Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
2 mei 2003
P-1556/03
SCHRIFTELIJKE VRAAG van Maurizio Turco (NI) aan de Commissie

 Betreft:  Procedures op grond van de artikelen 85 en 226 van het EG-Verdrag jegens Italiaanse bedrijven en jegens de Italiaanse Republiek
 Antwoord(en) 

Krachtens artikel 85 van het EG-Verdrag stelt de Commissie

"op verzoek van een lidstaat of ambtshalve, en in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, welke haar daarbij behulpzaam zijn, (…) een onderzoek in naar de gevallen van vermoedelijke inbreuk (…)".

In artikel 226 van het EG-Verdrag wordt het volgende bepaald: "Indien de Commissie van oordeel is dat een lidstaat een van de krachtens dit Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, brengt zij dienaangaande een met redenen omkleed advies uit, na deze staat in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken".

Kan de Commissie, in het licht van haar antwoord op schriftelijke vraag P-0770/03(1) en gezien bovenstaande overwegingen, mededelen:

of zij tijdens de lopende zittingsperiode ten aanzien van Italiaanse bedrijven overeenkomstig artikel 85 van het EG-Verdrag onderzoek heeft ingesteld naar gevallen van vermoedelijke inbreuk; om hoeveel en welke inbreuken het gaat; of het onderzoek op verzoek van een lidstaat of ambtshalve is ingesteld; welke onderzoeken nog aan de gang zijn?
of zij tijdens de lopende zittingsperiode ten aanzien van de Italiaanse Republiek overeenkomstig artikel 226 van het EG-Verdrag onderzoek heeft ingesteld naar gevallen van vermoedelijke niet-nakoming van de uit het Verdrag voortvloeiende verplichtingen; om hoeveel en welke gevallen het gaat; welke onderzoeken zijn geseponeerd; welke onderzoeken ertoe hebben geleid om Italië te verzoeken zijn opmerkingen te maken; welke onderzoeken ertoe hebben geleid een met redenen omkleed advies uit te brengen?

(1)PB C 33 E van 6.2.2004, blz. 79.

Oorspronkelijke taal van de vraag: ITPB C 51 E van 26/02/2004 (blz. 108)
Laatst bijgewerkt op: 3 maart 2004Juridische mededeling