De betrekkingen tussen de EU en Rusland zijn sinds 2014 gespannen vanwege de illegale inlijving van de Krim, de steun aan separatistische groeperingen in Oost-Oekraïne, het destabilisatiebeleid in de buurlanden, desinformatie- en inmengingscampagnes en de interne schendingen van de mensenrechten door Rusland. Nadat Rusland op 24 februari 2022 zijn grootschalige invasie van Oekraïne had ingezet, werd de resterende politieke, culturele en wetenschappelijke samenwerking opgeschort.

Rechtsgrond

De betrekkingen tussen de EU en Rusland

Tot de Maidanprotesten van november 2013 in Oekraïne werkten de EU en Rusland aan een strategisch partnerschap, dat onder meer handel, economie, energie, klimaatverandering, onderzoek, onderwijs, cultuur en veiligheid omvatte, met inbegrip van terrorismebestrijding, non-proliferatie van kernwapens en conflictoplossing in het Midden-Oosten. De EU was een warm voorstander van de toetreding van Rusland tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) (afgerond in 2012). De illegale inlijving van de Krim door Rusland in maart 2014, het bewijs dat Rusland steun had verleend aan separatistische strijders in Oost-Oekraïne en de pogingen van het land om de toegang tot de Zee van Azov af te snijden, zorgden ervoor dat het EU-beleid ten aanzien van Rusland grondig werd herzien.

Sinds maart 2014 heeft de EU, evenals de VS, Canada, Australië en andere westerse landen, geleidelijk aan beperkende maatregelen tegen Rusland ingesteld. Aanvankelijk omvatten de EU-sancties van 2014 tegen Rusland individuele beperkende maatregelen, zoals het bevriezen van tegoeden en visumverboden voor leden van de Russische elite, Oekraïense separatisten en de organisaties die met hen in verband worden gebracht. Daarnaast ging het om diplomatieke sancties, zoals de formele opschorting van topontmoetingen tussen de EU en Rusland en van de onderhandelingen over de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland, en de schorsing van Rusland in de G8. Later volgden bredere economische sancties tegen Rusland. Eerst werd de handel met de Krim aan banden gelegd en werden sectorale sancties ingevoerd met betrekking tot wapenhandel, energie en financiële samenwerking met Rusland. Daarop reageerde Rusland in augustus 2014 met tegensancties: er kwam een invoerverbod op verschillende agrovoedingsmiddelen van de EU (ter waarde van 43 % van de totale EU-uitvoer van agrovoedingsmiddelen naar Rusland en 4,2 % van de totale EU-uitvoer van agrovoedingsmiddelen naar de wereld in 2013). Ondanks de sancties en tegensancties bleef de EU echter de grootste handelspartner van Rusland, terwijl Rusland tot 2021 de op vier na grootste handelspartner van de EU was.

Daarnaast legde de EU in het kader van haar wereldwijde veiligheidsstrategie van 2016 haar betrekkingen met Rusland opnieuw onder een vergrootglas, met als resultaat dat deze betrekkingen als een “belangrijke strategische uitdaging” werden aangemerkt. In maart 2016 heeft de Raad vijf leidende beginselen vastgelegd die in de betrekkingen van de EU met Rusland moeten worden gehanteerd: 1) uitvoering van de akkoorden van Minsk over het conflict in Oost-Oekraïne als essentiële voorwaarde voor elke substantiële wijziging van de houding van de EU ten opzichte van Rusland; 2) nauwere betrekkingen met de oostelijke partners van de EU en andere buurlanden, met inbegrip van Centraal-Azië; 3) vergroting van de veerkracht van de EU (bijv. op het gebied van energiezekerheid, hybride dreigingen of strategische communicatie); 4) selectieve samenwerking met Rusland op gebieden die van belang zijn voor de EU; 5) de noodzaak van persoonlijke contacten en van ondersteuning van het Russisch maatschappelijk middenveld.

Sinds de grootschalige invasie van Oekraïne in februari 2022 wordt Rusland beschouwd als een agressor tegen Oekraïne en heeft de EU haar strategie ten aanzien van de Russische Federatie gewijzigd.

In maart 2022 stelde de EU haar strategisch kompas voor veiligheid en defensie vast, waarin ze aangaf dat Rusland “een directe langetermijnbedreiging voor de Europese veiligheid” vormt, wat een aardverschuiving betekende in de betrekkingen tussen de EU en Rusland sinds 2016. Die benadering werd verder verankerd in het strategisch concept van de NAVO, dat in juni 2022 werd aangenomen en waarin staat dat de Russische Federatie de belangrijkste en meest directe bedreiging vormt voor de veiligheid van de bondgenoten en voor de vrede en stabiliteit in het Euro-Atlantische gebied.

Bijgevolg heeft de EU haar beleid ten aanzien van Rusland sinds 2022 uitgestippeld aan de hand van de volgende leidende beginselen: 1) Rusland moet internationaal geïsoleerd worden en er moeten sancties aan het land worden opgelegd te voorkomen dat het nog oorlog kan voeren; 2) de internationale gemeenschap moet ervoor zorgen dat Rusland, individuele daders en medeplichtigen rekenschap afleggen voor schendingen van het internationaal recht en oorlogsmisdaden in Oekraïne; 3) de buurlanden van de EU moeten worden ondersteund, onder meer via het uitbreidingsbeleid van de EU, en partners wereldwijd moeten worden geholpen om de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne op te vangen; 4) nauwe samenwerking met de NAVO en partners wereldwijd moet worden ondersteund om de op regels gebaseerde internationale orde te verdedigen; 5) de veerkracht van de EU moet worden vergroot, met name op het gebied van energiezekerheid en kritieke infrastructuur, en de hybride en cyberdreigingen, informatiemanipulatie en inmenging van Rusland moeten worden tegengegaan; 6) het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke media moeten binnen en buiten Rusland worden ondersteund. Tegelijkertijd moeten bedreigingen voor de veiligheid en de openbare orde in de EU worden aangepakt.

Nadat Vladimir Poetin in 2018 voor de vierde keer tot president werd verkozen, regelde hij enkele grondwetswijzigingen, die de in 2020 werden aangenomen. Daardoor zal hij na 2024, het einde van zijn huidige mandaat, theoretisch tot 2036 aan de macht kunnen blijven.

Met name vanaf 2012 werd de ruimte voor individuele en collectieve actie onder Vladimir Poetin geleidelijk maar stelselmatig beperkt door middel van wetgeving en doelgerichte intimidatie van critici. In de loop van de jaren hebben de Russische autoriteiten ingrijpende wettelijke beperkingen ingevoerd voor “buitenlandse agenten” en “ongewenste” en “extremistische” organisaties. Honderden niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) werden geviseerd en de censuur van de media, het internet en de sociale media nam enorm toe. Een groeiend aantal actoren uit het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke journalisten werd bestempeld als “buitenlandse agent” en geïntimideerd en opgesloten, mensenrechtenorganisaties werden opgedoekt en de vrijheid van meningsuiting, vreedzame vergadering en vereniging werd aan banden gelegd. Ook onderzoeks- en datajournalistiek was een doelwit, en ondertussen hingen door de staat gecontroleerde media voortdurend het beeld op van Rusland als een “belegerd fort” dat aangevallen werd door “het collectieve Westen”. Ook vonden de parlementsverkiezingen van 2016 en 2021 en de regionale en lokale verkiezingen van september 2022 plaats in een klimaat van politieke en mediabeperkingen, hetgeen leidde tot een belangrijke overwinning voor de partij Verenigd Rusland van president Poetin. Verkiezingswaarnemers en onafhankelijke media oordeelden dat de verkiezingen nog steeds niet voldeden aan internationale normen en ontsierd werden door fraude, mobilisatie op de werkplek, systematische uitsluiting van de oppositie en andere onregelmatigheden. Deskundigen merkten op dat de regionale verkiezingen van september 2023 zelfs nog minder eerlijk en vrij waren dan de vorige verkiezingen. Het stemrecht van de Russische burgers is zodanig uitgehold dat gesteld kan worden dat bij deze verkiezingen de democratische beginselen eigenlijk niet meer zijn gevolgd. Rusland zal in maart 2024 zijn volgende presidentsverkiezingen houden.

In oktober 2020 werden, op basis van een specifieke rechtsgrond van de EU (de sanctieregeling inzake chemische wapens), zes Russen en één Russische entiteit toegevoegd aan de lijst van reisverboden en de bevriezing van vermogensbestanddelen, naar aanleiding van de poging tot moord op oppositielid en anticorruptieactivist Aleksej Navalny in augustus 2020 met een militair zenuwgif. Hetzelfde rechtsinstrument is ook gebruikt als sanctie tegen degenen die verantwoordelijk waren voor de zaak-Skripal in Salisbury (VK) in maart 2018.

In maart 2021 maakte de Raad gebruik van de recentelijk uitgevaardigde wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten om aan vier Russische onderdanen sancties op te leggen vanwege hun rol bij de willekeurige arrestatie, vervolging en veroordeling van Aleksej Navalny en de onderdrukking van vreedzame protesten tegen zijn onwettige behandeling.

Rusland heeft sinds augustus 2014 vergeldingsmaatregelen genomen tegen de sancties van de EU in de vorm van tegensancties voor landbouwproducten, grondstoffen en voedsel, omdat deze producten de normen inzake voedselveiligheid zouden schenden. Op deze manier heeft Rusland de importsubstitutie in de landbouwsector versterkt. Rusland hanteert eveneens een “stop”-lijst voor onderdanen uit de EU en de VS die kritiek op het optreden van het land hebben geuit en ontzegt hun het recht om Russisch grondgebied te betreden. Deze lijst wordt niet officieel gepubliceerd, zodat het onmogelijk is beroep bij een rechterlijke instantie in te stellen, hetgeen bij het reisverbod van de EU wel mogelijk is. Op de lijst stonden verschillende EP-leden en met ingang van 30 april 2021 werden daar nog de namen van wijlen David Sassoli, voorzitter van het Europees Parlement, Věra Jourová, Eurocommissaris voor Waarden en Transparantie (vicevoorzitter), en zes ambtenaren uit EU-lidstaten aan toegevoegd.

Op 21 februari 2022 heeft de Doema van de Russische Federatie de onafhankelijkheid van de zelfverklaarde “Volksrepublieken” Donetsk en Loehansk officieel erkend. Op 24 februari 2022 zette de Russische Federatie haar grootschalige invasie van Oekraïne in.

Sinds het begin daarvan heeft de EU de illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie van Rusland tegen Oekraïne, alsook de aanvallen tegen burgers en burgerinfrastructuur, in de sterkst mogelijke bewoordingen veroordeeld en heeft ze opgeroepen tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking van alle Russische troepen uit het hele grondgebied van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen. De EU heeft erop gewezen dat deze aanvalsoorlog een grove en flagrante schending van het VN-Handvest en van de grondbeginselen van het internationale recht vormt, en dat de Russische Federatie daar de volledige verantwoordelijkheid van draagt. Charles Michel, de voorzitter van de Europese Raad, heeft daarnaast gewezen op de gevolgen van deze oorlog voor de wereldorde. Op 1 maart 2022 verklaarde hij: “Niet alleen Oekraïne wordt aangevallen, maar ook het internationaal recht, de op regels gebaseerde internationale orde, de democratie en de menselijke waardigheid. Dit is simpelweg geopolitiek terrorisme.” Daarnaast benadrukten de EU-leiders dat Rusland, Belarus en iedereen die verantwoordelijk is voor oorlogsmisdrijven en andere zeer ernstige strafbare feiten overeenkomstig het internationaal recht ter verantwoording zullen worden geroepen voor hun daden. De EU heeft Rusland tevens bekritiseerd omdat het voedsel als wapen gebruikt in de oorlog tegen Oekraïne en daardoor een wereldwijde crisis in de voedselvoorziening heeft veroorzaakt. De EU beschouwde ook de schijnreferenda van september 2022 en de “verkiezingen” die Rusland in september 2023 in de bezette gebieden van Oekraïne heeft gehouden, als illegaal en onrechtmatig, en verwierp ten stelligste deze poging van Rusland om zijn illegale militaire bestuur en pogingen tot annexatie van delen van Oekraïense gebieden te legitimeren of te normaliseren.

In reactie op de Russische invasie keurden de lidstaten van de EU prompt ongekend zware sancties goed in nauwe samenwerking met hun partners, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Japan. Sinds 24 februari 2022 heeft de EU de beperkende sectorale maatregelen enorm uitgebreid door middel van elf opeenvolgende sanctiepakketten (het laatste in juni 2023) en heeft ze tal van personen en entiteiten aan de sanctielijst toegevoegd. Doel is om de druk op Rusland verder op te voeren, zodat het land een einde maakt aan de oorlog. De beperkende maatregelen zijn bedoeld om de economische basis van Rusland te verzwakken en het land af te snijden van essentiële technologieën en markten, zodat het minder makkelijk oorlog kan voeren.

De snelle opeenvolging van die elf Europese sanctiepakketten, ook wel eens een “sanctierevolutie” genoemd, heeft tot een ongekende reeks maatregelen geleid die gericht zijn op de belangrijkste sectoren van de Russische economie en de politieke elite van het land. Met ieder pakket werd het toepassingsgebied van de sanctieregelingen die sinds 2014 zijn aangenomen, verder gewijzigd en uitgebreid. Er werd een nieuwe regeling ingevoerd waarmee de invoer van goederen afkomstig uit de illegaal ingelijfde gebieden Donetsk, Loehansk, Cherson en Zaporizja naar de EU werd verboden. De bedoeling is dat de sanctiepakketten krachtig zijn en verstrekkende gevolgen hebben in de sectoren financiën, energietransport, technologie, advies, media, metaal en luxe- en andere goederen.

Naast de individuele en economische sancties zijn er ook enkele diplomatieke sancties opgelegd, zoals de opschorting van de visumversoepeling tussen de EU en Rusland. Samen met andere leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is de EU overeengekomen dat er geen meestbegunstigingsbehandeling meer wordt gegeven aan Russische producten en diensten op de EU-markt.

Sinds juni 2023 staan er 1 572 personen en 244 entiteiten op de sanctielijst. De gesanctioneerde personen zijn onder meer de president van de Russische Federatie, Vladimir Poetin, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, de 351 leden van de Doema die de erkenning van de tijdelijk bezette gebieden Donetsk en Loehansk hebben gesteund, hooggeplaatste ambtenaren en militair personeel, verspreiders van desinformatie, de verantwoordelijken voor raketaanvallen tegen burgers, kritieke burgerinfrastructuur en de ontvoering en illegale adoptie van Oekraïense kinderen, en vele anderen. Verscheidene hooggeplaatste leden van de huurlingengroep Wagner werden op de sanctielijst geplaatst, waaronder leider Jevgeni Prigozjin. De Raad heeft alle sanctiepakketten in september verlengd tot maart 2024.

Met het elfde sanctiepakket wordt gepoogd de omzeiling van de beperkingen tegen Rusland door invoer via derde landen of schaduwentiteiten strenger aan te pakken. Daartoe omvat het pakket een specifiek instrument. De individuele sancties (reisverboden en bevriezing van tegoeden) zijn gericht tegen de personen die verantwoordelijk zijn voor het ondersteunen, financieren of uitvoeren van acties die de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of die van deze acties profiteren. Nadat de Raad de schending van beperkende maatregelen had toegevoegd aan de lijst van “EU-misdrijven”, is hij in dat verband op 9 juni 2023 overeengekomen de schending van beperkende maatregelen van de EU strafbaar te stellen en er sancties voor in te voeren, en het gemakkelijker te maken om de schending van sancties in de EU te onderzoeken, te vervolgen en te bestraffen.

Als vergelding voor de internationale en EU-sancties tegen Rusland na de invasie van Oekraïne in februari 2022 publiceerde de Russische regering een lijst met “onvriendelijke” landen, waaronder de EU-lidstaten, het VK, de VS en andere landen die sancties tegen Rusland hebben ingevoerd. Mensen uit deze landen worden geviseerd door een steeds complexer stelsel van tegensancties, dat gevolgen heeft voor verschillende zakelijke en financiële transacties met een Russische link. Op 31 maart 2022 besloten de Russische autoriteiten hun “stop”-lijst” aanzienlijk uit te breiden en voegden ze de topleiders van de EU, een aantal Europese commissarissen en hoofden van militaire organen van de EU en de overgrote meerderheid van de leden van het Europees Parlement toe. Daarnaast staan er ook hooggeplaatste ambtenaren van de regeringen van enkele EU-lidstaten, nationale parlementsleden en publieke en mediafiguren op de Russische zwarte lijst.

De Europese Commissie blijft het werk van het Internationaal Strafhof ondersteunen. Bovendien heeft ze aangegeven dat ze bereid is samen te werken met de internationale gemeenschap om een internationaal ad-hoctribunaal of een gespecialiseerd “hybride” tribunaal in het leven te roepen om de Russische misdrijven van agressie tegen Oekraïne te onderzoeken en te vervolgen, die gepleegd zijn door de politieke en militaire leiders van de Russische Federatie en haar bondgenoten, met name Belarus. Op 30 mei 2023 heeft het agentschap Eurojust nieuwe bevoegdheden gekregen om bewijs bij te houden en te analyseren met als doel verder onderzoek naar oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid die op Oekraïens grondgebied zijn gepleegd, te vergemakkelijken. Het agentschap ondersteunt het gemeenschappelijk onderzoeksteam van de EU dat samen met Polen, Letland, Estland, Slowakije, Roemenië, Litouwen en Oekraïne is opgezet.

Nadat de openbare ruimte onder Vladimir Poetin al tien jaar lang aan het krimpen was, begon een nieuwe golf van binnenlandse politieke onderdrukking nadat Aleksej Navalny in januari 2021 naar Rusland terugkeerde. Die situatie is nog verergerd sinds de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in februari 2022. Andere meningen of afwijkingen van de officiële versie van gebeurtenissen worden bestraft en kritische stemmen in de samenleving worden verder in de verdrukking gebracht.

Sinds 24 februari 2022 zijn in Rusland 20 000 antioorlogsdemonstranten opgesloten. De EU heeft de systematische acties tegen ngo’s, maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke journalisten zowel binnen als buiten Rusland veroordeeld en blijft de Russen steunen die zich hebben uitgesproken of protesteren tegen de oorlog in Oekraïne. Op 5 juni 2023 heeft de Raad sancties opgelegd aan negen personen wegens de veroordeling van de Russische oppositiepoliticus, democraat en Kremlincriticus Vladimir Kara-Moerza tot 25 jaar gevangenisstraf op basis van politiek gemotiveerde aanklachten en valse aantijgingen. De EU heeft herhaaldelijk haar solidariteit betuigd aan Vladimir Kara-Moerza, Aleksej Navalny, Ilja Jasjin en alle Russen die vervolgd, opgesloten of geïntimideerd worden omdat ze voor de mensenrechten blijven strijden en de waarheid zeggen over de onwettige daden van het regime. 

Op 12 september 2022 schortten de EU-lidstaten de visaversoepelingsovereenkomst van 2007 tussen de EU en Rusland volledig op. De Commissie heeft intussen richtsnoeren aangenomen om ervoor te zorgen dat die opschorting geen negatieve gevolgen heeft voor mensen die bescherming nodig hebben of voor essentiële doeleinden naar de EU reizen, zoals journalisten, dissidenten en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld.

Vigerende overeenkomsten

De rechtsgrond voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland is de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) van juni 1994. Deze overeenkomst gold aanvankelijk voor tien jaar, maar wordt jaarlijks automatisch verlengd. Hierin zijn de belangrijkste gemeenschappelijke doelstellingen vastgelegd en is voorzien in het institutionele kader voor bilaterale contacten – waaronder regelmatig overleg over mensenrechten en tweemaal per jaar topbijeenkomsten op presidentieel niveau – die momenteel bevroren zijn.

Tijdens de top in Sint-Petersburg in 2003 besloten de EU en Rusland hun samenwerking te versterken door vier “gemeenschappelijke ruimten” in te voeren: een economische ruimte, een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, een ruimte van externe veiligheid en een ruimte voor onderzoek, onderwijs en cultuur. Op regionaal niveau hebben de EU en Rusland, samen met Noorwegen en IJsland, in 2007 het nieuwe beleid voor de noordelijke dimensie opgezet, dat gericht is op grensoverschrijdende samenwerking in de regio’s van de Oostzee en de Barentszzee. In juli 2008 werden de onderhandelingen gestart voor een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland die juridisch bindende toezeggingen moest bevatten op diverse gebieden, waaronder politieke dialoog, justitie, vrijheid, veiligheid, economische samenwerking, onderzoek, onderwijs, cultuur, handel, investeringen en energie. In 2010 werd een “Partnerschap voor modernisering” gelanceerd. Onderhandelingen over een visumversoepelingsovereenkomst werden in 2011 afgerond. De Russische interventie op de Krim leidde echter tot de opschorting van al deze onderhandelingen en processen. In 2014 heeft de Europese Raad besloten de samenwerking met Rusland te bevriezen (behalve aangaande grensoverschrijdende samenwerking en persoonlijke contacten), net als de nieuwe EU-financiering voor het land via internationale financieringsinstellingen. De betrekkingen tussen de EU en Rusland zijn onder druk komen te staan sinds de illegale inlijving van de Krim en de stad Sebastopol door Rusland in 2014 en de destabiliserende acties van het land in Oost-Oekraïne. Nadat Rusland Oekraïne op 24 februari 2022 was binnengevallen, werd de resterende politieke, culturele en wetenschappelijke samenwerking opgeschort.

Rol van het Europees Parlement

In 1997 steunde het Europees Parlement de PSO in het kader van de “instemmingsprocedure”.

Het Parlement heeft een reeks resoluties over Oekraïne aangenomen waarin de illegale inlijving van de Krim door Rusland en de rol van het land in de destabilisering van Oost-Oekraïne worden veroordeeld. In juni 2015 en maart 2019 heeft het Parlement resoluties aangenomen over de stand van de betrekkingen tussen de EU en Rusland, waarin de EU-sancties werden ondersteund en waarin de noodzaak werd benadrukt om ondanks de moeilijke betrekkingen ambitieuzere financiële EU-steun te bieden aan het maatschappelijk middenveld in Rusland en om contacten tussen personen te bevorderen. In de resolutie van 2019 wordt grote bezorgdheid geuit over de houding van Rusland op internationaal niveau, met name in de landen van het Oostelijk Partnerschap. In de resolutie wordt tevens kritiek geuit op de verslechtering van de situatie van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Rusland en wordt voorgesteld Rusland niet langer als een “strategische partner” van de EU te beschouwen. In september 2021 heeft het Parlement een aanbeveling betreffende de koers van de politieke betrekkingen tussen de EU en Rusland aangenomen waarin staat dat de EU ervoor moet zorgen “dat verdere samenwerking met het Kremlin afhangt van de toezegging van het regime om een eind te maken aan de binnenlandse agressie tegen de eigen bevolking, om de stelselmatige onderdrukking van de oppositie” en van politieke gevangenen en maatschappelijke organisaties “een halt toe te roepen, om alle wetten die onverenigbaar zijn met internationale normen in te trekken of te wijzigen – zoals de wetgeving inzake “buitenlandse agenten” (…) en om de externe agressie tegen de buurlanden te beëindigen.” In de aanbeveling verzocht het Parlement de EU duidelijk omschreven rode lijnen te hanteren en niet langer samenwerking met Rusland na te streven louter om de kanalen voor dialoog open te houden. Het riep ook op tot een visie op en een strategie over de toekomstige betrekkingen van de EU met een vrij, welvarend, vreedzaam en democratisch Rusland.

Vóór 2014 gaf het Parlement de voorkeur aan een nieuwe, alomvattende en op gemeenschappelijke waarden en belangen gebaseerde overeenkomst met Rusland. Het Parlement heeft echter herhaaldelijk zijn grote bezorgdheid geuit over de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat en de toestand van de democratie in Rusland, bijvoorbeeld naar aanleiding van wetgeving tegen lhbti-“propaganda”, het niet langer strafbaar stellen van licht huiselijk geweld, de acties tegen ngo’s die onafhankelijk zijn of financiële middelen van bronnen buiten Rusland ontvangen enz. Het Parlement heeft met name het ongekende niveau van de mensenrechtenschendingen ten aanzien van de inwoners van de Krim, met name de Tataren, veroordeeld. In 2018 drong het Parlement aan op de vrijlating van de Oekraïense filmregisseur Oleg Sentsov, die zich had uitgesproken tegen de illegale inlijving van de Krim, en verleende het hem de Sacharovprijs. Sentsov werd in 2019 vrijgelaten in het kader van een uitwisseling van gevangenen tussen Rusland en Oekraïne. Het Parlement veroordeelde ten stelligste de poging tot moord op Aleksej Navalny in 2020.

Sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft het Parlement verschillende resoluties aangenomen waarin de Russische agressie en de daarmee verband houdende misdaden werden veroordeeld. Het schaarde zich volledig achter de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen.

Het afgelopen anderhalf jaar heeft het Parlement steeds zijn onwrikbare steun uitgesproken voor krachtige en doeltreffende EU-sancties als een belangrijk instrument tegen de Russische Federatie, Belarus en bondgenoten van de Russische Federatie. Het heeft ervoor gepleit Russische tegoeden die door de EU bevroren waren, in beslag te nemen en te gebruiken om Oekraïne weer op te bouwen en de slachtoffers van de Russische agressie te vergoeden. Wat betreft de wereldwijde samenwerking met betrekking tot sancties, heeft het Europees Parlement zijn partners opgeroepen zich ook aan die sancties te houden. Tegelijk maakt het zich zorgen over het feit dat verschillende derde landen met Rusland heulen om het land te helpen de sancties te omzeilen.

In zijn resolutie van 23 november 2022 bestempelde het Parlement Rusland als een staatssponsor van terrorisme en als een staat die terroristische middelen gebruikt, en riep het de internationale gemeenschap op om het land eensgezind ter verantwoording te roepen wegens oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie. In verschillende resoluties heeft het Parlement ertoe opgeroepen om president Poetin, andere Russische leiders en hun Belarussische bondgenoten rekenschap te laten afleggen voor het misdrijf agressie. In dat verband staat het Parlement achter de oprichting van een speciaal internationaal tribunaal voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne, dat gepleegd is door de politieke en militaire leiders van de Russische Federatie en haar bondgenoten, met inbegrip van Belarus. Het schaart zich tevens volledig achter het lopende onderzoek van de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) naar de situatie in Oekraïne en vermeende oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. In maart 2023 werd aangekondigd dat het ICC een arrestatiebevel had uitgevaardigd tegen Vladimir Poetin en Maria Lvova-Belova, de commissaris voor kinderrechten voor de Russische president, wegens onwettige deportaties van Oekraïense kinderen naar Russisch grondgebied. Tijdens een plenair debat liet het Parlement zijn tevredenheid blijken over dat besluit.

In zijn aanbeveling van 8 juni 2022 over “Het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid van de EU na de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne” drong het Parlement er bij Josep Borrell, vicevoorzitter van de Commissie en hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, op aan om een holistische benadering ten aanzien van de Russische Federatie na te streven en zich te onthouden van elke selectieve samenwerking met Moskou, in het licht van de wreedheden en oorlogsmisdaden die door de Russische politieke elite worden georkestreerd en door Russische troepen, hun medestanders en huurlingen in Oekraïne en elders worden gepleegd.

In zijn resolutie van 16 februari 2023 erkende het Parlement dat de Russische aanvalsoorlog de geopolitieke situatie in Europa fundamenteel heeft veranderd en riep het de EU daarom op om doortastende, moedige en omvattende politieke, veiligheids- en financiële besluiten te nemen en het internationale isolement van de Russische Federatie te bestendigen.

Tegelijkertijd is het Parlement ook van mening dat de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en de lidstaten alvast moeten nadenken over de wijze waarop in de toekomst met Rusland kan worden samengewerkt en hoe het land kan worden geholpen bij een succesvolle overgang van een autoritair regime naar een democratie waarin geen plaats is voor revisionistisch en imperialistisch beleid, zoals gesteld in zijn resolutie van 6 oktober 2022.

Voor het begin de aanvalsoorlog had het Parlement de binnenlandse repressie door het Russische regime en de achteruitgang van de mensenrechten al jarenlang aan de kaak gesteld. Toen Rusland zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne inzette, sprak het Parlement nogmaals in de sterkst mogelijke bewoordingen zijn veroordeling uit, met name van de strenge beperkingen van de vrijheid van mening en meningsuiting, het recht op vreedzame vergadering en vereniging en de systematische acties tegen maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers, onafhankelijke media, advocaten en de politieke oppositie. Daarnaast betreurde het Parlement de ingrijpende repressieve Russische wetten over onder meer “buitenlandse agenten” en “ongewenste organisaties”, de wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht en de wet op de massamedia, die de Russische autoriteiten gebruiken om afwijkende stemmen binnen en buiten Rusland via gerechtelijke weg te intimideren en om onafhankelijke media te verzwakken. Voorts heeft het de aanhoudende en toenemende censuur in Rusland gehekeld.

Meer bepaald heeft het Parlement Rusland regelmatig sterk bekritiseerd wegens de veroordeling van Aleksej Navalny, die in 2021 de Sacharovprijs van het Europees Parlement kreeg. Terwijl steeds meer activisten werden aangehouden en opgesloten, nam het Parlement respectievelijk op 7 april 2022 en op 20 april 2023 twee resoluties aan, waarin de toenemende repressie in Rusland, met name de zaken van Vladimir Kara-Moerza en Aleksej Navalny, werden veroordeeld. In het kader van de campagne “Free Navalny” heeft het Parlement van 26 tot 30 juni 2023 voor het gebouw van het Parlement in Brussel een volledige replica van de strafcel (“Sjizo”) geïnstalleerd waar Aleksej Navalny zijn 9,5 jaar durende straf uitzit. Het evenement was georganiseerd in het kader van de activiteiten van de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen en bedoeld om de aandacht te vestigen op de benarde situatie van Aleksej Navalny en om het publiek te informeren over de onderdrukking van de politieke oppositie in Rusland. In september 2023 hebben de voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met Rusland en de vaste rapporteur van het Europees Parlement voor Rusland in een gezamenlijke verklaring van de voorzitter van de Subcommissie mensenrechten hun bezorgdheid geuit over Vladimir Kara-Moerza, die was overgeplaatst naar een isoleercel in een streng beveiligde gevangenis in Siberië.

In zijn resolutie van 5 oktober 2023, heeft het Parlement zijn bezorgdheid uitgedrukt om Zarema Moesajeva, een mensenrechtenverdediger uit Tsjetsjenië. Het Parlement heeft de mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië steeds krachtig veroordeeld.

Het Parlement heeft zijn solidariteit en steun betuigd aan de mensen die in Rusland en Belarus protesteren tegen de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en heeft de lidstaten verzocht om Russen en Belarussen die vervolgd worden omdat ze zich tegen de oorlog uitspreken, alsook Russische en Belarussische deserteurs en gewetensbezwaarden, te beschermen en asiel te verlenen. Het heeft de EU-instellingen tevens opgeroepen om in dialoog te gaan met de Russische democratische leiders en het Russisch maatschappelijk middenveld en staat achter de oprichting van een hub voor democratie in Rusland, die door het Europees Parlement zou worden beheerd. De Voorzitter van het Europees Parlement heeft in 2022 een ontmoeting gehad met enkele vertegenwoordigers van de Russische oppositie. De Subcommissie mensenrechten houdt regelmatig gedachtewisselingen met onafhankelijke journalisten, maatschappelijke organisaties en oppositievertegenwoordigers uit Rusland. Op 5 en 6 juni 2023 organiseerden individuele EP-leden ook een rondetafelconferentie over de toekomst van een democratisch Rusland. Vertegenwoordigers van de EU-instellingen, EP-leden en een bont gezelschap van vooraanstaande vertegenwoordigers van de Russische vrije media en politieke oppositie namen hieraan deel.

De betrekkingen met Russische wetgevers ontwikkelden zich hoofdzakelijk in de Parlementaire Samenwerkingscommissie, een interparlementair forum dat door de PSO tussen de EU en Rusland werd ingesteld. Tussen 1997 en 2014 fungeerde de Parlementaire Samenwerkingscommissie als een stabiel platform voor het ontwikkelen van samenwerking en dialoog tussen delegaties van het EP en de Russische Federale Vergadering. Sinds maart 2014 heeft het Parlement deze interparlementaire bijeenkomsten echter opgeschort, in overeenstemming met de beperkende maatregelen van de EU die zijn genomen in reactie op de Oekraïense crisis. Niettemin komt de delegatie van het Parlement in de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Rusland nog steeds regelmatig bijeen om de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne voor de wereld en voor de EU zelf te analyseren en er gesprekken over te houden, met name over de toenemende acties tegen het Russische maatschappelijk middenveld door de Russische autoriteiten. Concreet houdt de delegatie regelmatig gedachtewisselingen met vertegenwoordigers van de Russische oppositie, mensenrechtenverdedigers, het maatschappelijk middenveld, niet-gouvernementele organisaties, onafhankelijke journalisten en internationale deskundigen.

Rusland heeft het Parlement sinds 1999 niet meer als verkiezingswaarnemer uitgenodigd.

 

Vanessa Cuevas Herman