Afvalbeheer in de EU: infografiek met feiten en cijfers

Bekijk onze infografiek en lees verder om te leren hoe wij in Europa ons stedelijk afval beheren.

Elk jaar wordt er 2,2 miljard ton afval geproduceerd in de EU. Meer dan een kwart daarvan (27 %) is stedelijk afval, namelijk afval dat dagelijks wordt opgehaald en verwerkt door gemeenten. Het gaat grotendeels om huishoudelijk afval. Uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid afval en de manier waarop het wordt beheerd sterk verschilt per land. Wel is er sprake van een algemene verschuiving naar meer recycling en minder storting.


De EU wil afval verminderen en ook de milieugevolgen ervan beperken. Ze heeft daartoe ambitieuze doelstellingen voor recycling en storting vastgesteld. Ook werkt ze momenteel aan wetgeving over verpakkingsafval. Het doel is om de overgang naar een duurzamer model te stimuleren en de zogenoemde circulaire economie tot stand te brengen.


Lees meer over de maatregelen die de EU neemt om uiterlijk in 2050 een circulaire economie tot stand te brengen.

Infografiek met definitie van gemeentelijk afval, EU-doelstellingen en gegevens per EU-land over hergebruik, recyclage en stortingspercentage van gemeentelijk afval.
Gemeentelijk afval

Afvalproductie per EU-land



De gemiddelde hoeveelheid stedelijk afval per hoofd van de bevolking in de EU is in de periode 2018-2021 toegenomen. Toch komt deze trend niet in elk land voor. In sommige EU-landen, zoals Malta, Cyprus, Spanje en Roemenië, is de hoeveelheid stedelijk afval per capita in dezelfde periode juist afgenomen.


De hoeveelheid stedelijk afval per hoofd van de bevolking was in absolute cijfers het hoogst in Oostenrijk, Luxemburg, Denemarken en België, en het laagst in Spanje, Letland, Kroatië en Zweden. Rijkere landen lijken dus per capita meer afval te produceren.

Infografiek met de tonnen afval die de EU exporteert en de belangrijkste bestemmingen in 2021.
Afval die de EU exporteert

Afvalbeheerpraktijken in de EU



Elk land houdt er verschillende praktijken op na als het gaat om afvalbeheer. De EU wil afvalpreventie en het hergebruik van producten zoveel mogelijk in de hand werken. Als dit niet mogelijk is, geeft zij eerst de voorkeur aan recycling en compostering, en daarna aan het gebruik van afval om energie op te wekken. De loutere verwijdering van afval, bijvoorbeeld door het te storten, is de praktijk met de schadelijkste gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid. Tegelijkertijd is dit een van de goedkoopste opties. De hoeveelheid afval per hoofd van de bevolking is weliswaar toegenomen, maar we beheren ons afval op een betere manier, door meer te recyclen en composteren en minder te storten.



Trends op het gebied van recycling, compostering en verbranding



Volgens statistieken uit 2021 wordt 49,6 % van het stedelijk afval in de EU gerecycled of gecomposteerd. Dat is een toename van 3,6 procentpunt ten opzichte van 2017. De EU heeft een streefcijfer van 60 % vastgesteld voor het hergebruik en de recycling van stedelijk afval in 2030.



Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk en Slovenië hebben dit streefcijfer al gehaald of zelfs overschreden.



In landen als België, Nederland, Denemarken, Zweden, Duitsland, Oostenrijk, Luxemburg, Slovenië en Finland wordt afval bijna nooit gestort. Naast recycling speelt verbranding daar een belangrijke rol. Ook Litouwen, Letland, Ierland, Italië, Frankrijk, Tsjechië, Slowakije en Polen maken gebruik van verbranding. Zij storten een derde of minder van hun afval.



Ontwikkeling van afvalstorting in de EU-landen



Het stortingspercentage in de EU is gedaald van 24 % in 2017 naar 18 % in 2020. Op grond van de richtlijn betreffende het storten van afvalstoffen moeten de EU-landen uiterlijk in 2035 de storting van stedelijk afval beperken tot 10 % of minder van hun totale afvalproductie.



Afvalstorting komt nog vaak voor in het oosten en zuiden van Europa. In Bulgarije en Malta wordt nog ruim 70 % van het afval gestort. In Griekenland, Cyprus en Roemenië gaat het om meer dan 50 %, en in Spanje en Portugal intussen om minder dan 50 % in vergelijking met 2017.



Tussen 2017 en 2020 is de afvalstorting sterk afgenomen in Kroatië (31 procentpunt), Polen (31 procentpunt), Slowakije (30 procentpunt), Cyprus (30 procentpunt), Griekenland (20 procentpunt), Malta (20 procentpunt), en Roemenië (20 procentpunt).


Uitvoer van afval uit de EU



Vooral het schroot van ferro- en non-ferrometalen wordt uit de EU uitgevoerd, evenals papier-, kunststof-, textiel- en glasafval. Glasafval en het schroot van ferrometalen gaan normaal gesproken naar lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD), terwijl papier-, kunststof- en textielafval en het schroot van non-ferrometalen meestal terechtkomen in landen die geen lid zijn van de OECD.



In 2021 werd 45 % van het EU-afval uitgevoerd naar Turkije (14,7 miljoen ton), gevolgd door India (2,4 miljoen ton), Egypte (1,9 miljoen ton), Zwitserland (1,7 miljoen ton), en het Verenigd Koninkrijk (1,5 miljoen ton).



De EU wil illegale uitvoer tegengaan en ervoor zorgen dat afval op een ecologisch verantwoorde manier wordt beheerd in de landen van bestemming.

De inzet van het Parlement voor een circulaire economie



In oktober 2022 keurde het Parlement een herziening van de regels over persistente verontreinigende stoffen (POP’s) goed. De nieuwe regels zijn bedoeld om de hoeveelheid gevaarlijke chemische stoffen in afval en productieprocessen te verlagen. Zo moeten er strengere beperkingen komen, waaronder een verbod op bepaalde chemische stoffen, en mogen er geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in gerecyclede producten.


In februari 2021 nam het Parlement een resolutie aan over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie. Het riep op tot extra maatregelen om uiterlijk in 2050 te komen tot een koolstofneutrale, ecologisch duurzame, gifvrije en volledig circulaire economie. Het Parlement pleitte onder meer voor strengere regels voor recycling en bindende streefcijfers voor 2030 voor het gebruik en verbruik van materialen.


In november 2022 heeft de Europese Commissie nieuwe EU-regels inzake verpakkingen voorgesteld. Ze pleit onder meer voor een beter ontwerp van verpakkingen, bijvoorbeeld via duidelijke etikettering, en voor de bevordering van hergebruik en recycling. Ook roept de Commissie op tot een transitie naar biogebaseerde, biologisch afbreekbare en composteerbare kunststoffen.