Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2012/0340(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0460/2013

Ingediende teksten :

A7-0460/2013

Debatten :

PV 25/02/2014 - 17
CRE 25/02/2014 - 17

Stemmingen :

PV 26/02/2014 - 9.11

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0158

Aangenomen teksten
PDF 485kWORD 137k
Woensdag 26 februari 2014 - Straatsburg Definitieve uitgave
Toegankelijkheid van websites van overheidsinstanties ***I
P7_TA(2014)0158A7-0460/2013
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 26 februari 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties (COM(2012)0721 – C7-0394/2012 – 2012/0340(COD)) (Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0721),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0394/2012),

—  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 22 mei 2013(1) ,

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie cultuur en onderwijs (A7-0460/2013),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

(1) PB C 271 van 19.9.2013,blz. 116.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 26 februari 2014 met het oog op de vaststelling van Richtlijn 2014/…/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties en van websites van entiteiten die overheidstaken vervullen [Am. 1]
(Voor de EER relevante tekst)
P7_TC1-COD(2012)0340

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid artikel 114, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1) ,

Gezien het advies Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2) ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Door de ontwikkeling naar een digitale maatschappij kunnen gebruikers op nieuwe manieren toegang tot informatie en diensten krijgen. De aanbieders van informatie en diensten, zoals overheidsinstanties, maken steeds meer gebruik van internet om voor het publiek een grote verscheidenheid aan essentiële informatie en diensten online te produceren, verzamelen en verstrekken. De beveiliging van de informatieoverdracht en de bescherming van persoonsgegevens zijn in dat verband van groot belang. [Am. 2]

(2)  Toegankelijkheid van websites is het geheel aan beginselen en technieken die moeten worden toegepast bij het bouwen van websites om de inhoud daarvan voor alle gebruikers toegankelijk te maken, met name voor mensen met een functionele beperking, met inbegrip van mensen met een handicap. De inhoud van websites omvat zowel tekst als andere informatie, het downloaden van formulieren en wederzijdse interactie, bijvoorbeeld het verwerken van digitale formulieren, authenticatie en transacties zoals de afhandeling van gevallen en betalingen. [Am. 3]

(2 bis)  De toegankelijkheid van websites, en met name de toezegging om alle websites van overheidsinstanties tegen 2010 toegankelijk te maken, was opgenomen in de ministeriële verklaring van Riga van 11 juni 2006 over e-inclusie. [Am. 4]

(2 ter)  Hoewel deze richtlijn niet van toepassing is op websites van instellingen van de Unie, moeten deze instellingen niettemin voldoen aan de voorschriften van deze richtlijn en een voorbeeld zijn van optimale praktijkinvulling. [Am. 5]

(3)  In haar mededeling van 15 december 2010 getiteld "H et Europese actieplan inzake e-overheid 2011-20152015 Benutten van de ICT om een slimme, duurzame en innovatieve overheid te bevorderen" (3) roept riep de Commissie op om e-overheidsvoorzieningen te ontwikkelen die inclusiviteit en toegankelijkheid waarborgen. Tegelijkertijd zijn er meer inspanningen nodig voor de effectieve tenuitvoerlegging van het beleid inzake e-inclusie, dat ten doel heeft achterstanden in het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) weg te werken en het gebruik van ICT te bevorderen teneinde uitsluiting tegen te gaan, de economische prestaties, de kwaliteit van het bestaan, de sociale participatie en cohesie, inclusief het democratisch overleg, te verbeteren. [Am. 6]

(4)  In de haar mededeling van 19 mei 2010 getiteld "Een digitale agenda voor Europa", een initiatief van de Europa 2020-strategie, "(4) heeft de Commissie aangekondigd dat websites van de publieke sector in (en websites die basisdiensten aan de burger leveren) tegen 2015 volledig toegankelijk moeten zijn. [Am. 7]

(4 bis)  Ouderen lopen het risico op digitale uitsluiting, hetgeen te wijten is aan factoren zoals geringe ICT-vaardigheden en gebrek aan toegang tot het internet. De mededeling van de Commissie van 8 november 2011 getiteld 'Het Europees i2010-initiatief voor e-inclusie: "Deelnemen aan de informatiemaatschappij"' heeft ten doel alle gebruikersgroepen optimale kansen te bieden om gebruik te maken van het internet en zich vertrouwd te raken met informatie- en communicatietechnologieën. In de Digitale Agenda voor Europa wordt een aantal maatregelen voorgesteld om het gebruik van ICT door benadeelde gebruikersgroepen zoals ouderen, te bevorderen. [Am. 8]

(5)  Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020)(5) en het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (COSME)(6) ondersteunen onderzoek naar de ontwikkeling van technische oplossingen voor toegankelijkheidproblemen.

(6)  Door het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap ("het VN-verdrag") te ratificeren, hebben de meeste lidstaten en de Unie de conclusie daarvan onderschreven en zich ertoe verbonden om "personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot […] informatie- en communicatietechnologieën" en tot het nemen van "passende maatregelen om […] de toegang voor personen met een handicap tot nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en -systemen, met inbegrip van het internet, te bevorderen".

(6 bis)  De ontwikkeling van nieuwe technologieën dient in overeenstemming met het VN-Verdrag plaatsvinden op basis van het "universal design"-concept. [Am. 9]

(7)  De mededeling van de Commissie van 15 november 2010 getiteld " Europese strategie inzake handicaps 2010-2020(7) : Een hernieuwd engagement voor een onbelemmerd Europa", dat ten doel heeft de obstakels weg te nemen die mensen met een handicap belemmeren om op voet van gelijkheid aan de maatschappij deel te nemen, bouwt voort op het VN-verdrag en bevat maatregelen op meerdere prioritaire gebieden, met inbegrip van webtoegankelijkheid, en heeft tot doelstelling "toegankelijkheid van goederen, diensten waaronder publieke diensten en hulpmiddelen voor mensen met een handicap." [Am. 10]

(8)  Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad (8) bevat bepalingen over de toegankelijkheid van ICT. Er wordt echter niet specifiek ingegaan op webtoegankelijkheid.

(8 bis)  In zijn resolutie van van 25 oktober 2011 (9) benadrukt het Europees Parlement dat innovatieve en op kennis gebaseerde economieën zich niet kunnen ontwikkelen zonder toegankelijke inhoud en opmaak, op basis van bindende wetgeving, voor mensen met een handicap, bijvoorbeeld toegankelijke webpagina's voor blinden en ondertiteling voor doven en slechthorenden, waaronder ook massamediadiensten en online diensten voor mensen die gebruik maken van gebarentaal, smartphone-applicaties, en tactiele en vocale ondersteuning in openbare media. [Am. 11]

(8 ter)  In de Digitale agenda voor Europa wordt benadrukt dat positieve acties om mensen met een handicap te helpen bij het verkrijgen van toegang tot culturele inhoud een wezenlijk onderdeel zijn voor het volledige genot van het burgerschap van de Unie, en wordt opgeroepen tot de volledige naleving van het memorandum van overeenstemming over digitale toegang voor mensen met een handicap. De productie van volledig toegankelijke, op overheidswebsites beschikbare documenten, zoals rapporten, boeken en wetgevingshandelingen, in aanvulling op de gewenste acties om de particuliere sector te ondersteunen ter bevordering van investeringen op dit gebied, kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van deze doelstelling, waarmee bovendien de ontwikkeling van vakbekwaamheid en mogelijkheden voor dienstverlenende ondernemingen in de Unie wordt bevorderd. [Am. 12]

(9)  De markt voor webtoegankelijkheid groeit snel en omvat veel verschillende ondernemers die websites of software ontwikkelen voor het maken, beheren en testen van webpagina's, die useragents zoals webbrowsers en aanverwante hulpmiddelen ontwikkelen, of die certificeringsdiensten of opleidingen aanbieden of in websites geïntegreerde toegang tot sociale media . In dat opzicht zijn de inspanningen in het kader van de grote coalitie voor digitale banen van groot belang, hetgeen een voortzetting van het werkgelegenheidspakket is en welke is gericht tot ICT-specialisten gericht en beoogt de kloof aangaande vaardigheden, met inbegrip van basis- en werkvaardigheden, aan te pakken. [Am. 13]

(10)  Een aantal lidstaten heeft maatregelen aangenomen die zijn gebaseerd op internationaal gebruikte richtsnoeren voor het ontwerp van toegankelijke websites, maar er wordt vaak verwezen naar verschillende versies van die richtsnoeren, die niet in dezelfde mate hoeven te worden toegepast, of er zijn technische variaties op nationaal niveau geïntroduceerd.

(11)  De aanbieders van webtoegankelijkheid zijn veelal kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's). De aanbieders, en met name kmo's, zien obstakels die hen ervan weerhouden om buiten hun binnenlandse markt zaken te doen. Door de verschillen in de specificaties en voorschriften voor webtoegankelijkheid moeten zij extra kosten maken voor het ontwikkelen en op de markt brengen van grensoverschrijdende producten en diensten op het gebied van webtoegankelijkheid, waardoor hun concurrentievermogen en groei worden belemmerd.

(11 bis)  Het is essentieel dat netneutraliteit wordt gegarandeerd opdat overheidswebsites toegankelijk zijn en in de toekomst blijven en het internet open blijft. [Am. 14]

(12)  Door de beperkte mate van concurrentie worden kopers van websites en aanverwante producten en diensten geconfronteerd met dure diensten of zijn zij afhankelijk van één leverancier. De leveranciers gebruiken vaak varianten van propriëtaire normen, waardoor achteraf de mogelijkheden voor de interoperabiliteit van useragents en toegang op Unie-niveau tot de inhoud van websites wordt belemmerd. Door de fragmentatie op het gebied van nationale regelingen kan er minder worden geprofiteerd van het delen van ervaringen die op nationaal en internationaal niveau zijn opgedaan met het reageren op maatschappelijke en technische ontwikkelingen.

(13)  De onderlinge aanpassing van nationale maatregelen op Unie-niveau, gebaseerd op een overeenkomst over de vereisten voor de toegankelijkheid van websites van overheidsinstanties en van websites die worden beheerd door entiteiten die overheidstaken vervullen , is nodig om een eind te maken aan de fragmentatie. Hierdoor zou de onzekerheid voor webontwikkelaars afnemen en de interoperabiliteit worden bevorderd. Door gebruik te maken van De lidstaten dienen het gebruik van adequate en interoperabele vereisten voor de webtoegankelijkheid te stimuleren wanneer zij overeenkomsten voor inhoud van websites aanbesteden. T echnologisch neutrale vereisten voor de webtoegankelijkheid zal zullen innovatie niet belemmerd belemmeren , maar eventueel zelfs bevorderd worden bevorderen . [Am. 15]

(14)  Door een geharmoniseerde aanpak zouden overheidsinstanties in de Unie en ondernemingen met hun onlinediensten meer burgers en klanten kunnen bereiken en daarvan op economisch en sociaal vlak kunnen profiteren. Hierdoor zou het potentieel van de interne markt voor producten en diensten op het gebied van webtoegankelijkheid kunnen toenemen en de voltooiing van de digitale interne markt worden bevorderd . Dankzij de marktgroei die daaruit voortkomt, kunnen ondernemingen bijdragen tot economische groei en groeiende werkgelegenheid in de Unie. Door versterking van de interne markt zouden investeringen binnen de Unie aantrekkelijker worden. Overheden zouden profiteren van de lagere prijzen voor webtoegankelijkheid. [Am. 16]

(15)  Burgers zouden baat vinden bij een bredere toegang tot publieke onlinediensten, en moeten toegang hebben tot nieuws en tot culturele inhoud en amusement, om hen in staat te stellen volledig een volwaardige rol te spelen in het sociale en beroepsleven, en zij moeten diensten en informatie krijgen die hun dagelijks leven vergemakkelijken en waarmee zij in de hele Unie gemakkelijker hun rechten kunnen uitoefenen, met name hun recht om zich vrij op het grondgebied van de Unie te kunnen bewegen en verblijven, hun recht op toegang tot informatie en hun vrijheid om zich te vestigen en diensten aan te bieden. [Am. 17]

(15 bis)  Onlinediensten spelen een steeds grotere rol in onze samenleving. Het internet is een cruciaal instrument voor de toegang tot informatie, vorming en maatschappelijke participatie. Met het oog op de maatschappelijke integratie moet het publiek daarom universeel toegang krijgen tot websites van overheidsinstanties en websites die essentiële diensten verlenen aan het publiek, zoals belangrijke nieuwssites en mediatheken, bankdiensten ("internetbankieren"), en informatie en diensten van belangenvertegenwoordigers. [Am. 18]

(16)  De eisen aan de webtoegankelijkheid die in deze richtlijn zijn vastgelegd, zijn technologisch neutraal. Het zijn slechts basiseisen waaraan moet worden voldaan om ervoor te zorgen dat de gebruiker autonoom een website en de inhoud daarvan kan waarnemen, deze kan besturen, deze kan bedienen, daarmee een interactie kan hebben, deze kan lezen en deze kan begrijpen. De eisen geven niet specifiek aan hoe dit moet worden bereikt of welke technologie er moet worden gekozen voor een bepaalde website of applicatie of voor bepaalde online-informatie. Zodoende wordt de innovatie niet belemmerd.

(17)  Interoperabiliteit op het gebied van webtoegankelijkheid dient te zijn gebaseerd op gemeenschappelijk aangenomen en gebruikte specificaties die ervoor zorgen dat de compatibiliteit van de webinhoud met huidige en toekomstige useragents en hulptechnologieën zo groot mogelijk is. Met name dient webinhoud de useragents te voorzien van een gemeenschappelijke interne codering bestaand uit natuurlijke taal, structuren, relaties en reeksen, evenals de gegevens van eventuele embedded componenten van gebruikersinterfaces. Interoperabiliteit is daardoor van voordeel voor de gebruikers, die met hun useragents toegang tot de meeste websites kunnen krijgen; bovendien kunnen zij profiteren van een ruimer aanbod en lagere prijzen in de hele Unie. Interoperabiliteit zou ook van voordeel zijn voor de leveranciers en kopers van producten en diensten op het gebied van webtoegankelijkheid.

(18)  In de Digitale agenda voor Europa is er al op gewezen dat de overheden hun bijdragen dienen te leveren om de markten voor online-inhoud te bevorderen. Overheden kunnen de markten voor online-inhoud bijvoorbeeld bevorderen door overheidsinformatie onder transparante, efficiënte en niet-discriminerende voorwaarden ter beschikking te stellen. Een dergelijke aanpak kan een belangrijke motor zijn voor innovatieve onlinediensten.

(18 bis)  De overheidsinstanties van de lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om te eisen dat de bepaalde websites werken met in de Unie gesitueerde servers teneinde door partijen buiten de Unie uitgevoerde spionage en informatielekken te voorkomen en ervoor te zorgen dat partijen buiten de Unie uit veiligheidsoogpunt belangrijke diensten niet kunnen blokkeren. [Am. 19]

(19)  De Deze richtlijn dient erop te zijn gericht te waarborgen dat bepaalde soorten alle voor het publiek essentiële websites van overheidsinstanties overeenkomstig gemeenschappelijke vereisten en websites die worden beheerd door entiteiten die overheidstaken vervullen, volledig toegankelijk zijn voor het publiek. Om welke mensen met een handicap, zodat zij zelfstandig kunnen leven en volledig kunnen deelnemen aan alle facetten van het leven, overeenkomstig het VN-verdrag. De onder deze richtlijn vallende soorten websites het gaat, is vastgelegd in het benchmarkingproject inzake e-overheid van 2001 (10) ; deze zijn gebruikt als basis voor de lijst die worden beheerd door entiteiten die overheidstaken vervullen dienen in de bijlage te worden vermeld . De uiterste termijnen voor de naleving van de in deze richtlijn neergelegde vereisten moeten worden gespreid, zodat het toepassingsgebied van de richtlijn kan worden uitgebreid tot alle websites van overheidsinstanties waarop aan burgers rechtstreeks diensten worden aangeboden . [Am. 20]

(20)  In deze richtlijn zijn eisen aan de webtoegankelijkheid van bepaalde soorten alle websites van de overheid en van websites die worden beheerd doorentiteiten die overheidstaken vervullen vastgelegd. Om de conformiteit van de betrokken websites met die eisen te vergemakkelijken, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor de betrokken websites die voldoen aan geharmoniseerde normen die zijn vastgesteld en in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad(11) betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad, om die eisen in gedetailleerde technische specificaties om te zetten. Krachtens deze die verordening kunnen lidstaten en het Europees Parlement bezwaar maken tegen de geharmoniseerde normen als zij van mening zijn dat deze niet volledig beantwoorden aan de vereisten voor webtoegankelijkheid in deze richtlijn. [Am. 21]

(21)  De Commissie heeft reeds een mandaat M/376(12) aan de Europese normalisatie-organisaties verstrekt om een Europese norm te ontwikkelen, waarin de functionele toegankelijkheidsvereisten voor ICT-producten en -diensten, met inbegrip van webinhoud, nauwkeurig zijn omschreven en die kan worden gebruikt voor overheidsopdrachten en voor andere doeleinden, zoals aanbestedingen in de particuliere sector. Hiervoor dienen de Europese normalisatie-organisaties nauw samen te werken met de desbetreffende overlegplatforms binnen de branche en consortiums, met inbegrip van het World Wide Web Consortium (W3C/WAI). Een geharmoniseerde norm voor het verstrekken van het vermoeden van overeenstemming met de eisen aan de webtoegankelijkheid overeenkomstig deze richtlijn dient te zijn gebaseerd op de resultaten van deze werkzaamheden.

(21 bis)  Bij de voorbereiding en mogelijke toekomstige herzieningen van de relevante Europese en geharmoniseerde normen moeten de verantwoordelijke Europese normalisatie-organisaties sterk worden aangemoedigd om te zorgen voor coherentie met de relevante internationale normen (momenteel ISO/IEC 40500) teneinde eventuele fragmentatie of rechtsonzekerheid te voorkomen. [Am. 22]

(22)  Totdat de referentienummers van een dergelijke geharmoniseerde norm of delen daarvan in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, dienen de betreffende websites die voldoen aan de door de Commissie middels gedelegeerde handelingen vastgestelde Europese normen of delen daarvan, te worden acht in overeenstemming te zijn met de door deze standaarden of delen daarvan bestreken vereisten voor webtoegankelijkheid. De Europese norm die op basis van mandaat M/376 zal worden aangenomen, zou kunnen dienen als een dergelijk geharmoniseerde standaard.

(23)  Bij gebrek aan een dergelijke Europese norm dient het vermoeden van conformiteit met de eisen aan de webtoegankelijkheid te worden verstrekt voor de betrokken websites die voldoen aan de delen van de internationale norm ISO/IEC 40500:2012 die betrekking hebben op de successcriteria en conformiteitseisen niveau AA. De internationale norm ISO/IEC 40500:2012 komt volledig overeen met de originele richtsnoeren inzake toegankelijkheid van webinhoud (WCAG 2.0). Zowel op internationaal als op Europees niveau wordt algemeen erkend dat de succescriteria en conformiteitseisen niveau AA in versie 2.0 van de richtsnoeren inzake toegankelijkheid van webinhoud (WCAG 2.0) van het World Wide Web Consortium (W3C) de grondslag vormen voor adequate specificaties voor webtoegankelijkheid. Hierop is gewezen in de conclusies van de Raad van 31 maart 2009 over een toegankelijke informatiemaatschappij.

(24)  Er dient doorlopend toezicht te worden gehouden op de conformiteit met de eisen aan de webtoegankelijkheid, vanaf het bouwen van de betrokken website van de overheidsinstantie tot alle updates van de inhoud die daarna worden uitgevoerd. Het aanwijzen van een bevoegde autoriteit als handhavende instantie in elke lidstaat zou een adequate manier zijn om ervoor te zorgen dat de conformiteit met de vereisten inzake webtoegankelijkheid wordt gecontroleerd en streng wordt gehandhaafd, waarbij de belanghebbenden nauw bij het gebeuren worden betrokken middels het opzetten van een klachtensysteem voor gevallen waarin niet-naleving wordt geconstateerd. Met een geharmoniseerde toezichtmethodiek kan een manier worden vastgelegd om op eenvormige basis in alle lidstaten de mate waarin de betrokken website voldoet aan de vereisten voor webtoegankelijkheid, het nemen van representatieve steekproeven en de frequentie van de toezichtactiviteiten te controleren. De lidstaten brengen elk om de twee jaar verslag uit over de resultaten van de toezichtactiviteiten en in het algemeen over de lijst met acties die zijn ondernomen om deze richtlijn toe te passen. [Am. 23]

(24 bis)  De methodiek voor het doorlopende toezicht op de betrokken websites met betrekking tot de naleving van de de vereisten voor webtoegankelijkheid wordt voor de eerste maal door middel van uitvoeringshandelingen vastgesteld uiterlijk één jaar nadat deze richtlijn in werking is getreden. [Am. 24]

(25)  Binnen een geharmoniseerd kader zouden webontwikkelaars zou de sector voor webontwikkeling op de interne markt met minder obstakels worden geconfronteerd; daarnaast zouden de kosten dalen voor overheden en anderen die producten en diensten op het gebied van webtoegankelijkheid kopen, hetgeen zou bijdragen tot economische groei en werkgelegenheid . [Am. 25]

(26)  Om te waarborgen dat de betrokken websites toegankelijk worden gemaakt in overeenstemming met de vereisten voor webtoegankelijkheid die zijn vastgesteld in deze richtlijn en te waarborgen dat die vereisten duidelijk en begrijpelijk zijn voor de belanghebbenden die betrokken zijn bij de implementatie van de richtlijn , met inbegrip van externe webontwikkelaars en van het eigen personeel van de betrokken overheden en van andere entiteiten die overheidstaken vervullen, wordt de bevoegdheid om handelingen aan te nemen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie overgedragen aan de Commissie, die deze met betrekking tot die vereisten indien nodig verder kan uitwerken nadere bijzonderheden verstrekt zonder daarin wijzigingen aan te brengen en die de Europese norm normen of delen daarvan bepaalt op basis waarvan, bij gebrek aan geharmoniseerde normen, het vermoeden van conformiteit met de vereisten voor webtoegankelijkheid wordt verstrekt voor de betrokken websites die aan de norm of delen daarvan voldoen en om bijlage I bis te wijzigen teneinde rekening te houden met de technologische vooruitgang. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad. [Am. 26]

(27)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van de desbetreffende bepalingen van deze richtlijn te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De onderzoeksprocedure dient te worden gebruikt voor het vaststellen van de methodiek die de lidstaten dienen te gebruiken voor het toezicht op de naleving van die vereisten door de betrokken websites. De raadplegingsprocedure dient te worden gebruikt voor het vaststellen van een modelverklaring aangaande toegankleijkheid en de regelingen voor het uitbrengen van een verslag door de lidstaten aan de Commissie. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(13) .

(28)  Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de totstandbrenging van een geharmoniseerde markt voor de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties en websites die worden beheerd door entiteiten die overheidstaken vervullen , niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt omdat zulks de harmonisatie vereist van een veelheid van verschillende voorschriften die thans in hun rechtsstelsels bestaan, en derhalve maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. Een geharmoniseerde aanpak van de webtoegankelijkheid door de hele EU zou kunnen de kosten voor websiteontwikkelaars kunnen verlagen en bijgevolg voor de overheidsinstanties die zich voor hun dienstverlening tot hen wenden. In de toekomst zal het belang van de toegang tot informatie en diensten via websites alleen maar toenemen voor de uitoefening van de grondrechten van burgers , met inbegrip van de toegang tot werk, [Am. 27]

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  Het doel van deze richtlijn is de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de toegankelijkheid ten behoeve van alle gebruikers van de websites van overheidsinstanties en van websites die worden beheerd doorentiteiten die overheidstaken vervullen voor alle gebruikers , en met name voor mensen met een functionele beperking, met inbegrip van degenen met een handicap en ouderen . [Am. 28]

1 bis.  Overeenkomstig het VN-verdrag zijn mensen met een handicap onder meer mensen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met andere belemmeringen kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving. [Am. 29]

2.  Deze richtlijn bevat bepalingen die de lidstaten dienen toe te passen om de inhoud de functies en de inhoud toegankelijk te maken van de soorten websites die van overheidsinstanties zijn en die in de bijlage zijn omschreven :

(a)  van websites die behoren tot overheidsinstanties; alsmede

(b)  van websites die worden beheerd door andere entiteiten die de in bijlage I bis gespecificeerde soorten overheidstaken vervullen.

De lidstaten kunnen de toepassing van deze richtlijn uitbreiden tot andere soorten overheidstaken dan die welke zijn omschreven in bijlage I bis. [Am. 30]

3.  De lidstaten mogen worden ertoe aangemoedigd de toepassing van deze richtlijn uitbreiden uit te breiden tot andere soorten websites dan die waarnaar in lid 2 wordt verwezen. [Am. 31]

3 bis.  De lidstaten kunnen besluiten deze richtlijn niet toe te passen op micro-ondernemingen zoals gedefinieerd in Aanbeveling van de Commissie 2003/361/EC (14) , voor zover deze de soorten overheidstaken vervullen als omschreven in bijlage I bis van deze richtlijn. [Am. 32]

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

(-1 bis) "Overheidsinstantie": de staat, zijn territoriale lichamen, publiekrechtelijke instellingen zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 4), van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad (15) , en verenigingen gevormd door een of meer van deze lichamen of een of meer van deze publiekrechtelijke instellingen. [Am. 33]

(-1 ter) "Websites die behoren tot overheidsinstanties": websites die zijn of worden ontwikkeld, aanbesteed, onderhouden of medegefinancierd door overheidsinstanties of gecofinancierd door EU-fondsen. [Am. 34]

(-1 quater) "Websites die worden beheerd door entiteiten die overheidstaken vervullen": websites die worden beheerd door entiteiten die de soorten overheidstaken vervullen als gespecificeerd in bijlage I bis. [Am. 35]

(1)  "Betrokken websites": de websites waarnaar alle versies van de in artikel 1, lid 2, van deze richtlijn wordt verwezen bedoelde websites, met inbegrip van die welke zijn ontworpen voor toegang met mobiele apparatuur of andere middelen. Indien een door de eigenaren van een website ontworpen applicatie aan de website gelieerde diensten aanbiedt, geldt deze definitie ook voor dergelijke applicaties . [Am. 36]

(2)  "Inhoud van websites": informatie en gebruikersinterfacecomponenten die door middel van een useragent aan de gebruiker wordt worden doorgegeven, met inbegrip van codes of markuptaal die de structuur, weergave en interacties van de inhoud bepalen. Hiertoe behoren zowel tekst als andere informatie, het downloaden van documenten en formulieren, evenals wederzijdse interactie, zoals het verwerken van digitale formulieren en het afwikkelen van authenticatie-, identificatie- en betalingsprocessen. Tot de inhoud van websites behoren bovendien externe functies die via de betrokken websites worden aangeboden, bijvoorbeeld door middel van weblinks, met dien verstande dat de externe website het enige kanaal is waarlangs de informatie en de dienst aan de gebruiker wordt geleverd. Tot de inhoud van websites behoren voorts door gebruikers gegenereerde inhoud en – indien zulks technisch mogelijk is – sociale media, voor zover die in een website zijn geïntegreerd. De inhoud omvat niet alleen de delen van de betrokken website die een specifieke dienst aanbieden, maar de gehele daaraan gelieerde website. [Am. 37]

(2 bis)  "Opmaakprogramma": een al dan niet webgebaseerde applicatie die door programmamakers (hetzij individueel, hetzij in onderlinge samenwerking) kan worden gebruikt om webinhoud voor gebruik door andere programmamakers of eindgebruikers te creëren of aan te passen. [Am. 38]

(3)  "Useragent": alle software die webinhoud voor gebruikers ophaalt en weergeeft, met inbegrip van webbrowsers, mediaplayers, plug -ins en andere programma's waarmee webinhoud wordt opgehaald of weergegeven, of door middel waarvan ermee wordt gecommuniceerd, ongeacht de voor communicatie met de webinhoud gebruikte apparatuur, waaronder mobiele toestellen . [Am. 39]

(3 bis)  "Webtoegankelijkheid": het geheel aan beginselen en technieken die moeten worden toegepast bij het bouwen van de betrokken websites om de inhoud daarvan toegankelijk te maken voor alle gebruikers, met inbegrip van gebruikers met een handicap en ouderen. Webtoegankelijkheid verwijst met name naar de beginselen en technieken die het inzicht van de gebruikers, de navigatie, de bediening, de interactie en het begrip verbeteren, en omvat het gebruik van hulptechnologie of ondersteunende en alternatieve communicatie. [Am. 40]

(3 ter)  "Hulptechnologie": elke hard- of software die als useragent of in combinatie met een reguliere useragent wordt ingezet om operationeel te voldoen aan de eisen van gebruikers met een handicap die verder gaan dan de gebruiksmogelijkheden welke worden geboden door reguliere useragents. Het gaat daarbij om alternatieve presentaties, alternatieve inputsystemen, aanvullende navigatie- of oriëntatie-mechanismen, en inhoudstransformaties. [Am. 41]

(3 quater)  Onder "universeel ontwerp" wordt verstaan: het ontwerpen van producten, voorzieningen, programma’s en diensten die door iedereen in de ruimst mogelijke zin gebruikt worden zonder dat aanpassing of een speciaal ontwerp nodig is, zoals omschreven in het VN-verdrag. "Universeel ontwerp" omvat tevens hulpmiddelen voor specifieke groepen mensen met een handicap wanneer die nodig zijn. [Am. 42]

(4)  "Norm": norm als omschreven in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012.

(5)  "Internationale norm": internationale norm als omschreven in artikel 2, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1025/2012.

(6)  "Europese norm": Europese norm als omschreven in artikel 2, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1025/2012.

(7)  "Geharmoniseerde norm": geharmoniseerde norm, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012.

(8)  "Overheidsinstantie": de staat, zijn territoriale lichamen, publiekrechtelijke instellingen zoals bedoeld in artikel 1, lid 9, van Richtlijn 2004/18/EG, en verenigingen gevormd door een of meer van deze lichamen of een of meer van deze publiekrechtelijke instellingen. [Am. 43]

Artikel 3

Vereisten voor webtoegankelijkheid

1.  De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de betrokken websites toegankelijk worden gemaakt

a)  op een consistente en adequate manier, zodat de gebruikers deze autonoom kunnen waarnemen, kunnen besturen, kunnen bedienen, daarmee een interactie hebben, deze kunnen lezen en begrijpen, met inbegrip van de aanpasbaarheid van de weergave en interactie van de inhoud inhoudsweergave , indien nodig door een toegankelijk elektronisch alternatief te bieden; [Am. 44]

b)  op een manier die interoperabiliteit met de meest uiteenlopende useragents en hulptechnologieën op Unie- en internationaal niveau mogelijk maakt verzekert; [Am. 45]

b bis)  op basis van een universeel ontwerp. [Am. 46]

2.  De lidstaten passen de onder lid 1 vermelde bepalingen uiterlijk op 31 december 2015 toe. [Am. 47]

3.  De Commissie is gemachtigd om op grond van artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen om indien nodig nadere bijzonderheden te verschaffen met betrekking tot de in lid 1 vastgelegde vereisten voor webtoegankelijkheid nauwkeuriger te omschrijven, zonder deze vereisten te wijzigen . [Am. 48]

Artikel 4

Vermoeden van conformiteit met geharmoniseerde normen

De betrokken websites die voldoen aan geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 door de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de vereisten voor webtoegankelijkheid die door die normen of delen daarvan worden bestreken, zoals beschreven in artikel 3, lid 1.

Artikel 5

Vermoeden van conformiteit met Europese en internationale normen

1.  Zolang de geharmoniseerde normen waarnaar in artikel 4 bis wordt verwezen nog niet zijn bekendgemaakt, worden de betrokken websites die voldoen aan Europese normen of delen daarvan, die overeenkomstig lid 2 van dit artikel zijn bepaald, geacht in overeenstemming te zijn met de vereisten voor webtoegankelijkheid die door die normen of delen daarvan worden bestreken, zoals beschreven in artikel 3, lid 1.

2.  De Commissie is gemachtigd om op grond van artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de Europese normen of delen daarvan te bepalen waarnaar in lid 1 van dit artikel wordt verwezen.

3.  Zolang de geharmoniseerde normen waarnaar in lid 1 wordt verwezen nog niet zijn bekendgemaakt, worden de betrokken websites die voldoen aan de delen van ISO/IEC 40500:2012 internationale technische norm WCAG 2.0 die betrekking hebben op de succescriteria en conformiteitseisen niveau AA geacht in overeenstemming te zijn met de vereisten voor webtoegankelijkheid als bedoeld in artikel 3, lid 1 . [Am. 49]

Artikel 6

Aanvullende maatregelen

1.  De lidstaten bevorderen zien erop toe dat er op de betrokken websites kort en duidelijk melding wordt gemaakt van de toegankelijkheid ervan, met name van wat betreft de naleving van deze richtlijn, waarbij er voor live audiomateriaal ook informatie moet worden verschaft omtrent de mate van naleving van de webtoegankelijkheidsvereisten, en dat er eventueel extra informatie over de toegankelijkheid wordt geplaatst verschaft om de gebruikers te helpen bepalen in hoeverre de betrokken websites toegankelijk zijn . Deze informatie moet in toegankelijke formaten beschikbaar worden gesteld.

1 bis.  De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen een modelverklaring omtrent de toegankelijkheid op. Die uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld. [Am. 50]

2.  De lidstaten treffen maatregelen om te bevorderen dat de vereisten voor webtoegankelijkheid zoals bedoeld omschreven in artikel 3, niet alleen lid 1, naast de betrokken websites worden toegepast op de betrokken alle websites, maar op alle websites van overheidsinstanties en met name op websites van overheidsinstanties die onder bestaande nationale wetgeving of desbetreffende maatregelen inzake webtoegankelijkheid vallen. [Am. 51]

2 bis.  De lidstaten bevorderen en ondersteunen webtoegankelijkheid met scholingsprogramma's voor belangrijke betrokkenen, met inbegrip van personeel van overheidsinstanties en entiteiten die overheidstaken vervullen, om webpagina's inclusief hun inhoud aan te maken, te beheren en te updaten. [Am. 52]

2 ter.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om meer besef te kweken omtrent de webtoegankelijkheidsvereisten als omschreven in artikel 3, lid 1, omtrent de voordelen daarvan voor gebruikers en eigenaren van websites, en omtrent de mogelijkheid tot het indienen van klachten in geval van niet-naleving van de voorschriften van deze richtlijn, zoals bepaald in artikel 7 bis. [Am. 53]

2 quater.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om het gebruik van opmaakprogramma's die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn ondersteunen te promoten. [Am. 54]

3.  De lidstaten steunen toepasselijke mechanismen voor raadplegingen inzake webtoegankelijkheid met relevante belanghebbenden en organisaties die de belangen behartigen van mensen met een handicap en van ouderen en maken eventuele ontwikkelingen van het beleid inzake webtoegankelijkheid bekend, alsmede opgedane ervaringen en bevindingen die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de conformiteit met de vereisten voor webtoegankelijkheid. [Am. 55]

4.  De lidstaten werken op nationaal en Unie-niveau samen met de betrokken sociale partners, het bedrijfsleven en belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld en worden daarbij door de Commissie gesteund om met het oog op de jaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 7, lid 4, ter, de ontwikkelingen op de markt en op technologisch vlak alsmede de vooruitgang op het gebied van webtoegankelijkheid te volgen, en om beste praktijken uit te wisselen. [Am. 56]

4 bis.  De lidstaten treffen de nodige voorzieningen om ervoor te zorgen dat de betrokken sociale partners meewerken aan de ontwikkeling en toepassing van de opleidingsprogramma's en voorlichtingsprogramma's, respectievelijk bedoeld in de leden 2 bis en 2 ter. [Am. 57]

Artikel 7

Toezicht en rapportage [Am. 58]

1.  De lidstaten houden doorlopend toezicht op de naleving van de vereisten voor webtoegankelijkheid door de betrokken websites en maken daarvoor gebruik van de in lid 4 bedoelde methodiek.

1 bis.  De Commissie richt een groep deskundigen op die minstens eenmaal om de twee jaar op uitnodiging van de Commissie bijeenkomt om de toezichtresultaten te bespreken, om beste praktijken uit te wisselen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn en om te beoordelen of er eventueel behoefte is aan aanvullende specificaties van de webtoegankelijkheidsvereisten als omschreven in artikel 3, lid 1. Deze deskundigengroep bestaat uit overheids- en particuliere deskundigen en relevante belanghebbenden, waaronder ouderen, personen met een handicap en de organisaties die hen vertegenwoordigen. [Am. 59]

2.  De lidstaten brengen jaarlijks verslag uit van de resultaten van de toezichtactiviteiten die zijn verricht in overeenstemming met lid 4, met inbegrip van de meetgegevens en indien van toepassing de lijst met websites als bedoeld in artikel 1, lid 3. [Am. 60]

3.  Dit verslag bevat ook de activiteiten die op grond van artikel 6 zijn ontplooid. [Am. 61]

4.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de methodiek vast voor het toezicht op de mate waarin de betrokken websites voldoen aan de vereisten voor webtoegankelijkheid als bedoeld in artikel 3, lid 1. Deze methodiek moet transparant, overdraagbaar, vergelijkbaar en reproduceerbaar zijn en dient te worden vastgesteld in nauw overleg met relevante belanghebbenden uit het bedrijfsleven en uit het maatschappelijk middenveld, waaronder met name organisaties die mensen met een handicap vertegenwoordigen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. De eerste methodiek wordt uiterlijk … (16) vastgesteld. De methodiek wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie . [Am. 62]

5.  De in lid 4 bedoelde methodiek omvat met name:

(a)  de frequentie van de toezichtactiviteiten en het nemen van steekproeven van de betrokken websites die aan toezicht worden onderworpen;

(b)  op website-niveau de omschrijving hoe de naleving van de vereisten voor webtoegankelijkheid als bedoeld in artikel 3, lid 1, dient te worden aangetoond, waarbij indien aanwezig direct wordt verwezen naar de relevante omschrijvingen in de geharmoniseerde of bij gebrek daaraan de Europese of internationale normen als bedoeld in respectievelijk artikel 4 en 5; en

(b bis)  de onderzoeksmethodiek waarin de analyse van deskundigen wordt gecombineerd met de ervaringen van gebruikers, waaronder gebruikers met een handicap. [Am. 63]

6.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de rapportageregeling voor de lidstaten aan de Commissie vast. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. [Am. 64]

Artikel 7 bis

Handhavingsinstantie

1.  De lidstaten wijzen een bevoegde instantie (handhavingsinstantie) aan die verantwoordelijk is voor het toezicht op de naleving door de betrokken websites van de in artikel 3, lid 1, bedoelde webtoegankelijkheidsvereisten. De lidstaten zien erop toe dat het handhavingsorgaan zo nauw mogelijk samenwerkt met de relevante belanghebbenden, waaronder ouderen, mensen met een handicap en de organisaties die hen vertegenwoordigen.

2.  De lidstaten zien erop toe dat het handhavingsorgaan over de nodige personele en financiële middelen beschikt om de volgende taken te vervullen:

a)  toezien op de naleving door de betrokken websites van de in artikel 7 omschreven vereisten inzake webtoegankelijkheid;

b)  het opzetten van een klachtensysteem om natuurlijke of rechtspersonen in staat te stellen eventuele gevallen van niet-naleving van de toegankelijkheidsvereisten door de betrokken websites te melden; en

c)  eventueel ingediende klachten te onderzoeken.

3.  De lidstaten kunnen de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de in artikel 6 bedoelde aanvullende maatregelen toewijzen aan de handhavingsinstantie.

4.  De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op … (17) in kennis van de handhavingsinstantie die is aangewezen. [Am. 65]

Artikel 7 ter

Verslaglegging

1.  De lidstaten brengen om de twee jaar aan de Commissie verslag uit over de resultaten van de toezichtactiviteiten die zijn uitgevoerd volgens artikel 7, onder andere voor wat betreft de meetgegevens en, indien van toepassing, de lijst van websites als bedoeld in artikel 1, lid 3.

2.  Dat verslag bevat ook de activiteiten die op grond van artikel 6 zijn ontplooid, met inbegrip van eventuele algemene conclusies die op basis van het toezicht door de betrokken handhavingsinstanties zijn getrokken.

3.  Dat verslag wordt in gemakkelijk toegankelijke formaten openbaar gemaakt.

4.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de regeling voor rapportage door de lidstaten aan de Commissie vast. Die uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld. [Am. 66]

Artikel 7 quater

Wijziging van bijlage I bis

Om rekening te houden met de technologische vooruitgang, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I bis. [Am. 67]

Artikel 7 quinquies

Sancties

De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op … (18) in kennis van die bepalingen en stellen haar onverwijld in kennis van eventuele latere wijzigingen. [Am. 74]

Artikel 8

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 2 en artikel 7 quater bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van …(19) .

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 2 en artikel 7 quater bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig de artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 2, en artikel 7 quater vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 9

Comité

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 10

Omzetting

1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om op 30 juni 2014 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

1 bis.  De lidstaten passen de in artikel 3, lid 1, bedoelde maatregelen uiterlijk op … (20) toe op alle nieuwe webinhoud en passen ze uiterlijk op … (21) * toe op alle bestaande webinhoud. [Am. 75]

1 ter.  De in lid 1 bis opgenomen uiterste data van toepassing worden met twee jaar verlengd wat betreft de webtoegankelijkheidsvereisten voor live audiomateriaal. [Am. 70]

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 11

Toetsing

Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn wordt de Op basis van de in artikel 7 ter bedoelde verslagen van de lidstaten toetst de Commissie de toepassing ervan door de Commissie getoetst van de richtlijn, en met name bijlage I bis daarvan, binnen (22) en maakt zij de bevindingen van die toetsing openbaar . [Am. 71]

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 13

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE

Soorten websites van overheidsinstanties

(zoals bedoeld in artikel 1, lid 2)

(1)  Inkomstenbelasting: aangifte, aanslag

(2)  Diensten van arbeidsbureaus

(3)  Socialezekerheidsuitkeringen: werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag, ziektekosten (vergoeding of directe verrekening), studiebeurzen

(4)  Persoonlijke documenten: paspoorten of rijbewijzen

(5)  Voertuigregistratie

(6)  Aanvraag bouwvergunning

(7)  Aangifte bij de politie, bijvoorbeeld van diefstal

(8)  Openbare bibliotheken, bijvoorbeeld catalogussen en zoekinstrumenten

(9)  Aanvraag en levering van geboorte- of huwelijksakten

(10)  Inschrijving hoger onderwijs of universiteit

(11)  Adreswijziging

(12)  Diensten in verband met de gezondheid: interactief advies over de beschikbaarheid van diensten, onlinediensten voor patiënten, afspraken [Am. 72]

Bijlage I bis

Soorten overheidstaken als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder b

(1)  Netwerkdiensten: gas, verwarming, elektriciteit, watervoorziening; postdiensten; netwerken en diensten voor elektronische communicatie;

(2)  Vervoersgerelateerde diensten;

(3)  Essentiële bank- en verzekeringsdiensten (zoals een basisbetaalrekening, inboedel- en opstalverzekering, levensverzekering of ziektekostenverzekering);

(4)  Basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs en volwassenenonderwijs;

(5)  Wettelijke regelingen en aanvullende socialezekerheidsregelingen die de fundamentele risico’s van het leven dekken (zoals die in verband met gezondheid, ouderdom, arbeidsongevallen, werkloosheid, pensionering en handicaps);

(6)  Medische diensten;

(7)  Kinderopvangdiensten;

(8)  Andere essentiële diensten die rechtstreeks aan het publiek worden verstrekt om de sociale integratie te bevorderen en de grondrechten te beschermen;

(9)  Culturele activiteiten en toeristische informatie.

[Am. 73]

(1)PB C 271 van 19.9.2013, blz. 116.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 26 februari 2014.
(3)COM(2010) 743 definitief – niet gepubliceerd in het Publicatieblad.
(4)COM(2010) 245 definitief/2.
(5)PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104.
(6)PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33.
(7)COM(2010) 636 definitief – niet gepubliceerd in het Publicatieblad.
(8)Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).
(9) Resolutie van het Europees Parlement van 25 oktober 2011 over mobiliteit en inclusie van mensen met een handicap en de Europese strategie voor mensen met een handicap 2010-2020 (PB C 131 E van 8.5.2013, blz. 9).
(10)http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/news/egovernment-indicators-benchmarking-eeurope
(11) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(12)http://www.mandate376.eu/
(13) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(14) Aanbeveling van de Commissie 2003/361/EC van 6 mei 2003 betreffende de definitie van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen ( PB L 124 van 20.5.2003, blz. 136).
(15) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 inzake het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
(16) Eén jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
(17) Omzettingsdatum van deze richtlijn.
(18) Zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
(19) Datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
(20) Een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
(21)* Drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
(22) Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Laatst bijgewerkt op: 11 juli 2017Juridische mededeling