Volksgezondheid

Met de COVID-19-pandemie, de inspanningen van het Parlement om kanker tot een van zijn aandachtsgebieden te maken, en het streven naar een sterkere Europese gezondheidsunie neemt het volksgezondheidsbeleid sinds kort een centrale plaats in de beleidsvorming van de EU. Het initiatief voor de Europese gezondheidsunie richt zich op bestaande en toekomstige gezondheidsproblemen, het opbouwen van weerbaarheid tegen grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid, het uitvoeren van het kankerbestrijdingsplan, het bevorderen van de farmaceutische strategie voor Europa en het verbeteren van de digitale gezondheid.

Rechtsgrond

Artikel 168 (volksgezondheid), artikel 114 (interne markt) en artikel 153 (sociale politiek) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 35 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”).

Doelstellingen

De volksgezondheidsstrategie van de EU heeft tot doel:

  • de gezondheid van de EU-burgers te beschermen en te verbeteren;
  • de modernisering te ondersteunen en de zorgstelsels en gezondheidsinfrastructuur te digitaliseren;
  • de veerkracht van de Europese zorgstelsels te verbeteren;
  • de EU-landen beter toe te rusten om toekomstige pandemieën te voorkomen en aan te pakken.

Achtergrond

Het Verdrag van Maastricht van 1992 schiep een duidelijke rechtsgrond voor de vaststelling van maatregelen op het gebied van het gezondheidsbeleid. Vervolgens werden deze bepalingen met het Verdrag van Amsterdam van 1997 verder aangescherpt, waardoor de EU voortaan maatregelen kon nemen om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen.

Door de opkomst van belangrijke gezondheidskwesties alsook het vrije verkeer van patiënten en gezondheidswerkers binnen de EU en de sociaal-economische gevolgen van gezondheidskwesties is volksgezondheid een steeds prominentere plaats gaan innemen op de EU-agenda. Uit de oprichting van gespecialiseerde instanties zoals het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) bleek de groeiende betrokkenheid van de EU bij het gezondheidsbeleid. Agentschappen zoals het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) droegen verder bij tot een krachtiger Europees gezondheidsbeleid. Het EU4Health-programma is vastgesteld als reactie op de COVID-19-pandemie en om de crisisparaatheid in de EU te versterken. Door de COVID-19-crisis voerde de EU haar inspanningen over het algemeen op, waarbij de aandacht vooral uitging naar collectieve veerkracht en grensoverschrijdende gezondheidsbeveiliging. Dit zette de EU ertoe aan om tot een daadkrachtige Europese gezondheidsunie te komen.

De algemene doelstellingen van de Europese gezondheidsunie voor 2021-2027 zijn gericht op dringende en aanhoudende volksgezondheidsproblemen, zoals de aanpak van de COVID-19-crisis, de verbetering van de bescherming tegen grensoverschrijdende gezondheidsrisico’s, de uitvoering van initiatieven als het Europees kankerbestrijdingsplan en de farmaceutische strategie voor Europa, en de bevordering van e-gezondheid. De EU zal ook wereldwijd blijven samenwerken om gezondheidsuitdagingen het hoofd te bieden, onder meer door vaccins te ontwikkelen en antibioticaresistente infecties aan te pakken.

Resultaten en actuele ontwikkelingen

A. Integratie van gezondheid in alle beleidsgebieden

Met de integratie van gezondheid in alle beleidsgebieden, die in 2006 als een EU-aanpak werd geformuleerd en die in artikel 9 en artikel 168, lid 1, van het VWEU en artikel 35 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) is gecodificeerd, wordt ingespeeld op de sectoroverschrijdende aard van volksgezondheidskwesties; deze aanpak heeft tot doel gezondheidsaspecten in alle relevante beleidsmaatregelen te integreren. Zo draagt de “van boer tot bord”-strategie bijvoorbeeld bij aan de productie van niet alleen duurzame maar ook gezondere voeding, brengt het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te brengen een schonere en gezondere leefruimte tot stand, en moet het EU4Health-programma (2021-2027) samen met andere fondsen en programma’s helpen om gezondheidskwesties vanuit meerdere perspectieven aan te pakken. Verschillende beleidsmaatregelen hebben tot doel schade aan de gezondheid te voorkomen die wordt veroorzaakt door de klimaatverandering, zoals het toenemende aantal sterfgevallen als gevolg van hittegolven en natuurrampen, en de veranderende besmettingspatronen van door water overgedragen ziekten en ziekten die door insecten, slakken of andere koudbloedige dieren worden overgedragen.

B. Ziektepreventie en gezondheidsbevordering

Preventieactiviteiten bestrijken een breed terrein waartoe onder meer initiatieven tegen kanker, overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, vaccinatie en de bestrijding van antimicrobiële resistentie behoren.

Kanker is de op een na belangrijkste doodsoorzaak in de EU. Deze ziekte raakt niet alleen individuele patiënten en hun families, maar trekt ook een zware wissel op de gezondheidszorg en de algemene economische productiviteit. Kanker wordt op Europees niveau aangepakt via een aantal initiatieven. Het Parlement heeft de Bijzondere Commissie kankerbestrijding (BECA) opgericht (2020-2022), die de maatregelen onderzocht die de EU kon nemen om kanker te bestrijden. Het Europees kankerbestrijdingsplan, dat zich richt op de preventie, vroegtijdige diagnose, behandeling en follow-up van kanker, vormt het antwoord van de EU op de toenemende uitdagingen op het gebied van kankerbestrijding. In september 2022 presenteerde de Commissie een nieuwe aanpak ter ondersteuning van de inspanningen van de lidstaten om kankerscreening te stimuleren. Met het plan wordt ook beoogd de deelname aan de screening op borst-, colorectale en baarmoederhalskanker uiterlijk in 2050 tot 90 % van de daarvoor in aanmerking komende personen uit te breiden.

In december 2021 lanceerde de Commissie Healthier together – EU non-communicable diseases initiative (Samen gezonder – het EU-initiatief inzake niet-overdraagbare ziekten) om de EU-landen te helpen de grote problemen in verband met niet-overdraagbare ziekten te verminderen en het welzijn van de burgers te verbeteren. Naar schatting kampen meer dan 84 miljoen mensen in de EU met geestelijke gezondheidsproblemen. De gezamenlijke EU-actie inzake geestelijke gezondheid en welzijn liep van 2013 tot en met 2018 en heeft geleid tot een Europees kader voor actie inzake geestelijke gezondheid en welzijn, dat bijdraagt tot de bevordering van geestelijke gezondheid. Aangezien zelfdoding de op een na grootste doodsoorzaak in de leeftijdsgroep van 15 tot en met 29 jaar is, blijven preventie, bewustmaking, niet-stigmatisering en toegang tot hulp van groot belang. Op 13 september 2022 riep het Parlement in een resolutie over de impact van COVID-19 op jongeren de Commissie op een Europees Jaar van de Geestelijke Gezondheid in te stellen. Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste doodsoorzaak in de EU. Levensstijlfactoren zoals het gebruik van drugs, alcohol en tabak hebben ernstige gevolgen voor de menselijke gezondheid. De bestrijding ervan is een belangrijk punt van zorg in het volksgezondheidsbeleid. De tabaksproductenrichtlijn (Richtlijn 2014/40/EU) en de richtlijn betreffende de accijns op tabak (Richtlijn 2011/64/EU van de Raad) waren mijlpalen in dit proces. Het gebruik van drugs brengt ook kosten en schade met zich mee voor de volksgezondheid en de openbare veiligheid. In december 2020 keurde de Raad de nieuwe EU-drugsstrategie 2021-2025 goed. In dit document wordt een overkoepelend beleidskader vastgesteld en worden strategische prioriteiten voor het EU-beleid inzake illegale drugs geformuleerd voor drie soorten maatregelen: vermindering van het aanbod van drugs, terugdringing van de vraag naar drugs en aanpak van aan drugs gerelateerde schade. De inspanningen om de EU-alcoholstrategie van 2006 te herzien, zijn momenteel tot stilstand gekomen.

Wat overdraagbare ziekten en grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid betreft, heeft het ECDC een systeem voor vroegtijdige waarschuwing en reactie ingevoerd en coördineert het Comité voor de beveiliging van de gezondheid van de EU de reactie op uitbraken en epidemieën. De samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN (WHO) is daarbij onmisbaar, zoals is gebleken bij de uitbraak van de COVID-19-pandemie begin 2020. Er werden veel ad-hocmaatregelen genomen in het kader van spoedprocedures (zie de speciale webpagina van EUR-Lex en de website over de respons op het coronavirus van de Commissie).

In 2022 werd het mandaat van het EMA verlengd, werd het mandaat van het ECDC uitgebreid met een nieuwe verordening inzake ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen en kreeg de Autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (HERA) extra bevoegdheden.

C. Maatschappelijke veranderingen, demografische transitie

In het verslag uit 2023 van de Commissie over demografische veranderingen worden de uitdagingen onderzocht in verband met de vergrijzing, de bevolkingsafname en de vermindering van het aantal personen in de werkende leeftijd. Het aanpakken van de vergrijzing in de EU en het waarborgen van een hoge levenskwaliteit op oudere leeftijd en duurzame gezondheidszorgstelsels zijn belangrijke uitdagingen. In 2020 lanceerde de WHO het Decennium voor gezond ouder worden en in dit verband publiceerde de Commissie in januari 2021 een groenboek over vergrijzing.

In antwoord op de uitdagingen als gevolg van de migratiecrises werd in 2016 het actieplan inzake de integratie van onderdanen van derde landenvastgesteld. In het actieplan wordt onder meer aandacht besteed aan de knelpunten in de gezondheidssituatie van migranten, zoals de toegang tot gezondheidsdiensten. In 2020 presenteerde de Commissie de Europese migratieagenda en het nieuwe migratie- en asielpact, die erop gericht zijn het Europese beleid op dit gebied verder te stroomlijnen.

Al in 2015 riep het Parlement op tot maatregelen om de ongelijkheden tussen kinderen op het gebied van onder meer gezondheid te verminderen, evenals tot de invoering van een kindergarantie in het kader van een EU-plan om kinderarmoede te bestrijden. In juni 2021 keurde de Raad het voorstel van de Commissie tot instelling van een Europese kindergarantie goed. Als eerste stap dienden de lidstaten nationale plannen in waarin zij aangeven hoe ze de kindergarantie tot 2030 zullen uitvoeren. De plannen moeten om de twee jaar worden herzien.

D. Geneesmiddelen (2.2.5)

Een geneesmiddel (farmaceutisch product) is elke enkelvoudige of samengestelde substantie die wordt gebruikt om ziekten bij de mens te behandelen of te voorkomen. In Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 zijn de vereisten en procedures vastgelegd voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen alsook de regels voor het toezicht op toegelaten geneesmiddelen. Deze bepalingen zijn gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/1243, waarbij speciale maatregelen zijn ingevoerd die de toegankelijkheid van geneesmiddelen moeten waarborgen en de tekorten in de hele EU moeten aanpakken. Het EMA is verantwoordelijk voor het faciliteren van de ontwikkeling van geneesmiddelen, het beoordelen van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen, het monitoren van de veiligheid van geneesmiddelen en het verstrekken van informatie aan gezondheidswerkers. In klinische proeven worden de werkzaamheid en veiligheid van geneesmiddelen bij mensen onderzocht. Bij Verordening (EU) nr. 536/2014, die in januari 2022 in werking trad, zijn geharmoniseerde regels vastgesteld voor de toelating en uitvoering van klinische proeven in de EU.

In het kader van de lopende herziening van de algemene geneesmiddelenwetgeving presenteerde de Commissie in april 2023 haar geneesmiddelenpakket (goedgekeurd door het Parlement op 10 april 2024), met als doel geneesmiddelen beter beschikbaar, toegankelijker en betaalbaarder te maken. Tegelijkertijd stelde zij een aanbeveling van de Raad voor om de strijd tegen antimicrobiële resistentie (AMR) op te voeren op basis van een “één gezondheid”-benadering, die op 13 juni 2023 werd vastgesteld.

E. E-gezondheid

De EU bevindt zich midden in een digitale transformatie van gezondheidszorgsystemen. De digitalisering van de gezondheidszorg verwijst naar de integratie van digitale technologieën en informatiebeheersystemen in verschillende aspecten van de gezondheidszorg. Daarbij moet worden gedacht aan elektronische patiëntendossiers (EPD), telegeneeskunde, draagbare apparaten, mobiele apps, gegevensanalyse en andere digitale instrumenten. De digitalisering van de gezondheidszorg maakt deel uit van de strategie voor een digitale eengemaakte markt voor de EU, die de digitale harmonisatie tussen de EU-lidstaten moet bevorderen.

Het e-gezondheidsnetwerk is een vrijwillig netwerk dat is opgericht krachtens artikel 14 van Richtlijn 2011/24/EU en een platform biedt voor de bevoegde autoriteiten in de lidstaten die zich met e-gezondheid bezighouden. In de mededeling van de Commissie van 2018 over de digitale transformatie van gezondheid en zorg in de digitale eengemaakte markt worden als prioriteiten genoemd: veilige toegang voor burgers tot hun gezondheidsgegevens (ook over de grenzen heen), gepersonaliseerde geneeskunde en beter onderzoek via een gedeelde gegevensinfrastructuur in de EU en digitale instrumenten voor empowerment van burgers en persoonsgerichte zorg (mobiele gezondheidsoplossingen, gepersonaliseerde geneeskunde). Dankzij de digitale diensteninfrastructuur voor e-gezondheid kunnen Europese burgers ook zorg krijgen als zij binnen de EU naar het buitenland reizen. Het wetgevingsvoorstel van mei 2022 voor een Europese ruimte voor gezondheidsgegevens (EHDS) wil EU-burgers de mogelijkheid bieden de controle over hun gezondheidsgegevens op zich te nemen, grensoverschrijdend gebruik voor onderzoek en innovatie mogelijk maken en tegelijkertijd de naleving van de gegevensbescherming waarborgen. Op 24 april 2024 keurde het Parlement het voorlopige akkoord met de Raad over de EHDS goed.

F. Evaluatie van gezondheidstechnologie (EGT)

De EGT heeft tot doel empirisch onderbouwde gegevens te verschaffen met het oog op een veilig, doeltreffend, patiëntgericht en kostenefficiënt gezondheidsbeleid. De nationale autoriteiten maken ook gebruik van EGT-bevindingen om te bepalen welke technologieën op nationaal niveau moeten worden vergoed. Door middel van de EGT wordt de toegevoegde waarde van gezondheidstechnologieën – geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en diagnostische instrumenten, chirurgische procedures en maatregelen voor ziektepreventie en de diagnose en behandeling van ziekten – beoordeeld. In december 2021 is er een nieuwe verordening betreffende de evaluatie van gezondheidstechnologie vastgesteld. en zal vanaf januari 2025 geleidelijk van toepassing worden.

De rol van het Europees Parlement

Het Parlement heeft voortdurend een consistent volksgezondheidsbeleid bevorderd door middel van talrijke adviezen, studies, debatten en verslagen. In 2019 is het een meer proactieve rol gaan spelen bij het bepalen van de agenda en heeft het erop aangedrongen kankerbestrijding tot een topprioriteit van het gezondheidsbeleid van de EU te maken. Tijdens de COVID19-crisis heeft het Parlement een actieve rol gespeeld bij het bevorderen van een gecoördineerde Europese respons en heeft het benadrukt dat er veel nauwer moet worden samengewerkt op het gebied van gezondheid om een Europese gezondheidsunie tot stand te brengen.

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI) is binnen het Parlement de belangrijkste speler op gezondheidsgebied. Begin 2023 heeft de commissie ENVI een nieuwe permanente Subcommissie volksgezondheid (SANT) opgericht, die de rol van het Parlement zal versterken bij het uitoefenen van toezicht op en het bevorderen van de ontwikkeling van het EU-gezondheidsbeleid. Het Parlement heeft met de oprichting van een Bijzondere Commissie kankerbestrijding ook de noodzaak van een meer gecoördineerde Europese aanpak van kankerbestrijding hoog op de politieke agenda van zijn negende zittingsperiode geplaatst.

Het Parlement heeft aangedrongen op een op zichzelf staand Europees gezondheidsprogramma waarmee steun voor EU4Health wordt gewaarborgd. Het houdt ook toezicht op de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit door middel van dialogen, vragen, studies en intern onderzoek, hetgeen het belang van hervormingen op gezondheidsgebied onderstreept. Het Parlement heeft daarnaast consequent gepleit voor de bevordering van geestelijk welzijn in de beleidsvorming van de EU.

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op de websites van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Subcommissie volksgezondheid.

 

Filip Karan / Christian Kurrer