Het Cohesiefonds is opgericht in 1994 en draagt financieel bij aan projecten op het gebied van milieu en trans-Europese netwerken in de lidstaten met een bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van minder dan 90 % van het EU-gemiddelde.

Rechtsgrond

Artikel 177 (met name de tweede alinea) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Doelstellingen

Het Cohesiefonds is opgericht met het oog op de versterking van de economische, sociale en territoriale cohesie van de Europese Unie, ter bevordering van duurzame ontwikkeling. Voor de programmeringsperiode 2014-2020 wordt vanuit het Cohesiefonds steun verleend aan:

  • investeringen in het milieu, met inbegrip van gebieden die verband houden met duurzame ontwikkeling en energie waaraan milieuvoordelen zijn verbonden;
  • trans-Europese netwerken in de sfeer van de vervoersinfrastructuur (TEN-T);
  • technische bijstand.

In het kader van projecten die bijdragen aan de milieubeschermingsdoelstellingen van de EU kan ook bijstand uit het Cohesiefonds worden verleend op gebieden die verband houden met duurzame ontwikkeling, zoals energie-efficiëntie en hernieuwbare energie en – op het gebied van vervoer buiten de trans-Europese netwerken – spoorvervoer, vervoer via de binnenwateren en over zee, intermodale vervoerssystemen en de interoperabiliteit van die systemen, sturing van het verkeer over de weg, over zee en door de lucht, schoon stadsvervoer en openbaar vervoer.

Vanaf 2014 wordt met het Cohesiefonds steun verleend – met 11,3 miljard EUR – aan vervoersinfrastructuurprojecten met Europese toegevoegde waarde in het kader van de nieuwe Connecting Europe Facility (CEF)[1].

In aanmerking komende landen

De middelen uit het Cohesiefonds zijn bestemd voor de lidstaten met een bruto nationaal inkomen (bni) per hoofd van de bevolking van minder dan 90 % van het EU-gemiddelde. Gedurende de programmeringsperiode 2014-2020 richt het Cohesiefonds zich op 15 lidstaten: Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Estland, Griekenland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Slovenië.

Begroting en financiële voorschriften

Voor de programmeringsperiode 2014-2020 wijst de EU circa 63,4 miljard EUR aan het Cohesiefonds toe (dit omvat geen overdrachten aan de Connecting Europe Facility) en de financiering van het project door het Cohesiefonds kan 85 % van de kosten ervan bedragen.

De toewijzingen uit het Cohesiefonds voor 2014-2020 per lidstaat zijn als volgt:

Lidstaat Begroting (in miljoen EUR)
Bulgarije 2 278,3
Tsjechië 6 258,9
Estland 1 073,3
Griekenland 3 240,5
Kroatië 2 559,5
Cyprus 288,9*
Letland 1 349,4
Litouwen 2 048,9
Hongarije 6 025,4
Malta 217,7
Polen 23 207,9
Portugal 2 861,7
Roemenië 6 934,9
Slovenië 895,3
Slowakije 4 168,2
Totaal 63 390

* Met inbegrip van het aan Cyprus toegewezen extra bedrag van 19,4 miljoen EUR naar aanleiding van de herziening van de lijst van lidstaten die in aanmerking komen voor steun uit het Cohesiefonds voor 2017-2020.

Bron: ESIF-opendataportaal (Europese Commissie), april 2017.

Voorstel voor het cohesiebeleid in de jaren na 2020

De Commissie heeft in mei 2018 haar voorstellen gepubliceerd voor het cohesiebeleid van de EU in de jaren na 2020. Deze voorstellen omvatten een verordening voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Cohesiefonds. Het Cohesiefonds zal steun blijven verlenen aan projecten in het kader van de doelstelling “Investeren in groei en banen”.

Dit voorstel handhaaft de thematische concentratie. Het Cohesiefonds zal twee specifieke doelstellingen ondersteunen: een groenere, koolstofarme en circulaire economie (beleidsdoelstelling (BD) 2); en een meer verbonden Europa (BD 3). De Commissie heeft een lijst opgesteld van activiteiten die niet door het EFRO en het Cohesiefonds worden ondersteund, waaronder rechtstreekse steun aan grote ondernemingen, luchthaveninfrastructuur (behalve in de ultraperifere gebieden) en sommige afvalbeheersactiviteiten (bijv. stortplaatsen).

In juli 2020 heeft de Europese Raad overeenstemming bereikt over de langetermijnbegroting van de EU voor de periode 2021-2027. De Europese Raad stelde in haar standpunt een toewijzing voor het Cohosiefonds van 42,6 miljard EUR voor, waarvan 10 miljard EUR voor de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen. Uit het Cohesiefonds zullen in de periode na 2020 projecten worden gefinancierd in dezelfde 15 lidstaten als in de programmeringsperiode 2014-2020.

Voor het voorstel van de Commissie wordt de gewone wetgevingsprocedure gevolgd, in het kader waarvan het Parlement op voet van gelijkheid staat met de Raad. Dit betekent dat beide instellingen voor het eind van 2020 overeenstemming moeten bereiken over de toekomstige regels voor het Cohesiefonds. In maart 2019 rondde het Parlement zijn eerste lezing af.

Rol van het Europees Parlement

De Cohesiefondsverordening voor de periode 2014-2020 is vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure, en het Parlement beschikte over volledige rechten om wijzigingen voor te stellen. Daardoor kon het Parlement de voorgestelde regels flexibeler maken en beter afstemmen op de behoeften van de lidstaten, en is het erin geslaagd het toepassingsgebied van de investeringen uit het Cohesiefonds te vergroten, door de opneming van investeringen in energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie, met name in de woonsector.

Het Parlement heeft zijn steun verleend aan het idee om gemeenschappelijke indicatoren voor het Cohesiefonds in te voeren, wat de beoordeling van het gebruik ervan vergemakkelijkt. Het Parlement heeft er met succes op aangedrongen dat, in tegenstelling tot het Commissievoorstel, in de verordening de mogelijkheid wordt opgenomen om de lijst van deze indicatoren te wijzigen, door middel van gedelegeerde handelingen, wanneer aanpassingen nodig worden geacht om een doeltreffende beoordeling van het uitvoeringsproces te waarborgen.

Na de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2014-2020, dat vergezeld ging van een pakket wetgevingsvoorstellen, zijn er geen belangrijke wijzigingen aangebracht in het Cohesiefonds.

 

[1]Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010.

Marek Kołodziejski