Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2856(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0518/2010

Debatten :

PV 21/09/2010 - 14
CRE 21/09/2010 - 14

Stemmingen :

PV 22/09/2010 - 5.14

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0341

Aangenomen teksten
PDF 79kWORD 41k
Woensdag 22 september 2010 - Straatsburg Definitieve uitgave
Een Europese strategie voor de economische en sociale ontwikkeling van berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden
P7_TA(2010)0341B7-0518, 0519, 0520, 0521 en 0523/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 22 september 2010 over de Europese strategie voor de economische en sociale ontwikkeling van berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden

Het Europees Parlement ,

–  gelet op het Derde deel, titel XVIII van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 174,

–  gelet op de verordeningen betreffende de structuurfondsen voor de periode 2007-2013,

–  gelet op het Besluit nr. 2006/702/EG van de Raad van 6 oktober 2006 betreffende communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie(1) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 2 september 2003 over de structureel gehandicapte regio's (eilanden, berggebieden, gebieden met een lage bevolkingsdichtheid) in het kader van het cohesiebeleid en van de institutionele vooruitzichten voor dit beleid(2) ,

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 7 juli 2005 over de herziening van de richtsnoeren inzake regionale overheidssteun(3) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 maart 2007 over de eilanden en natuurlijke en economische beperkingen in het kader van het regionale beleid(4) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2008 getiteld „Groenboek over territoriale cohesie – Van territoriale diversiteit een troef maken” (COM(2008)0616),

–  gezien het werkdocument van de Commissie getiteld „Regions 2020 – an assessment of future challenges for EU regions” (SEC(2008)2868),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 24 maart 2009 over het Groenboek territoriale cohesie en stand van de discussie over de toekomstige hervorming van het cohesiebeleid(5) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 juni 2009 met het zesde voortgangsverslag over de economische en sociale cohesie (COM(2009)0295),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 31 maart 2010 getiteld „Cohesiebeleid: strategisch verslag 2010 over de uitvoering van de programma's 2007–2013” (COM (2010)0110),

–  gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het territoriale cohesiebeginsel is gecodificeerd in de verordeningen betreffende de structuurfondsen voor 2007–2013 en een van de belangrijkste, door het Verdrag van Lissabon vastgestelde doelstellingen van de nieuwe Europese Unie is, en dat het zich richt op het veilig stellen van de harmonische ontwikkeling van de Unie door vermindering van regionale verschillen en het wegnemen van ontwikkelingsobstakels, inclusief belemmeringen die verband houden met natuurlijke en geografische handicaps,

B.  overwegende dat het belangrijk is duidelijk te formuleren welke impact het Verdrag van Lissabon zal hebben op de status van regio's waarvoor bijzondere maatregelen in het kader van het regionaal beleid nodig zijn,

C.  overwegende dat krachtens artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bijzondere aandacht dient te worden besteed aan regio's die te kampen hebben met ernstige en permanente natuurlijke of demografische handicaps, zoals de meest noordelijk gelegen regio's met een zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden,

D.  overwegende dat berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden worden geconfronteerd met bijzondere uitdagingen in verband met demografische veranderingen, slechte toegankelijkheid, klimaatverandering, migratieverschijnselen, energievoorzieningsproblemen en regionale integratie,

1.  constateert met voldoening dat territoriale samenhang is verheven tot een nieuwe doelstelling van de Unie en is opgenomen in het nieuwe artikel 174; is van mening dat de bepalingen van artikel 174 moeten worden omgezet in specifieke ontwikkelingsstrategieën en concrete maatregelen om bestaande belemmeringen te overwinnen en de mogelijkheden van de betrokken regio's optimaal te benutten;

2.  is van oordeel dat berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden homogene regiogroepen vormen en dat ze een aantal belangrijke kenmerken gemeen hebben waarmee ze zich van andere regio's onderscheiden; is van mening dat er specifieke programma's voor regionale ontwikkeling voor nodig zijn; onderstreept in dit verband tevens de bijzondere situatie van de insulaire lidstaten die aan de randen van de Unie gelegen zijn;

3.  is van mening dat het bbp het belangrijkste criterium moet blijven bij het beantwoorden van de vraag of een regio in aanmerking komt voor steun in het kader van het regionaal beleid; dringt er niettemin bij de Commissie en de lidstaten op aan te streven naar nauwkeurigere, meer op de regio gerichte statistische indicatoren, teneinde tot een vollediger beeld van het ontwikkelingsniveau van deze regio's met een handicap te komen; wijst erop dat andere indicatoren dan het bbp (totaal inwonertal, werkloosheidscijfer en arbeidsparticipatiegraad, onderwijspeil, bevolkingsdichtheid) nu al door de lidstaten kunnen worden gebruikt bij de herverdeling van middelen uit het toegekende totaal over de regio's, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van elke regio;

4.  dringt aan op invoering van een specifiek Europees geïntegreerd en flexibel beleidskader ten behoeve van de berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden dat gebaseerd is op hun gemeenschappelijke kenmerken, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de uiteenlopende situaties alsmede met het evenredigheidsbeginsel; is van mening dat het cohesiebeleid de situatie van eilanden niet alleen via het regionaal beleid zou moeten benaderen, maar ook gebruik zou moeten maken van andere EU-beleidsmaatregelen die een significante territoriale impact hebben op de ontwikkeling van deze regio's; is van mening dat een Europees beleidskader voor berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden de toegevoegde waarde zou kunnen bieden die nodig is om de blijvende handicaps van deze regio's te overwinnen en het model voor hun ontwikkeling zo aan te passen dat hun voordelen benut kunnen worden;

5.  verlangt dat de lidstaten en lagere overheden een belangrijke rol spelen in de ontwikkelingsstrategieën voor berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden, daar een verticale aanpak waarbij alle overheidsniveaus betrokken zijn en waar zij alle toe bijdragen – met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel – nodig is om deze regio's in de richting van duurzame ontwikkeling te sturen met inachtneming van andere belangrijke sectoren in elke regio; onderstreept dat het potentieel in deze regio's, die vaak over omvangrijke natuurlijke hulpbronnen beschikken, in positieve zin kan bijdragen tot het bereiken van de doelstellingen van de EU-2020-strategie, met name op het gebied van energiebeleid en O&O;

6.  onderstreept dat de doelstelling van economische en sociale ontwikkeling in deze regio's met een handicap alleen bereikt kan worden door middel van zorgvuldig geformuleerde programma's en maatregelen, die op de afzonderlijke regio's toegesneden zijn en gericht zijn op structurele aanpassing van deze regio's zodat zij concurrerender worden en het hoofd kunnen bieden aan de belangrijkste uitdagingen, alsmede door middel van efficiënte coördinatie en inzet van de vier structuurfondsen, het cohesiefonds en andere financiële instrumenten, zoals die waarin de Europese Investeringsbank voorziet;

7.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden ook in het kader van het nieuwe meerjarig financieel kader en in de komende programmeringsperiode op een speciale behandeling kunnen blijven rekenen;

8.  verwelkomt de instelling van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) als een instrument om de belemmeringen voor territoriale samenwerking te overwinnen; spoort berggebieden, eilanden en dunbevolkte gebieden ertoe aan van de EGTS gebruik te maken voor het aansturen van door de EU medefinancierde territoriale samenwerkingsprojecten met andere regio's als een manier om ze nauwer in contact te brengen met de economische gebieden in hun omgeving;

9.  moedigt de lidstaten ertoe aan in berggebieden, dunbevolkte gebieden en op eilanden ten volle gebruik te maken van de instrumenten van het Europees nabuurschapsbeleid, om optimaal te kunnen profiteren van de in grensoverschrijdend verband beschikbare middelen;

10.  pleit voor niet-hantering van het afstandscriterium (150 km) voor de indeling van eilanden bij de grensregio's die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van de grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's in het kader van de territoriale samenwerkingsdoelstelling van het cohesiebeleid dan wel in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid; is van mening dat, mocht er behoefte zijn aan de vaststelling van een grenswaarde, het wellicht de voorkeur zou verdienen de territoriumgrensoverschrijdingsnorm voor insulaire regio's te hanteren op zeebekkenniveau;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de nationale en lagere overheden van de lidstaten en de economische en sociale partners.

(1) PB L 291 van 21.10.2006, blz. 11.
(2) PB C 76 E van 25.3.2004, blz. 111.
(3) PB C 31 van 7.2.2006, blz. 25.
(4) PB C 301 E van 13.12.2007, blz. 244.
(5) PB C 117 E van 6.5.2010, blz. 65.

Laatst bijgewerkt op: 7 februari 2012Juridische mededeling