Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2150(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0070/2014

Ingediende teksten :

A7-0070/2014

Debatten :

PV 27/02/2014 - 8
CRE 27/02/2014 - 8

Stemmingen :

PV 27/02/2014 - 10.15

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0178

Aangenomen teksten
PDF 154kWORD 59k
Donderdag 27 februari 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Specifieke maatregelen in het gemeenschappelijk visserijbeleid ter versterking van de rol van vrouwen
P7_TA(2014)0178A7-0070/2014

Resolutie van het Europees Parlement van 27 februari 2014 over specifieke maatregelen in het gemeenschappelijk visserijbeleid ter versterking van de rol van vrouwen (2013/2150(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de regelgeving die van toepassing is op het Europees Visserijfonds (EVF), namelijk de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, nr. (EG) 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad, waarin de normen en de overeenkomsten inzake de structurele steun van de Gemeenschap voor de visserijsector vastgelegd zijn,

–  gezien Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad(1) ,

–  gezien zijn standpunt van 6 februari 2013 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid(2) ,

–  gezien zijn standpunt van 12 september 2012 over het voorstel voor een verordening van het Parlement en de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur(3) ,

–  gezien het voorstel van de Commissie en de standpunten van het Parlement en de Raad over het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (COM(2011)0804),

–  gezien het voorstel van de Commissie en de standpunten van het Parlement en de Raad over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van "Horizon 2020" – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014‑2020) (COM(2011)0810),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010‑2015 (COM(2010)0491),

–  gezien zijn resolutie van 15 december 2005 over vrouwennetwerken: visserij, landbouw en diversificatie(4) ,

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2012 over kleinschalige en ambachtelijke visserij en de hervorming van het GVB(5) ,

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2012 over de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid(6) ,

–  gezien zijn resolutie van 12 september 2012 over de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid – overkoepelende mededeling(7) ,

–  gezien de hoorzitting over "Vrouwen en duurzame ontwikkeling in de visserijsector" in de Commissie visserij van 1 december 2010,

–  gezien de hoorzitting van de Commissie visserij en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid over het versterken van de rol van de vrouw in de Europese visserij en aquacultuur, die op 14 oktober 2013 in het Europees Parlement werd gehouden,

–   gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het gezamenlijke overleg van de Commissie visserij en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid overeenkomstig artikel 51 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij en van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7‑0070/2014),

A.  overwegende dat het werk dat vrouwen verrichten in de visserij en de aquacultuur niet wordt erkend en over het algemeen op de achtergrond blijft, hoewel het een aanzienlijke economische toegevoegde waarde oplevert en bijdraagt tot de sociale, economische en ecologische duurzaamheid van verschillende gemeenten en regio's in Europa, met name in gebieden die afhankelijk zijn van de visserij;

B.  overwegende dat in de lidstaten meer dan 100 000 vrouwen in de visserijsector werken, waarvan ongeveer 4% actief is in de winningssector, in banen die samenhangen met de activiteiten van de vissersvaartuigen of als nettenmaaksters, havenarbeidsters of inpaksters, ongeveer 30% in de aquacultuur, hoofdzakelijk als schelpdierzoekster, en ongeveer 60% in de verwerkingsindustrie;

C.  overwegende dat het werk dat vrouwen in de visserij en de aquacultuur gewoonlijk verrichten zwaar is: schelpdieren zoeken, de traditionele visverkoop, zowel ambulant als in daartoe bestemde gebouwen, de vervaardiging en reparatie van visnetten, het lossen en sorteren van de vis en het inpakken in bijzonder zware weersomstandigheden;

D.  overwegende dat het werkelijke aantal vrouwen dat werkzaam is in een aantal van deze sectoren in de statistieken wordt onderschat en dat dit aantal in sommige lidstaten nog is gestegen door de algemene economische crisis en de hoge werkloosheid, aangezien het aantal vrouwen dat actief is in de visserijsector nog is toegenomen, met name bij het handmatig zoeken van schelpdieren, om het gezinsinkomen aan te vullen of als enig gezinsinkomen;

E.  zich bewust van de bijdragen die vrouwen leveren in activiteiten die verband houden met het vervaardigen en repareren van vistuig, het lossen en sorteren van de vis, het voorraadbeheer van het vaartuig, verwerking, verpakking en verkoop van vis en het management van visserijbedrijven;

F.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 22 november 2012 over kleinschalige en ambachtelijke visserij en de hervorming van het GVB in paragraaf 30 de lidstaten verzoekt rekening te houden met het belang van de economische, sociale en culturele rol van vrouwen in de visserijsector, opdat zij toegang krijgen tot sociale voorzieningen en benadrukt dat de actieve participatie van vrouwen in visserijgerelateerde activiteiten ten eerste helpt om de visserijsector in stand te houden en het overleven van deze sector te waarborgen, en ten tweede om de tradities en specifieke praktijken in stand te houden en tevens helpt om de culturele diversiteit van de verschillende regio's veilig te stellen;

G.  overwegende dat het Parlement in zijn standpunt van 12 september 2012 verzoekt om de deelname van vrouwen in producentenorganisaties voor visserij- en aquacultuurproducten te bevorderen;

H.  overwegende dat het Europees Parlement in zijn resolutie van 22 november 2012 over kleinschalige en ambachtelijke visserij en de hervorming van het GVB in paragraaf 31 het toekomstige Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZ) verzoekt om maatregelen te financieren om de participatie van vrouwen in de visserijsector te stimuleren, vrouwenverenigingen te steunen, te voorzien in beroepsopleiding voor vrouwen en de rol van vrouwen in de visserij op te waarderen, met name door steun te verlenen aan activiteiten op het land en voor met de visserij verwante activiteiten, zowel "stroomopwaarts" als "stroomafwaarts";

I.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 22 november 2012 over kleinschalige en ambachtelijke visserij en de hervorming van het GVB in paragraaf 39 de Commissie en de lidstaten oproept om maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat vrouwen gelijke beloning en andere arbeids-, sociale en economische rechten krijgen, waaronder een verzekering voor het dekken van de risico's en maatregelen om verminderingscoëfficiënten toe te passen om de pensioengerechtigde leeftijd te verlagen vanwege het zware werk (nachtwerk, gevaarlijk werk, wisselende uurroosters naargelang van het productieritme of de mogelijkheid om te vissen) waaraan zij zijn blootgesteld door hun werkzaamheden in de visserijsector, alsmede erkenning van hun specifieke aandoeningen als beroepsziekten;

J.  erkennende dat statistieken over de arbeidskrachten, en met name over de verhouding tussen mannen en vrouwen in bepaalde activiteiten, bijvoorbeeld in de kleinschalige en ambachtelijke visserij, de extensieve aquacultuur en de daaraan verbonden activiteiten, minder aandacht krijgen dan gegevens over de vangst, de aanlanding, de tonnage enz.;

K.  overwegende dat de statistische gegevens voor de EU en de lidstaten met betrekking tot de werkgelegenheid in de visserij, de aquacultuur en aanverwante sectoren niet volledig, geharmoniseerd of uitgesplitst zijn in indicatoren aan de hand waarvan een inschatting kan worden gemaakt van de bijdrage van vrouwen in deze sectoren;

L.  erkennende dat vrouwen ondanks het werk dat zij verrichten in de visserijsector en de aquacultuur en ondanks hun belangrijke bijdragen tot de economie, onvoldoende sociale en arbeidsbescherming genieten en geen passend beroeps- en arbeidsstatuut hebben;

M.  erkennende dat vrouwen financieel gediscrimineerd worden in de visserijsector en een lager loon krijgen dan mannen die hetzelfde werk doen;

N.  erkennende dat het werk van vrouwen in de visserijsector vaak niet wettelijk erkend is en geen toegang biedt tot sociale zekerheid in verhouding tot de specifieke risico's en gezondheidsproblemen die verband houden met deze activiteiten;

O.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 22 november 2012 over kleinschalige en ambachtelijke visserij en de hervorming van het GVB in paragraaf 42 de Commissie en de lidstaten verzoekt stappen te ondernemen om een grotere wettelijke en maatschappelijke erkenning voor het werk van vrouwen in de visserijsector te bevorderen en verwezenlijken, en om ervoor te zorgen dat vrouwen die vol- of deeltijds voor familiebedrijven werken of hun echtgenoten ondersteunen, en op die manier bijdragen aan hun eigen economische duurzaamheid en die van hun gezin, wettelijke erkenning krijgen of sociale voorzieningen die gelijk zijn aan die welke genoten worden door mensen met het statuut van zelfstandige, in het bijzonder door toepassing van Richtlijn 2010/41/EU, en dat hun sociale en economische rechten worden gegarandeerd, waaronder gelijke lonen, werkloosheidsuitkering wanneer zij hun baan (tijdelijk of permanent) verliezen, het recht op een pensioen, een goede balans tussen werk en privéleven, het recht op moederschapsverlof, toegang tot sociale zekerheid en gratis gezondheidszorg, en gezondheid en veiligheid op het werk, en andere sociale economische rechten, inclusief een verzekering die zeerisico's dekt;

P.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 12 september 2012 stelt dat de rol van vrouwen in de visserijsector meer juridische en sociale erkenning moet krijgen en beter beloond moet worden, dat vrouwen in de visserijsector dezelfde rechten moeten krijgen als mannen en dat de echtgenotes en levenspartners van vissers die het familiebedrijf steunen de facto een wettelijk statuut en sociale uitkeringen dienen te krijgen die gelijkwaardig zijn aan die van mensen met een zelfstandig statuut;

1.  dringt er bij de Commissie op aan om een specifiek statistisch programma uit te werken voor regio's die afhankelijk zijn van de visserij, waarin bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de ambachtelijke kustvisserij, traditionele vismethoden en specifieke verkoopkanalen en aan het werk en de sociale en arbeidsvoorwaarden van schelpdierzoeksters, nettenmaaksters en vrouwelijke ambachtslui in de visserijsector en verwante activiteiten, om de specifieke behoeften op het gebied van de activiteiten van vrouwen te achterhalen en de maatschappelijke erkenning van deze bijzonder zware beroepen te vergroten;

2.  is van mening dat er statistieken moeten worden verzameld en geanalyseerd over de werkgelegenheid in de visserijsector, die moeten worden uitgesplitst naar geslacht, soort activiteit en soort contract (zelfstandige, loontrekkende, deeltijds, voltijds, oproep), om zo een inschatting te kunnen maken van de bijdragen van vrouwen in de visserijsector en de aquacultuur;

3.  dringt er bij de Commissie op aan om eveneens naar geslacht uitgesplitste gegevens te vergaren over de vangstsector en om nieuwe indicatoren in te voeren, zoals leeftijd, onderwijs- en opleidingsniveau en de activiteit van de meewerkende echtgeno(o)t(e) of partner;

4.  acht het nodig om de statistische indicatoren die worden gebruikt bij de verzameling van gegevens over de werkgelegenheid in de visserij, de aquacultuur en aanverwante sectoren, helder te definiëren; acht het voorts nodig een reeks geharmoniseerde statistische indicatoren voor de EU vast te stellen en verzoekt de lidstaten derhalve met klem spoedig volledige gegevens te verstrekken overeenkomstig die indicatoren;

5.  dringt er bij de Commissie en de Raad op aan om de rol van vrouwen in de visserijsector en de aquacultuur en hun bijdrage tot de duurzame ontwikkeling van gebieden die afhankelijk zijn van de visserij juridisch en sociaal te erkennen, om zo alle economische, administratieve en sociale belemmeringen weg te nemen die hun participatie op gelijke voet in de weg staan;

6.  dringt er bij de Commissie en de Raad op aan om de lidstaten aan te sporen om letsels aan de gewrichten of de wervelkolom of reumatische aandoeningen veroorzaakt door de zware weersomstandigheden waarin schelpdierzoeksters, nettenmaaksters, havenarbeidsters, inpaksters, verwerksters, vissersvrouwen en verkoopster moeten werken en door het tillen van te zware lasten, te reguleren en te erkennen als beroepsziekten;

7.  dringt er bij de Commissie op aan om te erkennen dat het werk van vrouwen bijdraagt tot de verbetering van de traceerbaarheid van de visserijproducten, wat de kennis van de consument bevordert en zorgt voor strengere kwaliteits- en veiligheidsnormen voor visserij- en aquacultuurproducten, waardoor de economische, gastronomische en toeristische kansen van de vissersgebieden worden vergroot;

8.  verzoekt om de oprichting, in het kader van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij en/of andere instrumenten, van specifieke steunmechanismen die in noodgevallen (bij natuurrampen) kunnen worden geactiveerd, alsmede van financiële compensatiemechanismen om vissers, vissersvrouwen en hun gezinnen te ondersteunen bij tijdelijke vangstverboden, met name in gebieden waar de visserij de enige inkomstenbron vormt;

9.  acht het noodzakelijk om de vereniging van vrouwen in vrouwennetwerken op nationaal en Europees niveau te stimuleren en financieel te ondersteunen om zo de rol van vrouwen in de visserijsector beter zichtbaar te maken, de samenleving bewust te maken van de bijdrage van vrouwen tot deze activiteit, de uitwisseling van ervaringen te bevorderen en ervoor te zorgen dat vrouwen hun behoeften en eisen op alle niveaus kunnen meedelen, van het niveau van de plaatselijke overheden tot de Europese instanties;

10.  verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem de toegang tot financiering van vrouwenorganisaties in de visserij, de aquacultuur en aanverwante sectoren, te vergemakkelijken, om hen in staat te stellen hun initiatieven ten uitvoer te leggen, hun organisatiestructuren te versterken en andere vrouwenorganisaties te benaderen voor uitwisselingen van ervaringen en goede praktijken;

11.  acht het noodzakelijk om de effectieve participatie van vrouwen in overlegorganen en adviesraden, besluitvormingsinstanties, vertegenwoordigingsorganen, regionale instanties of beroepsorganisaties te stimuleren en te versterken, om zo hun deelname aan het besluitvormingsproces in de publieke en de privésector op gelijke voet met mannen te waarborgen;

Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) 2013‑2020

12.  merkt op dat slechts één lidstaat de kansen die pijler 4 van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij biedt om projecten voor vrouwen te financieren, heeft benut en dringt er bij de lidstaten op aan om gebruik te maken van de kansen die het EFMZV biedt om:

   het gelijkekansenbeginsel toe te passen bij zowel de ontwikkeling als de uitvoering van de operationele programma's;
   de participatie van vrouwen in de visserijsector te stimuleren door de sector te hervormen en passende voorzieningen te bieden (zoals kleedruimtes op de vaartuigen en in de havens);
   verenigingen van vrouwen (bijvoorbeeld nettenmaaksters, havenarbeidsters en inpaksters) en de vorming van netwerken van zulke verenigingen te steunen;
   projecten te steunen om de problemen die voortkomen uit de arbeidsomstandigheden van schelpdierzoeksters te verlichten, onder meer door de combinatie van werk en gezin te verbeteren;
   projecten te steunen om de rol van vrouwen in de visserij en de aquacultuur te promoten, te diversifiëren en op te waarderen;
   de toegang van vrouwen en jongeren tot opleidingen te vergemakkelijken via financiering voor specifieke opleidingen en beroepsonderwijs en de beroepserkenning van hun activiteiten; daartoe dienen de lidstaten te voorzien in processen voor het verkrijgen van een officieel erkend beroepsvaardigheidscertificaat en in opleidingscentra voor dit soort beroepsactiviteiten die traditioneel worden uitgeoefend door vrouwen in de verschillende gemeenschappen;
   de toegang van jonge vrouwen tot de arbeidsmarkt te vergemakkelijken en de overname van bedrijven door jongere generaties te steunen, met name met het oog op de ontwikkeling van duurzame beroepsactiviteiten in het mariene milieu;
   beroepsopleiding te stimuleren, met name voor vrouwen die in de visserijsector en de aquacultuur werken, om hun kansen op leidinggevende of hogere technische en managementfuncties in de visserijsector te vergroten, tegen gelijke loonvoorwaarden;
   de rol van vrouwen in de visserij op te waarderen, met name door steun te verlenen aan activiteiten op het land en voor met de visserij verwante activiteiten, zowel in de productie als in de verwerking, de afzet en de verkoop;
   door vrouwen opgestarte bedrijfsinitiatieven te stimuleren, in voorkomend geval met inbegrip van de economische diversifiëring van bepaalde aan de visserij verwante activiteiten, zoals museologie, culturele tradities, ambachten, gastronomie en het restaurantwezen;
   ondernemingsinitiatieven met betrekking tot activiteiten die geen verband houden met de visserij te stimuleren in die kustgebieden waar banen verloren zijn gegaan ten gevolge van de doorvoering van de visserijhervorming;

13.  dringt er bij de lidstaten op aan om mogelijkheden te creëren om zachte leningen te verstrekken die het mogelijk maken om de specifieke problemen waarmee vrouwen geconfronteerd worden bij de financiering van projecten die in aanmerking komen voor de nationale programma's in het kader van het EFMZV, te verlichten;

14.  verzoekt de lidstaten zakelijke initiatieven van vrouwen te ondersteunen door middel van gunstige faciliteiten voor microkredieten en adequate informatie over de financieringsmogelijkheden;

15.  verzoekt de lidstaten met klem maatregelen te nemen voor de ontwikkeling en modernisering van lokale infrastructuur, de diversifiëring van de economische activiteiten en de verbetering van de levenskwaliteit in visserijgebieden, met name in gebieden die volledig afhankelijk zijn van de visserij, om duurzame ontwikkeling van die gebieden mogelijk te maken en tegelijkertijd de armoede in het algemeen, en met name armoede die vrouwen en kinderen treft, te bestrijden, en om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen;

16.  herhaalt de standpunten die werden aangenomen in het kader van het proces rond Horizon 2020, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014‑2020), met betrekking tot het stimuleren van de deelname van vrouwen aan alle wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten, projecten en vakgebieden, met name van vrouwen die beroepsmatig bezig zijn met onderzoek naar het mariene milieu;

17.  verzoekt de lidstaten om:

   het werk van vrouwen die financieel bijdragen tot het gezinsinkomen en van vrouwen die via hun werk, zij het onbetaald, bijdragen tot het huishouden juridisch te erkennen;
   steun te verlenen aan vrouwen via werkloosheidsuitkeringen wanneer zij hun baan (tijdelijk of permanent) verliezen, het recht op een pensioen, een goede balans tussen werk en privéleven, het recht op ouderschapsverlof (ongeacht of zij getrouwd zijn dan wel een samenlevingscontract hebben), toegang tot sociale zekerheid en gratis gezondheidszorg, en bescherming tegen de risico's van het werk in de maritieme sector en de visserij;

18.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 22 november 2012 over de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid in paragraaf 28 de EU verzoekt om binnen de WTO toe te werken naar benadeling van de productie van landen waar vrouwen worden gediscrimineerd en er in paragraaf 45 van dezelfde resolutie bij de Commissie op aandringt om er tijdens de onderhandelingen over visserijovereenkomsten naar te streven dat de kuststaat een bepaald minimum van de in het kader van de overeenkomst verstrekte sectorale ontwikkelingssteun besteedt aan projecten die ten doel hebben om de rol van vrouwen in de visserijsector te erkennen, te bevorderen en te diversifiëren, waarbij het beginsel van gelijke behandeling van en gelijke kansen voor mannen en vrouwen moet worden toegepast, met name op het gebied van opleiding en de toegang tot financiering en leningen;

19.  verzoekt de Commissie met klem ervoor te zorgen dat de Europese genderdimensie wordt opgenomen en gewaarborgd in economische partnerschapsovereenkomsten waarin de visserij is opgenomen;

Basisverordening van het gemeenschappelijk visserijbeleid

20.  dringt er bij de lidstaten op aan toe te zien op de verwezenlijking van de doelstellingen van het nieuwe gemeenschappelijke visserijbeleid ten aanzien van de toegang tot de visbestanden op basis van transparante sociale, economische en milieucriteria, waarbij zij aandacht moeten besteden aan de beginselen van gelijke behandeling en van gelijke kansen voor mannen en vrouwen;

21.  dringt er bij de lidstaten op aan om het arbeidsstatuut van vrouwen te erkennen wanneer zij hun activiteit tijdelijk moeten stopzetten, bijvoorbeeld tijdens de biologische rustperiodes;

22.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om toe te zien op de naleving van Richtlijn 2010/41/EU om ervoor te zorgen dat vrouwen die voltijds of deeltijds in de visserijsector werken in familiebedrijven of hun echtgenoot of partner helpen en zo bijdragen tot hun eigen financiële stabiliteit en die van hun gezin, en vrouwen die een dergelijke activiteit uitoefenen om in hun levensonderhoud te voorzien en geen gezin hebben, dezelfde wettelijke erkenning en sociale uitkeringen krijgen als mensen met het statuut van zelfstandigen;

o
o   o

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen van de lidstaten.

(1) PB L 180 van 15.07.2010, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0040.
(3) PB C 353 E van 3.12.2013, blz. 212.
(4) PB C 286 E van 23.11.2006, blz. 519.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0460.
(6) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0461.
(7) PB C 353 E van 3.12.2013, blz. 104.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2017Juridische mededeling