Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/2309(INL)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0041/2013

Ingediende teksten :

A7-0041/2013

Debatten :

PV 12/03/2013 - 17
CRE 12/03/2013 - 17

Stemmingen :

PV 13/03/2013 - 8.5
CRE 13/03/2013 - 8.5

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0082

Aangenomen teksten
PDF 105kWORD 28k
Woensdag 13 maart 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Samenstelling van het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen van 2014
P7_TA(2013)0082A7-0041/2013
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2013 over de samenstelling van het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen van 2014 (2012/2309(INL))

Het Europees Parlement ,

–  gezien artikel 14, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien Protocol nr. 36 betreffende de overgangsbepalingen,

–  gezien het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 41, 48 en 74 septies van zijn Reglement,

–  gezien zijn resolutie van 11 oktober 2007 over de samenstelling van het Europees Parlement(1) ,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A7-0041/2013),

A.  overwegende dat artikel 2, leden 1 en 2, van Protocol nr. 36 aan het einde van de zittingsperiode 2009-2014 zijn geldigheid verliest;

B.  overwegende dat de Republiek Kroatië naar verwachting vóór de in het voorjaar van 2014 te houden verkiezingen voor het Europees Parlement tot de Unie zal toetreden, en overwegende dat artikel 19, lid 1, van de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Kroatië en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan het einde van de zittingsperiode 2009-2014 zijn geldigheid verliest;

C.  overwegende dat de demografische veranderingen die zich sinds de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement hebben voorgedaan, in aanmerking moeten worden genomen;

D.  overwegende dat moet worden overwogen een duurzaam systeem voor de zetelverdeling in het Europees Parlement in te voeren in samenhang met een herziening van het stemstelsel in de Raad als onderdeel van een algehele hervorming van de instellingen van de Unie die moet worden afgebakend in het kader van een Conventie, bijeengeroepen overeenkomstig artikel 48, lid 3, VEU, en overwegende dat bij een dergelijke hervorming moet worden erkend dat uit hoofde van de Verdragen de basis voor de democratie in de Unie bestaat in de vertegenwoordiging van zowel de burgers als de lidstaten;

E.  overwegende dat de zetelverdeling voor de volgende zittingsperiode niet willekeurig mag geschieden, maar daarentegen moet zijn gebaseerd op objectieve criteria die op pragmatische wijze moeten worden toegepast, en overwegende dat bij een dergelijke verdeling de stijging van het aantal zetels zodanig met verliezen moet worden gecompenseerd dat deze verliezen beperkt blijven tot een maximum van één zetel per lidstaat;

1.   legt uit hoofde van zijn in artikel 14, lid 2, VEU verankerde initiatiefrecht aan de Europese Raad bijgaand voorstel voor een besluit van de Europese Raad tot vaststelling van de samenstelling van het Europees Parlement voor de zittingsperiode 2014-2019 voor;

2.  onderstreept de dringende noodzaak van vaststelling van dat besluit, dat door het Parlement moet worden goedgekeurd, zodra het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie in werking treedt, zodat de lidstaten tijdig de nodige nationale maatregelen kunnen uitvaardigen met het oog op de organisatie van de verkiezingen voor het Europees Parlement voor de zittingsperiode 2014-2019;

3.  verplicht zich ertoe om binnenkort een voorstel in te dienen ter verbetering van de praktische regelingen voor het houden van de verkiezingen in 2014;

4.  verplicht zich ertoe vóór eind 2015 een nieuw voorstel voor een besluit van de Europese Raad in te dienen met het doel lang genoeg vóór het begin van de zittingsperiode 2019-2024 een duurzaam en transparant systeem in te voeren waarmee in de toekomst vóór elke nieuwe verkiezing van het Europees Parlement op objectieve wijze de zetels onder de lidstaten kunnen worden verdeeld, uitgaande van het in artikel 1 van bijgaand voorstel voor een besluit vastgestelde beginsel van degressieve evenredigheid, rekening houdend met een eventuele verandering van het aantal lidstaten en de naar behoren vastgestelde demografische ontwikkeling van hun bevolking, en zonder de mogelijkheid uit te sluiten dat er een aantal zetels wordt gereserveerd voor leden die via transnationale lijsten worden verkozen;

5.  constateert dat het nieuwe systeem voor de zetelverdeling in het Europees Parlement moet worden ingevoerd in samenhang met een herziening van het stemstelsel in de Raad als onderdeel van de noodzakelijke herziening van de Verdragen; besluit om voorstellen in te dienen tijdens de volgende Conventie, die uit hoofde van artikel 48, lid 3, VEU moet worden bijeengeroepen;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en het daaraan gehechte voorstel voor een besluit van de Europese Raad, samen met voornoemd verslag van zijn Commissie constitutionele zaken, te doen toekomen aan de Europese Raad en aan de regering en het parlement van de Republiek Kroatië en, ter informatie, aan de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB C 227 E van 4.9.2008, blz. 132 (verslag-Lamassoure-Severin).


BIJLAGE BIJ DE RESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Voorstel voor een besluit van de Europese Raad inzake de samenstelling van het Europees Parlement

DE EUROPESE RAAD,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 14, lid 2,

Gezien artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 36 betreffende de overgangsbepalingen,

Gezien het initiatief van het Europees Parlement,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Artikel 2, leden 1 en 2, van Protocol nr. 36 betreffende de overgangsbepalingen verliest aan het einde van de zittingsperiode 2009-2014 zijn geldigheid.

(2)  Artikel 19, lid 1, van de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Kroatië en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie verliest aan het einde van de zittingsperiode 2009-2014 zijn geldigheid.

(3)  Het is noodzakelijk onverwijld aan het bepaalde in artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 36 te voldoen en derhalve het in artikel 14, lid 2, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde besluit vast te stellen, teneinde de lidstaten in staat te stellen tijdig de nodige nationale maatregelen uit te vaardigen met het oog op de organisatie van de verkiezingen voor het Europees Parlement voor de zittingsperiode 2014-2019.

(4)  Dit besluit strookt met de in artikel 14, lid 2, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde criteria, te weten dat het aantal vertegenwoordigers van de burgers van de Unie niet meer dan zevenhonderdvijftig bedraagt, plus de voorzitter, dat de vertegenwoordiging degressief evenredig moet zijn, met een minimumdrempel van zes leden per lidstaat en dat geen enkele lidstaat meer dan zesennegentig zetels krijgt toegewezen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij de toepassing van het in artikel 14, lid 2, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie verankerde beginsel van degressieve evenredigheid zijn de volgende beginselen van toepassing:

   bij de zetelverdeling in het Europees Parlement wordt het in het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde minimum- en maximumaantal ten volle benut om zo nauw mogelijk aan te sluiten op de omvang van de bevolking van de lidstaten;
   de verhouding tussen de bevolking en het aantal zetels van elke lidstaat vóór afronding op hele getallen varieert naargelang van de respectieve bevolkingsomvang, zodat de leden van het Europees Parlement uit een lidstaat met een grotere bevolking meer burgers vertegenwoordigen dan de leden uit een lidstaat met een kleinere bevolking en, omgekeerd, zodat hoe groter de bevolking van een lidstaat is, hoe meer deze lidstaat recht heeft op een groot aantal zetels.

Artikel 2

De totale bevolking van de lidstaten wordt door de Commissie (Eurostat) berekend op basis van gegevens die de lidstaten verstrekken volgens een methode die in een verordening van het Europees Parlement en de Raad wordt vastgesteld.

Artikel 3

Krachtens artikel 1 wordt vanaf de aanvang van de zittingsperiode 2014-2019 het aantal in elke lidstaat gekozen vertegenwoordigers in het Europees Parlement als volgt vastgesteld:

België

21

Bulgarije

17

Tsjechische Republiek

21

Denemarken

13

Duitsland

96

Estland

6

Ierland

11

Griekenland

21

Spanje

54

Frankrijk

74

Kroatië:

11

Italië

73

Cyprus

6

Letland

8

Litouwen

11

Luxemburg

6

Hongarije

21

Malta

6

Nederland

26

Oostenrijk

18

Polen

51

Portugal

21

Roemenië

32

Slovenië

8

Slowakije

13

Finland

13

Zweden

20

Verenigd Koninkrijk

73

Artikel 4

Dit besluit wordt lang genoeg vóór het begin van de zittingsperiode 2019-2024 herzien met het doel een systeem in te voeren waarmee in de toekomst vóór elke nieuwe verkiezing van het Europees Parlement de zetels op objectieve, eerlijke, duurzame en transparante wijze onder de lidstaten kunnen worden verdeeld, uitgaande van het in artikel 1 vastgestelde beginsel van degressieve evenredigheid en rekening houdend met een eventuele verandering van het aantal lidstaten en de naar behoren vastgestelde demografische ontwikkeling van hun bevolking, alsmede met het stemstelsel in de Raad.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Gedaan te ...,

Voor de Europese Raad

De voorzitter

Laatst bijgewerkt op: 2 februari 2015Juridische mededeling