Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Gemeenschappelijk landbouwbeleid
Gemeenschappelijk visserijbeleid
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


Landbouw: evenwicht tussen markt en traditionele levenswijze

In juni 2003 besloot de EU het landbouwbeleid grondig te herzien om rekening te kunnen houden met de veranderende omstandigheden: de toetreding van tien nieuwe lidstaten in 2004, de noodzaak om de Europese boeren concurrerender te maken op de wereldmarkten en de aanstaande onderhandelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie in Cancún. Als gevolg van deze hervorming zullen de meeste landbouwsubsidies in de toekomst niet meer gekoppeld zijn aan de omvang van de productie en de Europese boeren zullen steeds vaker datgene gaan verbouwen wat de markt wenst. Hoewel het Europees Parlement erkent dat een verandering nodig was, heeft het toch geprobeerd om de gevolgen van de liberalisering voor kleine landbouwbedrijven te verzachten en is het erin geslaagd meer geld voor de ontwikkeling van het platteland in de wacht te slepen.
 
Het is nog niet zo lang geleden dat het begrip "gemeenschappelijk landbouwbeleid" of "GLB" een beeld opriep van boterbergen en wijnplassen die allemaal het gevolg waren van een zwaar gesubsidieerde landbouwproductie die de ogen sloot voor de behoeften van de markt. Dit probleem is nu grotendeels van de baan maar het GLB wordt nog steeds op gezette tijden herzien. Het was de bedoeling dat de laatste bijwerking van 1999 geldig zou zijn tot 2006. In juli 2002 kondigde de Commissie echter aan dat nieuwe maatregelen nodig waren zodat de EU-begroting de uitbreiding aan zou kunnen en Europese landbouwproducten concurrerender zouden worden op de wereldmarkt. Het wetsontwerp voor de jongste GLB-hervorming werd begin 2003 gepubliceerd.
 
De voorstellen van de Commissie om de landbouwproductie geleidelijk te liberaliseren maakten uiteenlopende reacties los bij de nationale regeringen. Het grootste verschil was dat een grote groep landen met tegenzin het GLB voor de geplande hervorming van 2006 wilde aanpassen (Frankijk, Spanje, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal en Ierland) en dat een andere groep landen de voorstellen om budgettaire redenen steunde (VK, Duitsland, Denemarken, Zweden en Nederland). Er zij op gewezen dat de landbouw vroeger weliswaar goed was voor ongeveer twee derde van de totale begroting van de Gemeenschap, maar dat dat aandeel voortdurend is gedaald. In 2003 was nog 46,38% van de begroting bestemd voor landbouw (42,68 mrd euro voor het GLB en 4,7 mrd voor plattelandsontwikkeling). Voor het jaar 2004 is dit cijfer 42,7% (42,77 mrd voor het GLB en 6,5 mrd voor plattelandsontwikkeling).
 
Het Europees Parlement reageerde op de voorstellen van de Commissie met een, in juni 2003 goedgekeurd pakket verslagen, dat er in eerste instantie op gericht is de sociale en economische gevolgen van een grotere liberalisering voor de Europese boeren te verzachten. Hoewel het Parlement voor het landbouwbeleid slechts een adviserende functie heeft, en de regeringen van de lidstaten uiteindelijk het laatste woord hebben, zijn de verslagen van het Parlement toch van doorslaggevend belang geweest voor de uiteindelijke opzet van de hervorming, die in 2004 en 2005 stap voor stap van kracht zal worden.
 
De mensen op het land houden
 
De hoeksteen van het hervormingsplan van de Commissie was de "totale ontkoppeling" van de financiële steun aan de boeren, d.w.z. het los zien van de verbinding tussen landbouwsubsidies en de hoogte van de productie, terwijl het systeem van de rechtstreekse steun (betalingen die niet aan de productie gekoppeld zijn) wordt uitgebreid, om de boeren schadeloos te stellen voor hun inkomensverlies. Bovendien was de Commissie erop gebrand de productiesteun die in de laatste jaren toch al was gedaald, nog verder terug te dringen.
 
Het Parlement pleitte echter meer voor een "gedeeltelijke" dan een volledige scheiding van subsidies en productie. Een van de redenen daarvoor was de "multifunctionele rol" van de landbouw. Jarenlang hebben de leden van het EP zich op het standpunt gesteld dat landbouw meer voordelen heeft dan voedselproductie alleen. Boeren worden beschouwd als bewaarders van het platteland en arbeidsplaatsen in de landbouw zijn van cruciaal belang om de vlucht naar de stad te voorkomen. Landbouwsteun wordt door de EP-leden dan ook gezien als een eerlijke en nuttige manier om de mensen op het land te houden, in het bijzonder op boerderijen in bergregio's en in afgelegen gebieden. Een van de reacties van het Parlement op de hervormingsvoorstellen van de Commissie was dan ook de roep om een systeem van "gedeeltelijke ontkoppeling" met een "multifunctioneel betalingssysteem" met ingang van januari 2004, bestaande uit rechtstreekse inkomenssteun voor akkerbouwers en sommige veefokkers. Voor alle andere sectoren dient de steun gekoppeld te blijven aan de productie.
 
Toen de EU-Landbouwministers op 26 juni 2003 de laatste hand legden aan deze hervormingen, namen ze een aantal voorstellen van het Parlement over. Hoewel boeren in de toekomst bijvoorbeeld de meeste subsidies zullen krijgen in de vorm van een vaste toelage (de zogenaamde "uniforme bedrijfspremie") die minder gekoppeld is aan het productieniveau, mogen lidstaten onder bepaalde voorwaarden besluiten een beperkte koppeling van subsidie en productie in stand te houden, om de vlucht van het platteland tegen te gaan.
 
Het Parlement steunde het standpunt van de Commissie dat het GLB multifunctioneler zou kunnen worden opgezet, door een groot deel van de landbouwsubsidies voor marktsteun naar de ontwikkeling van het platteland te laten vloeien, met name voor sociale en milieubehoeften. Dit wordt weerspiegeld in de uiteindelijke wetgeving van de Raad die meer geld vrijmaakt voor landbouwers om kwaliteitsproducten te verbouwen of voor milieu- en dierwelzijnsprogramma's, door te snoeien in de rechtstreekse steun aan grotere bedrijven. De "uniforme bedrijfspremies" zijn ook gekoppeld aan de naleving van milieu-, voedselveiligheids- en dierwelzijnsnormen.
 
Hoe hoog mag de GLB-begroting zijn?
 
Een van de belangrijkste twistpunten was echter of, met het oog op het krappe begrotingsplafond voor de EU van de 25 tot 2013 in alle landbouwsubsidies moest worden gesnoeid. Het Parlement heeft zich sterk verzet tegen het plan van de Commissie om alle betalingen geleidelijk aan te verlagen, te beginnen met een reductie van 1% in 2006, oplopend tot 19% in 2012. Volgens het plan van de Commissie zouden boeren een aanvullende uitkering krijgen om de gevolgen van deze besnoeiingen ten dele te compenseren. Het Parlement heeft daarentegen voorgesteld de rechtstreekse steun ten dele te verlagen, maar alleen voor boeren die meer dan 7.500 euro per jaar ontvangen. Uiteindelijk hebben de Landbouwministers dit systeem verworpen en besloten een "mechanisme voor financiële discipline" in te voeren, waardoor niet meteen in de subsidies wordt gesnoeid maar dat zo nodig in de toekomst in werking kan treden om ervoor te zorgen dat het tot 2013 vastgelegde landbouwbudget niet wordt overschreden.
 
Individuele landbouwproducten
 
Samen met de algemene hervorming van het GLB heeft de Commissie diverse aparte plannen voorgelegd, om de subsidieregels voor de belangrijkste landbouwsectoren te actualiseren. De wijzigingen zijn bedoeld om de interventieprijzen te verlagen, om de EU bij de WTO-onderhandelingen in oktober 2003 in Cancún meer speelruimte te geven en om Europese producten op de wereldmarkt concurrerender te maken, door een paar strenge interventiemaatregelen in sectoren als rijst, zuivelproducten, cultuurgewassen en rundvlees af te schaffen. Voorgesteld werd de hulp in de meeste sectoren volledig te ontkoppelen. De leen van het EP benadrukten echter dat boeren daardoor enorme verliezen zouden lijden, en dat enkele sectoren daardoor niet langer rendabel zouden zijn en uiteindelijk zelfs zouden kunnen verdwijnen. Een zekere mate van interventie moet daarom voor alle producten worden gehandhaafd. In de uiteindelijke beslissingen van de Raad waren de voorstellen van het Parlement op een aantal gebieden, vooral graangewassen en rundvlees, te zien.
 
Voor graangewassen had de Commissie voorgesteld de interventieprijs te verlagen en alle hulp te ontkoppelen, maar de Raad nam het standpunt van het Parlement over dat de interventieprijs dezelfde zou blijven en dat slechts een deel van de hulp (75%) zou worden ontkoppeld. Voor de rundvleesproducenten streefde de Commissie ernaar de subsidies volledig te ontkoppelen en de premies voor rund- en kalfsvlees af te schaffen. De Raad steunde echter in grote lijnen de eis van het Parlement om de hulp slechts gedeeltelijk te ontkoppelen, waardoor individuele lidstaten zelf kunnen uitmaken welke premies ontkoppeld worden.
 
In andere sectoren bestond het resultaat uit een compromis tussen de standpunten van het Parlement en de Commissie. Voor melk- en zuivelproducten bijvoorbeeld onderschreef de Raad de voorstellen van de Commissie, dat de prijzen voor boter en mageremelkpoeder verlaagd zouden worden en ook dat de quota voor zuivelproducten tot 2014/15 moeten worden verlengd. De Landbouwministers hebben wel de eis van het Parlement overgenomen om de ontkoppeling van de subsidie tot 2007/08 uit te stellen.
 
In februari 2004 heeft de Landbouwcommissie van het Parlement een standpunt ingenomen over de hervorming van andere, mediterrane sectoren (olijfolie, katoen en tabak), nadat de Commissie in november 2003 haar voorstellen had gepubliceerd. De uiteindelijke beslissing van de Raad in verband met deze sectoren wordt in de lente van dit jaar verwacht.


  
Rapporteurs:
  
Steunregelingen in het kader van het GLB en steunregelingen voor producenten van bepaalde gewassen: Arlindo Cunha (EPP-ED, P) - Niet langer lid van het Europees Parlement
Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL): Karl Erik Olsson (ELDR, S)
Hervorming van multifunctionele landbouw en gemeenschappelijk landbouwbeleid: María Rodríguez Ramos (PES, E)
Gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt: Carlos Bautista Ojeda (Greens/EFA, E) - Niet langer lid van het Europees Parlement
Gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten: Elisabeth Jeggle (EPP-ED, D)
Gemeenschappelijke ordening van de markt in de sector graangewassen: Dominique F.C. Souchet (IND, F)
  
Overzicht van de wetgevingsprocedure:
  
Steunregelingen in het kader van het GLB en steunregelingen voor producenten van bepaalde gewassen
Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL)
Hervorming van multifunctionele landbouw en gemeenschappelijk landbouwbeleid
Gemeenschappelijke ordening der rijstmarkt
Gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten
Gemeenschappelijke ordening van de markt in de sector graangewassen
  
Publicatieblad - definitieve besluiten:
  
Steunregelingen in het kader van het GLB en steunregelingen voor producenten van bepaalde gewassen
Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL)
Hervorming van multifunctionele landbouw en gemeenschappelijk landbouwbeleid - door het Europees Parlement aangenomen tekst
Gemeenschappelijke ordening der rijstmarkt
Gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten
Gemeenschappelijke ordening van de markt in de sector graangewassen

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004