Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2702(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0378/2013

Debatten :

PV 09/10/2013 - 15
CRE 09/10/2013 - 15

Stemmingen :

PV 10/10/2013 - 9.4
CRE 10/10/2013 - 9.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0418

Aangenomen teksten
PDF 150kWORD 32k
Donderdag 10 oktober 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verondersteld vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen in Europese landen door de CIA
P7_TA(2013)0418B7-0378, 0379 en 0381/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2013 over het veronderstelde vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen in Europese landen door de CIA (2013/2702(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 13 december 2012, waarbij de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) werd veroordeeld voor de "extreme ernst" van de schendingen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (artikelen 3, 5, 8 en 13) bij de buitengewone uitlevering van Khaled El–Masri,

–  gezien de volgende bij het EHRM aanhangige zaken: Al–Nashiri/Polen, Abu Zubaydah/Litouwen, Abu Zubaydah/Polen, en Nasr en Ghali/Italië; gezien het verzoek dat dhr. al–Nashiri in augustus 2012 tegen Roemenië heeft ingediend, en het verzoek dat het Human Rights Monitoring Institute (HRMI) en het Open Society Justice Initiative in december 2012 tegen Litouwen hebben ingediend wegens schending van hun recht op informatie en hun recht op een doeltreffende voorziening in rechte,

–  gezien de uitspraak van het Italiaanse Hooggerechtshof van september 2012 tot handhaving van de veroordeling van 23 Amerikaanse onderdanen in verband met de ontvoering van Abu Omar in 2003, onder wie het voormalige diensthoofd van de in Milaan, Robert Seldon Lady, die tot negen jaar gevangenisstraf werd veroordeeld,

–  gezien de uitspraak van het Hof van Beroep van Milaan van februari 2013 waarbij drie andere, voordien diplomatiek onschendbaar geachte CIA-agenten(1) tot zes à zeven jaar gevangenisstraf werden veroordeeld; gezien de uitspraak van datzelfde hof om ook Nicolò Pollari, het voormalige hoofd van de Italiaanse militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst (SISMI), tot 10 jaar gevangenisstraf te veroordelen, het voormalige adjunct-hoofd van de SISMI, Marco Mancini, tot negen jaar, en drie SISMI-agenten tot elk zes jaar,

–  gezien het besluit van de Italiaanse president van 5 april 2013 om gratie te verlenen aan de Amerikaanse kolonel Joseph Romano, die in Italië veroordeeld was voor zijn verantwoordelijkheid bij de ontvoering van Abu Omar aldaar,

–  gezien zijn resolutie van 11 september 2012 over het veronderstelde vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen in Europese landen door de CIA: follow–up bij het verslag van de Commissie TDIP van het Europees Parlement(2) ,

–  gezien de documenten die de Commissie aan de rapporteur heeft verstrekt, waaronder niet-landenspecifieke brieven die in maart 2013 naar alle lidstaten zijn gestuurd en waarop slechts enkele lidstaten (Finland, Hongarije, Spanje en Litouwen) hebben geantwoord,

–  gezien zijn resoluties met betrekking tot Guantánamo, met als meest recente die van 23 mei 2013 over Guantánamo: hongerstaking van gevangenen(3) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 12 december 2012 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie (2010–2011)(4) ,

–  gezien de van Eurocontrol ontvangen vluchtgegevens tot september 2012,

–  gezien het verzoek tot medewerking bij de vrijgave van vluchtgegevens dat de rapporteur in april 2013 naar het agentschap voor luchtvaartveiligheid in Afrika en Madagaskar (ASECNA) heeft gestuurd, en het in juni 2013 ontvangen positieve antwoord van het agentschap,

–  gezien de conclusies van de Raad over de grondrechten en de rechtsstaat en over het verslag van de Commissie over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2012 (Luxemburg, 6 en 7 juni 2013),

–  gezien het "Programma van Stockholm – Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger (2010–2014)",

–  gezien de talrijke berichten in de media en van onderzoeksjournalisten, onder meer het onderzoekswerk dat in april 2013 op de Roemeense tv–zender Antena 1 werd uitgezonden,

–  gezien de onderzoeken die met name Interights, Redress en Reprieve hebben uitgevoerd, en de verslagen die sinds de aanneming van voornoemde resolutie van het Parlement van 11 september 2012 zijn uitgebracht door onafhankelijke onderzoekers, organisaties van het maatschappelijk middenveld en nationale en internationale niet-gouvernementele organisaties, met name het rapport van het Open Society Justice Initiative: "Globalising Torture: CIA Secret Detention and Extraordinary Rendition" (februari 2013), de in de VS uitgevoerde onafhankelijke, partijoverschrijdende studie van de Constitution Project's Task Force on Detainee Treatment (april 2013), de door de Britse academische website The Rendition Project gepubliceerde Rendition Flights Database (mei 2013), het rapport van Amnesty International "Unlock the truth: Poland's involvement in CIA secret detention" (juni 2013), en de brief van Human Rights Watch aan de Litouwse autoriteiten (juni 2013),

–  gezien de door de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie buitenlandse zaken gestelde vragen (O-000079/2013 – B7–0215/2013 and O-000080/2013 – B7–0216/2013),

–  gezien artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de eerbiediging van de grondrechten van essentieel belang is voor een geslaagd terrorismebestrijdingsbeleid;

B.  overwegende dat het Parlement zijn veroordeling heeft uitgesproken over de onder leiding van de VS uitgevoerde uitleverings- en geheimedetentieprogramma's van de CIA, waarbij verscheidene mensenrechten werden geschonden door onder andere illegale en willekeurige detentie, foltering en andere vormen van mishandeling, schending van het beginsel van "non-refoulement" en gedwongen verdwijning middels het gebruik van het Europese luchtruim en grondgebied door de CIA; overwegende dat het Parlement herhaaldelijk heeft aangedrongen op een volledig onderzoek naar de medewerking van nationale regeringen en instellingen aan de CIA-programma's;

C.  overwegende dat het Parlement zich ertoe verbonden heeft het door de tijdelijke commissie verleende mandaat te blijven vervullen, op grond van de artikelen 2, 6 en 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en zijn betrokken commissies heeft opgedragen om een jaar na aanneming van de voormelde resolutie van 11 september 2012 het Parlement in een plenaire vergadering over deze kwestie in te lichten, daar het het van essentieel belang achtte na te gaan in hoeverre de door het Parlement aangenomen aanbevelingen ten uitvoer zijn gelegd;

D.  overwegende dat verantwoording voor uitleveringen cruciaal is om de mensenrechten in het interne en externe beleid van de EU doeltreffend te beschermen en bevorderen, en om een legitiem en doeltreffend rechtsstatelijk veiligheidsbeleid te garanderen; overwegende dat de EU-instellingen onlangs in debat zijn getreden over de vraag hoe de EU de grondrechten en de rechtsstaat beter kan beschermen en bevorderen;

E.  overwegende dat noch de Raad, noch de Commissie uitvoerig zijn ingegaan op de aanbevelingen van het Parlement;

F.  overwegende dat de Litouwse autoriteiten nogmaals hebben verklaard het strafrechtelijk onderzoek naar de betrokkenheid van Litouwen bij het CIA-programma te willen heropenen als er nieuwe elementen blijken te zijn, maar dat nog altijd niet hebben gedaan; overwegende dat de Litouwse autoriteiten in hun opmerkingen aan het EHRM in de zaak Abu Zubaydah blijk hebben gegeven van belangrijke tekortkomingen in hun onderzoek en van het feit dat zij niet hebben begrepen wat de nieuwe informatie betekende; overwegende dat Litouwen in de tweede helft van 2013 het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie bekleedt; overwegende dat op 13 september 2013 een klacht is ingediend bij de Litouwse openbaar aanklager met het verzoek een onderzoek in te stellen naar aanleiding van de aanklacht dat Mustafa al–Hawsawi, die momenteel voor een militaire commissie in Guantánamo Bay moet verschijnen, in het kader van een programma onder leiding van de CIA illegaal is overgebracht naar Litouwen en daar in het geheim vastgehouden en gemarteld is;

G.  overwegende dat het grondige onderzoekswerk dat in april 2013 op de tv–zender Antena 1 werd uitgezonden verdere aanwijzingen opleverde van de centrale rol van Roemenië in het gevangenissennetwerk; overwegende dat de gewezen nationale veiligheidsadviseur, Ioan Talpeș, heeft verklaard dat Roemenië de CIA logistieke steun verleende; overwegende dat een voormalige Roemeense senator de beperkingen van het vorige parlementaire onderzoek heeft toegegeven en het openbaar ministerie opriep een rechtszaak aan te spannen;

H.  overwegende dat op 11 juni 2013 bij de Poolse aanklagers een verzoek werd ingediend om een derde man, de Jemeniet Walid Mohammed Bin Attash, officieel als slachtoffer te laten erkennen, daar hij in 2003 onrechtmatig werd gearresteerd in Pakistan, van juni tot september 2003 werd vastgehouden in een geheime gevangenis in Polen en vervolgens werd overgebracht naar Guantánamo, waar hij zich nog steeds bevindt; overwegende dat de Poolse aanklagers hun lopende strafrechtelijke onderzoek tot oktober 2013 hebben verlengd;

I.  overwegende dat de Britse autoriteiten procedurele belemmeringen opwerpen in de civielrechtelijke zaak die in het VK werd aangespannen door de Libiër Abdel Hakim Belhadj, die met Britse hulp door de CIA werd overgeleverd aan marteling in Libië, en te kennen hebben gegeven de getuigen in het geheim te willen horen;

J.  overwegende dat Italië in december 2012 een internationaal aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd tegen Robert Seldon Lady, die in juli 2013 in Panama werd gearresteerd; overwegende dat het vervolgens door Italië gedane uitleveringsverzoek door Panama niet werd aanvaard en dat Robert Seldon Lady in juli 2013 naar de VS werd overgebracht; overwegende dat de Italiaanse president op 5 april 2013 besloot gratie te verlenen aan de Amerikaanse kolonel Joseph Romano, die door een Italiaanse rechtbank was veroordeeld voor zijn verantwoordelijkheid bij de ontvoering van Abu Omar in Italië;

K.  overwegende dat de parlementaire ombudsman van Finland in november 2012 een onderzoek heeft opgestart naar het gebruik van het Finse grondgebied en luchtruim en Finse vluchtregistratiesystemen bij het uitleveringsprogramma van de CIA, en daarbij gedetailleerde schriftelijke verzoeken om informatie naar vijftien overheidsinstanties heeft gestuurd en tevens de Litouwse autoriteiten heeft verzocht specifieke informatie over daarmee verbonden vluchten te verstrekken;

L.  overwegende dat het tot mei 2012 door Denemarken verrichte onderzoek geen onafhankelijk, onpartijdig, grondig en doeltreffend onderzoek is volgens de internationale regelgeving en normen inzake mensenrechten, omdat het onvoldoende bevoegdheden en een beperkt toepassingsgebied heeft;

M.  overwegende dat slechts twee lidstaten (Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) hebben geantwoord op de follow–upbrieven die de Dienst speciale procedures van de VN aan acht lidstaten (Frankrijk, Italië, Litouwen, Polen, Roemenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) heeft gestuurd, en waarin om bijkomende informatie werd verzocht naar aanleiding van de VN-studie over wereldwijde praktijken inzake geheime detentie in het kader van terrorismebestrijding(5) ;

N.  overwegende dat de Amerikaanse president Obama nogmaals heeft verklaard Guantánamo te willen sluiten en op 23 mei 2013 heeft aangekondigd dat hij weer gevangenen zal gaan vrijlaten en een einde zal maken aan het moratorium op de vrijlating van Jemenitische gevangenen wier terugbrenging naar Jemen reeds veilig werd geacht, ondanks verzet in het Amerikaanse Congres; overwegende dat de Amerikaanse autoriteiten hun internationale verplichtingen moeten nakomen door Robert Seldon Lady te vervolgen;

O.  overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens, Navi Pillay, in haar openingsverklaring tijdens de 23e zitting van de Mensenrechtenraad (Genève, mei 2013), waarin ze de voormelde resolutie van het Parlement van 11 september 2012 aanhaalde, aandrong op een "geloofwaardig en onafhankelijk onderzoek" als "een uiterst belangrijke eerste stap naar verantwoording" en de landen opriep "daar een prioriteit van te maken";

P.  overwegende dat Ben Emmerson, speciaal rapporteur van de VN voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden bij de bestrijding van terrorisme, in het jaarverslag 2013(6) het werk van het Parlement aanhaalt en zijn steun betuigt aan enkele aanbevelingen die het in zijn voormelde resolutie van 11 september 2012 heeft gedaan;

1.  betreurt ten zeerste dat met name de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de kandidaat-lidstaten en de geassocieerde landen, de NAVO en de autoriteiten van de Verenigde Staten geen gehoor hebben gegeven aan de aanbevelingen in zijn voormelde resolutie van 11 september 2012, in het bijzonder in het licht van de ernstige schendingen van de grondrechten die de slachtoffers van de CIA-programma's te verduren hebben gekregen;

2.  is van mening dat het klimaat van straffeloosheid ten aanzien van de CIA-programma's ertoe heeft geleid dat de grondrechten verder geschonden konden worden in het anti-terreurbeleid van de EU en de VS, zoals later bleek uit de grootschalige surveillanceprogramma's van de Amerikaanse NSA en de activiteiten van toezichthoudende organen in verschillende lidstaten, die momenteel door het Parlement worden onderzocht;

Verantwoordingsproces in de lidstaten

3.  herhaalt zijn oproep aan de lidstaten die nog niet aan de verplichting tot onafhankelijk en effectief onderzoek hebben voldaan, de schendingen van de mensenrechten alsnog te onderzoeken, met inachtneming van al het nieuwe bewijsmateriaal dat aan het licht is gekomen, en alle nodige informatie vrij te geven over alle verdachte vliegtuigen waarbij een verband met de CIA en hun grondgebied bestaat; roept de lidstaten met name op te onderzoeken of er operaties hebben plaatsgevonden waarbij mensen in het kader van het CIA-programma in geheime centra op hun grondgebied werden vastgehouden; verzoekt de betrokken lidstaten (Frankrijk, Italië, Litouwen, Polen, Roemenië en Zweden) de door de Dienst speciale procedures van de VN verstuurde brieven te beantwoorden;

4.  dringt er bij Litouwen op aan zijn strafrechtelijke onderzoek naar geheime detentiecentra van de CIA te heropenen en een nauwgezet onderzoek te voeren, rekening houdend met al het aan het licht gebrachte bewijsmateriaal, met name betreffende de zaak Abu Zubaydah/Litouwen bij het EHRM; verzoekt Litouwen om rechercheurs een alomvattend onderzoek te laten voeren naar het netwerk van uitleveringsvluchten en de contactpersonen van wie algemeen bekend is dat zij de betrokken vluchten georganiseerd hebben of eraan deelgenomen hebben; verzoekt de Litouwse autoriteiten het gevangenisgebouw aan een forensisch onderzoek te onderwerpen en de telefoonbestanden te analyseren; dringt er bij hen op aan volledig samen te werken met het EHRM in de zaak Abu Zubaydah/Litouwen en de zaak HRMI/Litouwen; verzoekt Litouwen, in de context van de heropening van het strafrechtelijke onderzoek, verzoeken tot verlening van de status van slachtoffer of deelname aan het onderzoek van andere mogelijke slachtoffers in overweging te nemen; dringt er bij Litouwen op aan informatieverzoeken van andere EU-lidstaten volledig te beantwoorden, met name het verzoek om informatie van de Finse ombudsman betreffende een of meer vluchten die Finland en Litouwen zouden kunnen verbinden op een mogelijke uitleveringsroute; verzoekt de Litouwse openbaar aanklager een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar aanleiding van de klacht van Mustafa al–Hawsawi;

5.  dringt er bij de Roemeense autoriteiten op aan snel een onafhankelijk, onpartijdig, grondig en doeltreffend onderzoek in te stellen, alle ontbrekende parlementaire onderzoeksdocumenten op te sporen en volledig samen te werken met het EHRM in de zaak Al Nashiri/Roemenië; verzoekt Roemenië om volledige nakoming van zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten;

6.  verzoekt Polen zijn onderzoek voort te zetten op basis van meer transparantie, met name door het bewijs te leveren van concrete maatregelen die zijn getroffen, door vertegenwoordigers van slachtoffers hun cliënten op een betekenisvolle manier te laten vertegenwoordigen en door ze het recht te geven al het relevante vertrouwelijke materiaal in te zien en op te treden naar aanleiding van het verzamelde materiaal; roept de Poolse autoriteiten op alle betrokken overheidsactoren te vervolgen; dringt er bij de Poolse openbare aanklager op aan zo spoedig mogelijk het verzoek van Walid Bin Attash te herzien en daarover een besluit te nemen; vraagt Polen om volledig samen te werken met het EHRM in het kader van de zaken Al–Nashiri/Polen en Abu Zubaydah/Polen;

7.  roept de Britse autoriteiten op hun volledige medewerking te verlenen in het kader van lopende strafrechtelijke onderzoeken en om ervoor te zorgen dat civielrechtelijke vorderingen een volledig transparant verloop hebben zodat deze onderzoeken en vorderingen betreffende de uitlevering van buitenlandse onderdanen kunnen worden afgerond; vraagt de Britse autoriteiten een mensenrechtenconform onderzoek op te starten naar de uitlevering, foltering en slechte behandeling van gedetineerden in het buitenland;

8.  moedigt de Italiaanse autoriteiten aan om inspanningen te blijven leveren om te zorgen voor gerechtigheid met betrekking tot de schendingen van de mensenrechten door de CIA op Italiaans grondgebied, door te blijven pleiten voor de uitlevering van Robert Seldon Lady en door de uitlevering te vragen van de 22 andere Amerikaanse onderdanen die in Italië veroordeeld zijn;

9.  spoort de Finse ombudsman aan zijn onderzoek op een transparante manier en met verantwoording af te ronden en dringt er daarom bij alle nationale autoriteiten op aan hun volledige medewerking te verlenen; vraagt Finland alle aanwijzingen na te gaan die Finse overheidsactoren linken aan het uitleveringsprogramma;

Reactie van de EU-instellingen

10.  is uitermate teleurgesteld over de weigering van de Commissie om daadwerkelijk te reageren op de aanbevelingen van het Parlement en is van mening dat de door de Commissie naar de lidstaten gezonden brieven onvoldoende zijn om te zorgen voor verantwoordingsplicht, daar ze te algemeen van aard zijn;

11.  herhaalt zijn specifieke aanbevelingen aan de Commissie om

   te onderzoeken of er door met het CIA-programma mee te werken sprake is geweest van overtreding van EU-regels, in het bijzonder die met betrekking tot asiel en justitiële samenwerking;
   de voorwaarden te scheppen voor en steun toe te kennen aan mensenrechtenconforme rechtsbijstand en justitiële samenwerking tussen onderzoeksautoriteiten, en aan samenwerking tussen juristen die betrokken zijn bij werk op het gebied van het afleggen van rekenschap in de lidstaten;
   een kader vast te stellen voor het uitoefenen van toezicht op en het ondersteunen van processen gericht op het afleggen van rekenschap in de lidstaten, inclusief rapportageverplichtingen voor de lidstaten;
   maatregelen te nemen gericht op het versterken van het vermogen van de EU om mensenrechtenschendingen op EU-niveau te voorkomen en, wanneer deze reeds hebben plaatsgevonden, voor schadeloosstelling te zorgen, alsmede maatregelen gericht op het versterken van de rol van het Parlement;
   voorstellen te doen voor het ontwikkelen van regelingen voor democratisch toezicht op grensoverschrijdende inlichtingenactiviteiten in het kader van het terrorismebestrijdingsbeleid van de EU;

12.  dringt er bij de Litouwse autoriteiten op aan het Litouwse EU-voorzitterschap aan te grijpen om te zorgen voor de volledige tenuitvoerlegging van de in het verslag van het Parlement opgenomen aanbevelingen en de kwestie dus voor het einde van het Litouwse voorzitterschap op de agenda van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) te plaatsen;

13.  herhaalt zijn specifieke aanbevelingen aan de Raad om

   zijn verontschuldigingen aan te bieden voor de schending van het beginsel van loyale samenwerking tussen de instellingen van de Unie, zoals verankerd in de Verdragen, toen hij het Parlement misleidde door middel van opzettelijk ingekorte versies van de notulen van de vergaderingen van COJUR en COTRA met hoge ambtenaren uit de VS;
   een verklaring te doen uitgaan waarin hij erkent dat er lidstaten bij het CIA-programma betrokken waren en dat zij moeilijkheden hebben ondervonden bij de onderzoeken;
   de lidstaten ten volle te steunen bij het achterhalen van de waarheid en bij het nemen van hun verantwoordelijkheid door deze kwestie formeel ter sprake te brengen op JBZ-zittingen, alle informatie te delen, hulp te bieden bij onderzoeken en in het bijzonder verzoeken ter inzage van stukken in te willigen;
   hoorzittingen te houden met betrokken veiligheidsdiensten in de EU om na te gaan wat zij weten over de betrokkenheid van lidstaten bij het CIA-programma en de reactie van de EU;
   veiligheidsmaatregelen voor te stellen ter waarborging van de eerbiediging van mensenrechten bij de uitwisseling van inlichtingen, alsmede een strikte afbakening van de taken op het gebied van inlichtingen en wetshandhaving, zodat inlichtingendiensten geen bevoegdheid tot aanhouding en detentie hebben;

14.  verzoekt de Raad en de Commissie om in hun respectieve meerjarige programma's na het programma van Stockholm specifieke maatregelen op te nemen om de rechtsstaat te waarborgen en om te zorgen voor verantwoordingsplicht ingeval van schendingen van de grondrechten, met name door inlichtingendiensten en rechtshandhavingsinstanties; vraagt de Commissie om de kwestie van verantwoordingsplicht op te nemen in de agenda voor de in november 2013 geplande "Assises de la Justice";

15.  herhaalt dat het met het oog op het waarborgen van de geloofwaardigheid van het Parlement van wezenlijk belang is om zijn enquêterecht voor het onderzoeken van schendingen van de grondrechten in de EU aanzienlijk te versterken, zodat dit de volledige bevoegdheid omvat om de betrokkenen, met inbegrip van ministers, onder ede te horen(7) ;

16.  vraagt Eurocontrol net als de American Federal Aviation Authority te erkennen dat gegevens over vluchtroutes in geen geval als vertrouwelijk dienen te worden beschouwd en dergelijke gegevens vrij te geven aangezien ze noodzakelijk zijn om tot effectieve onderzoeken te komen;

17.  verwacht dat in het kader van zijn onderzoek naar het surveillanceprogramma en de toezichtsorganen van het National Security Agency in verschillende lidstaten maatregelen voor doeltreffend democratisch parlementair toezicht op inlichtingendiensten zullen worden voorgesteld, aangezien democratische controle op deze organen en hun activiteiten door middel van passend intern, uitvoerend, gerechtelijk en onafhankelijk parlementair toezicht van essentieel belang is;

18.  betreurt dat de EU-lidstaten geen vorderingen hebben geboekt inzake toetreding tot het Internationale Verdrag ter bescherming tegen gedwongen verdwijning, met uitzondering van de ratificatie ervan door Litouwen in augustus 2013; verzoekt de 21 lidstaten die dit Verdrag nog moeten ratificeren, dit dringend te doen;

19.  verzoekt België, Finland, Griekenland, Ierland, Letland, Litouwen en Slowakije prioritair het Facultatief Protocol bij het VN-Verdrag tegen foltering (OPCAT) te ratificeren; betreurt de zeer beperkte steun voor het door de VN beheerde speciale OPCAT-fonds, en verzoekt de EU-lidstaten en de Commissie de werkzaamheden van het speciale fonds te steunen via aanzienlijke vrijwillige bijdragen; dringt er bij de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Commissie op aan meer inspanningen te leveren om de oprichting en werking van nationale preventiemechanismen in het kader van het OPCAT in derde landen te bevorderen;

20.  vraagt de EU zorgvuldig te onderzoeken welke vooruitgang de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft geboekt bij de tenuitvoerlegging van de uitspraak van het EHRM in de zaak El–Masri/voormalig Joegoslavische Republiek Macedonië, die de Raad van ministers heeft opgenomen in zijn versterkt proces in de context van de toetredingsaanvraag van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; dringt er bij de autoriteiten van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op aan om een strafrechtelijk onderzoek op te starten naar de betrokkenheid van overheidsactoren bij de zaak El–Masri en om de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen;

21.  roept de regering van de Verenigde Staten op haar medewerking te verlenen aan alle verzoeken van EU-lidstaten om informatie of uitlevering met betrekking tot het CIA-programma; dringt er bij haar op aan niet langer draconische conservatoire bevelen te gebruiken waardoor advocaten die gedetineerden uit Guantánamo Bay vertegenwoordigen geen informatie openbaar mogen maken over hun geheime opsluiting in Europa; spoort haar aan haar plan te voltooien om de gevangenis van Guantánamo Bay spoedig te sluiten;

22.  dringt er bij de EU-lidstaten op aan extra inspanningen te leveren om niet-Europese gevangenen die uit Guantánamo worden vrijgelaten en die niet naar hun thuisland kunnen worden gerepatrieerd omdat ze er het gevaar lopen vermoord, gefolterd of wreed of onmenselijk behandeld te worden, te hervestigen(8) ; verzoekt de EU de gezamenlijke initiatieven van 2009 nieuw leven in te blazen door een kader aan te bieden voor de hervestiging van gedetineerden uit Guantánamo in EU-lidstaten, en een dialoog aan te gaan over concrete plannen voor samenwerking met de nieuwe speciale VS-gezant voor de overbrenging van gevangenen uit Guantánamo, Clifford Sloan;

23.  roept het agentschap voor luchtvaartveiligheid in Afrika en Madagaskar op spoedig te beginnen samenwerken met het Parlement en de verzochte informatie met betrekking tot vluchtgegevens te verstrekken;

24.  roept het volgende Parlement (2014–2019) op het door de tijdelijke commissie verleende mandaat te blijven vervullen en uitvoeren en er bijgevolg voor te zorgen dat haar aanbevelingen worden opgevolgd, dat nieuwe elementen die naar voren kunnen komen worden onderzocht en dat zijn enquêterecht ten volle wordt benut en ontwikkeld;

o
o   o

25.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) Onder wie Jeffrey W. Castelli, het voormalig diensthoofd van de CIA in Rome.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0309.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0231.
(4) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0500.
(5) A/HRC/13/42.
(6) Framework Principles for securing the accountability of public officials for gross or systematic human rights violations committed in the context of State counter-terrorism initiatives, A/HRC/22/52, 1 maart 2013.
(7) Zie het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement en tot intrekking van Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, PB C 264 E van 13.9.2013, blz. 41.
(8) Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2012 over het jaarverslag over de mensenrechten in de wereld en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, waaronder de implicaties voor het strategische mensenrechtenbeleid van de EU, PB C 258 E van 7.9.2013, blz. 8.

Laatst bijgewerkt op: 24 november 2015Juridische mededeling