B1-310

nvu

Verstrekking van landbouwproducten aan de hulpbehoevenden in de Gemeenschap

B1-312

nvu

Schoolmelk

B1-319

nvu

Overige

B1-3210

nvu

Voorziening

B1-3211

nvu

Overige maatregelen

B1-3220

nvu

Voorziening

B1-3221

nvu

Overige maatregelen

B1-3230

nvu

Voorziening

B1-3231

nvu

Overige maatregelen

B1-3240

nvu

Voorziening

B1-3241

nvu

Overige maatregelen

B1-3250

nvu

"Visserijprogramma" voor de ultraperifere gebieden

B1-3600

nvu

Controle- en preventiemaatregelen Betalingen door de lidstaten

B1-3601

nvu

Controle- en preventiemaatregelen Rechtstreeks door de Europese Unie betaalde bedragen

B1-3800

nvu

Afzetbevordering Betalingen door de lidstaten

B1-3801

nvu

Afzetbevordering Rechtstreeks door de Europese Unie betaalde bedragen

B1-500

nvu

Begeleidende maatregelen (oude regeling)

B1-5010

nvu

Vervroegde uittreding

B1-5011

nvu

Milieu

B1-5012

nvu

Bebossing

B1-509

nvu

Andere

B7-510

nvu

Terbeschikkingstelling van de te storten bedragen van het geplaatste kapitaal

B7-5111

nvu

Opvraagbaar gedeelte van het geplaatste kapitaal

B7-8000

nvu

Internationale visserijovereenkomsten

B7-8001

nvu

Bijdragen aan internationale organisaties

BIJLAGE II BIJ RESOLUTIE A4-0256/98 (aangenomen 25/06/98)

Voorgestelde wijzigingen in het voorontwerp van begroting 1999 op het gebied van de landbouw

(Euro)

Begroti ngslijn

Omschrijving

VOB1999

Voorgesteld e verandering in VOB

Nieuwe bedragen

I .Reserve voor onzekere marktontwikkelingen

B1

EOGFL - Afdeling Garantie*

40 940 000 000

-717 000 000

40 220 000 000

B13020N

Reserve voor onzekere marktontwikkelingen en begeleidende maatregelen

700 000 000

700 000 000

Totaal

40 940 000 000

-17 000 000

40 940 000 000

B1-3601

Controle- en preventiemaatregelen. Rechtstreeks door de Europese Unie betaalde bedragen

13 000 000

-3 000 000

10 000 000

B0-40

Reserve voor B1-3601 (Controle- en preventiemaatregelen Rechtstreeks door de Europese Unie betaalde bedragen)

20 000 000

20 000 000

Totaal

+17 000 000

B1-391N

Compensatie voor verliezen ten gevolge van de invoering van de euro

pm

pm

pm

B1361N

Oprichting van verzekeringsfonds voor de gevolgen van rampen in verband met dierziekten

p.m.

p.m.

II. Visserij

B7-8000

Internationale visserijovereenkomsten

250 000 000

-500 000

249 500 000

B0-40

Reserve

42 000 000

-6 500 000

35 500 000

III. Gemeenschappelijke Buitenlands en Veiligheidsbeleid

B8-010

Steun aan de democratische overgang en de organisatie van verkiezingen

3 000 000

3 000 000

B8-011

Speciale gezanten van de Europese Unie

5 000 000

500 000

5 500 000

B8-012

Ontwapening, en anti-personele landmijnen

5 750 000

5 750 000

B8-013

Voorkoming van conflicten en steun aan vredesprocessen

10 000 000

1 500 000

11 500 000

B8-014

Voorbereidende werkzaamheden en bijdragen aan internationale conferenties

250 000

250 000

B8-015

Noodmaatregelen en Europees civiel vredescorps

6 000 000

-2 000 000

4 000 000

*: De lineaire verlaging (-1.7%) op alle B1 lijnen - in afwachting van de Nota van wijzigingen, gebaseerd op recentere prognoses.

BIJLAGE III BIJ RESOLUTIE A4-0256/98 (aangenomen 25/06/98)

Onderafdeling B1 - Een nieuwe indelingVoorstel van de rapporteur

Lijn

Omschrijving

VOB 99

Uitgaven betreffende de marktorganisaties (traditioneel GLB)

B1-1000

Restituties voor zachte tarwe en meel van zachte tarwe

218

B1-1001

Restituties voor gerst en mout

160

B1-1002

Restituties voor durumtarwe, meel, gries en griesmeel

pm

B1-1003

Restituties voor andere granen

104

B1-1011

Technische kosten van openbare opslag

171

B1-1012

Financiële kosten van openbare opslag

41

B1-1013

Andere kosten van openbare opslag

-9

B1-1014

Waardevermindering van de voorraden

108

B1-1019

Andere interventies in de vorm van opslag

pm

B1-1021

Compensatiebedragen en premies voor aardappelzetmeel

204

B1-1022

Restituties bij de productie van zetmeel

51

B1-1029

Overige interventies

23

B1-1110

Vergoeding van opslagkosten

333

B1-1112

Restituties voor gebruik in de chemische industrie

75

B1-1113

Steunmaatregelen voor de afzet van ruwe suiker

12

B1-1119

Andere interventies voor suiker

42

B1-119

Andere

pm

B1-120

Restituties voor olijfolie

19

B1-1230

Technische kosten van openbare opslag

18

B1-1231

Financiële kosten van openbare opslag

5

B1-1232

Andere kosten van openbare opslag

-9

B1-1233

Waardevermindering van de voorraden

13

B1-1239

Andere interventies in de vorm van opslag

14

B1-124

Overige interventies voor olijfolie

22

B1-129

Andere

pm

B1-139

Andere

pm

B1-1409

Overige interventies

pm

B1-142

Zijderupsen

pm

B1-149

Andere

pm

B1-1500

Restituties bij uitvoer

63

B1-1501

Compensatie voor het uit de markt nemen en aankopen van producten

248

B1-1502

Actiefonds van de telersverenigingen

343

B1-1510

Restituties bij uitvoer

10

B1-1511

Productiesteun voor verwerkte producten op basis van tomaten

351

B1-1512

Productiesteun voor verwerkte producten op basis van fruit

121

B1-1513

Steun en interventies voor verwerkte producten op basis van krenten en rozijnen

141

B1-1514

Steun voor ananasconserven

8

B1-1515

Financiële compensaties om de verwerking van citrusvruchten te stimuleren

189

B1-1516

Steun voor verwerkte frambozen

1

B1-1517

Specifieke maatregelen ten gunste van aspergetelers

6

B1-151

Overige interventies

pm

B1-159

Andere

pm

B1-160

Restituties voor producten van de wijnbouwsector

47

B1-1610

Opslag van wijn en druivemost

52

B1-1611

Distillatie van wijn

262

B1-1612

Verplichte distillatie van bijproducten van de wijnbereiding

65

B1-1620

Technische kosten

1

B1-1621

Financiële kosten

pm

B1-1622

Andere kosten

18

B1-1623

Afschrijving van de voorraden

145

B1-163

Steun voor druivemost

148

B1-169

Andere

pm

B1-179

Andere

pm

B1-1850

Restituties voor rijst

44

B1-1851

Technische kosten van openbare opslag

21

B1-1852

Financiële kosten van openbare opslag

8

B1-1853

Andere kosten van openbare opslag

pm

B1-1854

Afschrijving van de voorraden

24

B1-1855

Restituties voor de productie van zetmeel, ook voor de bierbrouwerij

pm

B1-1859

Overige interventies

1

B1-189

Andere

pm

B1-2000

Restituties voor boter en butteroil

417

B1-2001

Restituties voor mageremelkpoeder

192

B1-2002

Restituties voor kaas

215

B1-2003

Restituties voor andere zuivelproducten

712

B1-2010

Particuliere opslag

pm

B1-2011

Technische kosten van openbare opslag

6

B1-2012

Financiële kosten van openbare opslag

5

B1-2013

Andere kosten van openbare opslag

-24

B1-2014

Afschrijving van de voorraden

75

B1-2020

Steun voor mageremelkpoeder bestemd voor vervoedering aan kalveren

359

B1-2021

Steun voor ondermelk bestemd voor vervoedering aan kalveren

21

B1-2024

Steun voor ondermelk gebruikt voor de productie van caseïne

279

B1-2029

Overige steun

pm

B1-2030

Particuliere opslag

32

B1-2031

Technische kosten van openbare opslag

pm

B1-2032

Financiële kosten van openbare opslag

pm

B1-2033

Andere kosten van openbare opslag

-21

B1-2034

Waardevermindering van de voorraden

7

B1-204

Andere maatregelen voor botervet

565

B1-205

Interventies voor andere zuivelproducten

93

B1-2066

Premies voor de definitieve beëindiging van de melkproductie

6

B1-2069

Overige maatregelen

pm

B1-2071

Extra heffing

-90

B1-2090

Vergoedingen voor de niet-toewijzing van melkquota

pm

B1-2099

Andere

9

B1-210

Restituties voor rundvlees

774

B1-2110

Particuliere opslag

pm

B1-2111

Technische kosten van openbare opslag

110

B1-2112

Financiële kosten van openbare opslag

14

B1-2113

Andere kosten van openbare opslag

-109

B1-2114

Waardevermindering van de voorraden

47

B1-2127

Programma voor de verplichte slachting van runderen

10

B1-2128

Premies voor het vroegtijdig slachten van kalveren

37

B1-219

Andere

pm

B1-221

Interventies in de vorm van opslag van schapen- en geitenvlees

4

B1-2220

Premies per ooi en per geit

1 628

B1-229

Andere

pm

B1-2300

Restituties voor varkensvlees

142

B1-2301

Interventies voor varkensvlees

23

B1-2302

Buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt

25

B1-2310

Restituties voor eieren

14

B1-2311

Restituties voor slachtpluimvee

84

B1-239

Andere

pm

B1-259

Andere

pm

B1-261

Interventies voor visserijproducten

25

B1-269

Andere

pm

B1-370

Goedkeuring van de rekeningen over de voorgaande begrotingsjaren

-400

B1-390

Agro-monetaire steun

181

B1-2129

Overige interventies

pm

B1-109

Andere

pm

B1-1060

Het uit de productie nemen van bouwland gekoppeld aan steun per hectare

1 257

B1-3010

Granen en rijst

57

B1-3011

Suiker en isoglucose

236

B1-3012

Magere melk en andere zuivelproducten

152

B1-3013

Boter

87

B1-3014

Eieren

5

B1-3019

Andere landbouwproducten

pm

B1-309

Andere

pm

Totaal

11 193

Uitgaven betreffende directe steun (herzien GLB)

B1-1055

Toeslag voor durumtarwe

1 016

B1-110

Restituties voor suiker en isoglucose

1 239

B1-130

Productiesteun voor gedroogde voedergewassen

317

B1-131

Steun voor peulvruchten

72

B1-1400

Productiesteun voor vezelvlas

61

B1-1402

Productiesteun voor hennep

21

B1-171

Premies voor tabak

992

B1-180

Zaaizaad

93

B1-2120

Premies voor zoogkoeien

1 582

B1-2121

Aanvullende premies voor zoogkoeien

91

B1-2122

Speciale premies

1 435

B1-2123

Seizoencorrectiepremies

36

B1-2124

Verwerkingspremies voor jonge stierkalveren

24

B1-2221

Forfaitaire premies voor ooien en geiten in probleemgebieden en bergstreken

378

B1-1040

Steun voor de producenten van maïs (basisareaal maïs)

444

B1-1041

Steun voor de producenten van granen, behalve basisareaal maïs

2 079

B1-1042

Steun voor de producenten van kool- en raapzaad, zonnebloemzaad en sojabonen

18

B1-1043

Steun voor de producenten van erwten, tuin- en veldbonen en nietbittere lupinen

18

B1-1044

Steun voor de producenten van lijnzaad (ander dan vezelvlas)

pm

B1-1050

Steun voor de producenten van maïs (basisareaal maïs)

794

B1-1051

Steun voor de producenten van granen, behalve basisareaal maïs

7 551

B1-1052

Steun voor de producenten van kool- en raapzaad, zonnebloemzaad en sojabonen

2 363

B1-1053

Steun voor de producenten van erwten, tuin- en veldbonen en nietbittere lupinen

607

B1-1054

Steun voor de producenten van lijnzaad (ander dan vezelvlas)

138

B1-1210

Productiesteun

2 025

B1-1211

Maatregelen in verband met de productie

40

B1-141

Steun voor katoen

774

B1-1858

Steun per hectare

95

B1-2126

Buitengewone marktondersteuningsmaatregelen

331

B1-1508

Bananen

233

B1-2125

Premies voor extensivering

742

Totaal

25 609

Uitgaven betreffende structurele maatregelen

B1-1509

Overige interventies

30

B1-164

Premies voor definitieve stopzetting van de wijnbouw op met wijnstokken beplante oppervlakten

58

B1-181

Hop

13

B1-184

Tafelolijven

1

B1-1504

Specifieke maatregelen ten gunste van hazelnoottelers

14

B1-1505

Maatregelen voor de sanering van de productie

28

B1-1507

Dopvruchten

81

B1-1062

Vijfjarenregeling inzake het uit de productie nemen van bouwland

pm

B1-254

Bijzondere steun aan de bijenteelt

15

B1-500

Begeleidende maatregelen (oude regeling)

20

B1-5010

Vervroegde uittreding

275

B1-5011

Milieu

1 853

B1-5012

Bebossing

449

B1-509

Andere

pm

B1-253

Bestrijding van besmettelijke dierziekten

pm

Totaal

2837

Uitgaven betreffende de kwaliteit en de bevordering van de afzet van landbouwproducten

B1-300

Restituties voor granen die worden uitgevoerd in de vorm van bepaalde alcoholhoudende dranken

13

B1-1220

Consumptiesteun

40

B1-175

Communautair Fonds voor onderzoek en informatie

8

B1-1856

Subsidies voor de levering aan Réunion

8

B1-310

Verstrekking van landbouwproducten aan de hulpbehoevenden in de Gemeenschap

200

B1-3110

Restituties voor in het kader van voedselhulp geleverde granen

16

B1-3111

Restituties voor in het kader van voedselhulp geleverde rijst

17

B1-3112

Restituties voor in het kader van voedselhulp geleverde suiker

4

B1-3113

Restituties voor in het kader van voedselhulp geleverde zuivelproducten

13

B1-3119

Overige restituties

pm

B1-312

Schoolmelk

107

B1-313

Consumptiesteun voor boter voor ontvangers van sociale bijstand

8

B1-314

Gratis verstrekking van groenten en fruit

17

B1-319

Andere

pm

B1-3210

Voorziening

10

B1-3211

Overige maatregelen

35

B1-3220

Voorziening

24

B1-3221

Overige maatregelen

16

B1-3230

Voorziening

91

B1-3231

Overige maatregelen

15

B1-3240

Voorziening

5

B1-3241

Overige maatregelen

19

B1-3250

"Visserijprogramma" voor de ultraperifere gebieden

15

B1-329

Andere

pm

B1-3600

Controle- en preventiemaatregelen Betalingen door de lidstaten

15

B1-3601

Controle- en preventiemaatregelen Rechtstreeks door de Europese Unie betaalde bedragen

13

B1-3800

Afzetbevordering Betalingen door de lidstaten

63

B1-3801

Afzetbevordering Rechtstreeks door de Europese Unie betaalde bedragen

29

B1-399

Andere

pm

Totaal

801

(1)() PB C 331 van 7.12.1993, blz. 1.
(2)() PB C 20 van 20.01.1997, blz. 81.
(3)() PB C 150 van 19.5.1997.
(4)() PB C 286 van 22.09.1997.
(5)() Notulen van de vergadering van 2.04.1998.
(6)() Notulen van de vergadering van 29.05.1998.
(7)() Uitgaven die gedaan zijn uit hoofde van Verordening 2078/92 (betreffende Landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer); PB L 215 van 30.07.1992, blz. 85.
(8)() Uitgaven die gedaan zijn uit hoofde van Verordening 2079/92 (tot instelling van een communautaire steunregeling voor vervroegde uittreding in de landbouwsector); PB L 215 van 30.07.1992, blz. 91.
(9)() Uitgaven die gedaan zijn uit hoofde van Verordening 2080/92 (tot instelling van een communautaire steunregeling voor bosbouwmaatregelen in de landbouw); PB L 215 van 30.07.1992, blz. 96.
(10)() Zoals aangekondigd door commissaris Fischler op de gezamenlijke vergadering van de Begrotingscommissie en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming in Straatsburg op 16.7.1996.


 B. TOELICHTING

1. Achtergrond

1. De ad hoc procedures hebben dit jaar betrekking op drie gebieden: de landbouw, de visserijovereenkomsten en het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Deze procedures behelzen een geformaliseerd overleg tussen de twee takken van de begrotingsautoriteit(1) over verplichte en andere uitgaven. Wanneer de Raad of het Parlement wil afwijken van de voorgestelde kredieten voor deze beleidsterreinen in het voorontwerp van begroting van de Commissie kan een van beide of kunnen beide instellingen verzoeken om de opening van een ad hoc procedure. Aangezien het Parlement minder invloed heeft op verplichte dan op niet-verplichte uitgaven heeft het sinds de instelling van de procedure steeds om de ad hoc procedure over de landbouwuitgaven verzocht.

2. De ad hoc procedure op het gebied van de landbouw

2. De ad hoc procedure over de landbouwuitgaven is gebaseerd op het Interinstitutioneel Akkoord van 29 oktober 1993. In de loop der jaren is de Raad zich steeds meer gaan interesseren voor de standpunten van het Parlement omdat hij heeft ingezien dat dit voordelen voor de Raad oplevert. Door akkoord te gaan met een aantal wensen van het Parlement op het gebied van de verplichte uitgaven kon de Raad bepaalde concessies van het Parlement vragen op het gebied van de nietverplichte uitgaven. Als de belangen van beide instellingen gelijk liggen kan er veel bereikt worden, zoals bleek uit de ad hoc procedure in 1997 (voor het begrotingsjaar 1998). In dit document gaat de rapporteur in op bepaalde uitgaven die door de Raad als verplicht, maar door de rapporteur als nietverplicht worden beschouwd. Desondanks moeten zij ook deel uitmaken van de ad hoc procedure over de landbouwuitgaven.

3. In 1997 werd er een nieuw element aan de procedure toegevoegd met het akkoord tussen de Raad, de Commissie en het Parlement, volgens welk de Commissie een Nota van wijzigingen op haar voorontwerp van begroting op het terrein van de landbouwuitgaven zou indienen na de termijn die is vastgelegd in het Financieel Reglement. Deze Nota van wijzigingen, waarin de ramingen van de Commissie van de landbouwuitgaven voor 1998 werden bijgesteld, werd eind oktober 1997 ingediend. Door deze procedure wordt het risico van te hoge ramingen verminderd. Juist vanwege die te hoge ramingen in de afgelopen tien jaar pleitte het Parlement voor een reserve ten behoeve van de landbouwuitgaven.

3. Elementen voor de ad hoc procedure 1999

4. Uit de ontwikkelingen in 1997 is gebleken dat de ramingen nog steeds een moeilijke zaak zijn. In haar voorontwerp van begroting voor 1997 dacht de Commissie 42,305 miljard ecu nodig te hebben voor de landbouwuitgaven. Uiteindelijk bleek er een bedrag van 40,675 miljard ecu, oftewel 96,1% van het geschatte bedrag nodig. In haar Nota van wijzigingen inzake de begroting 1998 van eind oktober 1997 raamde de Commissie de behoeften op 41,368 miljard ecu. maar in haar bijgestelde raming van januari 1998 meent zij dat 40,596 miljard ecu voldoende is. Dat is 1,9% (oftewel 772 miljoen ecu!) minder. Deze cijfers geven geen volledig beeld aangezien hierachter de verschillen tussen oorspronkelijke ramingen en uitgaven per lijn schuilgaan. Tekorten op één lijn worden dan gecompenseerd door overschotten op andere lijnen.

5. Toch lijkt het nog steeds nuttig om te beschikken over een reserve voor onzekere marktontwikkelingen, in ieder geval tot de hervormingen van Agenda 2000, als is gebleken dat de geraamde uitgaven de werkelijke uitgaven dicht benaderen. De rapporteur stelt derhalve voor dat het Parlement aandringt op een reserve voor onzekere marktontwikkelingen.

6. De rapporteur is van mening dat een andere nomenclatuur voor de landbouwuitgaven een betere beoordeling kan geven van het GLB en de ontwikkeling hiervan in de periode 2000-2006.

7. De landbouwuitgaven kunnen volgens de rapporteur in de volgende categorieën worden onderverdeeld:

1) Uitgaven met betrekking tot de marktorganisaties (traditioneel GLB)

2) Uitgaven met betrekking tot directe steun (herzien GLB)

3) Uitgaven met betrekking tot de structuurmaatregelen

4) Uitgaven met betrekking tot de kwaliteit en de bevordering van de afzet van landbouwproducten.

De rapporteur denkt dat het nuttig is om hierover een discussie te openen.

8. Classificatie. De rapporteur heeft geen enkele verbetering of verandering in de opstelling van de Raad bemerkt, maar anderzijds openen bepaalde voorstellen van de Commissie over Agenda 2000 nieuwe perspectieven. Daarom stelt de rapporteur voor het standpunt van het Parlement van afgelopen jaar opnieuw naar voren te brengen en de Raad tot een dialoog uit te nodigen.

9. Rechtsgrondslag. De rapporteur heeft geconstateerd dat de Commissie in het voorontwerp van begroting net zoals in voorgaande jaren de effecten van alle voorstellen die nog niet door de Raad zijn goedgekeurd heeft opgenomen. De nog niet goedgekeurde wetgeving behelst een bedrag van 295,2 miljoen euro.

Bij de indiening van de Nota van wijzigingen wordt het niveau van de reserve aangepast (tot nul indien alle voorstellen worden goedgekeurd) al naargelang de besluiten van de Raad.

10. Ongeveer een half jaar geleden heeft de Commissie een "verslag" ingediend over de toepassing van de verordening betreffende milieumaatregelen in de landbouw(2). Dit verslag heeft lang op zich laten wachten. Volgens artikel 10, lid 2 van Verordening 2078/92(3) over milieumaatregelen in de landbouw moest het verslag drie jaar na de datum van inwerkingtreding in de lidstaten worden ingediend. Maar aangezien het om een verordening gaat zijn de maatregelen direct van toepassing in de lidstaten en had het verslag derhalve medio 1995 ingediend moeten worden. Het verslag heeft dus een vertraging van 2,5 jaar opgelopen. Ernstiger is nog dat de Commissie in het voorwoord van het verslag toegeeft dat "dit verslag [...[ echter geen evaluatie [is[ en [...[ niet tot doel [heeft[ een gedetailleerde analyse van het effect van de verschillende milieuprogramma's voor de landbouw te geven." Feitelijk is het verslag een interessante inleiding in de betrokkenheid van de Gemeenschap bij de verordening maar het geeft geen inzicht in hoe het geraamde bedrag van 2,455 miljard ecu (over de jaren 1993-1997) is besteed en of de doelstellingen van de verordening zijn bereikt.

11. De rapporteur sluit de mogelijkheid niet uit dat een aantal programma's wellicht niet de toets der kritiek kan doorstaan en dat een deel van de betrokken middelen op onvoldoende gemotiveerde wijze is besteed. Voordat er nog meer geld aan deze verordening en aan andere begeleidende maatregelen krachtens Verordeningen 2079/92 (tot instelling van een communautaire steunregeling voor vervroegde uittreding in de landbouwsector)(4) en 2080/92 (tot instelling van een communautaire steunregeling voor bosbouwmaatregelen in de landbouw)(5) wordt besteed zou de Commissie een volwaardig evaluatieverslag moeten indienen over de wijze van uitvoering van deze verordeningen door de lidstaten, de bijdragen van de lidstaten, en de doeltreffendheid van de projecten. Begrotingslijn B1-3601 ("Controle- en preventiemaatregelen - Rechtstreeks door de Europese Unie betaalde bedragen" stelt de middelen ter beschikking voor een dergelijke evaluatie. De voorgestelde kredieten zouden tot de indiening van een dergelijk verslag, ten minste voor een gedeelte, in de algemene reserve moeten worden opgenomen.

12. Duurzame landbouw. In zijn resolutie in eerste lezing van de begroting 1998 heeft het Parlement er bij de Commissie op aangedrongen "te blijven streven naar het totstandbrengen van een duurzame landbouw en ten spoedigste over te gaan tot de indiening van voorstellen voor codes van goede landbouwpraktijken, overeengekomen operationele milieunormen en indicatoren, maatregelen ter uitvoering van de beginselen dat preventieve actie moet worden ondernomen en dat als prioriteit mogelijke schade aan het milieu aan de bron moet worden voorkomen"(6). De rapporteur is van mening dat de benadering van de Commissie van duurzame landbouw te vrijblijvend is ten aanzien van de lidstaten. Maatregelen op dit gebied kunnen natuurlijk het beste worden genomen via bepalingen in de landbouwverordeningen zelf maar deze vallen buiten het bestek van de ad hoc procedure. De Commissie kan echter wel doen wat het Parlement in zijn resolutie heeft gevraagd. Door dergelijke codes voor goede landbouwmethoden en operationele milieu-indicatoren op te stellen zou de Commissie een uiterst nuttige rol kunnen spelen als stimulator op dit gebied.

13. Rampen. De recente rampen, veroorzaakt door het uitbreken van BSE en de varkenspest, hebben geresulteerd in enorme kosten voor de EU-begroting. De Commissie becijfert de totale kosten voor de EU-begroting van de BSE-crisis op 4,3 miljard ecu en van de varkenspest op 0,5 miljard ecu. De betrokken lidstaten hebben bijgedragen in een kleiner deel van de kosten maar desalniettemin is er een enorme claim op de Europese belastingbetaler gelegd. Volgens de rapporteur zouden boeren, boerenorganisaties en de nationale Ministeries van Landbouw er verstandig aan doen een verzekeringsfonds op te richten om zich te beschermen tegen nieuwe rampen ten gevolge van dierziekten. De EG kan de oprichting van een dergelijk verzekeringsfonds steunen en de rapporteur stelt daarom voor voor dit doel een begrotingslijn te creëren.

14. Fraude. De Begrotingscommissie heeft het amendement van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling overgenomen inzake een verlaging van het bedrag op begrotingslijn B1-3601 ("Controle- en preventiemaatregelen. Rechtstreeks door de Europese Unie betaalde bedragen") met 3 mio Euro toot 10 mio Euro. Er moet echter een bedrag van 20 mio Euro in de reserve geplaatst worden als extra bedrag. De extra kredieten zullen waarschijnlijk de groeiende vraag naar middelen uit deze lijn gedurende het begrotingsjaar dekken. De kredieten zijn echter voor een gedeelte in de reserve geplaatst, en worden gedeblokkeerd na indiening van een evaluatieverslag, dat een werkprogramma voor toekomstige acties moet inhouden.

15. Compensatie van verliezen ten gevolge van de invoering van de Euro. De Begrotingscommissie heeft tevens het amendement van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling overgenomen inzake het creëren van een nieuwe lijn (B1-391N) voor de compensatie van verliezen ten gevolge van de invoering van de Euro. Aangezien de hoogte van deze compensatie nog niet duidelijk is worden er nog geen voorstellen voor vastleggingen gedaan.

4. Visserij

16. Evenals in voorgaande jaren heeft de permanente rapporteur voor het visserijbeleid in de Begrotingscommissie, mevrouw Jöns, een werkdocument opgesteld waarin de situatie van de internationale visserijovereenkomsten in 1998 wordt behandeld en de ramingen van de Commissie voor 1999 zoals gepresenteerd in het voorontwerp van begroting onder de loep genomen (PE 226.687).

17. Zij heeft gecontroleerd of de door de Commissie in het VOB voorgestelde bedragen voor elke bestaande overeenkomst overeenstemt met de financiële toewijzing die is overeengekomen in de wetgevingsprocedure. Tevens heeft zij nagegaan of de specificatie van de bedragen die op de lijn worden ingeschreven en de bedragen die in de reserve worden opgenomen (B0-40) in overeenstemming zijn met de gedragscode die eind 1996 door de drie instellingen is aangenomen. Een laatste aspect dat nader bekeken moet worden heeft betrekking op het gebruikelijke "vangnet" dat beschikbaar is gesteld voor nieuwe overeenkomsten en op het flexibele deel van lopende overeenkomsten.

18. Deze evaluatie is uitgevoerd op basis van directe contacten met DG XIX en XIV en, waar nodig, door gebruikmaking van de vertrouwelijke-mededelingenprocedure die het afgelopen jaar in gang is gezet.

19. Gezien de resultaten van deze contacten kunnen de algemeen rapporteur voor de begroting 1999 en de permanente rapporteur voor het visserijbeleid, rekening houdend met het advies van de Commissie visserij, bevestigen dat ook voor de internationale visserijovereenkomsten de ad hoc procedure moet worden geopend, en wel op basis van de volgende voorstellen:

- overheveling van 0,5 mio euro aan vastleggings- en betalingskredieten (betreffende de overeenkomst met Gambia, waarover de onderhandelingen zijn opgeschort) naar de reserve (B0-40), zoals overeengekomen met DG XIV; (het EP is van mening dat het totaalbedrag van de reserve niet overeenstemt met redelijke prognoses en hecht zijn goedkeuring aan een verlaging zoals aangegeven in de bijlage);

- instemming met opneming van het resterende bedrag dat de Commissie heeft voorgesteld op begrotingslijn B7-8000, op voorwaarde dat de Commissie en de Raad tijdig de noodzakelijke gegevens verschaffen op grond waarvan het Parlement zijn advies kan opstellen over de verlenging van de visserijprotocollen met de Comoren, Gabon en Madagaskar, vóórdat er budgettaire besluiten worden genomen; zo niet dan worden de betreffende bedragen in de reserve opgenomen (B0-40);

- opschorting van elk besluit over de voorgestelde bedragen die in de reserve (B0-40) worden opgenomen, in afwachting van de door DG XIV van de Commissie toegezegde meest recente informatie over de stand van de lopende onderhandelingen en de indiening van een nieuw voorstel in de Nota van wijzigingen (verwacht in het komend najaar), waarin de oorspronkelijk geraamde bedragen verlaagd zullen worden.

20. Deze voorstellen zijn geformuleerd op grond van de toezeggingen van de directeur-generaal van DG XIV om tegen september bijgewerkte ramingen voor de bedragen die in de reserve B0-40 worden opgenomen voor te leggen en de mogelijkheid van een verlaging van deze cijfers al naargelang de stand van de onderhandelingen.

21. Zoals reeds gezegd in het werkdocument van mevrouw Jöns (PE 226.687), wijst de algemeen rapporteur erop dat in geval van nieuwe overeenkomsten waarover de onderhandelingen al enige tijd lopen maar nog niet afgesloten zijn op het moment van de goedkeuring van het VOB, er vanuit een strikt en uitsluitend budgettair gezichtspunt gezien geen kredieten mogen worden opgenomen in de begroting. Daarna moet de Commissie, wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten en de overeenkomst is goedgekeurd, de begrotingsautoriteit óf een Nota van wijzigingen (indien mogelijk met een tijdschema en de beschikbare middelen) óf een Gewijzigde en aanvullende begroting voorleggen.

5. Het Interinstitutioneel akkoord over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

22. Het interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over bepalingen betreffende de financiering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid(7) is gebaseerd op de volgende principes:

Uitgaven voor het GBVB:

- komen ten laste van de begroting van de Europese Gemeenschappen;

- worden behandeld als niet-verplichte uitgaven;

- worden uitgevoerd op basis van overeenstemming tussen de drie instellingen, eventueel via de ad hoc overlegprocedure indien één van de instellingenvoornemens is af te wijken van het voorontwerp van begroting van de Commissie.

23. Hoewel in het Interinstitutioneel Akkoord is vastgehouden aan de classificatie van niet-verplichte uitgaven, vindt de besluitvorming over het GBVB plaats in de Raad, die beslist in zijn eerste lezing. Het Parlement heeft geen mogelijkheid om de ontwerpbegroting te amenderen of te beslissen over verzoeken tot overschrijving, aangezien er geen middelen in de reserve zijn opgenomen. De Commissie verricht interne overschrijvingen op verzoek van de Raad. In het akkoord wordt echter een soort budgettaire medebeslissingsprocedure ingevoerd via een ad hoc overlegprocedure die wordt ingeleid op verzoek van de Raad of het Parlement als een van deze instellingen voornemens is af te wijken van het VOB. De ad hoc procedure moet afgerond zijn vóór de eerste lezing van de Raad.

24. Daarentegen biedt het Interinstitutioneel Akkoord meer transparantie voor het Parlement dankzij de jaarlijkse formele raadpleging, tijdens welke de Raad de belangrijkste richtsnoeren voor het GBVB en de financiële implicaties daarvan voorlegt. Bij elk besluit over GBVB-uitgaven moet de Raad een financieel memorandum voorleggen volgens het model dat het Parlement tijdens de procedure 1998 heeft voorgesteld. Tenslotte licht de Commissie het Parlement in over de uitvoering van GBVBoptredens.

6. Het GBVB in het voorontwerp van begroting 1999

25. De door de Commissie voorgestelde nomenclatuur voor het hoofdstuk betreffende het GBVB (B8-0) volgt niet precies die van paragraaf G van het Interinstitutioneel Akkoord, in het bijzonder:

- de omschrijving van B8-010 noemt niet de organisatie van verkiezingen

- de omschrijving van B8-014 luidt Voorbereidende werkzaamheden in plaats van Bijdragen aan internationale conferenties.

26. Volgens dezelfde paragraaf mogen de kredieten die worden ingeschreven op het artikel voor noodmaatregelen (dat als een reserve beschouwd moet worden) niet meer dan 20% van het totale kredieten van het GBVB-hoofdstuk van de begroting bedragen.

27. Het door de Commissie voorgestelde bedrag voor lijn B8-015 komt met 6 miljoen euro op een totaal van 30 miljoen overeen met dit maximumbedrag. De toelichting bij dit artikel, "dit krediet dient ter dekking van de financiering van onvoorziene acties waartoe in de loop van het begrotingsjaar kan worden besloten en die met spoed moeten worden uitgevoerd", geeft de Commissie teveel speelruimte en schept geen mogelijkheid voor voorafgaande informatie aan of controle door het Parlement over deze uitgaven.

7. De ad hoc procedure op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid

28. Op grond hiervan kan het Parlement verzoeken de ad hoc procedure toe te passen. Het overleg moet gericht zijn op:

- verlaging van het bedrag dat in het VOB voor noodmaatregelen is voorgesteld en verdeling hiervan over de andere acties die overeenstemmen met de prioriteiten van het Parlement (vastgesteld in overleg met het Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid);

- wijziging van de nomenclatuur overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord en door het Parlement aangenomen resoluties, alsook eerdere verzoeken.

3 juni 1998

(1)() Hoewel steeds in aanwezigheid van de Commissie.
(2)() "Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de toepassing van Verordening (EEG) nr. 2078/92 betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer", COM(97)0620 def., 4.12.1997.
(3)() Verordening van de Raad (EEG) nr. 2078/92 van 30.6.1992 betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer, PB L 215, van 30.7.1992, blz. 85 t/m 90.
(4)() PB L 215 van 30.07.1992, blz. 91.
(5)() PB L 215 van 30.07.1992, blz. 96.
(6)() Vergadering van het Parlement van 23.10.1997.
(7)() PB C 286 van 22.09.1997.


 ADVIES

(artikel 147 van het Reglement)

aan de Begrotingscommissie

inzake de procedure ad hoc ter financiering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) - Ontwerpbegroting 1999, titel B8-0 (verslag-Dührkop Dührkop)

Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid

Rapporteur voor advies: Marlene Lenz

PROCEDURE

De Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid benoemde op haar vergadering van 4 februari 1998 mevrouw Lenz tot rapporteur voor advies.

Zij behandelde het ontwerpadvies op haar vergaderingen van 28 april, 26 mei en 3 juni 1998.

Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met algemene stemmen haar goedkeuring aan de conclusies ervan.

Aan de stemming namen deel: de leden Mendiluce Pereiro, waarnemend voorzitter; Lenz, rapporteur voor advies; Aelvoet, Bianco, Caligaris (verving La Malfa), Cohn-Bendit, Frischenschlager (verving Bertens), Günther (verving Gomolka), Mutin, Newens, Pettinari (verving Speciale) en Tindemans.

1. De bedragen op en de omschrijving van de afzonderlijke begrotingslijnen in onderafdeling B8 vloeien voort uit het Interinstitutioneel Akkoord inzake de financiering van het GBVB in het kader van het Verdrag van Amsterdam. Zij zijn in deze vorm voor het eerst gebruikt in de begroting 1998 met een totaalbedrag van 30 miljoen ecu.

2. Titel B8 is bestemd voor de financiering van gemeenschappelijke optredens van de Raad in het kader van het GBVB. De ervaring van de jaren 1997 en 1998 leert dat het totaalbedrag van 30 miljoen ecu adequaat is en voldoende om overeengekomen en te verwachten maatregelen te financieren (zie bijlage over de uitvoering van titel B8 in 1997 en 1998).

Voor 1999 stelt de Commissie binnen deze titel slechts geringe verschuivingen voor tussen de afzonderlijke begrotingslijnen.

(zie tabel 1)

B8-010 Steun aan de democratische overgang en de verkiezingsprocessen

Verlaging van 5 tot 3 mln ecu

De verkiezingen in Bosnië en Herzegowina in september 1998 vormen hier het zwaartepunt, zodat deze maatregel eind 1998 zal zijn afgerond. Voor 1999 zijn op dit moment geen andere maatregelen te verwachten.

B8-011 Speciale gezanten van de Europese Unie

Ongewijzigd 5 mln ecu

Gefinancierd worden momenteel maatregelen van de volgende speciale gezanten:

- AJELLO voor het gebied van de Grote Meren in Afrika

- MORATINOS voor het vredesproces in het Nabije Oosten

- VASCONCELOS voor Kongo (voormalig Zaïre)

- ERIKSON voor maatregelen gericht op terreurbestrijding in Palestina.

De bemiddeling van F. GONZALEZ in het conflict in Kosovo zou onder deze rubriek vallen.

Omdat ook het Europees Parlement steeds vaker een speciaal gezant als adequaat middel voor Europese conflictpreventie en -beheersing voorstelt, zou kunnen worden gedacht aan een verhoging van deze begrotingslijn met 0,5 mln ecu, bij gelijktijdige vermindering in post B-015.

Speciale gezanten van de EU hebben niet alleen een diplomatieke taak maar moeten ook politiek zichtbaar zijn (visibility) in de tweede pijler als aanvulling op de vaak aanzienlijke financiële hulpmaatregelen ten laste van de eerste pijler.

B8-012 Ontwapening

Verhoging van 4,5 tot 5,750 mln ecu

Deze lijn heeft voornamelijk betrekking op maatregelen tegen antipersoneelmijnen. Eind 1997 is 8 miljoen ecu toegekend aan de "Mine Victims Appeal" van het Internationale Rode Kruis. In 1998 heeft de Raad nog geen besluiten genomen, wellicht gebeurt dit onder het Oostenrijkse voorzitterschap om verplichtingen aan te gaan voor de middelen voor 1998. De verhoging van de kredieten strookt met de prioriteiten van het Europees Parlement.

B8-013 Voorkoming van conflicten en steun aan vredesprocessen

Ongewijzigd 10 mln ecu

Betreft de financiering van het Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger in Bosnië-Herzegowina; ook is de speciale steun ten behoeve van de regering-Dodik in de Servische Republiek ten bedrage van 6 miljoen ecu uit deze begrotingslijn gefinancierd.

Uw rapporteur stelt voor de kredieten op deze begrotingslijn ook te gebruiken voor de ondersteuning van activiteiten in het kader van het Royaumont-proces voor stabiliteit en goed nabuurschap in Zuidoost-Europa. Er zij aan herinnerd dat de benoeming van de coördinator voor dit Royaumont-proces bij besluit van de Raad van 28 november 1997 een EU-initiatief was en dat het Europees Parlement actief bij dit proces is betrokken.

Daarom wordt voorgesteld het totale bedrag voor deze lijn te verhogen van 10 tot 11,5 mln ecu en dienovereenkomstig begrotingslijn B8-015 (noodmaatregelen) met 1,5 mln ecu te verlagen.

B8-014 Voorbereidende werkzaamheden

Verlaging van 0,5 tot 0,25 mln ecu

B8-015 Noodmaatregelen

Verhoging van 5 tot 6 mln ecu

Uw rapporteur stelt voor deze lijn van 6 mln tot 4 mln ecu te verlagen om op begrotingslijn B8-013 een bedrag van 1,5 mln ecu toe te voegen ten behoeve van het Royaumont-proces en op lijn B-011 een extra bedrag van 0,5 mln ecu voor speciale gezanten op te nemen.

Een verdere besnoeiing van deze reserve voor noodmaatregelen is volgens uw rapporteur niet opportuun.

3. Conclusies

Uw rapporteur steunt in beginsel het voorstel van de Commissie, die het totale bedrag voor onderafdeling B8-0 net als in 1998 heeft bepaald op 30 miljoen ecu en slechts in geringe verschuivingen tussen de diverse begrotingslijnen voorziet, vooral ten behoeve van maatregelen tegen antipersoneelmijnen.

De wijzigingen die ten opzichte van het voorstel van de Commissie worden voorgesteld, zijn een verhoging van het bedrag op begrotingslijn B8-013 (voorkoming van conflicten en steun aan vredesprocessen) met 1,5 mln ecu voor acties in het kader van het "Royaumont-proces voor stabiliteit en goed nabuurschap in Zuidoost-Azië" alsmede 0,5 mln ecu voor lijn B8-011 "Speciale gezanten" en een overeenkomstige verlaging van deze bedragen op begrotingslijn B8-015 (noodmaatregelen).

Daarom stelt de Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid de Begrotingscommissie voor de procedure ad hoc in te leiden en daarbij op adequate wijze te worden betrokken.

Tabel 1

Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Lijn

Omschrijving

Begroti ng 1998

VOB 1999

Versch il VOBbegrot ing

% vastl.

Voorst el rappor teur

Voorstel commissie

Toelichting

B8-010

Steun aan de democratische overgang en de verkiezingsprocessen

5,000

3,000

3,000

2,400

- 2,000

0,600

- 40,00 %

3,000

2,400

B8-011

Speciale gezanten van de Europese Unie

5,000

3,300

5,000

3,300

5,500

3800

door het EP vaak voorgesteld als passend instrument ter bemiddeling in conflicten

B8-012

Ontwapening

4,500

3,000

5,750

3,000

1,250

27,778 %

5,750

3,000

B8-013

Voorkoming van conflicten en steun aan vredesprocessen

10,000

8,000

10,000

8,000

11,500

9,500

daarvan 1,5 mln voor maatregelen in het kader van het Royaumont-proces

B8-014

Voorbereidende werkzaamheden

0,500

0,500

0,250

0,250

-0,250

-0,250

-50,00 %

0,250

0,250

B8-015

Noodmaatregelen

5,000

2,450

6,000

6,000

1,000

3,550

20,00 %

4,000

4,000

Totaal titel B8-0

30,000

20,250

30,000

22,950

0.00

2,700

0,00 %

30,000

22,950

23 juni 1998


 ADVIES

(artikel 147 van het Reglement)

aan de Begrotingscommissie

inzake de ad hoc-procedure voor de landbouwuitgaven (verslag-Dührkop Dührkop)

Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Rapporteur voor advies: Jan Sonneveld

PROCEDURE

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling benoemde op haar vergadering van 30 september 1997 de heer Sonneveld tot rapporteur voor advies.

Zij behandelde het ontwerpadvies op haar vergaderingen van 19/20 mei, 2/3 juni en 23/24 juni 1998.

Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met algemene stemmen bij 1 onthouding haar goedkeuring aan de conclusies ervan.

Aan de stemming namen deel: de leden Colino Salamanca, voorzitter; Happart en Graefe zu Baringdorf, ondervoorzitters; Sonneveld, rapporteur voor advies; Anttila, Böge (verving Schierhuber), Cabezón Alonso (verving Garot), Campos, Ephremidis (verving Querbes), Filippi, Fraga Estévez, Funk, Gillis, Görlach, Hallam, Hyland, Jové Peres, Keppelhoff-Wiechert, Kindermann, Kofoed, Mayer, Moretti (verving Farassino overeenkomstig artikel 138, lid 2 van het Reglement), des Places, Rosado Fernandes, Santini, Thomas en Wilson.

INLEIDING

Het voorontwerp van begroting 1999 werd op 29 april 1998 door de Commissie vastgesteld. Om redenen die verband houden met het tijdschema, uiteengezet in het advies inzake de richtsnoeren voor de begroting 1999 (1), zullen de commissies van het Parlement hun advies inzake de ontwerpbegroting in de eerste twee weken van september moeten uitbrengen. Dat betekent dat er na het zomerreces bijzonder weinig tijd overblijft om op de gebruikelijke wijze amendementen in te dienen. Daarom is de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling gevraagd haar amendementen in te dienen op het voorontwerp van begroting en de cijfers later gewoon aan te passen aan die van de ontwerpbegroting, mochten zich hier wijzigingen voordoen.

De afdeling van de begroting met betrekking tot de verplichte uitgaven wordt evenwel behandeld in het kader van de ad hoc-procedure als bedoeld in het tussen de Raad en het Parlement op 29 oktober 1993 gesloten Interinstitutioneel Akkoord over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure. De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling moet vóór 24 juni 1998 over deze afdeling stemmen, zodat de Begrotingscommissie uiterlijk op 25 juni 1998 haar verslag over de ad hoc-procedure in stemming kan brengen en het verslag op 1/2 juli 1998 aan de plenaire kan worden voorgelegd. Dit verslag zal een mandaat zijn voor de delegatie van het Parlement in de vergadering van overleg met de Raad op 17 juli 1998, de datum waarop de Raad de ontwerpbegroting moet vaststellen.

De overige afdelingen van de begroting, betreffende de niet-verplichte uitgaven, zullen iets later worden behandeld. De stemming in de Landbouwcommissie mag niet later plaatsvinden dan op 21/22 juli en deze amendementen kunnen dan worden bevestigd in de vergadering onmiddellijk na het zomerreces op 2/3 september (of eventueel op een speciale vergadering in Straatsburg op 14 september). Voor het geval de ontwerpbegroting afwijkt van het voorontwerp van begroting zullen de amendementen dienovereenkomstig worden aangepast. Het verschil zal echter waarschijnlijk alleen in de cijfers liggen en hopelijk zal het technisch gezien niet al te moeilijk zijn om met deze wijzigingen rekening te houden.

HET VOORONTWERP VAN BEGROTING 1999 - AFDELING GARANTIE

De Commissie stelt voor de landbouwkredieten te handhaven op het niveau van 1998, namelijk 40,44 miljard ecu, zijnde 37,843 miljard ecu voor marktuitgaven en rechtstreekse betalingen aan de sector en 2,597 miljard voor begeleidende maatregelen. Dat is in totaal 4,8 miljard ecu onder het landbouwrichtsnoer, dat 45,2 miljard ecu beloopt. De landbouwbegroting profiteert van een relatief gunstige wisselkoers $/ecu ($1 = 0,92 ecu). In 1998 bedroeg deze verhouding 0,85 ecu en in 1997 0,78 ecu.

De impact van de euro

De Commissie zegt van mening te zijn dat de invoering van de euro op 1 januari 1999 zeer beperkte budgettaire consequenties voor de begroting 1999 zal hebben. Het leeuwendeel van de uitgaven voor inkomenssteun in het kader van deze begroting zal nog in de laatste drie maanden van 1998 worden gedaan. Voorts verwacht de Commissie dat de kosten van de dubbele koersen in het kader van het agromonetaire systeem met de invoering van de euro omlaag zullen gaan. Daardoor blijft voldoende ruimte over voor eventuele aanvullende uitgaven als consequentie van de invoering van de euro. (De Commissie verlaagt de reserve in het kader van het agromonetaire systeem van 1000 miljoen ecu in de begroting 1998 tot 600 miljoen ecu in de begroting 1999. Daarnaast worden de middelen voor de agromonetaire compensatie verlaagd van 505 miljoen ecu in de begroting 1998 tot 181 miljoen ecu in de begroting 1999).

Schapenvlees

De Commissie stelt voor de betalingen voor deze sector voor 1999 met 597 miljoen ecu te verhogen, zulks als gevolg van de prijsdalingen in de voorgaande jaren.

Olijfolie

De Commissie stelt voor de uitgaven voor olijfolie iets te verlagen. Dat komt ten dele omdat de nadruk bij de steunverlening meer op inkomenssteun is komen te liggen. De besparingen als gevolg van de vermindering van de prijsondersteuning komen tot uitdrukking in de begroting 1999, terwijl de aanvullende uitgaven voor inkomenssteun vanaf 2000 in de begroting worden opgenomen.

Rundvlees

De Commissie stelt voor het budget voor rundvlees met 662 miljoen ecu te verlagen en wel vanwege de lagere exportrestituties voor de in het kader van de WTO toegestane maximumhoeveelheid (-245 miljoen ecu), lagere interventiekosten (-345 miljoen ecu) en lagere uitgaven voor de slachtregelingen in verband met BSE (-173 miljoen ecu). De "traditionele" premies worden verhoogd (+ 80 miljoen ecu).

Prijspakket

De voorstellen houden rekening met het prijspakket, wat 29 miljoen ecu extra zal kosten, en de voorstellen met betrekking tot vlas, wat tot een verlaging van de uitgaven met 40 miljoen ecu leidt.

De belangrijkste wijzigingen in vergelijking met 1998 zijn volgens de voorstellen van de Commissie:

In miljoen ecu

Akkerbouwgewassen

+101

Suiker

+27

Olijfolie

-69

Gedroogde voedergewassen en peulvruchten

+15

Vezelgewassen en zijderupsen

-14

Groenten en fruit

-54

Wijn

-10

Tabak

+5

Andere sectoren of plantaardige producten

+55

Melk en zuivelproducten

-118

Rundvlees

-662

Schapen- en geitenvlees

+597

Varkensvlees

-127

Overige maatregelen voor dierlijke producten

0

Andere producten dan in bijlage II

+5

Voedselprogramma's

-47

Programma's ten behoeve van de ultraperifere gebieden

+21,5

Fraude

-17

Goedkeuring van de rekeningen

-310

Afzetbevordering

-3

Andere maatregelen

-327

Begeleidende maatregelen

+317

De Commissie wijst erop dat de voorraden, ondanks een aanzienlijke stelselmatige devaluatie, fors zijn toegenomen en nu bij 2,2 miljard ecu liggen, bijna het niveau dat zij bereikten in 1992 ten tijde van de hervorming (2,6 miljard ecu). Een en ander is voornamelijk toe te schrijven aan de grote voorraden granen.

Er zij op gewezen dat deze ramingen en uitgaven alle veronderstellingen zijn en dat het begrotingsjaar pas over zes maanden begint. De beide takken van de begrotingsautoriteit zijn op het tripartiet overleg van 31 maart 1998 overeengekomen dat de Commissie haar prognoses zal bijstellen in een nota van wijzigingen in oktober 1998.

OPMERKINGEN VAN DE RAPPORTEUR VOOR ADVIES

Begrotingsvolume

De rapporteur voor advies zei al in een advies inzake de richtsnoeren, dat het niet correct lijkt om de landbouwbegroting te behandelen als een universele factor bij andere berekeningen. De extra uitgaven voor Midden- en Oost-Europa en het Middellandse-Zeegebied, en de verhogingen van de uitgaven voor intern beleid moeten in overeenstemming worden gebracht met de noodzaak van begrotingsdiscipline. Dat betekent voor de landbouwbegroting een nulgroei. De landbouwinkomens zijn in 1997 echter met gemiddeld 3 à 4% achteruit gegaan. Bij de vaststelling van de landbouwbegroting moet dan ook met deze specifieke zaken rekening worden gehouden. De prijsonderhandelingen zijn nog niet voltooid, maar de rapporteur voor het prijspakket, de heer Des Places, heeft voorstellen gedaan die ongeveer 300 miljoen ecu extra zullen kosten. Ook ten aanzien van de hervorming van de olijfolieregeling is nog geen besluit genomen. De rapporteur wil niet vooruitlopen op het standpunt van de Landbouwcommissie, maar laat de optie open dat de uitgaven in 1999 moeten worden verhoogd tot hetzelfde bedrag als in het voorontwerp van begroting 1998 werd voorgesteld, d.w.z. 40,987 miljard ecu (zonder de dollarreserve).

Geen lineaire verlagingen

De lineaire verlagingen die de Raad doorvoerde op de cijfers van de Commissie waren een voorbeeld van slecht begrotingsbeheer. Het is beter selectieve verlagingen door te voeren na onderzoek naar specifieke behoeften en uitgavenvereisten in de diverse sectoren. Dit probleem hield kennelijk verband met de wijze waarop de Commissie haar prognoses opstelde, wat onvermijdelijk veel vroeger gebeurde dan het begrotingsjaar in kwestie. De prognoses waren in het verleden aan de hoge kant. De indiening van een nota van wijziging in oktober, tezamen met veel exactere berekeningen van de behoeften, betekent dat de Commissie de kredieten niet te hoog behoeft te ramen om er zeker van te zijn dat zij over de middelen beschikt om de verplichte uitgaven te kunnen dekken. Het Parlement dient daarom elke door de Raad voorgestelde lineaire verlaging van de hand te wijzen.

Fraude

De Commissie zegt dat de uitgaven voor de fraudebestrijding met 17 miljoen ecu zullen worden verlaagd, maar dat zij de begrotingsautoriteit te zijner tijd om nieuwe middelen hiervoor denkt te vragen. Iedereen zal het belang van de fraudebestrijding inzien en daarom stelt de rapporteur voor om hiervoor 20 miljoen ecu in een reserve op te nemen. Het geld moet beschikbaar worden gesteld direct nadat de Commissie een evaluatie heeft gemaakt van de lopende programma's en aanbevelingen heeft gedaan voor een intensiever gebruik van de financiële middelen voor de fraudebestrijding.

Begeleidende maatregelen

De Commissie stelt voor de uitgaven voor begeleidende maatregelen in 1999 met meer dan 300 miljoen ecu te verhogen. De rapporteur wil erop wijzen dat er tot dusver nog geen evaluatie is gemaakt van deze maatregelen, hoewel er een "activiteitenverslag" is opgesteld over landbouw/milieumaatregelen en er een soortgelijk verslag is gemaakt voor de bosbouw. De rapporteurs voor deze thema's zijn de heer Iversen respectievelijk de heer Otila en de rapporteur voor dit advies wil niet vooruitlopen op hun adviezen of de conclusies van de Landbouwcommissie. De verslagen van de Commissie geven evenwel voldoende reden tot bezorgdheid over de doeltreffendheid van deze maatregelen. Het milieu-effect schijnt vrij gering te zijn, de bosbouwmaatregelen zijn vaak sporadisch en lukraak en de regelingen schijnen slechts in enkele landen te worden toegepast. Aan de andere kant zijn de hiermee gemoeide uitgaven bijzonder hoog. De Gemeenschap heeft tot dusver alleen al voor agro-milieu- en bosbouwmaatregelen 5,1 miljard ecu uitgegeven - een enorm bedrag dat moet worden uitgegeven zonder een behoorlijke evaluatie aan de begrotingsautoriteit.

Deze maatregelen zullen moeten worden vervangen door de voorstellen die in de Agenda 2000 worden gedaan. De rapporteur is er niet van overtuigd dat het Parlement de besteding van nog meer geld voor deze regeling in de loop van 1999 moet sanctioneren zonder een behoorlijke evaluatie (2) en meent derhalve dat de voorgestelde extra uitgaven (317 miljoen ecu) in een reserve moeten worden opgenomen, totdat meer duidelijkheid is verkregen omtrent de doeltreffendheid van deze regelingen.

Procedure

Uw rapporteur is van mening dat de begeleidende maatregelen niet als verplichte maatregelen mogen worden beschouwd. De uitgaven hiervoor houden geen verband met vroegere besluiten inzake prijsen inkomenssteun en zijn dan ook niet zoals de overige landbouwuitgaven verplicht. Volgens de nieuwe voorstellen van de Commissie zullen de uitgaven voor programma's als begeleidende maatregelen verder worden verhoogd in het kader van de nieuwe titel voor maatregelen op het gebied van de plattelandsontwikkeling. De betrokken maatregelen zijn vergelijkbaar met de maatregelen in het kader van de structuurfondsen. Tijdens de begrotingsprocedure 1999 dient de invloed van het Parlement met betrekking tot de uitgaven voor begeleidende maatregelen nader te worden gedefinieerd. Een en ander dient te zijn gebaseerd op het verschil tussen "oriëntatie"-maatregelen en "garantie"-maatregelen.

Indien dat het resultaat zou zijn van de onderhandelingen over de begroting 1999 tussen de beide takken van de begrotingsautoriteit dan zou de aanpassing van de landbouwuitgaven als gevolg van de voorstellen in de Agenda 2000 aanzienlijk worden vergemakkelijkt. De begrotingsprocedure dient nader te worden uitgewerkt in het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord (3).

De rapporteur wil erop wijzen dat de ad hoc-procedure met betrekking tot de verplichte uitgaven in 1998 goed heeft gewerkt en dat de uitbreiding ervan tot de tweede lezing van de Raad, met inbegrip van de indiening van een nota van wijzigingen (ingevolge een initiatief van de heren Tillich en Mulder) een nuttig effect heeft gehad. Het vroegtijdig waarschuwingssysteem maakt het mogelijk om de ramingen veel dichter bij het tijdstip waarop het geld wordt uitgegeven aan te passen. Een van de effecten van deze ontwikkeling is, dat er een toenemend belang is in de periode na de vaststelling van de ontwerpbegroting en niet zozeer in de periode daarvoor en men moet zich afvragen of het niet verstandig zou zijn de ad hoc-procedure te concentreren in de periode na de vaststelling van de ontwerpbegroting, d.w.z. in de periode waarin er het meest behoefte is aan een dialoog tussen de beide takken van de begrotingsautoriteit.

Het vraagstuk van een reserve

De Landbouwcommissie en de Begrotingscommissie kunnen afwijkende ideeën hebben waar het gaat om een algemene reserve. De Begrotingscommissie pleit al een aantal jaren voor een algemene reserve, hetgeen verband schijnt te houden met het feit dat de Commissie de kredieten gewoonlijk te hoog raamt. De afgelopen jaren waren de ramingen van de Commissie veel nauwkeuriger, voornamelijk als gevolg van de verschuiving bij de betalingen naar rechtstreekse betalingen die beter kunnen worden geraamd. In het licht van deze ontwikkeling gaat de Landbouwcommissie dan ook niet akkoord met de door de Begrotingscommissie voorgestelde benaderingswijze en sluit zich aan bij het standpunt van de Commissie dat een algemene reserve, die geen specifieke doelen dient, overbodig is. De Landbouwcommissie ziet de optie van een aanvullende begroting in de loop van het begrotingsjaar als een alternatieve mogelijkheid in het geval de middelen van de landbouwbegroting ontoereikend blijken te zijn.

De Landbouwcommissie beseft evenwel dat, wanneer er specifieke redenen aanwezig zijn, het nuttig kan zijn om geld in een reserve op te nemen. Indien de uitgaven lager zijn dan de prognoses of indien in de loop van het begrotingsjaar een grotere vraag kan worden verwacht of wanneer de details van het programma nog niet naar tevredenheid zijn uitgewerkt, zijn er legitieme gronden aanwezig om geld in een reserve op te nemen. Dit idee vond vorig jaar weerklank bij de Raad, toen deze 200 miljoen ecu als een voorlopig krediet opnam op begrotingslijn B0-40. De rapporteur had reeds voorgesteld 317 miljoen ecu voor begeleidende maatregelen en 20 miljoen ecu voor de fraudebestrijding in een dergelijke reserve op te nemen, in totaal dus 337 miljoen ecu.

De Landbouwcommissie zal aandacht besteden aan het idee van een algemene reserve en de discussies en eventuele nieuwe ideeën in de Begrotingscommissie op de voet volgen. In het licht van deze discussies zou de Landbouwcommissie kunnen besluiten een aanvullend amendement over het idee van een algemene reserve in te dienen.

CONCLUSIES

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Begrotingscommissie de volgende conclusies in haar verslag op te nemen:

1. is van mening dat geen lineaire verlagingen moeten worden doorgevoerd en dat nauwkeuriger ramingen en de indiening van een nota van wijziging op een zo laat mogelijk tijdstip het mogelijk moeten maken dat de begroting wordt aangepast aan de werkelijke behoefte in de loop van het begrotingsjaar en dat bij een tekort aan financiële middelen een aanvullende begroting moet worden ingediend om in de extra middelen te voorzien;

2. is daarnaast van mening dat de reserve B0-40, waarbij in tegenstelling tot de reserve voor marktonzekerheden de kredieten aan specifieke begrotingslijnen toegewezen blijven, gebruikt moet worden om een eventuele grotere vraag op een begrotingslijn in de loop van het begrotingsjaar 1999 te kunnen opvangen of voorwaarden te kunnen verbinden aan het gebruik van deze kredieten;

3. is van mening dat een bedrag moet worden opgenomen in de reserve B0-40 ter versterking van de fraudebestrijding en verzoekt de Commissie om een evaluatie en om plannen om de fraudebestrijding te intensiveren;

4. is van mening dat er bij ontstentenis van een evaluatie van de begeleidende maatregelen geen verdere gelden mogen worden vastgelegd, maar dat de voorgenomen uitgavenverhogingen moeten worden opgenomen in de reserve B0-40 totdat de impact van deze maatregelen is geëvalueerd;

5. is van mening dat de begeleidende maatregelen moeten worden beschouwd in het kader van de onderbrenging van alle verplichte uitgaven van het EOGFL onder de begrotingsbevoegdheid van het Europees Parlement en dat het Parlement bij de ontwikkeling van dit soort uitgaven een stem in het kapittel moet hebben;

6. is van mening dat op basis van het arrest van het Hof van Justitie uit 1995 de dialoog binnen de begrotingsautoriteit over de classificatie en indeling van de landbouwuitgaven met het oog op een nieuw Interinstitutioneel Akkoord moet worden voortgezet, in het bijzonder wat betreft de begrotingslijnen B1-5010 (vervroegde uittreding), B1-5011 (milieu) en B1-5012 (bosbouw); is tegelijkertijd van mening dat een dergelijk Akkoord waarin de classificatie en indeling van uitgaven geregeld dient te worden niet voor het einde van de begrotingsprocedure 1999 zal zijn gesloten en dat deze dialoog derhalve de ad hoc-procedure voor 1999 niet onevenredig mag belasten;

7. meent dat in het kader van hoofdstuk B2-51 "Totstandbrenging van de interne markt, controles en overige maatregelen op landbouwgebied" kredieten moeten worden opgenomen voor de preventie en controle van dierziekten om mogelijke toekomstige problemen in deze sector het hoofd te kunnen bieden; dringt erop aan dat het Europees Parlement inspraak krijgt in het gebruik van deze middelen;

8. onderschrijft het principe van een reserve voor onzekere marktontwikkelingen in Onderafdeling B1 die uitsluitend voor de landbouw bestemd is en die gevuld wordt op basis van de meest recente ramingen in de nota van wijzigingen; is dan ook van mening dat pas na de indiening van de nota van wijzigingen de bedragen voor deze reserve moeten worden vastgesteld; pleit voor de instelling van een procedure om de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling te betrekken bij overschrijvingsbesluiten betreffende het EOGFLGarantie uit een mogelijke reserve;

9. is van mening dat de uitkomst van de stemming van het Parlement over de landbouwprijzen voor het jaar 1998/1999 deel moet uitmaken van de ad hoc-procedure; wijst erop dat een eventuele wijziging van het percentage "set-aside" voor 1999 pas van invloed zal zijn op de begroting 2000;

10. is van mening dat een reserve voor begrotingslijnen zonder rechtsgrondslag rekening moet houden met de gewekte verwachtingen die voortvloeien uit de over de jaren gegroeide praktijk; benadrukt dan ook dat ongeacht de reserve de kredieten beschikbaar moeten worden gesteld op het moment dat de behoefte daartoe blijkt;

11. is van mening dat de ad hoc-procedure goed heeft gewerkt, in het bijzonder met de uitbreiding ervan tot de tweede lezing en de introductie van een nota van wijzigingen.

COMMISSIE LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING

VOORONTWERP VAN BEGROTING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VOOR HET BEGROTINGSJAAR 1999

(bedragen in miljoen ECU)

Amende ment

Post

Omschrijving

VOB 1999

Amend ement

Nieuw bedrag

Motivering

Verpl.

Bet.

Verpl.

Bet.

Verpl.

Bet.

1

B1-1014

Waardevermindering van de graanvoorraden

108

108

-

-

108

108

Verlenging van de geldende bepalingen inzake vochtgehalte (Goedgekeurd bij de behandeling van de prijsvoorstellen)

2

B1-1060

Het uit de productie nemen van bouwland gekoppeld aan steun per hectare

1 257

1 257

+15

+15

1 272

1 272

Compensatie van 75 ecu/ton voor het uit de productie nemen van bouwland voor niet voor de voeding bestemde producten (Goedgekeurd bij de behandeling van de prijsvoorstellen)

3

B1-1402

Productiesteun voor hennep

21

21

+7

+7

28

28

Steun voor hennep van 728,81 ecu/ha in plaats van 537,47 ecu/ha (Goedgekeurd bij de behandeling van de prijsvoorstellen)

4

B1-142

Zijderupsen

pm

pm

-

-

pm

pm

Steun van 150 ecu/doos in plaats van 133,26 ecu/doos (Goedgekeurd bij de behandeling van de prijsvoorstellen)

5

B1-2122

Speciale premies

1 435

1 435

-9

-9

1 426

1 426

Verwerping van voorstellen om het maximumbedrag van de premies in 1999 op het niveau van 1998 te handhaven en om de maximumbedragen voor mannelijke runderen voor Spanje en Portugal vanaf 1997 te verhogen (Goedgekeurd bij de behandeling van de prijsvoorstellen)

6

B1-2124

Verwerkingspremies voor jonge stierkalveren

24

24

+46

+46

70

70

Verlenging van de afwijking van het maximum van 90 dieren voor de nieuwe Duitse deelstaten (Goedgekeurd bij de behandeling van de prijsvoorstellen)

7

B1-2128

Premies voor het vroegtijdig slachten van kalveren

37

37

+124

+124

161

161

Verlenging van de premieregeling voor het vroegtijdig slachten en verwerken van kalveren (Goedgekeurd bij de behandeling van de prijsvoorstellen)

8

B1-3020N

Reserve voor onzekere marktontwikkelingen

pm

pm

pm

pm

Op te nemen reserve op basis van de meest recente prognoses in de Nota van wijzigingen

9

B1-3601N

Toezicht en preventieve maatregelen voor fraudebestrijding - Rechtstreekse betalingen door de Europese Unie

13

13

-3

-3

10

10

Extra kredieten ter dekking van de verwachte behoeften tijdens het begrotingsjaar

B0-40

B0-40

B0-40

B0-40

Inschrijving van kredieten in de reserve met het oog op een evaluatie van de programma's en van het werkprogramma met betrekking tot de projecten voor nieuwe programma's

+20

+20

20

20

10

B1-391N

Compensatie van verliezen als gevolg van de invoering van de euro

pm

pm

pm

pm

Standpunt van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

11

B1-5010

Begeleidende maatregelen - Vervroegde uittreding

275

275

-28

-28

247

247

Verhoging van de kredieten in de reserve in vergelijking met de begroting 1998, in afwachting van de evaluatie van de verordening

B0-40

B0-40

B0-40

B0-40

+28

+28

28

28

12

B1-5011

Begeleidende maatregelen - Milieu

1 853

1 853

-221

-221

1 632

1 632

Verhoging van de kredieten in de reserve in vergelijking met de begroting 1998, in afwachting van de evaluatie van de verordening

B0-40

B0-40

+221

+221

13

B1-5012

Begeleidende maatregelen - Bebossing

449

449

-68

-68

381

381

Verhoging van de kredieten in de reserve in vergelijking met de begroting 1998, in afwachting van de evaluatie van de verordening

B0-40

B0-40

+68

+68

(1)() PE 225.373/def.
(2)() In het advies van de heer Mulder in 1997 inzake de ad hoc-procedure (PE 222.478/def.) wordt de aandacht gevestigd op het belang van deze programma's en de Commissie gelaakt omdat zij niet de evaluaties heeft gemaakt waarom in verordeningen (EEG) nrs. 2078/92 en 2080/92 wordt gevraagd.
(3)() De heer Colom I Naval heeft ten behoeve van de Begrotingscommissie een werkdocument geschreven over het thema herziening van het Interinstitutioneel Akkoord (PE 225.524)


 ADVIES

(Artikel 147 van het Reglement)

aan de Begrotingscommissie

inzake de ad hoc procedure (verslag-Dührkop Dührkop)

Commissie visserij

Brief van de commissievoorzitter aan de heer Detlev SAMLAND, voorzitter van de Begrotingscommissie

Brussel, 24 juni 1998

Mijnheer de voorzitter,

Op haar vergadering van 24 juni 1998 behandelde de Commissie visserij bovengenoemd onderwerp(1).

In het kader van de ad hoc procedure lijkt het zinvol een tweede balans op te maken van de toepassing van de "gemeenschappelijke verklaring betreffende een betere informatieverschaffing aan de begrotingsautoriteit over visserijovereenkomsten" van 12 december 1996.

De Commissie visserij heeft geconstateerd dat de Commissie regelmatig een afschrift van de visserijovereenkomsten heeft toegestuurd nadat deze door de onderhandelaars waren geparafeerd. De toezending van het financieel memorandum heeft enige problemen opgeleverd die samenhingen met de interne procedures bij de Commissie.

De procedure inzake raadpleging van het Europees Parlement kon in diverse gevallen niet op tijd worden afgerond omdat de Raad het Parlement te laat om advies vroeg.

In het algemeen moet worden geconstateerd dat de Commissie geen enkele betaling heeft verricht voordat het Europees Parlement advies had uitgebracht.

Wat de inschrijving van de kredieten in het VOB 1999 betreft, lijkt de Commissie zich strikt te hebben gehouden aan de uitsplitsing van de kredieten als bedoeld in punt 1.a. van de gemeenschappelijke verklaring en in de conclusies van de ad hoc-procedure van juli 1997. Zij heeft namelijk voorgesteld om de bedragen die betrekking hebben op de overeenkomsten die vanaf het begrotingsjaar 1999 van kracht zullen zijn en waarover het Europees Parlement advies zal uitbrengen, in te schrijven op lijn B7-8000 en de bedragen die noodzakelijk zijn voor de te verlengen overeenkomsten of eventuele nieuwe overeenkomsten in de reserve te plaatsen.

De Commissie visserij is van mening dat de bedragen voor de overeenkomsten waarover de onderhandelingen nog niet zijn afgerond of waarover het Parlement op het moment waarop de eerste lezing van de begroting 1999 plaatsvindt, nog geen advies heeft uitgebracht, eveneens in de reserve moeten worden ingeschreven. Concreet gezien betekent dat op dit moment dat het bedrag aan vastleggingskredieten dat op lijn B7-8000 moet worden ingeschreven, 248.776 miljoen ecu beloopt (waarvan 224.322 miljoen ecu voor vigerende overeenkomsten en 4.458 miljoen ecu voor verlengde of nieuwe overeenkomsten in 1998). Het EP heeft nog geen documenten ontvangen over de overeenkomst met Gambia, en de adviezen over de overeenkomsten met de Comoren, Madagaskar, Gambia en de Guinese Republiek zullen uiterlijk in september worden uitgebracht. Voor de overeenkomsten waarover in 1999 opnieuw moet worden onderhandeld en de nieuwe overeenkomsten moet dus in totaal een bedrag van 42.075 + 0.500 (overeenkomst met Gambia) = 42.575 miljoen ecu in de reserve worden ingeschreven.

Deze bedragen zullen in de loop van de begrotingsprocedure moeten worden aangepast naar gelang van de resultaten van andere onderhandelingen en de raadpleging van onze instelling.

Met betrekking tot het bedrag van 24 miljoen ecu voor eventuele nieuwe, in 1999 te sluiten overeenkomsten herinnert de Commissie visserij eraan dat over diverse van deze overeenkomsten al sinds enkele jaren wordt onderhandeld. Volgens door de Commissie verstrekte informatie bestaat de reële mogelijkheid dat deze onderhandelingen in de loop van 1999 worden afgerond, behalve de onderhandelingen over de overeenkomst met Rusland.

Overeenkomstig punt 2 van de Verklaring moeten deze bedragen tijdens de ad hoc overlegprocedure worden bevestigd. Ingeval tijdens deze procedure wordt voorgesteld het bedrag van 24 miljoen ecu te verminderen met de kredieten die zijn voorzien voor de overeenkomst met Rusland, steunt de Commissie visserij dit voorstel.

De Commissie visserij hoopt dat de uitstekende samenwerking die bij de voorgaande begrotingsprocedures tussen onze commissies tot stand is gekomen kan worden voortgezet en verzoekt de Begrotingscommissie om in het kader van de ad hoc overlegprocedure rekening te houden met bovenstaande opmerkingen.

Hoogachtend,

Carmen FRAGA

Voorzitter

(1)() Aan de stemming namen deel: de leden Fraga Estévez, voorzitter; Kindermann, ondervoorzitter; Apolinário, rapporteur voor advies; d'Aboville, Baldarelli, Girão Pereira (verving Gallagher), Langenhagen, McCartin (verving Provan) en Olsson (verving Teverson).

Laatst bijgewerkt op: 12 mei 1999Juridische mededeling