Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2158(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0218/2011

Debatten :

PV 23/06/2011 - 5
PV 23/06/2011 - 7
CRE 23/06/2011 - 5
CRE 23/06/2011 - 7

Stemmingen :

PV 23/06/2011 - 12.10
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


Debatten
Donderdag 23 juni 2011 - Brussel Uitgave PB

7. Vijfde cohesieverslag en de strategie voor het cohesiebeleid na 2013 - Uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma's 2007-2013 - Europese stedelijke agenda en toekomst van deze agenda in het cohesiebeleid - Doelstelling 3: de toekomstige agenda voor grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking - De synergievoordelen die kunnen worden bereikt door het EFRO en andere structuurfondsen beter op elkaar af te stemmen (voortzetting van het debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − We gaan nu verder met het debat over de verslagen inzake het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 

  Oldřich Vlasák, rapporteur. − (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik zou allereerst mijn collega's willen bedanken voor de uitmuntende samenwerking en het uiterst constructieve debat. Ik zou willen afsluiten met twee enigszins provocerende opmerkingen over de discussie in zijn geheel.

De structuurfondsen zijn hoofdzakelijk opgericht om verschillen tussen afzonderlijke regio's weg te nemen en zouden daarom voornamelijk gebruikt moeten worden voor de meest achtergebleven delen van de Europese Unie, dat wil zeggen voor convergentiedoelstelling 1. De rijkere regio's zullen hier profijt van hebben, omdat de afzetmogelijkheden voor hun producten en diensten zullen toenemen. Aan de andere kant moeten we alle voorgestelde pogingen om meer in doelstelling 2-regio's te investeren of om een sterke overgangscategorie van regio's zonder financiële knowhow te creëren, afwijzen. Ik zie namelijk geen enkele reden om tot in het oneindige geld van de rijken opnieuw onder de rijken te verdelen. Daarentegen vind ik een bepaald overgangsmechanisme tussen doelstelling 1 en 2 wel een geschikte aanvulling.

Ten tweede vind ik het van het grootste belang dat we de fondsen niet langer gebruiken om de markt schreef te trekken. Het feit dat de ene ondernemer subsidie ontvangt voor de bouw van een gebouw en de andere niet, leidt logischerwijs tot een verstoring van de markt. De andere ondernemer moet namelijk de kosten voor de bouw van dat gebouw doorberekenen in de prijzen van de producten die hij verkoopt en daardoor is hij logischerwijs duurder of heeft hij minder winst. Het is zou veel beter zijn als de enige uiteindelijke begunstigden van de fondsen overheidsinstellingen zouden zijn, zoals de staat, arrondissementen, prefecturen, steden en gemeenten, die dit geld dan zouden kunnen gebruiken voor investeringen in groeibevorderende maatregelen. Het is me duidelijk dat een dergelijke radicale verandering niet mogelijk is. We kunnen die weg echter op zijn minst eens proberen en een klein stapje in deze richting zetten. Om in de woorden van Neil Armstrong te spreken: het is een kleine stap voor de Europese fondsen, maar een enorme sprong voorwaarts voor de Europese economie.

 
  
MPphoto
 

  Marie-Thérèse Sanchez-Schmid, rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, Europa bevindt zich momenteel in een crisissituatie: een financiële crisis, een macro-economische crisis, een sociale crisis en een morele crisis. De burgers zien Europa als een vijand die regels en drastische bezuinigingen oplegt. Ze zien niet wat Europa doet op het gebied van investeringen, voor het stimuleren van de groei, voor de integratie van minder bevoordeelden en voor het herstellen van onevenwichtige ontwikkelingen tussen de regio's.

We zullen straks stemmen over het pakket voor economische governance, waarin verantwoorde maatregelen zijn opgenomen met betrekking tot de eerbiediging van het stabiliteits- en groeipact, de sanering van de overheidsfinanciën en het herstel van de groei. Het cohesiebeleid vormt de tweede pijler waarop deze groei gebaseerd moet zijn, een duurzame, slimme en inclusieve groei.

De economische governance en het cohesiebeleid vormen de twee zijden van dezelfde munt en het is belangrijk te onthouden dat ze nauw samenhangen. Daarom moeten we ons sterk maken om dit beleid te verdedigen, om het budget te verdedigen, om de lidstaten ervan te overtuigen dat het regionaal beleid geen luxe is maar een noodzaak.

Er staat veel op het spel bij de begrotingsonderhandelingen voor de komende programmaperiode. We moeten blijven handelen in het belang van een geïntegreerd en ambitieus Europees cohesiebeleid, dat eenvoudiger en beter zichtbaar is, dat de territoriale samenwerking versterkt en dat op rechtvaardige wijze op alle regio's is gericht.

Daarom steun ik met name het voorstel in het verslag-Pieper voor de instelling van een tussencategorie voor regio's met een bbp tussen 75 procent en 90 procent van het EU-gemiddelde. Door de instelling van deze categorie zullen veel regio's die met structurele groeiproblemen kampen een gelijkwaardige en evenwichtige behandeling kunnen krijgen.

Natuurlijk wil ik ook nogmaals het belang benadrukken van een versterking van de Europese territoriale samenwerking. Die vormt de concrete verwezenlijking van de uitspraak van Robert Schuman: "De vereniging van Europa kan niet ineens worden verwezenlijkt noch door een allesomvattende schepping tot stand worden gebracht. Het verenigd Europa zal moeten worden opgebouwd door middel van concrete verwezenlijkingen, waarbij een feitelijke solidariteit als uitgangspunt zal moeten worden genomen." Dat klopte zestig jaar geleden en dat klopt nog steeds.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Stavrakakis, rapporteur. (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alle rapporteurs feliciteren met hun verslagen, die ons vandaag de gelegenheid hebben gegeven om een debat te voeren over fundamentele dimensies van het toekomstige cohesiebeleid en onze belangrijkste standpunten ten aanzien daarvan kenbaar te maken. Ik wil echter stilstaan bij het verslag van de heer Pieper, waarvoor ik schaduwrapporteur was, omdat hierin gedetailleerd de visie van het Europees Parlement op de structuur die het cohesiebeleid na 2013 moet hebben wordt beschreven.

Ik wil onderstrepen dat onze belangrijkste standpunten reeds zijn geformuleerd en door de plenaire vergadering van het Europees Parlement zijn goedgekeurd in een speciaal hoofdstuk van de resolutie over het toekomstige financiële perspectief van de Europese Unie met betrekking tot het cohesiebeleid. Ten aanzien van deze standpunten zullen wij geen concessies doen.

Het toekomstige cohesiebeleid dient over een passend budget te beschikken om effectief de nieuwe uitdagingen aan te kunnen gaan, alle Europese regio's te kunnen ondersteunen, zoals altijd met bijzondere nadruk op de regio's met de meeste ontwikkelingsproblemen, en thematische doelstellingen te kunnen bevatten. Maar het moet tegelijkertijd ook een zekere mate van flexibiliteit bezitten, steunen op vereenvoudigde regels die zoveel mogelijk zijn gelijkgeschakeld tussen de ertoe behorende fondsen en het moet waarborgen dat alle burgers van de Unie er profijt van kunnen trekken, zelfs als zij in de meest afgelegen delen van de Europese Unie leven, op eilanden en in berggebieden.

Tot slot zou ik in het bijzonder met betrekking tot het voorstel over het creëren van een tussencategorie op het vlak van steunverlening, dat ik en mijn fractie en een grote meerderheid in het Parlement altijd hebben gesteund, willen benadrukken dat ik het absoluut eens ben met de mening die commissaris Hahn vandaag heeft laten horen. Het creëren daarvan is absoluut gerechtvaardigd en wij willen dat de toekomstige steunregeling voor de regio's op rechtvaardige, vereenvoudigde en transparante manier op gebieden wordt toegepast die zich op hetzelfde ontwikkelingsniveau bevinden. Ik geloof dat wij een duidelijk signaal moeten afgeven dat de Europese Unie verder kijkt dan naar statistieken alleen, met name in de huidige economische crisis.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − De gecombineerde behandeling is gesloten.

De stemming vindt dadelijk plaats.

(De vergadering wordt om 11.45 uur onderbroken en om 11.50 uur hervat)

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Slavi Binev (NI), schriftelijk. – (BG) Verbetering van het ondernemingsklimaat maakt eveneens deel uit van het cohesiebeleid. Er is echter een efficiënt functionerend rechtsstelsel vereist om dit te bewerkstelligen. Het gebrek aan maatregelen door de wetgevingsautoriteit ten aanzien van de bijzonder spoedeisende veranderingen in het rechtsstelsel is opvallend. Wij hebben verplichtingen jegens onze Europese partners om grootschalige hervormingen op dit gebied door te voeren, waarmee op adequate wijze de talloze gevallen bij Bulgaarse rechtbanken moeten worden aangepakt, in het bijzonder die gevallen die te maken hebben met corruptie op hoog niveau dan wel aanwijzingen daarvan. De vele negatieve beoordelingen in het algemeen door de Europese Commissie en de Europese rechtbanken ten aanzien van de hervormingen van het rechtsstelsel en de toenemende corruptie hebben geen verandering gebracht in de opzettelijke nalatigheid van de regering om elke vorm van hervorming op dit gebied door te voeren. Waarom maken mensen die het recht om het initiatief te nemen tot veranderingen in de wetgeving daar geen gebruik van, terwijl ze tegelijkertijd hun fouten vergoelijken op grond van het feit dat er geen hervormingen worden doorgevoerd? Waarom wordt er met twee maten gemeten? In wiens belang is het om hervormingen tegen te houden? Het is verbijsterend dat in de eenentwintigste eeuw de burgers van Bulgarije niet de mogelijkheid hebben om een individuele klacht in te dienen bij het Constitutionele Hof, een recht dat vanzelfsprekend is voor bijvoorbeeld Duitse burgers. Waarom worden hooggeplaatste rechters in bijzonder dubieuze, duistere procedures gekozen en waarom blijven er ernstige vermoedens bestaan over inmenging van de uitvoerende macht?

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Nu we ons voorbereiden op de nieuwe financiële periode na 2013 moeten we voor de financiële vooruitzichten van de Europese Unie (2014-2020) specifieke voorstellen doen voor een gemeenschappelijk strategisch kader voor de tenuitvoerlegging van de doelen van het communautair cohesiebeleid en de doeltreffendheid van de structuurfondsen. In deze moeilijke tijd, waarin we de gevolgen van de financiële en economische crisis te boven moeten komen, hebben we nu een goede gelegenheid om de toekomstige onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader te gebruiken voor een doeltreffender beheer en uitvoering van de communautaire structuurfondsen en programma’s.

De Europese Commissie moet de technische steun aan de nationale, regionale en lokale bestuursorganen vergroten en meer training voor hen organiseren om hun bekwaamheid te vergroten en hun kennis van de geldende regels te verbreden om kwesties met betrekking tot de uitvoering aan te pakken. Bovendien moeten de lidstaten zelf prioriteit geven aan investeringen in institutionele capaciteiten en de administratieve bepalingen vereenvoudigen om de administratieve last te verminderen.

Ik sta achter het verzoek van het Europees Parlement aan de Commissie om een Europees handboek voor multi-level governance op te stellen en de lidstaten aan te sporen zich hier aan te houden, rekening houdend met specifieke lokale en regionale doelen. Dat is nodig om de maatregelen inzake de governance van het cohesiebeleid (programmering, financiering en uitvoering op basis van nationaal, regionaal en lokaal partnerschap) ook toe te passen op fondsen die worden opgenomen in het geplande gemeenschappelijk strategisch kader, om op die manier voor doeltreffender overheidsuitgaven te zorgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tamás Deutsch (PPE), schriftelijk. (HU) Cohesiebeleid heeft zijn onmisbaarheid, doeltreffendheid en flexibiliteit in de strijd tegen de crisis bewezen. Bovendien draagt het in steeds grotere mate bij tot het behalen van de doeleinden van de EU 2020-strategie. Hierbij dient echter te worden benadrukt dat cohesiebeleid niet het enige middel is voor het realiseren van deze doeleinden; elk beleidsgebied moet in passende mate bijdragen aan het slagen van de nieuwe groeistrategie van de EU. Ik wil graag benadrukken dat het aantal fouten de afgelopen jaren aanzienlijk is gedaald, en dat het merendeel van de fouten op gebieden buiten het cohesiebeleid (bijvoorbeeld overheidsopdrachten) ontstaat. De financiering van cohesiebeleid mag niet worden verminderd, want er blijven onevenwichtigheden bestaan die alleen kunnen worden opgelost met cohesiebeleid. De armste regio's hebben een grotere behoefte aan steun, maar in ruil daarvoor moeten zij wel betere resultaten laten zien. Eveneens belangrijk is dat de voorwaarden die gehanteerd worden in regionaal beleid daadwerkelijk betrekking hebben op terreinen waar cohesiebeleid invloed op heeft, en men kan niet van de lidstaten eisen dat zij onder het mom van voorwaardelijkheid fundamentele maatschappelijke en economische hervormingen doorvoeren. Voor een betere doeltreffendheid van cohesiebeleid zijn vereenvoudiging van het huidige, uiterst ingewikkelde regelgevingssysteem, eenduidige interpretatie van de regels en verplichtingen, consistentie van het wetgevingskader en duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheden van wezenlijk belang. Cohesiebeleid is geen hulpbeleid, maar een investering in de verbetering van minder ontwikkelde gebieden. De positieve gevolgen daarvan zullen ook in de rijkere regio's te merken zijn, omdat de vraag immers groeit.

 
  
MPphoto
 
 

  Filiz Hakaeva Hyusmenovа (ALDE), schriftelijk.(BG) Het cohesiebeleid is van fundamenteel belang om de ongelijkheden tussen Europese regio's weg te werken, de crisis te boven te komen en slimme, duurzame en inclusieve groei te bereiken. Ondanks hetgeen er is bereikt, zijn er nog steeds regio's die achterblijven wat betreft hun ontwikkeling. Hierdoor ontstaat de noodzaak tot meer en specifiekere maatregelen die erop gericht zijn om de sociale en economische onevenwichtigheden in Europa te verminderen en armoede en sociale uitsluiting te bestrijden. Voor een verbetering van de doeltreffendheid van het cohesiebeleid is een betere interactie tussen de structuurfondsen vereist, evenals een betere coördinatie met de andere Europese financiële instrumenten en binnenlandse steun. Om ervoor te zorgen dat de operationele programma's optimaal aansluiten bij de betreffende omstandigheden, is het van wezenlijk belang dat zij voldoende flexibiliteit krijgen. Wij moeten streven naar een vermindering van de administratieve lasten voor de begunstigden, onder andere door meer gebruik te maken van e-overheidsfaciliteiten, en naar een versterking van de rol van lokale en regionale autoriteiten en van sociaaleconomische partners. Tot slot wil ik benadrukken dat de omvang van de fondsen in het kader van het cohesiebeleid in de volgende programmeringsperiode in ieder geval even groot moet zijn als in de huidige periode, teneinde daadwerkelijk sociale, economische en territoriale cohesie te bereiken en ervoor te zorgen dat elke Europese burger een goede plaats om te wonen en te werken heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. (ET) Het cohesiebeleid van de Europese Unie moet in de toekomst meer dan nu het geval is rekening houden met macroregionale strategieën zoals de Oostzeestrategie en de Donaustrategie. Met macroregionale strategieën is het goed mogelijk om het transnationale potentieel te benutten, de samenwerking tussen verschillende bestuurslagen te verbeteren, gebruik te maken van een gemeenschappelijke aanpak om gemeenschappelijke problemen op te lossen en het concurrentievermogen van de regio’s en de capaciteit voor innovatie te vergroten. Bij de voorbereiding van het cohesiebeleid voor de komende periode is het noodzakelijk om duidelijker te maken hoe de macroregionale strategieën moeten worden uitgevoerd, wat hun rol en plaats in het cohesiebeleid is en hoe ze moeten worden gefinancierd. Het is belangrijk dat de macroregionale strategieën ook worden bekeken in de context van het doel van Europese territoriale cohesie overeenkomstig het Verdrag van Lissabon en het communautaire territoriale ontwikkelingsplan voor 2020. De Europese Commissie moet met nauwkeurigere richtlijnen voor de lidstaten komen, zoals het vaststellen van concrete actiedoelen of sectoren met macroregionale relevantie. Voorbeelden daarvan zijn vervoerscorridors, het vrij verkeer van diensten en milieuzaken. Door de bestaande steunmechanismen beter te coördineren wordt het mogelijk om doelgerichter gebruik te maken van de communautaire structuurfondsen, zonder dat er meer geld hoeft te gaan naar de interregionale samenwerkingsgebieden. Ik ben ook van mening dat het buitengewoon belangrijk is om voor aanvullende middelen te zorgen om de macroregionale strategieën te coördineren en de synergie van samenwerking te vergroten. Coördinatie vereist voortdurende verbeteringen en de verantwoordelijkheid van de lidstaten op dit gebied moet beslist groter worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Kolarska-Bobińska (PPE) , schriftelijk. (PL) Het cohesiebeleid is het beste bewijs van de solidariteit die in de Europese Unie bestaat. Polen, en in het bijzonder de armste regio's zoals de regio die ik vertegenwoordig, het Wojewodschap Lubelskie, hebben deze fondsen gebruikt voor snelle ontwikkeling. We kunnen ons vandaag moeilijk voorstellen hoe onze regio eruit zou zien zonder Europese steun. Spijtig genoeg hebben we geen informatie over de concrete effecten van de uitgave van deze middelen, want onderzoek naar het gebruik van verschillende programma's in het hele wojewodschap en niet de beoordeling van individuele programma’s zou de richting moeten aangeven voor het cohesiebeleid in de komende jaren.

Het cohesiebeleid vormt een pijler van de Europa 2020-strategie, en daarom mogen de bedragen die bestemd zijn voor het cohesiebeleid in het volgende financieel kader niet lager zijn dan de bedragen die in de huidige programmeringsperiode beschikbaar zijn. We zoeken momenteel middelen voor nieuwe doelen die de concurrentiekracht van Europa moeten verhogen. We mogen ze echter niet zoeken ten koste van de steden en de regio's. In het verslag van de Commissie beleidsuitdagingen en het verslag-Pieper heeft het Europees Parlement een duidelijk signaal gegeven aan de regeringen van de lidstaten en aan de Raad: handen af van het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE), schriftelijk.(RO) In dit verslag over het cohesiebeleid na 2013 neemt het Europees Parlement een evenwichtig standpunt in dat bevorderlijk is voor de Europese Unie. De Unie heeft nog steeds een sterk cohesiebeleid met passende financiële middelen nodig. Tegelijkertijd moet ook de regelgeving worden verbeterd. Er wordt tevens aangedrongen op projecten met een aanzienlijke Europese meerwaarde, rechtvaardigheid, verantwoordelijkheidsbesef en een contract met de Europese Unie waarin de lidstaten zich ertoe verplichten de toegekende steun integraal te benutten.

In tijden van economische achteruitgang zijn investeringen nodig om de werkgelegenheid in stand te houden en de ontwikkeling te bevorderen. Het cohesiebeleid is uitsluitend gericht op investeringen. Tijdens het volgende begrotingsjaar mag het budget van het cohesiebeleid in geen geval onder het huidige niveau liggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Smolková (S&D), schriftelijk. – (SK) Het cohesiebeleid na 2013 moet een belangrijke rol blijven spelen in de ontwikkeling van Europa. Het moet ontwikkeling van de infrastructuur garanderen en onevenwichtigheden in de ontwikkeling tussen verschillende regio’s corrigeren. De financiële crisis heeft de regionale verschillen nog vergroot. Europa wordt geconfronteerd met hoge werkloosheid. Momenteel, nu er meer dan 23 miljoen werklozen zijn, is het cohesiebeleid één van de beleidsgebieden die kunnen bijdragen tot het scheppen van arbeidsplaatsen. Ik denk dat geen enkel lid twijfelt aan het belang van voortzetting van het cohesiebeleid na 2013. Vragen omtrent het efficiënte gebruik van de fondsen, transparantie en verbetering van het hele proces en het rendement van investeringen worden actueel. De successen van het cohesiebeleid zijn meetbaar en worden opgemerkt en gewaardeerd door de Europese burgers. Daarom is belangrijk dat het cohesiebeleid voldoende wordt gefinancierd als het meerjarig financieel kader wordt goedgekeurd. Investeringen in regionale ontwikkeling zijn investeringen in de toekomst en in de ontwikkeling van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Ziobro (ECR), schriftelijk. (PL) De tenuitvoerlegging van de doelen van het Europees cohesiebeleid gaat op vele gebieden ongetwijfeld de goede richting uit, maar het is nu al de moeite waard om lessen te trekken uit het verleden om de toekomstige prioriteiten van het Europees cohesiebeleid te bepalen. De relatief zwakke benutting van de middelen voor infrastructuur en milieu wijzen op de noodzaak om de instrumenten te herzien die projecten op dit gebied moeten stimuleren.

Dit is van bijzonder belang voor de landen van Oost-Europa, waar de uitgave van de fondsen voor dit doel lager is dan voor andere strategische gebieden. Bovendien moet Europese transnationale en grensoverschrijdende samenwerking bijkomend worden gesteund, omdat die van belang is voor ontwikkeling en Europese convergentie, en ook de uitvoering van gemeenschappelijke regionale projecten op het gebied van infrastructuur en milieu moet worden ondersteund.

Nog een belangrijk element is de bevordering van ontwikkeling die gesteund is op kleine en middelgrote ondernemingen. Hier is het niet alleen belangrijk om de oprichting van nieuwe ondernemingen te stimuleren, maar ook om hen aangepaste voorwaarden te bieden om op de markt te overleven. Hier verschijnt de noodzaak om de beginselen van het programma "Small Business Act" sterker te integreren met het cohesiebeleid. Als we rekening houden met deze kwesties bij de bepaling van de cohesiestrategie en het cohesiebeleid na 2013, dan kunnen we bijdragen aan een duurzame en harmonieuze economische ontwikkeling van de Europese Unie.

 
Laatst bijgewerkt op: 8 november 2011Juridische mededeling