De interne markt: algemene beginselen

De interne markt is een ruimte van welvaart en vrijheid, die toegang geeft tot goederen, diensten, banen, zakelijke mogelijkheden en culturele rijkdom. Voortdurende inspanningen zijn vereist voor een verdere verdieping van de interne markt die de consumenten en bedrijven in de EU aanzienlijke voordelen kan opleveren. In het bijzonder biedt de digitale interne markt nieuwe mogelijkheden om de economie te stimuleren (door e-handel), waardoor ook de administratieve rompslomp beperkt wordt (door e-governance en de digitalisering van overheidsdiensten). Uit recent onderzoek blijkt dat de beginselen van vrij verkeer van goederen en diensten en de wetgeving op dit gebied jaarlijks naar schatting 985 miljard EUR aan voordelen opleveren.

Rechtsgrondslag en doelstellingen

De artikelen 4, lid 2, onder a), en de artikelen 26, 27, 114 en 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Met de door het Verdrag van Rome in 1958 gestarte gemeenschappelijke markt werd beoogd de handelsbetrekkingen tussen de lidstaten te liberaliseren met het tweeledige doel de economische welvaart te doen toenemen en bij te dragen aan een “steeds hechter verbond tussen de Europese volkeren”. Bij de Europese Akte van 1986 werd de interne markt als doelstelling in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgenomen en gedefinieerd als “een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd”.

Resultaten

A. De gemeenschappelijke markt van 1958

De gemeenschappelijke markt, het voornaamste doel van het Verdrag van Rome, is tot stand gekomen door de in 1968 voltooide douane-unie, de opheffing van contingenten, het vrije verkeer van burgers en werknemers en een zekere mate van belastingharmonisatie door de algemene invoering van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) in 1970. De vrijheid van handel in goederen en diensten en de vrijheid van vestiging bleven echter beperkt ten gevolge van voortdurende concurrentieverstorende praktijken van de kant van overheden.

B. Start van de interne markt in de jaren tachtig en de Europese Akte

Het gebrek aan vooruitgang bij het voltooiingsproces van de gemeenschappelijke markt werd voornamelijk geweten aan de keuze voor een te gedetailleerde methode van wetgevingsharmonisatie en aan de unanimiteitsregel voor besluiten in de Raad. Medio jaren tachtig leidde de politieke discussie ertoe dat de EEG koos voor een meer gedegen aanpak bij het verwijderen van de handelsbelemmeringen: de interne markt.

Bij de Europese Akte, die op 1 juli 1987 in werking trad, werd vastgesteld dat de interne markt uiterlijk op 31 december 1992 moest zijn voltooid. Tevens werd het besluitvormingsmechanisme voor de internemarktwetgeving versterkt door de introductie van stemming met gekwalificeerde meerderheid voor het gemeenschappelijk douanetarief, het vrij verrichten van diensten, het vrije verkeer van kapitaal en de onderlinge aanpassing van nationale wetgeving. Op de gestelde datum was meer dan 90 % van de in het Witboek van 1985 opgesomde wetgevingsprojecten aangenomen, grotendeels met toepassing van de meerderheidsregel.

C. Naar een gedeelde verantwoordelijkheid voor het voltooien van de interne markt

De interne markt heeft sterk bijgedragen aan de welvaart en integratie van de economie van de EU. De nieuwe internemarktstrategie voor de periode 2003 – 2010 was gericht op het bevorderen van het vrije verkeer van goederen, de integratie van de dienstenmarkten, het verminderen van het effect van fiscale belemmeringen en het vereenvoudigen van het regelgevingskader. Aanzienlijke vorderingen werden gemaakt met betrekking tot de openstelling van de sectoren transport, telecommunicatie, elektriciteit, gas en postdiensten.

In haar mededeling getiteld “Betere governance van de interne markt” (COM(2012)0259) stelde de Commissie horizontale maatregelen voor, bijvoorbeeld een nadruk op duidelijke, gemakkelijk ten uitvoer te leggen nieuwe regelgeving, een beter gebruik van de bestaande IT-instrumenten om het voor de betrokkenen gemakkelijker te maken hun internemarktrechten uit te oefenen en de oprichting van nationale centra om de werking van de interne markt te controleren. Monitoring is een integrerend onderdeel van de jaarlijkse verslagen over de integratie van de interne markt in het kader van het proces van het Europees semester.

D. De herstart van de interne markt in 2010

Om de Europese eengemaakte markt een nieuwe impuls te geven en burgers, consumenten en kleine en middelgrote bedrijven centraal te plaatsen in het internemarktbeleid publiceerde de Commissie in oktober 2010 een mededeling getiteld “Naar een Single Market Act” (COM(2010)0608). Een reeks maatregelen werd voorgesteld om de EU-economie te stimuleren en banen te scheppen, waarmee voor een ambitieuzer beleid voor de eengemaakte markt gekozen werd.

In oktober 2012 presenteerde de Commissie de Single Market Act II (COM(2012)0573) om de interne markt verder te ontwikkelen en het onbenutte potentieel ervan te benutten als motor voor groei. De Single Market Act II bevatte twaalf essentiële maatregelen die snel door de EU-instellingen moesten worden goedgekeurd. Met deze maatregelen wordt gefocust op vier belangrijke factoren voor groei, werkgelegenheid en vertrouwen: (1) geïntegreerde netwerken, (2) de mobiliteit van burgers en ondernemingen over de grenzen heen, (3) de digitale economie en (4) een versterking van de cohesie en de voordelen voor de consumenten.

De Single Market Act II volgt in het voetspoor van een eerste reeks door de Commissie voorgestelde maatregelen — Single Market Act I — en omvat de volgende maatregelen voor een grondiger en beter geïntegreerde eengemaakte markt:

  • mobiliteit van ondernemingen (bijvoorbeeld invoering van voorzieningen ter bevordering van langetermijninvesteringen; modernisering van de insolventieprocedures en bijdragen tot een omgeving die tweede kansen biedt aan mislukte ondernemers);
  • de digitale economie (met het oog op de voltooiing van de digitale eengemaakte markt tegen 2015 stelt de Commissie voor e-handel in de EU te promoten door de betalingsdiensten gebruiksvriendelijker, betrouwbaarder en concurrerender te maken. Ook is het nodig om de belangrijkste oorzaken van het gebrek aan investeringen in snelle breedbandverbindingen aan te pakken en om elektronische facturatie in openbare aanbestedingsprocedures als standaardvorm in te voeren);
  • consumentenvertrouwen (bijvoorbeeld de invoering van maatregelen om te zorgen voor ruime toegang tot bankrekeningen, alsmede transparante en vergelijkbare tarieven en vereenvoudiging van het veranderen van bankrekening).

De Commissie moest alle belangrijke wetsvoorstellen in verband met de Single Market Act II tegen de lente 2013 en alle niet-wetgevende voorstellen tegen eind 2013 indienen. Het Europees Parlement en de Raad werden verzocht de wetgevingsvoorstellen met voorrang vast te stellen. De voortgang is in kaart gebracht in de studie getiteld “Single Market Act:State of Play[1].

Op 28 oktober 2015 publiceerde de Commissie een mededeling getiteld “De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen” (COM(2015)0550), die gericht was op het waarborgen van praktische voordelen die de burgers in hun dagelijks leven ten goede komen en het creëren van mogelijkheden voor consumenten, professionals en ondernemingen. Zij is een aanvulling op de inspanningen van de Commissie gericht op het verhogen van investeringen, het benutten van de kansen van de digitale eengemaakte markt, het verbeteren van de concurrentiekracht en de toegang tot financiering. De strategie was ook gericht op het waarborgen van een goede werking van de interne energiemarkt en het bevorderen en faciliteren van arbeidsmobiliteit, terwijl misbruik van de regels wordt tegengegaan. Om de handelspraktijken in de interne markt verder te verbeteren, werd Richtlijn 2019/633/EU betreffende het verbod op bepaalde oneerlijke handelspraktijken vastgesteld op 17 april 2019. Deze oneerlijke handelspraktijken omvatten onder meer laattijdige betalingen voor bederfelijke levensmiddelen en annuleringen op korte termijn van bestellingen.

De uitvoering van de digitale component van de strategie is momenteel een van de grootste uitdagingen bij de ontwikkeling van de interne markt. In mei 2015 heeft de Commissie een strategie voor de digitale interne markt (COM(2015)0192) goedgekeurd waarin een intensief wetgevingsprogramma vastgesteld is voor de opbouw van een Europese digitale economie, voortgezet in de Agenda voor Europa[2].

Tijdens de COVID-19-pandemie, verklaarde de Commissie in haar mededeling “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” (COM(2020)0456), dat de digitalisering van de eengemaakte markt een cruciale pijler vormt voor het herstel van de crisis. Dit zal gebaseerd zijn op vier elementen: (1) investeringen in betere connectiviteit, (2) een sterkere industriële en technologische aanwezigheid op strategische punten van de toeleveringsketen (bijv. KI, cyberbeveiliging, cloudinfrastructuur, 5G, (3) een echte data-economie en gemeenschappelijke Europese gegevensruimten, en (4) een eerlijker een eenvoudiger ondernemingsklimaat.

De rol van het Europees Parlement

Het Parlement was de drijvende kracht achter het proces dat heeft geleid tot de invoering van de interne markt. Met name onderschreef het Parlement in zijn resolutie van 20 november 1997 het idee om de interne markt vóór 2002 om te vormen tot een volledig geïntegreerde thuismarkt. In verschillende in 2006 aangenomen resoluties (bijvoorbeeld van 12 februari, 14 februari, 16 mei en 6 juli) onderschreef het Europees Parlement het uitgangspunt dat de interne markt een gemeenschappelijk kader en referentiepunt is voor veel EU-beleid.

Het Europees Parlement heeft ook een actieve rol gespeeld bij de herstart van de interne markt. In zijn resolutie van 20 mei 2010 over het verwezenlijken van een eengemaakte markt voor consumenten en burgers, benadrukte het Parlement dat maatregelen moeten worden genomen om consumenten en kmo's beter te informeren en hun positie te versterken, en het vertrouwen van de burgers te vergroten. Daarnaast heeft het Parlement op de Single Market Act gereageerd met drie op 6 april 2011 aangenomen resoluties: “Governance en partnerschap op de interne markt”, “Een interne markt voor Europeanen” en “Een interne markt voor ondernemingen en groei”.

In zijn resolutie van 20 april 2012 over “een concurrerende digitale interne markt — e-overheid als speerpunt” wijst het Parlement op de noodzaak van een duidelijk en coherent rechtskader voor wederzijdse erkenning van elektronische authenticatie, identificatie en handtekeningen, dat nodig is opdat grensoverschrijdende administratieve diensten in de hele EU kunnen werken. Deze resolutie werd gevolgd door de resolutie van 22 mei 2012 over het scorebord van de interne markt.

Op 11 december 2012 nam het Parlement twee niet-wetgevingsresoluties met betrekking tot de interne markt aan: een resolutie inzake het voltooien van de digitale interne markt en een andere over een strategie voor digitale vrijheid in het buitenlandbeleid van de EU, waarin het Parlement benadrukt een groot voorstander te zijn van het beginsel van netneutraliteit. Dit beginsel houdt in dat aanbieders van internetdiensten de mogelijkheid voor personen om een dienst te gebruiken teneinde inhoud, toepassingen of diensten van hun keuze, ongeacht bron of doel, te gebruiken, te verzenden, te plaatsen, te ontvangen of aan te bieden, niet mogen blokkeren, belemmeren of reduceren, evenmin door de kostprijs, en die personen niet mogen discrimineren; Het Parlement roept in dezelfde resolutie de Commissie en de Raad op om strenge normen op het gebied van digitale vrijheden te bevorderen en te bewaren in de EU. De resoluties zijn gericht op de ontwikkeling van beleid en werkwijzen met het oog op de totstandbrenging van een echte digitale interne markt in de EU, in plaats van verschillende regelingen op belangrijke terreinen als btw, postdiensten en intellectuele-eigendomsrechten. De beginselen van netneutraliteit en open internet, alsook de afschaffing van roamingtarieven, zijn geïntroduceerd als deel van een wetgevingspakket tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen (COM(2013)0627).

Het Parlement nam op 7 februari 2013 een resolutie aan met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de governance van de interne markt, waarin wordt voorzien in een governancecyclus van de interne markt als specifieke pijler in het kader van het Europees semester. Voorts heeft het Parlement op 25 februari 2014 een resolutie aangenomen over de governance van de interne markt binnen het Europese semester 2014, gevolgd door zijn resolutie van 27 februari 2014 inzake SOLVIT. Vervolgens nam het Parlement op 12 april 2016 een resolutie aan getiteld “Naar een verbeterde regelgeving inzake de interne markt”, waarin de noodzaak werd benadrukt onnodige regelgeving, bureaucratie en negatieve effecten weg te nemen en tegelijk beleidsdoelstellingen te verwezenlijken en een competitief regelgevingsklimaat te scheppen dat de werkgelegenheid en het bedrijfsleven in Europa ondersteunt. Op 26 mei 2016 heeft het Europees Parlement een resolutie over de strategie voor de eengemaakte markt aangenomen, waarin wordt opgeroepen tot een meer innovatieve, diepere en eerlijkere eengemaakte markt. Teneinde de online toegang te faciliteren tot informatie, procedures en diensten voor ondersteuning die burgers en ondernemingen nodig hebben, heeft het Parlement gepleit voor een digitale toegangspoort (Verordening (EU) 2018/1724).

Vervolgens heeft het Parlement de resolutie van 19 januari 2016 getiteld “Naar een akte voor een digitale interne markt” aangenomen, gevolgd door talrijke maatregelen gericht op de opbouw van de digitale interne markt, bijvoorbeeld op het gebied van de deeleconomie, onlineplatforms, artificiële intelligentie, enz.

Uit de studie “Reducing costs and barriers for businesses in the single market” (gepubliceerd in februari 2016) blijkt het aanzienlijke potentieel van de digitale interne markt om de kosten en obstakels in de EU voor burgers en ondernemingen te verminderen.

Uit een andere studie, “A Longer Lifetime for Products:Benefits for Consumers and Companies” (gepubliceerd in april 2016) blijkt het potentieel van de digitale interne markt om de Europese economie groener te maken. In verband hiermee nam het Parlement zijn resolutie van 4 juli 2017 aan.

Volgens een andere studie getiteld “Social economy” (gepubliceerd in maart 2016), zou de digitale interne markt de Europese economie zelfs socialer kunnen maken. Een manier om dit te bereiken is de ontwikkeling van elektronische overheidsdiensten en aanverwante diensten zoals elektronische gezondheidszorg, zoals beschreven in de studie “Ubiquitous developments of the Digital Single Market” (gepubliceerd in oktober 2013).

Naar aanleiding van de aankondiging van de Commissie dat zij in 2020 een nieuwe wet inzake digitale diensten zou voorstellen, heeft de beleidsondersteunende afdeling Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit van het Parlement een workshop georganiseerd namens de IMCO-commissie over regels voor de e-handel die geschikt zijn voor het digitale tijdperk, waar deskundigen en belanghebbenden wezen op de noodzaak om de resterende grensoverschrijdende belemmeringen voor e-handel weg te nemen, zodat de voordelen van de interne markt ten volle kunnen worden benut. De ontwerpverslagen van de commissie over de wet inzake digitale diensten werden in april en mei 2020 gepubliceerd. De eindstemming zal naar verwachting in september plaatsvinden.

Tijdens de COVID-19-uitbraak, op 17 april 2020, nam het Parlement een resolutie aan waarin het erop wees dat de interne markt de bron is van onze collectieve welvaart en ons collectieve welzijn, en een wezenlijk element is van de onmiddellijke en aanhoudende respons op de COVID-19-uitbraak.

In zijn resolutie van 19 juni 2020 heeft het Parlement erop gewezen dat het Schengengebied een geliefde verworvenheid is die centraal staat in het Europese project, en de lidstaten opgeroepen de beperkingen van de vrijheid van verkeer te verminderen en zich nog meer in te spannen om de integratie van alle lidstaten van de EU in het Schengengebied te verwezenlijken.

De beleidsondersteunende afdeling Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit zal in oktober 2020 een studie publiceren over de juridische belemmeringen voor de regels inzake de eengemaakte markt. Deze studie zal een analyse bevatten van de nationale wetgevingsteksten in de lidstaten die niet stroken met de regels inzake de eengemaakte markt of nieuwe ongerechtvaardigde belemmeringen creëren. In de studie zal ook worden getracht duidelijke aanbevelingen te doen over hoe deze belemmeringen kunnen worden weggenomen en hoe nieuwe belemmeringen kunnen worden voorkomen.

Uit recent onderzoek blijkt dat de beginselen van vrij verkeer van goederen en diensten en de wetgeving op dit gebied jaarlijks naar schatting 985 miljard EUR aan voordelen opleveren[3].

 

[1]Deze studie is uitgevoerd in opdracht van de beleidsondersteunende afdeling Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit van het Europees Parlement, namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming (IMCO).
[2]“Een Unie die de lat hoger legt: Mijn agenda voor Europa” – Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (2019-2024).
[3]Poutvaara P. et al., Contribution to Growth: Free Movement of Goods.Delivering economic benefits for citizens and businesses (2019), uitgevoerd door de beleidsondersteunende afdeling Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit op verzoek van de commissie IMCO, en Pelkmans J. et al., Contribution to Growth: The Single Market for Services.Delivering Economic Benefits for Citizens and Businesses (2019), uitgevoerd door de beleidsondersteunende afdeling Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit op verzoek van de commissie IMCO.

Louise Blandin / Mariusz Maciejewski / Christina Ratcliff