Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2157(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0437/2008

Ingediende teksten :

A6-0437/2008

Debatten :

PV 17/12/2008 - 18
CRE 17/12/2008 - 18

Stemmingen :

PV 18/12/2008 - 6.18
CRE 18/12/2008 - 6.18
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0633

Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 17 december 2008 - Straatsburg Uitgave PB

18. Evaluatie en toekomstige ontwikkeling van het Frontex-agentschap en van het grensbewakingssysteem Eurosur
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag van Javier Moreno Sánchez, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over de evaluatie en toekomstige ontwikkeling van het Frontex-agentschap en van het grensbewakingssysteem Eurosur [2008/2157(INI)] (A6-0437/2008).

 
  
MPphoto
 

  Javier Moreno Sánchez, rapporteur.(ES) Mijnheer de vicevoorzitter van de Commissie, dames en heren, de acroniemen Frontex en Eurosur herinneren ons aan een wrede werkelijkheid die wij moeten bestrijden, namelijk de duizenden personen die elke dag illegaal Europa binnenkomen op de vlucht voor armoede en op zoek naar een betere toekomst. Zij worden gedreven door een enorme sociale en familiaire druk die voortvloeit uit de hoop dat zij mogelijk geld kunnen sturen naar hun familie. Helaas betalen velen van hen de Europese droom met hun leven.

Wij, de verantwoordelijke Europese politici, moeten hier een gemeenschappelijke oplossing voor vinden, die gebaseerd is op respect voor de waardigheid en de fundamentele rechten van de immigranten. We moeten onze grenzen openstellen voor legale immigratie, voor de integratie van werknemers met rechten en plichten en ze sluiten voor illegale immigratie, criminele organisaties en mensenhandelaren.

Voor deze taak beschikken wij over Frontex en Eurosur, instrumenten die een toegevoegde waarde bieden aan de inspanningen van de lidstaten en die bovendien de benodigde Europese gedachte van samenwerking en solidariteit weerspiegelen.

Het doel dat wij nastreven is de ontwikkeling van een geïntegreerd Europees systeem voor het beheer van alle buitengrenzen van de Unie, gebaseerd op operationele coördinatie en de interoperabiliteit van de verschillende nationale grensbewakingssystemen. De reden hiervoor is dat zodra een illegale immigratieroute wordt afgesloten, criminele organisaties binnen een week een andere route hebben gevonden.

Dames en heren, wij delen het standpunt van de Commissie, zoals uiteengezet in het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

Nu het agentschap de eerste positieve stappen heeft genomen, moeten we zijn rol voor de toekomst en het tempo van de ontwikkeling vaststellen.

Dames en heren, Frontex werkt. De cijfers van de Hera-operaties op de Canarische Eilanden en de duizenden levens die zijn gered in het Middellandse Zeegebied bevestigen dit, evenals de verbeterde coördinatie, de uitwisseling van beste praktijken en de specialistische opleidingen die worden verzorgd op het gebied van asiel, maritiem recht en grondrechten.

Het gaat dus goed, maar we zijn er nog niet. Frontex dient over toereikende materiële en logistieke middelen te beschikken om specifieke gezamenlijke operaties uit te voeren, evenals permanente grensbewakingsmissies in regio’s met hoge risico’s.

Verschillende lidstaten hebben het over solidariteit, maar voegen de daad niet bij het woord, wat de efficiëntie van Frontex vermindert. Vanuit dat oogpunt verzoeken wij de Commissie en de lidstaten voor een van de volgende opties te kiezen: óf het reglement van het Agentschap wordt zodanig gewijzigd dat solidariteit verplicht wordt, zoals in de RABIT-verordening, óf Frontex krijgt de mogelijkheid om zijn eigen materieel te kopen of te huren.

Uiteraard betekent dit een aanzienlijke verhoging van de begroting, maar het versterkt de Europese dimensie van het Agentschap en zorgt ervoor dat het, met name op korte termijn, over voldoende materiële middelen beschikt.

Voorts verzoeken wij de Commissie een herziening van het mandaat voor te stellen, om de juridische leemtes op te vullen die zijn optreden bij reddingsoperaties op zee en repatriëringen belemmeren.

Dames en heren, zonder samenwerking met de landen van oorsprong zullen we niet tot een efficiënt beheer van de migratiestromen komen. Ervaringen als de samenwerking van Spanje met Senegal hebben zeer positieve resultaten opgeleverd, die we ook op Europees niveau moeten toepassen.

Daarom verzoeken wij de Commissie samenwerking op het gebied van immigratie op te nemen in alle overeenkomsten die zij tekent met derde landen en met die landen informatiecampagnes op te zetten over de risico’s van illegale immigratie.

Frontex moet meer werkovereenkomsten kunnen sluiten en samenwerkingsovereenkomsten kunnen aangaan met oorsprongslanden, overeenkomstig hun specifieke behoeftes. Tevens moeten de mogelijkheden worden onderzocht om samen te werken met regionale instellingen als Mercosur of de Gemeenschap van West-Afrikaanse staten, waar het beginsel van vrij verkeer van personen geldt.

Dames en heren, laten we niet vergeten dat Frontex en Eurosur geen panacee zijn, maar zeer waardevolle instrumenten voor een Europees immigratiebeleid, waarvan de uiteindelijke doelstelling is dat immigratie een factor van ontwikkeling is, zowel voor de opnemende landen als voor de landen voor oorsprong, maar met name voor de immigranten zelf.

Immigratie mag niet langer een dodelijke val zijn. Laten we ervoor zorgen dat immigratie niet langer een verplichting is, maar een recht en een persoonlijke keuze.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom het verslag over de evaluatie en toekomstige ontwikkeling van het Frontex-agentschap en van het Europese grensbewakingssysteem Eurosur. Ik bedank de heer Moreno Sánchez.

Het Europees Parlement steunt het Frontex-agentschap al sinds zijn oprichting, met name voor wat betreft zijn financiële middelen. Het doet mij deugd deze steun nog eens bevestigd te zien op dit cruciale moment in het bestaan van het agentschap, nu wij de mogelijkheid bestuderen om zijn mandaat uit te breiden.

Vrijwel alle punten die in het verslag aan de orde komen, sluiten bijna naadloos aan bij onze mededelingen en hebben mijn volledige instemming. Als voorbeeld noem ik de expliciete uitnodiging aan de Commissie om voorstellen te doen voor de uitbreiding van het mandaat van het agentschap, de oproep tot permanente patrouilles in de gebieden met een hoog risico en de noodzaak van Europese operationele solidariteit wanneer het erom gaat onze grenzen te controleren. Een aantal punten verdient echter ook enige verduidelijking.

Op dit moment wordt de technische uitrusting op vrijwillige basis door de lidstaten ter beschikking gesteld. De Commissie heeft er herhaaldelijk bij de lidstaten op aangedrongen te doen wat ze beloofd hebben, namelijk zorgen dat de uitrusting daadwerkelijk beschikbaar is voor gezamenlijke operaties, met name in de gebieden met een hoog risico.

De ervaringen van dit jaar laten echter zien dat de inzet van een toereikend aantal schepen nog steeds een probleem is. Er moet dan ook over andere oplossingen worden nagedacht, bijvoorbeeld de lidstaten verplichten om het agentschap bepaalde uitrusting ter beschikking te stellen, of het agentschap de mogelijkheid geven om zijn eigen uitrusting te huren of te kopen. Dit probleem zal centraal staan binnen het voorstel dat de Commissie zal indienen voor de aanpassing van het juridische kader van het agentschap.

Ik wijs er in dit verband op dat de resultaten van de onafhankelijke evaluatie betreffende het mandaat van het agentschap op basis van artikel 33 van de Frontex-verordening, in 2009 bekend zullen zijn. Als het zover is, zal de Commissie haar voorstellen voor het toekomstige mandaat van het agentschap bekendmaken. Deze herziening kan onder meer bestaan in nauwkeurige bepalingen betreffende de medewerking van het agentschap aan reddingsoperaties op zee, zijn medewerking aan terugkeeroperaties en intensievere samenwerking met derde landen.

Het klopt inderdaad ook, dames en heren afgevaardigden, dat de Commissie de voorlichtingscampagnes wil intensiveren middels haar delegaties, in derde landen, in het kader van het buitenlands beleid van de Europese Unie en op basis van het gemeenschappelijk bepaalde mandaat, de gemeenschappelijk bepaalde rollen en taken van Frontex. De Commissie zal nagaan voor welke vormen van steun omliggende derde landen in aanmerking kunnen komen.

Ik behoor tot degenen die denken dat bewaking door Frontex zo dicht mogelijk bij de grenzen van de kusten van derde landen humanitaire rampen kan voorkomen en de bewaking van onze grenzen veel doeltreffender maakt.

Hoe dan ook bedank ik het Europees Parlement voor dit verslag, dat zich bij de voorstellen van de Commissie aansluit. Ik wil u bedanken voor de belangrijke en globale steun van het Europees Parlement voor de mededelingen van de Commissie over Frontex. Ik denk dat we tussen de Europese instellingen consensus hebben bereikt over de hoofdlijnen van de toekomstige ontwikkeling van Frontex.

 
  
MPphoto
 

  Tobias Pflüger, rapporteur voor advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking. (DE) Mijnheer de Voorzitter, wat heeft het agentschap Frontex met ontwikkeling te maken? Heel veel, zo blijkt uit het artikel van Jean Ziegler, voormalig rapporteur van de VN over het recht op voedsel, in de uitgave van afgelopen maart van het tijdschrift Le monde diplomatique. Hij schreef: "Hiermee komen we op Frontex en de hypocrisie van de commissarissen in Brussel, die zelf schuldig zijn aan hongersnood in Afrika maar het bestaan, de slachtoffers van hun beleid, de hongervluchtelingen, te criminaliseren".

Een concreet voorbeeld is dat de EU landbouwoverschotten dumpt in Afrika en zo de teelt van voedselgewassen ontwricht, waardoor je steeds vaker ziet dat mensen niets anders rest dan te vluchten. Daarnaast vissen fabrieksschepen uit de EU de exclusieve visgronden voor de kust van Afrikaanse landen leeg. Traditionele vissersdorpen gaan in hoog tempo te gronde, bijvoorbeeld in de Sahelzone, maar ook Mali en Guinee-Bissau zijn hier voorbeelden van.

Het grensagentschap Frontex sluit Fort Europa hermetisch af en stuurt vluchtelingen terug zonder zich iets aan te trekken van het Vluchtelingenverdrag van Genève. Intussen worden massale uitzettingen georganiseerd – zoals die op 14 november in Wenen, waar elf EU-landen bij betrokken waren. Het verslag hamert op solidariteit, maar het gaat niet om solidariteit met de vluchtelingen maar om solidariteit tussen de landen. Het staat echter als een paal boven water dat we solidair moeten zijn met de mensen die hun ondraaglijke levensomstandigheden ontvluchten. Frontex bewerkstelligt enkel en alleen dat de vluchtelingen steeds langere routes nemen. Het agentschap brengt geen enkele oplossing. Oproepen tot de opheffing van Frontex is daarom het enige dat zinnig is.

Ik raad u aan eens te luisteren naar wat de Afrikanen hier zelf over te zeggen hebben. Zo verklaarde de voormalige minister van Cultuur en Toerisme in Mali, Aminata Traore, het volgende: "De menselijke, financiële en technologische hulpbronnen die Europa inzet tegen de migratiegolven uit Afrika zijn in feite de werktuigen van een oorlog tussen deze wereldmacht en jonge Afrikanen uit stad en land. Aan hun recht op onderwijs, economische deelneming, arbeid en voeding in hun landen van herkomst wordt onder de tucht van structurele aanpassingen volkomen voorbij gegaan". Dat zijn duidelijke woorden dunkt me.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − De meningen van de Malinese minister van Toerisme zijn vast belangrijk, maar we zijn meer geïnteresseerd in uw standpunten, mijnheer Pflüger.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil, namens de PPE-DE-Fractie. (MT) Ik wil allereerst mijn collega Javier Moreno Sánchez bedanken voor zijn verslag en voor het feit dat hij openstond voor onze ideeën en amendementen bij de conclusies van zijn verslag. Mijnheer de Voorzitter, persoonlijk kan ik niet zeggen dat ik gelukkig ben met Frontex en zijn werk. Aan het eind van de afgelopen zomer noemde de uitvoerend directeur van het agentschap de missie in de Middellandse Zee, beter bekend als NAUTILUS, een mislukking. Hoe kan ik dan tevreden zijn? Dat zou het onmogelijke vragen. Van de uitvoerend directeur van Frontex verwacht ik niet te horen over het mislukken van de missie, maar over hoe Frontex succesvol en effectief kan zijn. Ik zou hier aan toe willen voegen dat het Europees Parlement desondanks altijd standvastig is geweest met zijn steun voor het Frontex-agentschap, zoals de commissaris terecht zei. Elk jaar weer is de begroting voor dit agentschap verhoogd, teneinde zijn missies permanenter en productiever te maken. Hoe kunnen we Frontex effectiever maken? Ten eerste door inderdaad te overwegen hoe we zijn opdracht kunnen uitbreiden, zoals al is voorgesteld door zowel de commissaris als het verslag. We moeten ook de efficiëntie van het agentschap versterken door te onderzoeken hoe we de lidstaten ervan kunnen overtuigen om de beloften na te komen die ze hebben gedaan toen zij zich verplichtten om middelen te leveren voor Frontex-missies. Anders moeten we ook de mogelijkheid overwegen om Frontex te voorzien van eigen middelen. Het tweede element dat nodig is om de efficiëntie uit te breiden, is internationale samenwerking. Onlangs was het Europees Parlement in Senegal, waar het met eigen ogen de samenwerkingsmethode die tussen Spanje en Senegal wordt gehanteerd, kon observeren. Dit is het type samenwerking dat we moeten kopiëren in andere gebieden en zones, zoals de Middellandse Zee en dicht bij Griekenland. Tot slot wordt er beweerd dat Frontex op de een of andere manier de mensenrechten niet respecteert, of geen mandaat heeft om deze te respecteren. Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Ik ben zelfs van mening dat er zonder Frontex veel meer mensen zouden verdrinken of sterven dan nu het geval is. Dit toont aan dat Frontex zijn plicht vervult bij het respecteren van mensenlevens en mensenrechten. Maar we moeten meer doen; we willen dat Frontex productiever is in zijn operaties. Als het hierin slaagt, hebben we twee vliegen in één klap geslagen. Ten eerste hebben we het clandestiene reizen gestopt en ten tweede zullen we de menselijke tragedie hebben beëindigd die een algemeen verschijnsel op onze zeeën is, en die een schande voor ons allemaal is.

 
  
MPphoto
 

  Inger Segelström, namens de PSE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris en vicevoorzitter Barrot, geachte leden, ik zou om te beginnen de heer Moreno Sánchez en de commissie willen bedanken, want we hebben deze keer een goede discussie gehad over Frontex en Eurosur, maar ik zou ze ook willen bedanken om de activiteiten van Frontex voortdurend op de voet te volgen. Dat is nodig omdat zo veel mensen zich zorgen maken over de manier waarop Frontex zich moet ontwikkelen als het de muren en het fort van de EU moet zijn tegen de rest van de wereld en de armen wereldwijd.

Onlangs kwam aan het licht dat Frontex het niet als zijn taak zag om mensenhandel te bestrijden. Ik ben blij dat ik hier nu steun voor heb gekregen en dat we hier duidelijkheid scheppen. Ik denk dat iedereen het eens is over het belang om op alle mogelijke manieren te helpen om een einde te maken aan de situatie dat mensen zichzelf in gevaar brengen wanneer ze de EU binnen proberen te komen. Dat zijn geen misdadigers, maar arme mensen die op zoek zijn naar een beter leven voor hun gezin. Ik ben ook blij dat ik steun krijg voor een uitbreiding van de regels in het EG-recht en in het internationaal recht die moeten gelden op zee, met name in de Middellandse Zee.

Het is onaanvaardbaar dat vissers die op zee vluchtelingen aan boord nemen, verdacht worden van smokkel en dat het niet duidelijk is of ze de vluchtelingen in de dichtstbijzijnde haven aan land moeten kunnen zetten en welke regels van toepassing zijn. Daarom is het goed dat we in het op stapel staande programma inzake het communautair asiel-, vluchtelingen- en migratiebeleid ook behandelen hoe we Frontex beter moeten gebruiken in het toekomstige werk. Voor ik stop zou ik alle collega’s, onze fantastische Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, de Voorzitter en commissaris Barrot een zalige kerst en een gelukkig Nieuwjaar willen wensen. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Adina-Ioana Vălean, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur, de heer Moreno Sánchez, feliciteren met dit evenwichtige verslag. Ik ben dankbaar dat hij daarin de meeste van mijn zorgen en zelfs mijn punten van kritiek heeft meegenomen.

Frontex is een zeer belangrijk instrument in het immigratiebeleid, en het heeft zijn onmisbaarheid en doeltreffendheid bewezen. Desondanks blijft het een overgepolitiseerde instelling, die te zeer afhankelijk is van de welwillendheid van de lidstaten en van nationale belangen die door de pers en de publieke opinie worden gedicteerd.

Het was van cruciaal belang om de lidstaten op hun morele plicht en verplichtingen te wijzen. Ook is het belangrijk eraan te herinneren dat Frontex onder de eerste pijler van de Gemeenschap valt. Als zodanig dient het in zijn activiteiten niet alleen de fundamentele waarden van de EU te respecteren, maar deze ook uit te dragen, met name op een gebied waarop kritische vragen worden aangeroerd in verband met migratie en vrijheid van verkeer.

Er kunnen echter vraagtekens worden geplaatst bij de legaliteit van de activiteiten van dit agentschap. In de allereerste plaats omdat de coördinerende en inlichtingengestuurde operaties van Frontex gebaseerd zijn op risicoanalyses en dreigingsbeoordelingen die onder de geheimhoudingsplicht vallen, hetgeen betekent dat er weinig transparantie is en geen democratische verantwoording. In de tweede plaats omdat gezamenlijke operaties door Frontex worden gecoördineerd. Dit laatste leidt tot een externalisering van de grens die vragen oproept omtrent de verenigbaarheid daarvan met de verplichtingen van de EU tot eerbiediging van het beginsel dat asielzoekers en vluchtelingen moeten worden beschermd.

Ik verzoek daarom om een uitgebreide evaluatie en herziening van het optreden van Frontex en zijn verantwoordingsplicht, waarbij het Parlement betrokken zal worden. Ik zou de Commissie ook willen vragen de activiteiten van Frontex volledig in het licht van de gevolgen daarvan voor de fundamentele vrijheden en rechten, met inbegrip van de verantwoordelijkheid voor het bieden van bescherming, te beoordelen.

Tot slot, naar mijn idee heeft de nadruk tot dusver nogal sterk gelegen op maritieme kwesties; zoals reeds gezegd dienen echter alle migratieroutes te worden aangepakt. De aandacht zal daarom spoedig ook moeten uitgaan naar de routes over land; en deze keer moeten we ons eens proactief opstellen en dit vraagstuk onder handen nemen voordat ook daar een noodsituatie ontstaat.

 
  
MPphoto
 

  Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie.(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik ben van mening dat wij moeten proberen in kaart te brengen wat er bij Frontex de afgelopen drie jaar is misgegaan. Als we dat doen, zullen we ontdekken dat er veel propaganda is geweest.

Ruim dertig gezamenlijke operaties aan de grenzen, een toename van het aantal doden op zee over de afgelopen drie jaar en de overgrote meerderheid van de middelen, die helaas nog steeds blijven toenemen, is bestemd voor de bescherming van de zeegrenzen, terwijl hetzelfde Frontex ons vertelt dat slechts 15 procent van de irreguliere immigranten over zee de Europese Unie binnenkomt. Laten we ze zo maar noemen: irreguliere immigranten. Ik weet dat ik op dit punt ook de steun van commissaris Barrot kan krijgen, dus laten we ze niet meer illegale immigranten noemen.

Frontex heeft ons ook voorgedaan hoe vuurwapens willekeurig en naar eigen believen gebruikt mogen worden. In een gezamenlijke operatie in september rond Lampedusa hebben we de slachtpartij met eigen ogen kunnen zien. Ondanks dat enkele van onze suggesties in het verslag-Moreno Sánchez zijn opgenomen, wil ik deze kritiekpunten extra benadrukken, omdat ik er vrij zeker van ben dat dit Parlement binnenkort van mening kan veranderen inzake Frontex. Enige tijd geleden kreeg ik van helemaal niemand bijval toen ik beweerde dat het nodig was het mandaat van Frontex te veranderen en daarbij prioriteit te geven aan reddingsoperaties op zee. En morgen kan dit uiteindelijk het overheersende standpunt worden in dit Parlement.

Ik blijf nog steeds kritisch tegenover Frontex, want ik vind dat de activiteiten van het agentschap de rechten van asielzoekers niet respecteren. Mensen terugsturen aan de grens is een reactionaire utopie; ik denk dat het heel moeilijk is de natuurlijke behoefte van vrij verkeer van mannen en vrouwen in te perken. Frontex is uitgegroeid tot het symbool van het fort Europa en is een concreet instrument voor de militarisering van onze grenzen.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. Voorzitter, het fort Europa begint inmiddels al op het Afrikaanse continent. Illegale migranten worden daar door de autoriteiten onderschept voordat ze de Europese Unie bereiken, en dat gebeurt met financiële middelen en logistieke steun van de Europese Unie voor de lokale autoriteiten. De Europese hulp aan landen in Afrika om ongewenste immigratie naar Europa tegen te gaan, heeft dus effect. Maar is het wel het effect dat we verwacht hadden?

Ik waardeer het dat er door de inzet van Frontex vele mensen gered zijn uit zee, maar ik vrees voor het lot van hen die om politieke of godsdienstige redenen gevlucht zijn. Vanuit Amnesty International en de UNHCR bereiken ons berichten dat mensen zonder enige vorm van onderzoek terug worden gestuurd naar het land van herkomst. De lidstaten willen terecht voorkomen dat illegale migranten een beroep kunnen doen op onze rechtsorde. Het stelt ons wel voor de morele vraag of door deze aanpak politieke en andere vluchtelingen wel toegang hebben tot de asielprocedure.

Wordt het vluchtelingenverdrag door de Afrikaanse landen gerespecteerd? Ik roep de Commissie, commissaris Barrot, dan ook op om de steun aan Afrikaanse landen te koppelen aan een humane behandeling van politieke vluchtelingen, conform het vluchtelingenverdrag van Genève. Amendement 4, dat op het verslag van collega Moreno Sánchez is ingediend, heeft mijn steun.

Voorzitter, de activiteiten van Frontex leiden dus ongewild tot een nieuw probleem. Daarvoor dient de volle verantwoordelijkheid bij Frontex gelegd te worden. Ik pleit ervoor om op zeer korte termijn voorzieningen te treffen om ervoor te zorgen dat politieke en andere vluchtelingen een beroep kunnen blijven doen op humane opvang. Het succes van Frontex hangt daar mede van af.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, ik had de eer om namens de Commissie buitenlandse zaken een advies op te stellen over Frontex, maar dat advies werd met een nipte meerderheid verworpen, omdat de linkerzijde niet wou aanvaarden dat de problemen met Libië en Turkije in de tekst expliciet vermeld werden. Groot was dan ook mijn verbazing, maar ook mijn tevredenheid, toen ik kon vaststellen dat de Commissie LIBE mijn bekommernissen uiteindelijk wel heeft opgenomen in de tekst.

Libië is een belangrijk transitland voor illegale immigratie richting Europa; Turkije is dat ook, maar is daarenboven ook zelf leverancier van veel immigranten. Het is dus essentieel dat deze landen en hun grensbewakingsautoriteiten hun volle medewerking verlenen aan Frontex. Dat geldt trouwens ook voor de readmissieovereenkomsten; Turkije weigert al jaren hieraan mee te werken. Turkije weigert een overeenkomst te tekenen, en maakt bovendien geen werk van een efficiënte bewaking van zijn grenzen richting Europa. Van een land dat wil toetreden tot de Europese Unie zouden we wel wat anders mogen verwachten. Het is hemeltergend dat de Commissie en de Raad nalaten om Turkije op zijn verantwoordelijkheden te wijzen.

Frontex en Eurosur zijn essentiële instrumenten in de strijd tegen illegale immigratie. Zij zouden ook ingezet kunnen worden tegen grensoverschrijdende criminaliteit, drugshandel, mensenhandel en wapenhandel. Zonder efficiënt beheer van de gemeenschappelijke buitengrenzen kan Schengen niet werken, en moeten we er zelfs niet aan denken om een gemeenschappelijk immigratiebeleid te voeren. Het is dus niet alleen een kwestie van middelen, maar ook en vooral van politieke wil. En als ik dan hoor praten over Fort Europa, dan moet ik jammer genoeg vaststellen dat van een Fort Europa geen sprake is. Dat er op dit moment eerder sprake is van een Zeef Europa.

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho (PPE-DE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vicevoorzitter van de Commissie, dames en heren, ik wil om te beginnen de rapporteur, de heer Javier Moreno Sánchez, gelukwensen met zijn uitstekende verslag. Ik feliciteer ook de heer Simon Busuttil, die namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten als schaduwrapporteur is opgetreden. Een ruimte zonder binnengrenzen kan niet goed functioneren als de verantwoordelijkheid voor het beheer van de buitengrenzen niet wordt gedeeld en er in dat opzicht geen solidariteit bestaat. Dat is van fundamenteel belang als we migratieverschijnselen op een geharmoniseerde en uniforme wijze willen aanpakken en illegale immigratie willen bestrijden. Alleen zo kunnen we een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen garanderen, met gebruikmaking van gemeenschappelijke fysieke en menselijke hulpbronnen.

Bij grenscontrole gaat niet alle aandacht uit naar illegale grensoverschrijdingen. Er wordt ook gelet op andere aspecten, zoals grensoverschrijdende misdaad, het bestrijden van terrorisme, mensensmokkel en de smokkel van drugs of wapens. Op die manier wordt de veiligheid in algemene zin verhoogd.

Ik ben ervan overtuigd dat Frontex een cruciale rol kan spelen bij deze geïntegreerde strategie voor de EU-buitengrenzen. De begroting voor Frontex is aanzienlijk verhoogd; het Parlement had daar steeds op aangedrongen, en commissaris Barrot heeft dat verzoek gesteund. Ik geloof dat de nu volgende stap moet bestaan in het herzien van het mandaat van Frontex, teneinde de juridische lacunes zoals die op een aantal punten bestaan – operaties op zee, samenwerking bij terugkeeroperaties en de mogelijkheid voor derde landen om Frontex-materieel te gebruiken – op te vullen. Vicevoorzitter Barrot heeft daar al op gewezen.

Ik ben het er dus mee eens om de rol van Frontex te versterken, maar dan wel geleidelijk aan en op basis van de bestaande behoeften. Ook ik vind het belangrijk dat de surveillancesystemen en –instrumenten zo goed mogelijk worden gebruikt, in de eerste plaats door het toepassingsbereik ervan uit te breiden, maar ook door synergieën te creëren en de samenwerking met Europese agentschappen – zoals Europol – en andere internationale organisaties te verdiepen.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE) . – (RO) Allereerst zou ik de acties willen verwelkomen die eind oktober van dit jaar aan de oostgrens van Roemenië zijn uitgevoerd door de snellegrensinterventieteams, die worden gecoördineerd door het Europese agentschap Frontex. Dergelijke acties, tot op heden de derde in hun soort, tonen de belangrijke rol aan die Frontex speelt door ondersteuning te bieden aan al die lidstaten die de buitengrens van de Europese Unie vormen en die daarom extra technische en operationele ondersteuning nodig hebben.

Ook ben ik verheugd over de overeenkomst die begin deze maand is ondertekend tussen Frontex en de Georgische grenspolitie. Dit vormt een belangrijke stap voorwaarts in ons streven naar veilige grenzen en onze strijd tegen illegale immigratie. De langetermijnstrategie die door de Europese Commissie is voorgesteld voor het beheer van de grenzen, is maar al te welkom in een tijd dat de lidstaten met buitengrenzen in het zuiden worden geconfronteerd met grote problemen als gevolg van illegale immigratie. Deze strategie moet worden aangevuld met de inspanningen van buurlanden voor de versterking van de veiligheid van hun eigen grenzen. Bijgevolg moeten de acties die deel uitmaken van het Europees nabuurschapsbeleid projecten en financiële steun bevorderen die erop gericht zijn de grenzen van derde landen veiliger te maken.

Ten aanzien van de beoordeling door het Parlement van het strategiepakket voor het beheer op de lange termijn van de EU-grenzen, betreur ik het feit dat het debat over de Frontex- en Eurosur-verslagen niet samenviel met het debat over de voorstellen van de Commissie voor een inreis-uitreissysteem, het reisregistratieprogramma en het Elektronisch Systeem voor Reistoestemming (ESTA), zodat wij een algeheel beeld krijgen van hoe het beheer van de oostgrenzen van de Europese Unie zich in de toekomst zal ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 

  Dushana Zdravkova (PPE-DE).(BG) Mijnheer de commissaris, dames en heren, de Zwarte Zeekust is nu al twee jaar over een lengte van 670 kilometer een buitengrens van de Europese Unie.

De participatie van de Bulgaarse en Roemeense grensbewakingsdiensten in de door Frontex georganiseerde algemene projecten en activiteiten levert goede resultaten op. Het militair treffen tussen Rusland en Georgië eerder dit jaar, de voortdurende spanning in de betrekkingen tussen deze twee landen en de algemene instabiliteit binnen de Kaukasus-regio maken echter duidelijk dat er met betrekking tot onze grens langs de Zwarte Zee nog steeds enorme uitdagingen bestaan.

Om daar een doeltreffend antwoord op te kunnen formuleren, moeten we een veiligheidsstrategie voor de Zwarte Zeeregio ontwerpen om aldus de veiligheid en de stabiliteit in deze regio te garanderen. Die strategie moet erop gericht zijn de belangrijkste landen in de regio te laten participeren in door de lidstaten van de Europese Unie uitgevoerde activiteiten en projecten. Alleen zo kunnen we de grens langs de Zwarte Zee goed beschermen en onze burgers geruststellen.

Er moeten meer middelen worden vrijgemaakt – en niet alleen door de Europese instellingen, maar ook door de lidstaten – voor de training van mensen die bij de Frontex-operaties betrokken zijn. Vandaag de dag betekent grensbescherming meer dan alleen maar het fysiek bewaken van een grens. Er komen allerlei activiteiten bij kijken die extra kennis en vaardigheden op een aantal gebieden vereisen.

Om de mensen die voor de grenscontroleautoriteiten van de lidstaten werken in staat te stellen de opgedragen taken naar behoren uit te voeren, dienen ze te beschikken over een gedegen kennis van het internationaal recht, het zeerecht, het asielrecht en de grondrechten.

Daarom sluit ik mij aan bij de oproep van de rapporteur, de heer Sánchez, om een alomvattend masterplan te ontwerpen dat een algemeen kader verschaft voor de EU-strategie voor de grenscontrole.

 
  
MPphoto
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE-DE) . – (RO) Ik zou willen wijzen op het specifieke belang van een aantal van de uitspraken die zijn opgenomen in het verslag van Moreno Sánchez en in de mededeling van de Commissie. Daarbij gaat het mij om die punten waarin wij worden herinnerd aan de problemen rond de migratieroutes aan de oostgrens over land. Ik zou dan ook het feit willen benadrukken dat de oostgrenzen van de EU meer aandacht en meer middelen behoeven.

Volgens sommige schattingen zou ongeveer 25% van de illegale immigranten die zich momenteel op EU-grondgebied bevinden, afkomstig zijn van staten aan de oostgrens. Zij zijn de EU binnengekomen via genoemde oostgrenzen. De buitengrens van de Europese Unie in het oosten is niet alleen erg lang, maar is ook zeer moeilijk te bewaken in verband met de buurregio’s. Behalve het probleem van de illegale immigratie moeten wij ons ook bewust zijn van het gevaar van de georganiseerde misdaad, waarvan de voornaamste routes eveneens door dit geografische gebied lopen.

Als Parlementslid voor Roemenië, dat ruim 2 000 km van de oostelijke buitengrens van de EU onder zijn beheer heeft, zou ik willen benadrukken dat het van cruciaal belang is dat wij deze grens de aandacht geven die hij verdient.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, het ontbreekt de Europese Unie vooralsnog aan een totaalvisie op de samenwerking met de buurlanden aan haar oostgrenzen.

Naast de langetermijndoelen die de Europese Unie voor deze landen heeft gesteld, moeten we ook concrete kortetermijndoelen bepalen en een systeem invoeren om te bepalen in hoeverre deze landen de vastgestelde beginselen van grensoverschrijdende samenwerking in acht nemen. Wat onze grenzen met derde landen betreft, moet het werk van Frontex maatregelen omvatten om mensensmokkel aan te pakken. Bovenal moeten in alle gebieden met een hoog risico permanente en onafgebroken gemeenschappelijke patrouilles worden ingesteld die het hele jaar door operationeel zijn.

Als essentieel instrument in de globale immigratiestrategie van de Unie moet het Frontex-agentschap enerzijds zorgen voor de bewaking van de buitengrenzen van de Unie en anderzijds alles in het werk stellen om geen instrument te worden dat nieuwe grenzen trekt – grenzen die Europa verdelen, grenzen die nieuwe muren opwerpen.

 
  
MPphoto
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, ik stel de delen van het verslag op prijs die gaan over de heiligheid van het menselijk leven en die stellen dat we moeten toezien op de terugkeerrechten van de vluchtelingen, met andere woorden, het recht om niet naar een onaanvaardbare situatie teruggestuurd te worden. Ik maak me er echter grote zorgen over dat Frontex deel uit zal maken van het opbouwen van vesting Europa.

Volgens mij lijkt het alsof onze onderlinge solidariteit in verband met het verzegelen van onze grenzen groter is dan onze solidariteit met de mensen die naar ons toe komen. We hebben het verkeerde idee dat Europa een disproportioneel groot deel van de vluchtelingen in de wereld opneemt. Dat klopt helemaal niet. Het zijn de arme landen in de wereld die de meeste vluchtelingen opnemen. Wij nemen slechts een minuscuul deel van die mensen op. Als we het bovendien hebben over de integratie van terugkeerovereenkomsten in alle overeenkomsten met andere landen, denk ik dat we op het volledig verkeerde spoor zitten.

We zouden eerst ontwikkeling tot stand moeten brengen door middel van rechtvaardige handelsakkoorden, en dan krijgen we misschien ook minder vluchtelingen. Dat is een veel beter beleid voor ons en voor andere landen.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb aandachtig naar alle bijdragen geluisterd. Allereerst wil ik u zeggen dat ik er grote moeite mee heb als gezegd wordt dat Frontex het symbool zou zijn van een Fort Europa dat dicht gaat voor iedereen die bescherming nodig heeft of naar Europa wil komen. Zo is het helemaal niet! Zoals Simon Busuttil, de heer Coelho, mevrouw Cederschiöld en mevrouw Vălean allemaal heel terecht hebben gezegd, is het zonneklaar dat Frontex tot nu toe al veel mensenlevens heeft gered, en ik kan het niet zomaar langs me heen laten gaan als wordt gezegd dat Frontex in zekere zin zou neerkomen op een vorm van militarisering van Europa. Ik kan dat echt niet laten passeren.

Dit neemt niet weg dat het inderdaad ook zo is dat we vooruitgang moeten boeken, dat mevrouw Cederschiöld terecht heeft gezegd dat Frontex ons moet kunnen helpen in de strijd tegen mensenhandel, dat mevrouw Vălean er ook op heeft gewezen dat er naar de landsgrenzen gekeken moet worden en dat de lidstaten op hun plichten gewezen moeten worden.

Op dit moment wordt tachtig procent van de illegale grensoverschrijdingen in de praktijk geregeld door – we kunnen hier niet omheen - mensensmokkelaars, door gewetenloze uitbuiters. U moet weten dat er op dit moment extreem hoge bedragen neergeteld moeten worden om vanuit Libië de kusten van de Canarische eilanden te bereiken - 2 000, 3 000 euro – op het gevaar af schipbreuk te lijden en te verdrinken voordat die kust in zicht komt. Ik kan dat dus niet laten passeren.

Ik denk dat Frontex een rol heeft, een positieve wel te verstaan. We hebben behoefte aan dat geïntegreerde beheer van de grenzen waarover de heer Coelho het had, en het is juist dat we nu moeten nadenken over een nieuw mandaat voor Frontex. Frontex moet zijn plaats innemen binnen die totaalaanpak, waarin ontwikkeling en het gezamenlijke beheer van de migratiestromen samengaan. Dat is het ware antwoord op uw vragen.

Ik wil er, zo nodig, ook op wijzen dat de Commissie uiteraard richtsnoeren moet opstellen voor de gezamenlijke, door Frontex georganiseerde operaties op zee. Deskundigen van het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor vluchtelingen en de Internationale Organisatie voor migratie werken samen met de deskundigen van de lidstaten en Frontex om te zorgen dat Frontex zich houdt aan de regels van het Verdrag inzake opsporing en redding op zee, op basis waarvan personen die zijn gered, moeten kunnen rekenen op opvang op een veilige plek, een plek waar hun leven niet langer wordt bedreigd en waar in hun behoeften kan worden voorzien in afwachting van de beslissing over wat er verder met hen moet gebeuren.

Dit wilde ik kwijt. Ik ben me zeer bewust van het gebrek aan middelen bij Frontex, en we ontkomen er waarschijnlijk niet aan om op de een of andere manier ofwel de lidstaten te dwingen hun eigen middelen nu echt ter beschikking van Frontex te stellen, ofwel Frontex eigen middelen te verschaffen, wat in de huidige begrotingssituatie uiteraard lastig zal worden.

Het is hoe dan ook waar dat het mandaat van Frontex uitgebreid moet worden, dat het agentschap moet kunnen samenwerken met de derde landen waaruit de immigranten afkomstig zijn om samen te kunnen zorgen voor slim en humaan toezicht op die illegale migratie die, ik zeg het nog maar eens, ten koste gaat van de betrokkenen.

Ik wil de heer Moreno bedanken: zijn verslag is evenwichtig, het maakt de weg vrij voor een beter toegerust Frontex dat tegelijkertijd geheel en al – ik zou willen zeggen – gericht is op het redden van mensenlevens. Dat hebben wij voor ogen als we aan Frontex denken, laten we dat niet vergeten. Dat wilde ik u gewoon even zeggen na aandachtig naar alle bijdragen aan dit debat te hebben geluisterd, en ik kan u verzekeren dat ik zeker aan dit debat zal denken als wij richtsnoeren gaan opstellen voor Frontex.

 
  
MPphoto
 

  Javier Moreno Sánchez, rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vicevoorzitter, volgens mij zijn we op de goede weg. Zij die het Europese avontuur al jarenlang volgen, weten dat de Europese Unie vooruitkomt als het Parlement en de Commissie samen optrekken.

Ik denk dat we op de goede weg zijn, en daarom willen we verder.

rapporteur. − (ES) Ik wil graag mijn dank uitspreken, in de eerste plaats aan alle leden die vanavond het woord hebben gevoerd. Het is een debat geweest met uiteenlopende standpunten, zoals de meeste debatten in dit Huis en zoals het een democratie ook betaamt, maar ik heb de indruk dat er brede consensus bestaat. Uiteraard wil ik de rapporteurs van de andere fracties en alle leden van de Commissie bedanken omdat wij, dankzij hun bijdragen, een evenwichtig en (volgens mij) behoorlijk volledig verslag hebben kunnen opstellen, zoals al eerder is gezegd.

Ook wil ik graag de directeur van Frontex, de heer Ilkka Laitinen, bedanken, evenals zijn onderdirecteur, de heer Gil Arias, die mij altijd alle informatie heeft verstrekt waar ik om vroeg, evenals alle medewerkers van dit agentschap.

Ik heb zelf ter plekke toen wij in Senegal waren, maar ook op het kantoor van Warschau, kunnen zien dat alle vrouwen en mannen die bij Frontex werken zeer betrokken zijn bij hun werk en zich zeer bewust zijn van wat zij doen. Daarom heb ik de voorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, de heer Deprez, verzocht een vergadering te beleggen, samen met de Begrotingscommissie, zodat zij ons kunnen uitleggen wat ze precies doen.

Het gaat niet alleen om operaties, ze doen ook uitstekend werk op het gebied van het opleiden van personeel, zoals de heer Marinescu heeft uitgelegd, in de RABIT-exercities en het opsporen van valse reisdocumenten. Het is belangrijk werk waar zelden over wordt gesproken. Daarom heb ik voorgesteld een bijeenkomst te organiseren.

Volgens mij zijn er twee concepten die we uitgebreid moeten bespreken. Ik meen dat het hier is gezegd – niet alleen de vicevoorzitter heeft het gezegd, maar wij allemaal – dat Frontex zoveel mogelijk juridische zekerheid moet hebben, omdat het vaak niet kan optreden zonder die zekerheid, en zich vervolgens in onmogelijke situaties bevindt.

Met het nieuwe mandaat, het herziene mandaat, moeten wij weten wat zij bij reddingen op zee en bij repatriëringen wel en niet kunnen doen.

Ten slotte denk ik dat het belangrijkste, zoals we in de delegaties naar de verschillende landen hebben kunnen zien, het Europese ‘etiket’, de Europese geest is. Veel landen zien liever het woord ‘Europa’ dan de naam van een of ander land, dat in het verleden een koloniale mogendheid was; ze zien dat niet zo duidelijk. Volgens mij is dat een toegevoegde waarde; we moeten investeren in Frontex en naar de toekomst kijken. We moeten nadenken over het tempo en de lidstaten overtuigen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag 18 december 2008, plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE), schriftelijk.(EN) Allereerst wil ik zeggen dat ik optimistisch ben over de toekomst van het Frontex-agentschap, gezien de tamelijk bemoedigende cijfers van de evaluatie van de activiteiten van dit agentschap.

Ik ben het echter geheel eens met de opvatting van de rapporteur dat er naast Frontex ook een beleid voor legale immigratie moet zijn om illegale immigratie effectief te kunnen bestrijden. Het is niet verstandig om te proberen een Europees fort op te bouwen door de nadruk alleen te leggen op illegale immigranten, want zo lang er grote verschillen blijven bestaan in economische ontwikkeling, zal er ook migratie blijven. Bovendien ben ik het ermee eens dat bij het beschermen van onze buitengrenzen de menselijke waardigheid en fundamentele rechten volledig moeten worden geëerbiedigd, omdat dit tot de Europese waarden behoort.

Ik wil ook nadruk leggen op het belang van solidariteit tussen de EU-lidstaten. Door de afschaffing van de grenscontroles in het Schengengebied is de onderlinge afhankelijkheid tussen de lidstaten alleen nog maar toegenomen; zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de veiligheid van de grenzen. Daarom moeten alle lidstaten bij de activiteiten van Frontex worden betrokken en moeten zij de nodige middelen ter beschikking stellen. Ten slotte, maar zeker niet minder belangrijk, dient de samenwerking met derde landen ook een prioriteit te zijn, teneinde de doelmatigheid van Frontex te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Lewandowski (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) Zoals begrijpelijk wekt het functioneren van het Frontex-agentschap mijn belangstelling, aangezien het de enige EU-instelling is die in Polen gevestigd is. In weerwil van de eerdere vrees dat de oostgrenzen van de Europese Unie zo lek als een zeef zouden zijn, blijkt de voornaamste dreiging op het gebied van illegale immigratie in het Middellandse Zeebekken te liggen. Dit is dan ook het belangrijkste werkterrein van het Frontex-agentschap. Ik ben in de gelegenheid geweest een bezoek te brengen aan Malta en de daar gevestigde kampen voor vluchtelingen uit Afrika, dus ik begrijp de ernst van het probleem en de onmetelijke ellende van mensen die wanhopige pogingen wagen om de zee over te steken naar Malta en het Europese vasteland.

Illegale immigratie vormt een gemeenschappelijke uitdaging die om een gemeenschappelijke strategie en communautaire instrumenten vraagt. Frontex zorgt sinds oktober 2005 voor deze instrumenten, evenals het grensbewakingssysteem Eurosur. Het Parlement is zich bewust van de toenemende financiële behoeften en pleit voor het derde jaar op rij voor een verruiming van het budget van Frontex. Tot nu toe loopt de betrokkenheid van de afzonderlijke lidstaten sterk uiteen en zijn de financiële materiële en operationele lasten erg ongelijk verdeeld. Om geografische redenen en vanwege verschillen in gevoeligheid voor het immigratievraagstuk lijkt de ongelijke betrokkenheid van de lidstaten op dit terrein van het Gemeenschapsbeleid een permanent verschijnsel dat moeilijk op te lossen is.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Rogalski (UEN), schriftelijk. (PL) De risico's die illegale immigratie met zich meebrengt, nopen Europa tot een beter geïntegreerd beheer van zijn grenzen in het kader van een geharmoniseerde aanpak van het verschijnsel migratie, waaronder ook de organisatie van de legale immigratie. Zelfs als we accepteren dat elke lidstaat de controle over de eigen grenzen moet behouden, vraagt de situatie aan zowel de oost- als de zuidgrenzen om adequate samenwerking, teneinde dit fenomeen met gedeeld materieel en personeel te bestrijden.

De invoering van adequate grenscontroles zal de grensoverschrijdende criminaliteit verminderen, hetgeen onze interne veiligheid ten goede zal komen. In aanvulling op maatregelen ter beperking van de instroom van illegale immigranten, moet Frontex ook een overkoepelend partnerschap met derde landen helpen verstevigen en bepaalde besluiten met betrekking tot het asielrecht op zich nemen.

Illegale immigratie gaat ook gepaard met een hoog aantal dodelijke slachtoffers onder mensen die illegaal grenzen proberen over te steken. Daarom moeten we in gebieden waar mensen een hoog risico lopen het er niet levend af te brengen, patrouilles instellen die het hele jaar door operationeel zijn. Ook is het essentieel dat we twee aparte afdelingen opzetten, een voor de bewaking van de landgrenzen en een voor de bewaking van de zeegrenzen, met bijzondere aandacht voor het gebruik door migranten van routes aan de oostgrenzen.

Het is eveneens van wezenlijk belang om de doeltreffendheid en professionaliteit van het bij de operaties van Frontex ingezette personeel te vergroten door ze te blijven opleiden, en om een gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsstructuur tot stand te brengen en zo de activiteiten van Frontex te optimaliseren.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoozitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid