Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2157(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0350/2011

Ingediende teksten :

A7-0350/2011

Debatten :

PV 14/11/2011 - 22
CRE 14/11/2011 - 22

Stemmingen :

PV 15/11/2011 - 7.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0485

Aangenomen teksten
PDF 122kWORD 61k
Dinsdag 15 november 2011 - Straatsburg Definitieve uitgave
Demografische veranderingen en de gevolgen daarvan voor het cohesiebeleid
P7_TA(2011)0485A7-0350/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 15 november 2011 over demografische verandering en de gevolgen daarvan voor het toekomstig cohesiebeleid van de EU (2010/2157(INI))

Het Europees Parlement ,

–  gezien het vijfde verslag over de economische, sociale en territoriale samenhang van het DG REGIO, met name de bladzijden 230-234,

–  gezien de conclusies van het vijfde cohesieverslag: de toekomst van het cohesiebeleid (COM(2010)0642), en het bijbehorende begeleidend document (SEC(2010)1348),

–  gezien het werkdocument van DG REGIO getiteld „Regio's 2020: een beoordeling van de toekomstige uitdagingen voor de EU-regio's” van november 2008 (achtergronddocument bij werkdocument van de diensten van de Commissie SEC(2008)2868)),

–  gezien zijn resolutie van 11 november 2010 over demografische vraagstukken en de solidariteit tussen de generaties(1) ,

–  gezien zijn resolutie van 21 februari 2008 over de demografische toekomst van Europa(2) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld „Meer solidariteit tussen de generaties” van 10 mei 2007 (COM(2007)0244),

–  gezien zijn resolutie van 23 maart 2006 over demografische vraagstukken en de solidariteit tussen de generaties(3) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld „De demografische toekomst van Europa: probleem of uitdaging?” van 12 oktober 2006 (COM(2006)0571),

–  gezien het Groenboek getiteld „Demografische veranderingen: naar een nieuwe solidariteit tussen de generaties” van 16 maart 2005 (COM(2005)0094),

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0350/2011),

A.  overwegende dat de demografische verandering in de EU en wereldwijd een feit is en dat de omgang hiermee een van de belangrijkste opgaven voor de toekomst is, en dat de bevolking van de EU wereldwijd de oudste is;

B.  overwegende dat de demografische verandering gekenmerkt wordt door de vergrijzing van de bevolking en door aanzienlijke migratiestromen, zowel uit derde landen naar de EU als binnen de EU van oost naar west en van de landelijke gebieden naar de stedelijke gebieden;

C.  overwegende dat vooral bepaalde regio's zich als gevolg van de democratische veranderingen voor nieuwe taken gesteld zien, die echter niet alleen als bedreiging, maar ook als kans moeten worden beschouwd;

D.  overwegende dat DG REGIO van de Commissie in zijn analyse „Regio's 2020” heeft vastgesteld dat de demografische verandering een cruciale uitdaging is;

E.  overwegende dat de demografische verandering plattelandsgebieden en stedelijke gebieden in gelijke mate treft, met gevolgen voor o.a. de beschikbaarstelling van goede infrastructuur en de dienstverlening;

F.  overwegende dat de aanpak van de diverse demografische uitdagingen weliswaar in de eerste plaats een taak is voor de lidstaten, maar dat de regio's proactief moeten optreden en daarbij steun van het Europees niveau nodig hebben;

G.  overwegende dat de lidstaten in het kader van de operationele programma's 2007–2013 30 miljard euro aan structuurgelden uitgetrokken hebben voor maatregelen op het gebied van de demografische verandering, en dat de regionale en lokale autoriteiten een centrale rol spelen bij de aanpak van dit veranderingsproces, zodat het regionaal beleid een cruciaal beleidsinstrument wordt binnen het instrumentarium van de EU,

Algemeen

1.  vindt de stijgende levensverwachting in Europa verheugend; is van mening dat in de publieke opinie vaak alleen de gevaren en niet de kansen van de demografische verandering worden belicht;

2.  is van oordeel dat alle mogelijkheden zorgvuldig moeten worden onderzocht en op een gepaste manier moeten worden benut, ook met de steun die de instrumenten van het cohesiebeleid bieden;

3.  is van mening dat de demografische verandering van regio tot regio zeer uiteenlopende gevolgen heeft, al naargelang zij zich in een snel of traag tempo voltrekt en de betrokken regio een immigratieoverschot heeft of een regio met een krimpende bevolking is, en dat deze gevolgen dus tot uiteenlopende aanpassingsstrategieën nopen en door alle Europese, nationale en regionale autoriteiten op een gecoördineerde manier moet worden aangepakt; stelt vast dat in gebieden met een krimpende bevolking, met name plattelandsgebieden, levenskwaliteit iets anders betekent dan in regio's met een groeiende bevolking, en is derhalve van mening dat verschillende ondersteunende strategieën nodig zijn; is van mening dat arbeidsmigratie een versterkend effect heeft op de demografische verandering en dat de vergrijzing van de bevolking slechts één aspect van dit verschijnsel is;

4.  is van oordeel dat het EFRO en het ESF, kunnen helpen bij de aanpak van de uitdagingen die voortvloeien uit de demografische veranderingen in Europa, namelijk het stijgende aantal ouderen en het dalende aantal jongeren; pleit voor het gebruik van EFRO-middelen om de aanpassing van de woonomstandigheden aan de behoeften van ouderen te ondersteunen, teneinde een hoge bestaanskwaliteit voor de vergrijzende samenleving te garanderen; dringt er bij de lidstaten en de regio's op aan de in het kader van het EFRO en het ESF beschikbare middelen te gebruiken ter ondersteuning van jonge gezinnen;

5.  is van oordeel dat een gunstig politiek klimaat voor gendergelijkheid kan bijdragen aan de aanpak van de demografische uitdagingen; verzoekt daarom om bij de beschouwing van demografische vraagstukken altijd ook aandacht te besteden aan gendergelijkheid;

6.  is van oordeel dat de demografische situatie die er momenteel in op zijn minst een aantal lidstaten op achteruitgaat, discussies zal aanzwengelen over een hervorming van de pensioenstelsels in de nabije toekomst;

Aanpassingen van het structuurbeleid

7.  pleit ervoor dat de lidstaten en de regio's bij de toekenning en verdeling van Europese structuurgelden en bij de vaststelling van effectindicatoren rekening houden met het uiteenlopende regionale ontwikkelingsniveau alsmede demografische indicatoren, bijvoorbeeld de afhankelijkheidsgraad; wijst erop dat de EU het hoogste percentage ouderen ter wereld heeft; is van mening dat de Commissie manieren moet presenteren om ook op pan-Europees niveau de demografische verandering aan te pakken; is van mening dat het, zowel uit een oogpunt van toegang tot infrastructuur en diensten als met het oog op de milieubescherming, essentieel is dat niet alleen de arbeidsmigratie wordt geanalyseerd, maar ook de noodzaak tot het garanderen van de voorwaarden om de inwoners in hun regio's te houden, teneinde een bevolkingsconcentratie in bepaalde stedelijke gebieden te voorkomen;

8.  is van mening dat er met behulp van EU-beleid ook wat de demografische verandering betreft gemeenschappelijke oplossingen en synergieën kunnen worden ontwikkeld; verzoekt de Commissie om de demografische verandering als een horizontale doelstelling te integreren in het toekomstige cohesiebeleid; verzoekt de Commissie tevens er bij het aangaan van investeringspartnerschappen met de lidstaten op aan te dringen dat dit aspect de nodige aandacht krijgt;

9.  moedigt de lidstaten en de regio's ertoe aan bij de uitstippeling van de nationale strategische kaderprogramma's (of bij de opstelling van overeenkomstige documenten) meer dan voorheen plaats in te ruimen voor de demografische verandering en de gevolgen daarvan, en de aanpak hiervan te verheffen tot een horizontale doelstelling; is in dit verband van mening dat de vlaggenschipinitiatieven in het kader van de EU 2020-strategie, inclusief het partnerschap op het gebied van actief en gezond ouder worden, direct kunnen worden afgestemd op de voorkeuren van de bij deze programma's betrokken partners;

10.  pleit voor proactieve maatregelen om te voorkomen dat de demografische verandering negatieve gevolgen heeft, en voor meer technische hulp voor regio's die het zwaarst te lijden hebben onder leegloop en vergrijzing, om te verzekeren dat ze hun absorptiecapaciteit behouden en van de structuurfondsen kunnen profiteren;

11.  is van mening dat openbare en particuliere actoren in Europa de mogelijkheid hebben als pioniers op te treden bij de aanpak van problemen die de demografische verandering en de vergrijzing met zich meebrengen, o.a. door middel van sociale innovaties; wijst erop dat er zowel in de particuliere als de openbare sector in de toekomst steeds meer moet worden geïnvesteerd om de kosten van de vergrijzing te dekken; is van mening dat er op dit gebied steeds meer mogelijkheden ontstaan voor het bedrijfsleven en voor innovaties;

12.  benadrukt dat demografische veranderingen, met name de vergrijzing, een duidelijke impact hebben op de voorziening van sociale infrastructuur, waaronder pensioenstelsels, ouderenzorg en gezondheidszorg, waarbij regionale autoriteiten moeten voldoen aan de veranderende vraag van diverse bevolkingsgroepen;

13.  dringt aan op toekomstige ESF-voorschriften die eenvoudiger te hanteren zijn en kleine organisaties daardoor meer laten profiteren van de financiering en hen in staat stellen innovatieve sociale projecten te ontwikkelen en beheren; roept de Commissie op de financiering van transnationale proefprojecten op EU-niveau voor sociale en werkgelegenheidsvraagstukken in het toekomstige ESF uit te breiden om innovatieve regionale, grensoverschrijdende en macroregionale samenwerking te steunen en zo te kunnen inspelen op de gemeenschappelijke uitdagingen die het gevolg zijn van demografische veranderingen;

Stedelijke ontwikkeling/infrastructuur

14.  moedigt de regio's ertoe aan de structuurfondsen in te zetten om de demografische problematiek te helpen oplossen en de sociale en administratieve diensten – ook in kleine en afgelegen steden en dorpen – beter toegankelijk te maken door het specifieke potentieel van elke regio tot ontwikkeling te brengen en de factoren waardoor mensen daar willen blijven wonen meer gewicht toe te kennen;

15.  verzoekt de Commissie de voorwaarden te versoepelen ter stimulering van gecombineerde financiering uit het EFRO en het ESF voor de ontwikkeling en uitvoering van geïntegreerde stadsontwikkelingsplannen en -strategieën;

16.  is van mening dat, ter voorkoming van leegloop, de ontwikkeling van kind- en gezinsvriendelijke steden die toegankelijk zijn voor personen met een beperking en verminderde mobiliteit, noodzakelijk is; ziet als één van de kenmerken van deze opzet dat werk, woning en recreatiegebieden waar mogelijk niet te ver uit elkaar liggen; verzoekt de regio's bij de stadsplanning te zorgen voor een evenwichtig en harmonieus ontwikkelde mix van wonen, werken en groenvoorziening en voor verbetering van de verbindingen met voorstedelijke gebieden die bestemd zijn voor nieuwe woonwijken; moedigt aan om ook de mogelijkheden van telewerken verder te ontwikkelen;

17.  merkt op dat met name kleine steden in regio's die met leegloop te kampen hebben een belangrijke rol als dienstverleningscentrum vervullen; pleit ervoor om in de toekomstige structuurfondsen rekening te houden met die ankerfunctie, met name door betere coördinatie tussen het ELFPO en het EFRO en het ESF; wijst erop dat leegloop van het platteland op zijn beurt negatieve gevolgen met zich meebrengt voor stedelijke gebieden, en dat economisch en sociaal bloeiende plattelandsgebieden een publiek goed zijn, hetgeen zich zou moeten vertalen in een plattelandsontwikkelingsprogramma met voldoende middelen; verzoekt de lidstaten, regio's en gemeenten voor hun inwoners in alle leeftijdsklassen een compleet en efficiënt dienstennetwerk aan te bieden om ontvolking van het platteland en leegloop tegen te gaan;

18.  wijst erop dat EFRO-middelen ook kunnen worden aangewend om sociale uitsluiting van ouderen tegen te gaan, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van specifiek op ouderen afgestemde infrastructuur en diensten die voor iedereen toegankelijk moeten worden gemaakt;

19.  is van mening dat in regio's waar de bevolking krimpt financiële steun voor aanpassingsstrategieën moet worden verstrekt; is van mening dat men zich bij de stads- en regionale planning meer moet instellen op herbestemming van infrastructuur, o.a. door revitalisering en herinrichting van stadscentra, waarbij samenwerking met private partijen van groot belang is; merkt op dat men zich in het gemeentelijk beleid moet richten op de ontwikkeling van ouderenvriendelijke steden; wenst dat het potentieel van stedelijk toerisme en erfgoed wordt onderkend en benut, als een mogelijkheid om nieuwe bewoners aan te trekken in met ontvolking bedreigde gebieden;

20.  verzoekt de regio's innovatieve concepten voor het lokale openbaar vervoer te ontwikkelen als antwoord op onder meer de teruglopende aantallen passagiers in met name plattelandsgebieden; verzoekt de Commissie dergelijke projecten financieel te ondersteunen;

Ouderen, kinderen, gezinnen

21.  pleit ervoor binnen het EFRO prioriteit toe te kennen aan gunstige leningen voor de aanpassing van woningen aan de behoeften van ouderen; stelt voor de mogelijkheid te bieden om onder bepaalde voorwaarden geld beschikbaar te stellen voor zorgwooncomplexen en huizen met meerdere generaties om te voorkomen dat ouderen geïsoleerd raken, om het creatieve potentieel van ouderen te benutten en om zo een hogere levenskwaliteit in een vergrijzende samenleving te waarborgen;

22.  moedigt de lidstaten ertoe aan hun aanbod aan sociale en zorgvoorzieningen aan te passen aan de behoeften van iedereen, met name van gezinnen en kinderen, en om gelden beschikbaar te stellen voor thuiszorg en universele gezondheidszorg voor ouderen, ongeacht hun inkomen, leeftijd of sociale status, zodat de ontvolking van plattelands- en perifere gebieden wordt tegengegaan;

23.  acht overheidsinvesteringen in de gezondheids- en zorgstelsels van groot belang voor de sociale samenhang in Europa; verzoekt de lidstaten ook in plattelandsgebieden goede medische zorg te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van regionale medische centra en gezondheidsdiensten, om te voorkomen dat er een medische kaalslag plaatsvindt, door in grensregio's aan te sturen op meer grensoverschrijdende samenwerking tussen klinieken en belanghebbenden, en door de mogelijkheid te overwegen tot gebruik van de structuurfondsen voor de bevordering van aanvullende maatregelen op het gebied van telegeneeskunde en zorg en om actief ouder worden te ondersteunen; verzoekt de Commissie met innovatieve ideeën te komen voor de financiële ondersteuning van dergelijke voorzieningen;

24.  waarschuwt voor eventuele specifieke regionale problemen bij de verstrekking van diensten van algemeen belang, en met name voor een tekort aan geschoold personeel in zorggerelateerde beroepen in bepaalde regio's; is van mening dat deze regio's specifieke regionale strategieën moeten ontwikkelen om te reageren op de behoeften en problemen op het gebied van dienstverlening, en dat zij gebruik moeten maken van ESF-middelen voor het opleiden van zorgwerkers om de kwaliteit van de zorgverlening te kunnen garanderen en te waarborgen dat er nieuwe banen worden gecreëerd, onder meer door middel van omscholingsprogramma's voor werklozen; wijst erop dat een en ander direct bijdraagt aan de bevordering van de werkgelegenheid als EU 2020-doelstelling;

25.  onderstreept dat de voorwaarden moeten worden gecreëerd voor het bewerkstelligen van een evenwicht tussen werk, gezin en privéleven, en dat in deze context waar mogelijk universeel beschikbare, betrouwbare en hoogwaardige dagopvangfaciliteiten moeten worden aangeboden voor kinderen van alle leeftijden, met inbegrip van voorzieningen en mogelijkheden voor voorschools leren, om ontvolking tegen te gaan; erkent tegelijkertijd de waardevolle rol die grootfamilies spelen in de zorg voor kinderen;

26.  is van oordeel dat het belangrijk is dat gezinnen over voldoende betaalbare woonruimte beschikken, om gezinsleven en carrière gemakkelijker met elkaar te kunnen combineren, aangezien steun voor jonge gezinnen kan helpen om het geboortecijfer in de lidstaten te verhogen;

Migratie en integratie

27.  benadrukt dat migratie eventueel bepaalde integratieproblemen zou kunnen veroorzaken;

28.  wijst erop dat de migratie van gekwalificeerde arbeidskrachten vanuit de nieuwe lidstaten naar de oude lidstaten een van de grootste demografische problemen is voor de nieuwe lidstaten en negatieve gevolgen heeft voor de leeftijdsopbouw van hun bevolking; onderstreept verder dat ook medisch personeel migreert, waardoor in de regio's die minder ontwikkeld zijn, het voortbestaan van de gezondheidszorg op termijn wordt bedreigd;

29.  erkent echter dat migratie met name regio's met een negatief migratiesaldo een kans biedt de negatieve gevolgen van demografische veranderingen tegen te gaan, en roept de lidstaten daarom op de integratie van migranten te zien als een uiterst belangrijke beleidsmaatregel;

30.  verzoekt de lidstaten het eens te worden over een gemeenschappelijke strategie voor legale migratie, niet in de laatste plaats omdat Europa, met name in bepaalde sectoren, om demografische redenen afhankelijk is van migratie van geschoolde arbeidskrachten (zowel tussen de lidstaten onderling als van buiten de EU, met name vanuit de buurlanden van de Unie); is van mening dat de lidstaten ernaar moeten streven gekwalificeerde arbeidskrachten te behouden om zo bij te dragen aan een evenwichtige regionale ontwikkeling en de gevolgen van de demografische verandering te temperen;

31.  stelt voor meer geld beschikbaar te stellen voor de integratie van immigranten, om vooroordelen weg te nemen, waarbij opleiding en gezamenlijke uitwisselingsevenementen ondersteund kunnen worden;

Werkgelegenheid

32.  verzoekt de Commissie om het ESF zo in te richten dat rekening wordt gehouden met mensen in alle levensfasen, en ervoor te zorgen dat er sterker gebruik wordt gemaakt van de capaciteiten van beroepskrachten en vrijwilligers om de demografische veranderingen het hoofd te bieden; wijst erop dat de ervaring en kennis van ouderen benut zouden moeten worden, bijvoorbeeld in de vorm van coachingprojecten, zodat de overgang tussen generaties soepel kan verlopen, en dat hiervoor adequate oplossingen zijn vereist; is van mening dat uitwisseling tussen de verschillende generaties kansen biedt die benut moeten worden;

33.  is van mening dat de regio's voor de bestrijding van de jeugdwerkloosheid vastberaden ESF-middelen moeten gebruiken om de maatschappelijke integratie van jongeren te waarborgen en hun de mogelijkheid te geven een geschikt beroep te kiezen; wijst erop dat dit kan worden bereikt door bijvoorbeeld opleidingsinitiatieven voor jongeren en ondernemerschap onder jongeren te steunen;

34.  is van mening dat voortgezette steunverlening nodig is om de participatiegraad onder vrouwen te verhogen; dringt er daarom op aan dat meer vrouwen toegang krijgen tot gekwalificeerde banen en de programma's voor een leven lang leren, mits de verkregen kwalificaties aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt; adviseert de lidstaten om stimulansen te ontwikkelen ten behoeve van de werknemers voor speciale projecten die hen moeten helpen bij het combineren van werk en gezin;

35.  benadrukt dat het voor Europese regio's die met demografische uitdagingen worden geconfronteerd, van cruciaal belang is een gunstig klimaat voor een concurrerende en innovatieve particuliere sector te creëren om over de generatiegrenzen heen nieuwe kansen op de arbeidsmarkt te creëren;

Analyse en best practice

36.  is van mening dat demografische ontwikkelingen in de regio's statistisch geregistreerd moeten worden; verzoekt de Commissie met voorstellen te komen om lokale, regionale en nationale databanken over demografische ontwikkelingen vergelijkbaar te maken zodat de gegevens voor heel Europa kunnen worden geëvalueerd en de uitwisseling van goede praktijken tussen landen, regio's en gemeenten kan worden bevorderd;

37.  verzoekt de Commissie de „Demographic Vulnerability Index” te verbeteren en deze om de vijf jaar vast te stellen, om zichtbaar te maken in welke regio's in Europa de demografische verandering bijzonder sterk optreedt; roept de Commissie op proefprojecten op te zetten om de praktijken in de meest problematische regio's in kaart te brengen;

38.  verzoekt de lidstaten en de regionale en lokale overheden om beter met lokale en regionale actoren samen te werken op gebieden die met de demografische verandering verband houden; is van mening dat die samenwerking in grensregio's ook moet inspelen op de wensen en mogelijkheden voor grensoverschrijdende initiatieven; stelt de ontwikkeling van vakgerichte opleidingsprogramma's voor, voor een beter begrip van en inzicht in de problematiek; roept de regio's op de beste praktijken uit te wisselen op het gebied van uitdagingen met betrekking tot de vergrijzing;

39.  stelt de Commissie voor om in het kader van de territoriale samenwerking EU-netwerken te subsidiëren waarin regionale en lokale overheden en spelers uit het maatschappelijk middenveld van elkaar kunnen leren met betrekking tot de aanpak van problemen die uit de demografische verandering voortvloeien;

40.  verzoekt de Commissie naar mogelijkheden op zoek te gaan om voor het idee van „ERASMUS voor lokale en regionale ambtsdragers” een passende nieuwe vorm te vinden en haar idee van een „zomer- of winteruniversiteit” nader toe te lichten, waar vertegenwoordigers van de Europese regio's van gedachten kunnen wisselen over goede ervaringen op het gebied van demografische vraagstukken en mogelijke oplossingen daarvoor;

41.  verzoekt de Commissie beste praktijken te verzamelen, deze te analyseren en te delen met de lidstaten en regio's, zodat deze als voorbeeld kunnen worden gebruikt bij het vormgeven van beleid voor demografische uitdagingen;

42.  verzoekt de lidstaten en de regio's om ervaringen, de beste praktijken en nieuwe methoden uit te wisselen met betrekking tot het voorkomen van de negatieve gevolgen van een demografisch veranderingsproces;

o
o   o

43.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0400.
(2) PB C 184 E van 6.8.2009, blz. 75.
(3) PB C 292 E van 1.12.2006, blz. 131.

Laatst bijgewerkt op: 10 april 2013Juridische mededeling