Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2104(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0140/2009

Ingediende teksten :

A6-0140/2009

Debatten :

PV 01/04/2009 - 12
CRE 01/04/2009 - 12

Stemmingen :

PV 02/04/2009 - 9.22
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0215

Aangenomen teksten
PDF 148kWORD 96k
Donderdag 2 april 2009 - Brussel Definitieve uitgave
Nieuwe overeenkomst EU − Rusland
P6_TA(2009)0215A6-0140/2009

Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad van 2 april 2009 over de nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland (2008/2104(INI))

Het Europees Parlement ,

−   gezien de ontwerpaanbeveling aan de Raad, ingediend door Janusz Onyszkiewicz namens de ALDE-Fractie, inzake de betrekkingen tussen de EU en Rusland (B6-0373/2007),

−   gezien de overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds(1) , die op 1 december 1997 in werking is getreden en in 2007 zou afgelopen zijn, als ze niet automatisch verlengd werd,

−   gezien het besluit van de Raad van 26 mei 2008 om met de Russische Federatie in onderhandeling te treden over een nieuwe overeenkomst en de hervatting van deze onderhandelingen in december 2008,

−   onder verwijzing naar de doelstelling van de EU en Rusland, zoals omschreven in de gemeenschappelijke verklaring afgegeven na de Top van Sint Petersburg van 31 mei 2003, betreffende de invoering van een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een ruimte van samenwerking op het gebied van externe veiligheid, en een ruimte van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van culturele aspecten, en gezien de daartoe inmiddels vastgestelde draaiboeken,

−   gezien de op 25 mei 2006 gesloten overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Russische Federatie inzake de versoepeling van de afgifte van visa aan burgers van de Europese Unie en de Russische Federatie(2) ,

−   gezien het op 17 december 1991 ondertekende Europese Energiehandvest en het daaropvolgende Verdrag inzake het Energiehandvest (EHV), dat op 17 december 1994 werd aangeboden ter verdragsluitende ondertekening en in april 1998 in werking is getreden, en dat juridisch bindend is voor alle partijen die het EHV hebben geratificeerd en die partijen die niet hebben afgezien van de voorlopige toepassing van het EHV in afwachting van de inwerkingtreding, in overeenstemming met artikel 45, lid 2, en gezien de energiedialoog tussen de EU en Rusland, die is ingevoerd op de zesde Top EU-Rusland, gehouden op 30 oktober 2000 te Parijs,

−   gezien het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991 (Verdrag van Espoo),

−   onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 juli 2008 over de gevolgen voor het milieu van de geplande gasleiding in de Oostzee tussen Rusland en Duitsland(3) ,

−   gezien de ongekende verstoring van de levering van Russisch gas aan de Europese Unie in januari 2009,

−   gezien het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, dat tot dusver geen concrete resultaten heeft opgeleverd,

−   gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de protocollen daarbij,

−   gezien de lopende onderhandelingen over de toetreding van de Russische Federatie tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

−   gezien de vele geloofwaardige berichten van Russische en internationale non-gouvernementele organisaties (NGO's) over voortdurende ernstige schendingen van de mensenrechten in Rusland, de arresten van het Europees Hof voor de rechten van de mens inzake Tsjetsjenië en het grote aantal zaken dat in dit verband aanhangig is gemaakt bij het Hof,

−   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de Russische Federatie, met name zijn resolutie van 18 december 2008 inzake aanvallen op verdedigers van de mensenrechten in Rusland en het proces over de moord op Anna Politkovskaya(4) , zijn resolutie van 13 maart 2008 over Rusland(5) , zijn resolutie van 10 mei 2007 over de Top EU-Rusland in Samara op 18 mei 2007(6) , zijn resolutie van 19 juni 2008 over de topconferentie EU-Rusland op 26-27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk(7) , zijn resolutie van 25 oktober 2006 over de betrekkingen EU-Rusland na de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaya(8) , zijn resolutie van 14 november 2007 over de Top EU-Rusland(9) alsmede zijn resolutie van 13 december 2006 over de top EU-Rusland in Helsinki van 24 november 2006(10) ,

−   onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 mei 2005 over de betrekkingen tussen de EU en Rusland(11) ,

−   onder verwijzing naar zijn resolutie van 19 juni 2007 over de economische en commerciële betrekkingen van de EU met Rusland(12) , waarin staat "dat de mensenrechtensituatie in Rusland een integraal onderdeel van de politieke agenda EU-Rusland moet zijn" en dat "uitgebreide economische samenwerking tussen Rusland en de EU moet stoelen op hoge democratische standaards en beginselen van de vrije markt",

−   onder verwijzing naar zijn resolutie van 3 september 2008 over de situatie in Georgië(13) ,

−   onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 september 2007 getiteld "Naar een gemeenschappelijk Europees extern energiebeleid"(14) ,

−   onder verwijzing naar zijn resoluties van 17 januari 2008 over een regionale beleidsaanpak voor het Zwarte-Zeegebied(15) en over een effectiever EU-beleid voor de zuidelijke Kaukasus: van beloften naar maatregelen(16) ,

−   gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Permanente Partnerschapsraad EU-Rusland over vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid van 22 november 2007,

−   gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en de Parlementaire Vergadering van de OVSE over de op 2 december 2007 gehouden verkiezingen voor de Russische Doema,

−   gelet op artikel 114, lid 3, en artikel 83, lid 5, van zijn Reglement,

−   gelet op het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6-0140/2009),

A.   overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland zeer belangrijk zijn in het streven naar pragmatische samenwerking; overwegende dat Rusland een permanent lid is van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, lid van de G8, de op twee na grootste handelspartner van de EU en de op drie na grootste handelspartner van de Eurozone, en dat Rusland een essentiële rol speelt bij de energievoorziening van de EU; overwegende dat de EU niet alleen economische en handelsbelangen met Rusland gemeen heeft, maar ook de doelstelling actief te zijn op het internationale toneel en de verantwoordelijkheid voor wereldaangelegenheden en kwesties betreffende de gemeenschappelijke Europese nabuurschap; overwegende dat betere samenwerking en goede nabuurschapbetrekkingen tussen de EU en Rusland gebaseerd moeten zijn op wederzijds vertrouwen en gemeenschappelijke waarden op het gebied van democratie, respect voor de mensenrechten en de rechtsstaat, en op samenwerking in internationale kwesties, en daarom van doorslaggevende betekenis zijn voor stabiliteit, veiligheid en welvaart in heel Europa; overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland gebaseerd dienen te zijn op wederzijds respect, maar ook op de eerbiediging door elke der partijen van de soevereiniteit van naburige landen;

B.   overwegende dat de EU is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden, zoals democratie en respect voor de mensenrechten en de rechtsstaat; overwegende dat volledig respect voor deze waarden de eerste prioriteit moet zijn bij het streven naar betere samenwerking met een derde land,

C.   overwegende dat samenwerking tussen de EU en Rusland de internationale stabiliteit ten goede komt, terwijl Rusland bovendien de verantwoordelijkheid heeft bij te dragen tot de financiële en politieke stabiliteit en een gevoel van veiligheid in Europa en de wereld, met name door voor een verantwoordelijke en vreedzame benadering tot de gemeenschappelijke buurlanden van de EU en Rusland te opteren en deze te handhaven; overwegende dat de EU al overleg voert met Rusland over Afghanistan, het Midden-Oosten en de Balkan en in de VN en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), waarbij gemeenschappelijke standpunten en benaderingen worden ontwikkeld met betrekking tot andere belangrijke veiligheidskwesties als de verspreiding van kernwapens, wapenbeheersing en ontwapening, de strijd tegen terrorisme, drugshandel, georganiseerde misdaad, klimaatverandering en de wereldwijde economische en financiële crisis,

D.   overwegende dat uit de verklaringen van de nieuwe Amerikaanse regering, bij monde van vicepresident Joe Biden en minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton, met betrekking tot het beleid inzake Rusland de bereidheid blijkt in het kader van een nieuw en open VS-beleid samen te werken aan een stabielere en veiliger wereld,

E.   gelet op de disproportionele tegenaanval van Rusland, die werd uitgelokt door het binnendringen van Georgische troepen in Zuid-Ossetië en zich vervolgens ook uitbreidde tot andere delen van het Georgische grondgebied, met inzet van tanks en de luchtmacht, en gelet ook op de onuitgelokte militaire actie in Abchazië met aanvallen op en de bezetting van Georgische zeehavens, gevolgd door de erkenning door Rusland van de twee separatistische enclaves, Zuid-Ossetië en Abchazië; overwegende dat deze handelingen ernstige twijfel doen rijzen aan de bereidheid van Rusland om tezamen met de EU te bouwen aan een gemeenschappelijke ruimte voor veiligheid in Europa; overwegende dat de verdere ontwikkeling van het partnerschap tussen EU en Rusland een inhoudelijke dialoog over veiligheid moet omvatten, gebaseerd op de onderschrijving door beide partijen van gemeenschappelijke waarden, respect voor het internationaal recht en voor de territoriale integriteit, en een toezegging om de in het kader van het Handvest van Helsinki aangegane verplichtingen na te komen,

F.   overwegende dat de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst die erop is gericht de samenwerking tussen de EU en de Russische Federatie te versterken, op geen enkele wijze de huidige status quo in Georgië legitimeren, terwijl de verplichting van Rusland om de op 12 augustus en 8 september 2008 gesloten overeenkomsten met betrekking tot het conflict in Zuid-Ossetië en Abchazië ten volle na te komen, van kracht blijft, omdat de naleving van deze overeenkomsten een essentiële voorwaarde moet zijn voor de succesvolle afronding van de besprekingen, waarbij alle partijen tevens afstand dienen te doen van het gebruik van geweld tegen buurlanden,

G.   overwegende dat de standpunten van partijen over Kosovo en de gemeenschappelijke nabuurschap, vooral na de gebeurtenissen in Georgië, verder dan ooit uit elkaar liggen,

H.   overwegende dat de sluiting van een overeenkomst over toekomstige samenwerking van het grootste belang blijft voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen de beide partners; overwegende dat het beleid van de EU ten aanzien van Rusland gebaseerd moet zijn op eendracht en solidariteit en dat de EU een gemeenschappelijke benadering moet hanteren en met één stem dient te spreken; overwegende dat de lidstaten van de EU tijdig informatie moeten verstrekken aan en overleg moeten voeren met andere lidstaten die mogelijk betrokken kunnen zijn bij bilaterale overeenkomsten of geschillen met Rusland,

I.   overwegende dat de nieuwe veelomvattende overeenkomst, die ter vervanging van de huidige partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) dient, een kwalitatieve verbetering met zich brengt en alle terreinen van de samenwerking, de nieuwe realiteiten van de 21e eeuw alsmede de eerbiediging van de beginselen van de internationale betrekkingen en de naleving van de democratische normen en mensenrechten, tot uiting dient te brengen;

J.   overwegende dat het in 1990 door zestien NAVO-lidstaten en zes Warschaupactlanden ondertekende en in 1999 herziene Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa (CFE) het belangrijkste ontwapeningsakkoord op het gebied van conventionele wapens in de geschiedenis is; overwegende dat dit verdrag door Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne is geratificeerd, maar door de NAVO in de ijskast is gezet; overwegende dat Rusland de naleving van het Verdrag inmiddels heeft opgeschort;

K.   overwegende dat de meest recente parlements- en presidentsverkiezingen in Rusland hebben plaatsgevonden onder omstandigheden die niet beantwoorden aan de Europese normen als het gaat om toegang voor internationale verkiezingswaarnemers, het vermogen van oppositiepartijen om kandidaten te organiseren en in te zetten, de eerlijkheid en onafhankelijkheid van de media en de neutraliteit van overheidsinstanties, waardoor Rusland als lid van de Raad van Europa en de OVSE ernstig is afgeweken van zijn verplichtingen,

L.   overwegende dat de Russische Federatie lid is van de Raad van Europa en zich dus verplicht heeft tot nakoming van de doelstellingen van deze organisatie, in het bijzonder de bevordering van democratie en naleving van de mensenrechten, en consolidering van de democratie en de stabiliteit in Europa; overwegende dat de EU krachtig het beginsel moet verdedigen dat eerbiediging van de rechtsstaat en van de bestaande verbintenissen in deze organisatie essentieel is voor het slagen van het partnerschap tussen de EU en Rusland,

M.   overwegende dat uit tal van verslagen van NGO's en onafhankelijke deskundigen is gebleken dat de wet van 2006 inzake NGO's en andere maatregelen van de Russische regering, met inbegrip van de anti-extremismewetgeving en de uitbreiding van de staatscontrole over significante onderdelen van de media, de vrijheid van meningsuiting in Rusland sterk ondermijnen en de mensenrechten en activiteiten van het maatschappelijk middenveld aldaar ernstig in het gedrang doen komen,

N.   overwegende dat het nog steeds opsluiten van politieke gevangenen en de behandeling van verdedigers van de mensenrechten in strijd is met de belofte van de Russische Federatie om de rechtsorde in Rusland te versterken en een einde te maken aan "juridisch nihilisme",

O.   overwegende dat de parlementaire vergadering van de Raad van Europa en een aantal onafhankelijke mensenrechtenorganisaties ernstige vragen hebben gesteld over het niveau van de rechtspleging in Rusland, waaronder het ontbreken van rechterlijke onafhankelijkheid, het onthouden van eerlijke processen aan beklaagden in politiek controversiële zaken, de intimidatie en vervolging van de advocaten die hen verdedigen en de terugkeer van processen tegen en de gevangenneming van politieke gevangenen in het Russische strafrechtsstelsel,

P.   overwegende dat de Russische Federatie heeft nagelaten doeltreffende maatregelen te nemen om een eind te maken aan voortdurende mensenrechtenschendingen en straffeloosheid, ondanks het feit dat in een toenemend aantal arresten Rusland door het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM) verantwoordelijk is gesteld voor ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten, met inbegrip van buitengerechtelijke executies, foltering en gedwongen verdwijningen,

Q.   overwegende dat de grondbeginselen voor de economische en commerciële betrekkingen tussen de EU en de Russische Federatie moeten zijn: wederkerigheid, duurzaamheid, transparantie, voorspelbaarheid, betrouwbaarheid, non-discriminatie en goed bestuur; overwegende dat de nieuwe overeenkomst juridisch bindend moet zijn en in duidelijke regelingen voor het oplossen van geschillen moet voorzien,

R.   overwegende dat de recente crisis in de gaslevering aan de Europese Unie, waardoor miljoenen burgers in Bulgarije, Slowakije en elders in de EU in de winterse kou zonder verwarming en warm water zaten, ernstige bezorgdheid wekt over de betrouwbaarheid van de Russische energielevering,

S.   overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland op het gebied van energiezekerheid een groot potentieel bieden voor een positieve en constructieve wederzijdse onafhankelijkheid, mits het partnerschap is gebaseerd op het beginsel van non-discriminatie en eerlijke behandeling alsmede op gelijke marktvoorwaarden, zoals bepaald in het EHV; overwegende dat de recente gascrisis de noodzaak heeft aangetoond van de vaststelling en de naleving van een reeks regels die minimaal gebaseerd moet zijn op het huidige EHV; overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland op het gebied van energiezekerheid evenzeer steunen op transparantie van de energiehandel in de doorvoerlanden; overwegende dat in het energiebeleid van Rusland in de praktijk voorbeelden van monopolisme en ongeoorloofde dwang zijn geconstateerd, in het bijzonder het ontzeggen van doorvoerrechten aan derde landen, onderbrekingen van de leveringen en de schending van eigendomsrechten,

T.   overwegende dat de Europese Raad van Brussel van 15 en 16 juni 2006 heeft aanbevolen de onderhandelingen over het Transitprotocol bij het Verdrag inzake het Energiehandvest af te ronden, de ratificatie van het EHV door alle ondertekenende partijen te verzekeren en de Commissie te verzoeken, vooral met het oog op de recente gascrisis, elementen aan te reiken voor een energie-overeenkomst met Rusland ter aanvulling op de bestaande en bindende PSO of in het kader van de opvolger van de PSO; overwegende dat het EHV al juridisch bindend is voor alle EU-lidstaten en voor Rusland, als ondertekenaar in overeenstemming met artikel 45,

U.   overwegende dat nauwe samenwerking op het gebied van energiebeleid en de vaststelling van een energiestrategie voor de lange termijn voorwaarden zijn voor een evenwichtige ontwikkeling van de economie van de EU en die van Rusland,

V.   overwegende dat de EU er vaak niet in is geslaagd met één stem te spreken in haar betrekkingen met Rusland; overwegende dat er een functionerend mechanisme zou moeten bestaan binnen de Raad, onder verantwoordelijkheid van de Hoge Vertegenwoordiger, dat de lidstaten in staat zou stellen elkaar tijdig te raadplegen over elke bilaterale kwestie met Rusland die gevolgen kan hebben voor andere lidstaten en voor de EU als geheel,

W.   overwegende dat de huidige economische crisis die zowel Rusland als de EU diep raakt, een kans biedt voor een nieuw begin van de bilaterale betrekkingen op basis van een betere en eerlijkere wederzijdse verstandhouding, zonder de verdenkingen en tekortkomingen uit het verleden, en de basis vormt voor de vaststelling en verbetering van echte gedeelde gemeenschappelijke waarden,

1.   doet de Raad en de Commissie de volgende aanbevelingen en verzoekt hen daarmee bij de te voeren onderhandelingen rekening te houden:

   a) er moet blijvend aangedrongen worden op een brede, veelomvattende en juridisch bindende overeenkomst gebaseerd op een gedeelde toewijding aan de mensenrechten, die betrekking heeft op alle terreinen van samenwerking tussen partijen en die een stap voorwaarts betekent ten opzichte van de huidige PSO met betrekking tot zowel de intensiteit van de verbintenissen als de onderwerpen waarvoor deze gelden; er moet tevens op worden aangedrongen dat de overeenkomst handhavingsmechanismen voor de relevante onderdelen moet omvatten;
   b) er moet worden benadrukt dat de schending van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië door Rusland en de rol van Rusland in het gasgeschil van begin 2009 de betrekkingen tussen de EU en Rusland en de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst ernstig in gevaar hebben gebracht;
   c) er moet worden onderstreept dat de betrekkingen van de EU met Rusland gebaseerd moeten zijn op respect voor de internationale rechtsorde en alle bindende overeenkomsten en verdragen waarbij Rusland en de EU-lidstaten partij zijn, waaronder het VN-Handvest, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het EHV, alsmede de regels en verbintenissen die gelden voor leden van de OVSE en de Raad van Europa;
   d) er moet worden benadrukt dat een hecht partnerschap, intensievere samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Rusland, alsmede het nieuwe beleid van de Amerikaanse regering met betrekking tot Rusland, een stabiele basis en een voorwaarde voor stabiliteit, veiligheid en welvaart in Europa en de wereld kunnen vormen; in dit kader de verklaringen van de Amerikaanse regering inzake de ruime samenwerkingsmogelijkheden met Rusland dienen te worden toegejuicht;
   e) er moet onder de verantwoordelijkheid van de Hoge Vertegenwoordiger een raadplegingsmechanisme worden ingesteld dat de lidstaten in staat stelt elkaar tijdig vooraf te raadplegen over elke bilaterale kwestie met Rusland – zij het overeenstemming of geschilpunt – die gevolgen kan hebben voor andere lidstaten en voor de EU als geheel, waardoor de EU een zo consistent mogelijk standpunt kan innemen, door ervoor te zorgen dat volledig rekening wordt gehouden met de belangen van alle lidstaten en te voorkomen dat een afzonderlijke lidstaat de onderhandelingen op een later tijdstip blokkeert;
   f) er moet worden aangedrongen op versterking van de rol van de parlementaire samenwerkingscommissie in de nieuwe overeenkomst om de parlementaire dimensie van de samenwerking tussen de EU en Rusland te versterken;
   g) de EU moet nogmaals wijzen op de verbintenissen die de EU en Rusland op internationaal niveau zijn aangegaan, in het bijzonder als leden van de Raad van Europa en de OVSE, en haar bezorgdheid kenbaar maken aan de Russische regering over de mensenrechtensituatie en de afnemende bewegingsvrijheid van het maatschappelijk middenveld in Rusland, waarbij zij er bij dit land op aan moet dringen om de vrijheid van meningsuiting en vereniging te handhaven door de wetgeving inzake maatschappelijke organisaties in overeenstemming te brengen met de Europese en internationale verplichtingen van Rusland, om onverwijld doeltreffende maatregelen te nemen ter bevordering van een gunstig werkklimaat voor mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke liefdadigheidsorganisaties die zich inzetten voor het bevorderen van de culturele banden tussen Rusland en de EU-lidstaten, en om verdedigers van de mensenrechten niet langer te intimideren en dwarsbomen en om zich te onthouden van scherpe administratieve maatregelen tegen genoemde organisaties;
   h) de Russische regering moet worden opgeroepen de mediavrijheid volledig te respecteren en de onafhankelijke media politieke en economische omstandigheden te garanderen waaronder ze normaal kunnen functioneren; de Russische regering moet dringend worden verzocht een einde te maken aan het voortdurende geweld tegen en de vervolging van journalisten;
   i) er moet in herinnering worden gebracht dat president Medvedev zich er publiekelijk toe verbonden heeft de rechtsstaat in Rusland te versterken, en er moet bezorgdheid worden geuit over de onafhankelijkheid van het gerecht en het rechtsstelsel in Rusland;
   j) als standpunt dient te worden geformuleerd dat het regelmatige, zesmaandelijkse mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland sinds de invoering in 2005 geen tastbare resultaten heeft opgeleverd en moet worden hervormd om een substantiële en resultaatgerichte dialoog over kwesties in verband met de mensenrechten en de rechten van minderheden in zowel Rusland als de EU en over samenwerking tussen de EU en Rusland op het gebied van mensenrechtenkwesties in internationale fora mogelijk te maken;
   k) er moet daarom worden aangedrongen op een grondige herziening van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, waarbij ook moet worden gedacht aan het scheppen van een formele rol voor onafhankelijke NGO's uit Rusland en de EU, de betrokkenheid van ambtenaren van alle relevante ministeries van de Russische regering en het beëindigen van de afgifte van afzonderlijke communiqués door de Russische regering;
   l) er moet een beroep worden gedaan op de autoriteiten van de Russische Federatie om het voortbestaan en de duurzame ontwikkeling van de traditionele levensstijl, cultuur en taal van de inheemse bevolkingsgroepen die op het grondgebied van het land wonen te waarborgen;
   m) er moet bij de Russische regering op worden aangedrongen dat de arresten van het EHRM volledig ten uitvoer worden gelegd, om zodoende te bevorderen dat de verantwoordelijken ter verantwoording worden geroepen over vroegere schendingen en ervoor te zorgen dat een eind wordt gemaakt aan thans nog voortdurende inbreuken;
   n) er moet ernstige bezorgdheid worden geuit over de situatie in Tsjetsjenië, waar het regime van Kadirov er niet in geslaagd is vrede en verzoening tot stand te brengen, maar integendeel angst en verdrukking heeft teweeggebracht, die de civiele samenleving hebben uitgehold en alle vrije en democratische stemmen het zwijgen hebben opgelegd, en er moet worden opgeroepen tot een echt politiek vergelijk;
   o) het moet worden benadrukt dat het programma ter ondersteuning van Russische landgenoten dat door de autoriteiten van de Russische Federatie wordt ondersteund, niet mag worden misbruikt als een instrument voor de versterking van de politieke invloed in sommige lidstaten van de EU;
   p) de steun voor de toetreding van Rusland tot de WTO en de steun voor de verdere openstelling van de Russische economie moeten worden gehandhaafd; volledige naleving van de regels van de WTO door Rusland moet worden gezien als een noodzakelijke voorwaarde en een minimumnorm voor de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de EU en Rusland, wat een doelstelling voor de lange termijn blijft;
   q) ofschoon de recente veranderingen worden verwelkomd, dient te worden aangedrongen op verdere verbetering van de wetgeving en de handhaving daarvan op gebieden als intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten teneinde de competitiviteit te verbeteren en het investeringsklimaat aantrekkelijker te maken door de regelgevende systemen aan te passen aan de hoogste internationale standaarden en normen; de Russische autoriteiten moeten worden aangespoord om, voorafgaande aan het komende WTO-lidmaatschap van Rusland, deel IV van het Russische Burgerlijk Wetboek dat de intellectuele eigendomsrechten betreft alsook de procedurele regelingen om de naleving af te dwingen, aan te passen aan de WTO-regels en internationale overeenkomsten, en vooral aan de Overeenkomst inzake de commerciële aspecten van de intellectuele eigendomsrechten (TRIPS), en om de volledige uitvoering daarvan te verzekeren zodat er effectief een halt kan worden toegeroepen aan vervalsing en productpiraterij;
   r) er moet op worden aangedrongen dat het EHV, als een bestaand verdrag dat juridisch bindend is voor Rusland en alle EU-lidstaten, de basis moet vormen voor betrekkingen op het gebied van energie en dat de beginselen van het EHV en het daaraan gehechte Transitprotocol worden opgenomen in de nieuwe overeenkomst, terwijl Rusland er nogmaals toe moet worden opgeroepen zijn toewijding aan een op regels gebaseerde aanpak te versterken door het EHV te ratificeren en te ondertekenen en het Transitprotocol te ratificeren, rekening houdend met het standpunt van het Parlement dat de partners vrij moeten kunnen onderhandelen over een tekst die, wat betreft de intensiteit van de samenwerking en het toepassingsgebied van de overeenkomst, verder gaat dan die van het EHV, maar dat de overeenkomst in geen geval minder omvattend mag zijn dan het akkoord dat de partners reeds in het kader van de PSO hebben gesloten;
   s) binnen het kader van de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst moeten de onderhandelingen over het Transitprotocol worden afgerond en moet Rusland worden opgeroepen het te ondertekenen teneinde een rechtskader te scheppen dat de doorvoer van energieleveringen tussen partijen regelt en volgt op het kader dat al bestaat op grond van het EHV;
   t) de noodzaak van deugdelijke milieueffectbeoordelingen voor alle infrastructuurprojecten op het gebied van energie moet worden onderstreept om te garanderen dat aan de internationale normen van milieubescherming wordt voldaan; de Russische Federatie moet in dit verband met klem worden verzocht het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband en het bijbehorende Protocol inzake strategische milieueffectrapportage te ratificeren;
   u) er moet worden opgeroepen tot versterking van de efficiëntie en het reactievermogen in crisissituaties van de energiedialoog tussen de EU en Rusland, tot vergroting van de transparantie, wederkerigheid en investeringsveiligheid en dus tot verbetering van de zekerheid van energielevering; de noodzaak van de instelling van mechanismen voor een transparant, op regels gebaseerd stelsel en van een mechanisme voor geschillenoplossing op het gebied van energie moet worden onderstreept;
   v) de aandacht moet worden gevestigd op het mechanisme voor het beslechten van geschillen dat vervat is in het EHV, dat door Rusland en Oekraïne reeds is ondertekend;
   w) er moet een duidelijke gedragscode worden ingesteld die de betrekkingen tussen de EU, Rusland en de landen van de gemeenschappelijke nabuurschap regelt, onder meer als het gaat om respect voor de soevereine onafhankelijkheid van alle Europese staten, het streven naar een vreedzame oplossing van geschillen en een vastbeslotenheid bevroren conflicten op te lossen;
   x) de bestaande politieke dialoog moet worden opgewaardeerd, waarbij de bespreking van "harde veiligheidskwesties", die vaak de kern van de onenigheid tussen de EU en Rusland vormen, maar ongetwijfeld van invloed zijn op de Europese en wereldwijde veiligheid, moet worden aangemoedigd en de noodzaak van multilaterale wapenbeheersing en ontwapening en non-proliferatieregelingen moet worden benadrukt;
   y) er dient een beroep te worden gedaan op de Russische regering om – samen met de EU en de andere leden van de contactgroep voor Kosovo – een positieve bijdrage te leveren tot het vinden van een duurzame politieke oplossing voor de toekomst van Kosovo en tot de verdere versterking van de stabiliteit op de westelijke Balkan;
   z) er dient een beroep te worden gedaan op de Russische regering om haar engagement te tonen om samen met Georgië en de EU op constructieve en vreedzame wijze tot een oplossing te komen inzake de "modaliteiten van veiligheid en stabiliteit in Abchazië en Zuid-Ossetië", zoals overeengekomen in de overeenkomst van 12 augustus 2008; de Russische regering moet worden opgeroepen tastbare garanties te geven dat Rusland geen geweld zal gebruiken tegen zijn buurlanden;
   aa) de EU moet haar bezorgdheid kenbaar maken aan de Russische regering over haar besluit om Abchazië en Zuid-Ossetië als soevereine staten te erkennen en overeenkomsten inzake militaire bijstand en samenwerking te ondertekenen met de de-facto-autoriteiten van deze twee provincies van Georgië en aldaar militaire bases te vestigen, aangezien daardoor de territoriale integriteit van Georgië wordt ondermijnd, zoals ook in de desbetreffende resoluties van de VN wordt beklemtoond; er moet nogmaals een beroep op Rusland worden gedaan om op dit besluit terug te komen en erop worden gewezen dat Rusland niet als neutrale bemiddelaar in het vredesproces kan worden beschouwd; bij de Russische autoriteiten moet erop worden aangedrongen dat EU-waarnemers ongehinderde toegang krijgen tot alle bij het conflict betrokken gebieden, zulks in overeenstemming met het mandaat van de waarnemingsmissie van de EU;
   ab) er dient te worden benadrukt dat naar visumvrij verkeer tussen Rusland en de EU wordt gestreefd op basis van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad(17) , waarin wordt bepaald dat de vrijstelling van de visumplicht geschiedt aan de hand van een beoordeling van een aantal criteria die in het bijzonder verband houden met illegale immigratie, openbare orde en veiligheid en de externe betrekkingen van de Unie met derde landen, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de implicaties van regionale samenhang en wederkerigheid, en waarbij in gedachten moet worden gehouden dat de betrekkingen tussen de Unie en de derde landen op de witte lijst gekenmerkt worden door een speciale politieke dimensie, inhoudend dat deze derde landen een passend niveau moeten behalen als het gaat om democratische waarden en grondrechten;
   ac) er moet op worden aangedrongen dat visumfacilitering voor studenten, onderzoekers en zakenmensen een prioriteit zou moeten zijn om de contacten tussen mensen te bevorderen; er moet echter ook duidelijk worden gesteld dat een verdere liberalisering van de visumregeling met Rusland alleen mogelijk is in combinatie met een soortgelijke liberalisering van de visumafspraken met de landen van het Europees Nabuurschapbeleid (ENB), zulks om discrepanties te voorkomen;
   ad) in overeenstemming met de overeenkomst tussen de EU en Rusland inzake versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf moeten de Russische autoriteiten worden verzocht zich er duidelijk toe te verbinden bureaucratische obstakels weg te nemen die op niet-wederzijdse basis op alle reizigers worden toegepast, zoals de voorwaarde dat zij over een uitnodiging beschikken en zich bij de inreis laten registreren; hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat Rusland recentelijk zijn visumregels heeft gewijzigd en niet langer meervoudige zakenvisa afgeeft, hetgeen negatieve gevolgen kan hebben voor de zakelijke en commerciële betrekkingen tussen de EU en Rusland; tevens dient rekening te worden gehouden met het standpunt van het Parlement dat de vergemakkelijking van het reizen voor houders van Russische paspoorten beperkt dient te blijven tot ingezeten van de Russische Federatie;
   ae) de visa- en doorreisproblemen in verband met Kaliningrad moeten onverwijld worden aangepakt, mogelijkerwijs door in een regeling te voorzien volgens welke de gehele oblast Kaliningrad onder de regeling inzake klein grensverkeer valt;
   af) er dient te worden benadrukt dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland gebaseerd moeten zijn op de beginselen van geliberaliseerde en open markten en van wederkerigheid tussen de partners op het gebied van investeringsrechten, op grond waarvan moet worden geëist dat de Russische regering, in ruil voor nauwe en wederzijds voordelige economische banden, garanties biedt voor de eigendomsrechten van buitenlandse investeerders en haar wetgeving van 2008 inzake "Strategische Sectoren" herziet, die de Russische staat ruime mogelijkheden biedt om te discrimineren ten koste van buitenlandse investeerders, terwijl de interne markt van de EU vrijelijk openstaat voor Russische investeerders; en dient te worden verlangd dat de wet inzake investeringen in strategische sectoren in overeenstemming wordt gebracht met de bestaande en toekomstige verplichtingen van Rusland in het kader van zowel de WTO als de huidige PSO;
   ag) in het kader van de lopende onderhandelingen over de toetreding tot de WTO dienen de Russische autoriteiten ertoe te worden opgeroepen een aantal verplichtingen waarover na onderhandelingen al overeenstemming is bereikt niet op te schorten en de in 2004 tussen de EU en Rusland gesloten overeenkomst over de WTO-toetreding volledig na te leven door alle discriminerende heffingen, met name op per spoor vervoerde goederen, af te schaffen en ook de uitvoerrechten op onbewerkt hout op te heffen;
   ah) Rusland moet ertoe worden opgeroepen zijn belofte gestand te doen om de vergoedingen voor het overvliegen van Siberië geleidelijk af te schaffen en de desbetreffende overeenkomst te ondertekenen waartoe op de top van Samara is besloten;
   ai) met de Russische regering moet worden gesproken over haar plannen om naar vrijhandelsakkoorden met bepaalde landen toe te werken, wat afbreuk kan doen aan de vorming van een gemeenschappelijke economische ruimte met Rusland;
   aj) bij de Russische regering moet een aantal scheepvaartkwesties worden aangekaart, met name de vrije doorvaart door de Pilava-zeestraat, de toegang voor EU-schepen tot de scheepvaartroute naar Azië langs het noordelijke Russische grondgebied, alsmede de milieurisico's die onder andere voortvloeien uit de toename van het olietankerverkeer in de Oostzee;
   ak) er moet met de Russische regering worden gesproken over de kwestie van de stremmingen aan de gemeenschappelijke grens met de EU, hetgeen een ernstige belemmering blijft vormen voor de handels- en economische betrekkingen tussen de EU en Rusland;
   al) de Russische Federatie moet worden verzocht constructief samen te werken met de EU teneinde een oplossing te vinden voor de status van gebieden die zich hebben afgescheiden, waaronder Transnistrië, en een bijdrage te leveren aan de versterking van de soevereiniteit van de Moldavische regering, als een noodzakelijke vereiste voor de stabiliteit van een belangrijke grensregio van de Europese Unie; benadrukt moet worden dat vooruitgang in deze kwestie afhankelijk is van de terugtrekking van de Russische troepen die in Moldavië zijn gestationeerd, hetgeen Rusland onder meer tijdens de OVSE-top van 1999 in Istanbul heeft beloofd;
   am) hoewel de positieve aspecten van de intensivering van de wetenschappelijke samenwerking tussen de EU en Rusland moeten worden erkend, moet worden opgeroepen tot verdere uitgebreide analyses van de effecten (bijv. met betrekking tot de veiligheid) van het mogelijke partnerschap van Rusland in het kader van het zevende kaderprogramma;
   an) er moeten informele richtsnoeren worden ontwikkeld voor de manier waarop de betrekkingen tussen de EU en Rusland zouden kunnen worden ondersteund door de beginselen van solidariteit en wederzijdse verantwoording, met het oog op de ontwikkeling van een meer eenvormig en samenhangend beleid ten aanzien van Rusland;

2.   verzoekt de Raad en de Commissie het Europees Parlement en zijn Commissie buitenlandse zaken regelmatig en volledig op de hoogte te houden van het verloop van de onderhandelingen en herinnert hen eraan dat de PSO door het EP moet worden goedgekeurd;

3.   hecht groot belang aan de versterking van de wederzijdse juridische verplichtingen door middel van een spoedige sluiting van de PSO en de toetreding van Rusland tot de WTO;

4.   verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Commissie, de Doema en de regering en de president van de Russische Federatie.

(1) PB L 327 van 28.11.1997, blz. 1.
(2) PB L 129 van 17.5.2007, blz. 27.
(3) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0336.
(4) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0642.
(5) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0105.
(6) PB C 76 E van 27.3.2008, blz. 95.
(7) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0309.
(8) PB C 313 E van 20.12.2006, blz. 271.
(9) PB C 282 E van 6.11.2008, blz. 329.
(10) PB C 317 E van 23.12.2006, blz. 474.
(11) PB C 117 E van 18.5.2006, blz. 235.
(12) PB C 146 E van 12.6.2008, blz. 95.
(13) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0396.
(14) PB C 219 E van 28.8.2008, blz. 206.
(15) PB C 41 E van 19.2.2009, blz. 64.
(16) PB C 41 E van 19.2.2009, blz. 53.
(17) Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 8 december 2009Juridische mededeling