Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/2922(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0049/2013

Ingediende teksten :

B7-0049/2013

Debatten :

PV 04/02/2013 - 17
CRE 04/02/2013 - 17

Stemmingen :

PV 06/02/2013 - 7.6
CRE 06/02/2013 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0045

Aangenomen teksten
PDF 124kWORD 24k
Woensdag 6 februari 2013 - Straatsburg
Uitbanning en preventie van alle vormen van geweld jegens vrouwen en meisjes
P7_TA(2013)0045B7-0049/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 6 februari 2013 over uitbanning en preventie van alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes met het oog op de 57e Commissie van de VN inzake de positie van de vrouw (CSW) (2012/2922(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de in september 1995 in Peking gehouden vierde Wereldvrouwenconferentie, de verklaring van Peking en het in Peking onderschreven actieprogramma (Platform for Action), alsmede de daaropvolgende slotdocumenten betreffende verdere acties en initiatieven voor de uitvoering van de verklaring van Peking en het actieprogramma die tijdens de speciale VN-vergaderingen Peking +5 en Peking +10 respectievelijk op 9 juni 2000 en 11 maart 2005 werden aangenomen,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties van 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 1 maart 2006 getiteld „Een routekaart voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2006-2010” (COM(2006)0092),

–  gezien zijn resolutie van 25 februari 2010 over het Peking +15 - VN-actieprogramma voor gendergelijkheid(1),

–  gezien zijn resolutie van 5 april 2011 over de prioriteiten en het ontwerp van een nieuw beleidskader van de EU voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen(2),

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van vrouwen (Raad Algemene Zaken van 8 december 2008), en het actieplan betreffende gendergelijkheid en verzelfstandiging van vrouwen in het kader van ontwikkeling als onderdeel van de in juni 2010 goedgekeurde conclusies van de Raad inzake de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (Raad Buitenlandse Zaken),

–  gezien de notulen van de vergadering van de deskundigengroep inzake het voorkomen van geweld tegen vrouwen en meisjes van 17-20 september 2012 in Bangkok,

–  gezien het slotverslag van het forum van belanghebbenden van de VN inzake de preventie en uitbanning van geweld tegen vrouwen, bijeengekomen op 13 en 14 december 2012 in het hoofdkwartier van de VN,

–  gezien de vraag aan de Commissie over uitbanning en preventie van alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes met het oog op de 57e Commissie van de VN inzake de positie van de vrouw (CSW) (O-000004/2013 - B7-0111/2013),

–  gezien artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat geweld tegen vrouwen en meisjes nog altijd een van de meest ernstige wereldwijde en structurele mensenrechtenschendingen is, en dat dit verschijnsel los staat van de leeftijd, opleiding, inkomen of maatschappelijke positie van de slachtoffers of de geweldplegers, en zowel een gevolg als oorzaak van ongelijkheid tussen vrouwen en mannen is;

B.  overwegende dat geweld tegen vrouwen in alle landen van de wereld blijft voortbestaan als hardnekkige mensenrechtenschending en belangrijke belemmering voor de verwezenlijking van gendergelijkheid en verzelfstandiging van vrouwen; overwegende dat het vrouwen en meisjes over de gehele wereld treft, ongeacht factoren als leeftijd, klasse of economische achtergrond, en families en gemeenschappen schade toebrengt, aanzienlijke economische en maatschappelijke kosten met zich meebrengt, evenals een beperking en verzwakking van economische groei en ontwikkeling;

C.  overwegende dat alle vormen van geweld tegen vrouwen moeten worden aangepakt, namelijk lichamelijk, seksueel en psychologisch geweld, zoals bepaald in het actieprogramma van Peking, aangezien de mogelijkheid van vrouwen om mensenrechten en fundamentele vrijheden ten volle uit te oefenen door al deze vormen wordt beperkt;

D.  overwegende dat intimidatie en geweld tegen vrouwen een breed scala aan mensenrechtenschendingen omvatten, zoals: seksueel misbruik, verkrachting, huiselijk geweld, aanranding en seksuele intimidatie, prostitutie, handel in vrouwen en meisjes, schending van de seksuele en reproductieve rechten van vrouwen, geweld tegen vrouwen op het werk, geweld tegen vrouwen in conflictsituaties, geweld tegen vrouwen in gevangenissen of zorginstellingen, geweld tegen lesbiennes, willekeurige vrijheidsberoving, alsmede diverse schadelijke traditionele praktijken zoals genitale verminking, eermisdrijven en gedwongen huwelijken; overwegende dat al deze vormen van misbruik diepe mentale littekens kunnen achterlaten en in lichamelijk of seksueel opzicht schade of lijden kunnen veroorzaken, alsook het dreigen met zulke handelingen en dwang, en de algemene gezondheid van vrouwen en meisjes kunnen schaden, met inbegrip van hun reproductieve en seksuele gezondheid, en in een aantal gevallen tot de dood kunnen leiden;

E.  overwegende dat behalve genderongelijkheid en -discriminatie ook andere vormen van discriminatie, zoals discriminatie op grond van handicap of het behoren tot een minderheid, het risico voor vrouwen op blootstelling aan geweld en uitbuiting kunnen vergroten; overwegende dat in de huidige repliek op geweld tegen vrouwen en meisjes en in eventuele begeleidende preventiestrategieën niet voldoende rekening wordt gehouden met vrouwen en meisjes die onder diverse vormen van discriminatie gebukt gaan;

F.  overwegende dat er diverse structurele vormen van geweld tegen vrouwen bestaan, zoals de beperking van het recht van vrouwen om te kiezen, hun recht op hun lichamen en lichamelijke integriteit, hun recht op onderwijs en hun recht op zelfbeschikking, en de ontzegging van hun volledige burger- en politieke rechten; herinnert eraan dat een maatschappij waarin vrouwen en mannen niet verzekerd zijn van gelijke rechten, een structurele vorm van geweld tegen vrouwen en meisjes handhaaft;

G.  overwegende dat zowel plaatselijke als internationale ngo's, zoals belangenorganisaties en ngo's die opvanghuizen voor vrouwen, alarmlijnen en ondersteuningsstructuren beheren, van essentieel belang zijn om vooruitgang te kunnen boeken op het gebied van uitbanning van geweld tegen vrouwen en op gender gebaseerd geweld;

H.  overwegende dat voor een doeltreffende aanpak voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen en op gender gebaseerd geweld internationale samenwerking en actie noodzakelijk zijn, evenals duidelijk engagement van politieke leiders op alle niveaus en meer substantiële financiering;

I.  overwegende dat de beleidsmaatregelen en acties van de VN voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen en meisjes en op gender gebaseerd geweld van het grootste belang zijn om deze kwesties tot prioriteit te verheffen in internationale beleidsvorming en acties, en om de lidstaten aan te moedigen de kwestie van geweld tegen vrouwen systematischer aan te pakken;

1.  bevestigt zijn engagement voor het actieprogramma van Peking en de hierin genoemde reeks maatregelen voor gendergelijkheid; herhaalt dat voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes een gecoördineerde en multisectoriële aanpak noodzakelijk is, waarbij alle belanghebbende partijen zijn betrokken en ook de onderliggende oorzaken van geweld worden aangepakt, zoals directe en indirecte discriminatie, heersende genderstereotypes en een gebrek aan gelijke behandeling van vrouwen en mannen;

2.  onderstreept het belang van een positief resultaat van de 57e Commissie van de VN inzake de positie van de vrouw (CSW) van 4-15 maart 2013, met inbegrip van de goedkeuring van een reeks toekomstgerichte, gezamenlijke conclusies die in belangrijke mate zullen bijdragen aan de uitbanning van geweld tegen vrouwen en meisjes, inclusief vrouwen met een handicap, inheemse vrouwen, migrantes, adolescentes en vrouwen met hiv/aids, en derhalve wereldwijd een verschil maken;

3.  is van mening dat de uitbanning van discriminerende sociaal-culturele attitudes een van de belangrijkste prioriteiten moet vormen bij de aanpak van geweld tegen vrouwen en meisjes, daar deze attitudes de ondergeschikte rol van vrouwen in de maatschappij versterken en resulteren in de aanvaarding van geweld tegen vrouwen en meisjes, zowel in de privésfeer als in het openbaar, thuis en op het werk en in onderwijsinstellingen; hoopt in deze context dat er sneller vooruitgang wordt geboekt op het gebied van ontwikkeling van internationale wettelijke normen, vereisten en beleidsmaatregelen om diensten voor en bescherming van slachtoffers te verbeteren, bewustwording te vergroten teneinde gedrag en attitudes te veranderen en bovenal te zorgen voor een toereikende en consistente tenuitvoerlegging over de gehele wereld;

4.  is van mening dat de EU en de lidstaten, teneinde efficiëntere spelers op wereldvlak te worden, hun inspanningen voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen en op gender gebaseerd geweld ook op nationaal niveau moeten opvoeren; dringt er derhalve opnieuw bij de Commissie op aan een EU-strategie ter bestrijding van geweld tegen vrouwen voor te stellen, inclusief een richtlijn tot vaststelling van minimumnormen; dringt er in deze context ook bij de EU en de afzonderlijke lidstaten op aan het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te ondertekenen en bekrachtigen;

5.  verzoekt de Commissie en de lidstaten het beleid, de programma's en de beschikbare middelen om geweld binnen en buiten de EU het hoofd te bieden, te herzien, en hun strategie te versterken met verbeterde instrumenten en ambitieuze doelstellingen;

6.  verzoekt de EU en de lidstaten meer middelen toe te wijzen aan de uitbanning van geweld tegen vrouwen en meisjes op plaatselijk, nationaal, Europees en mondiaal niveau, en om ondersteuning te bieden aan actoren die zich inzetten voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen en op gender gebaseerd geweld, met name aan ngo's die actief zijn op dit terrein;

7.  spreekt zijn uitdrukkelijke steun uit voor de werkzaamheden van VN-Vrouwen (UN Women), een centrale speler in het VN-bestel voor het wereldwijd uitbannen van geweld tegen vrouwen en meisjes en het samenbrengen van alle relevante belanghebbende partijen teneinde beleidswijzigingen door te voeren en acties te coördineren; verzoekt alle VN-lidstaten alsmede de EU om VN-Vrouwen meer financiële steun toe te kennen;

8.  verzoekt de dienst voor extern optreden van de EU om meer inspanningen te leveren teneinde ervoor te zorgen dat de mensenrechten van vrouwen en meisjes worden beschermd en bevorderd in alle acties en dialogen waarbij de dienst is betrokken, en om meer vaart te zetten achter de tenuitvoerlegging van de EU-richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en meisjes en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van vrouwen, evenals om nauwere banden te creëren met de werkzaamheden ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes die in het kader van de ontwikkelingssamenwerking van de EU worden uitgevoerd, en tevens om steun te bieden aan verdedigers van vrouwenrechten, mensenrechten en rechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen (LGBT);

9.  dringt aan op het ontwikkelen van programma's en institutionele mechanismen op internationaal en regionaal niveau, teneinde ervoor te zorgen dat preventiestrategieën ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes centraal staan in alle internationale acties die zijn bedoeld om humanitaire crises met betrekking tot conflict- en post-conflictsituaties of natuurrampen het hoofd te bieden;

10.  verzoekt de EU haar volledige steun te geven aan de aanbeveling van de deskundigengroep, die inhoudt dat de Commissie van de VN inzake de positie van de vrouw (CSW) 2013 moet instemmen met de ontwikkeling van een algemeen uitvoeringsplan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes, met speciale nadruk op de preventie van geweld en het bieden van monitoring en operationele sturing met betrekking tot de bestaande internationale verplichtingen (CEDAW en het actieprogramma van Peking) die door alle VN-lidstaten moeten worden goedgekeurd en in 2015 moeten ingaan;

11.  verzoekt de EU de lancering van een wereldwijde actiecampagne voor de preventie van geweld tegen vrouwen en meisjes en op gender gebaseerd geweld te ondersteunen, teneinde verdere stappen te ondernemen om onze gemeenschappen en landen veilig te maken en de mensenrechten van vrouwen en meisjes over de gehele wereld volledig te eerbiedigen; is van mening dat deze campagne gebaseerd moet zijn op bestaande partnerschappen tussen staten en andere relevante partijen, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld en vrouwenorganisaties;

12.  verzoekt de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten om verslagen en voorstellen inzake geweld tegen vrouwen volledig in aanmerking te nemen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, en de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten.

(1) PB C 348 E van 21.12.2010, blz. 11.
(2) PB C 296 E van 2.10.2012, blz. 26.

Juridische mededeling - Privacybeleid