Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Werkgelegenheidsstrategie
Bescherming
van werknemers
Gelijke rechten op het werk
Gezondheid en veiligheid
op het werk
Vrouwen en gezondheid
Arbeidstijd
Socialezekerheidsstelsels
Vrouw en maatschappij
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


Politiek is ook iets voor vrouwen

Meer dan de helft van de Europese kiezers zijn vrouwen. Toch zijn de vrouwen, overal in de Europese Unie, nog sterk ondervertegenwoordigd op de posten waar de besluiten worden genomen. Sinds een aantal zittingsperioden strijdt het Europees Parlement voor grotere deelname van vrouwen aan het politieke leven en aan de besluitvorming. Met het oog op de Europese verkiezingen van 2004 hebben de leden van het Europees Parlement de fracties opgeroepen om hun lijsten meer open te stellen voor vrouwen. Ook hebben zij de communautaire strategie voor een meer evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen in de economie en het sociale en culturele leven meer nadruk gegeven.

In de Europese Unie bedraagt het aantal vrouwen in de nationale regeringen en parlementen gemiddeld ongeveer 25%. In de noordelijke landen, waar het beleid van gelijke behandeling een langere traditie heeft en veel slagvaardiger is, is het aantal het hoogst: in 2003 waren 43,5% van de afgevaardigden in het Zweedse parlement vrouwen, in Denemarken waren er dat 38 en in Finland 37,5%. Aan het andere uiteinde van deze rij staan Italië met slechts 11,5% vrouwen in het parlement en Griekenland met slechts 8,7%. Wat de regeringen betreft zijn het ook Zweden en Finland waar de vrouwelijke aanwezigheid het sterkst is, omdat daar respectievelijk 52,6 en 44,4% van de ministerposten door vrouwen worden bezet, terwijl het gemiddelde in de lidstaten 23% bedraagt.

Van de fracties wordt verlangd dat zij "vrouwelijker" worden

In het Europees Parlement ligt het percentage vrouwen hoger dan het gemiddelde in de nationale parlementen. Bij de eerste rechtstreekse algemene verkiezingen, in 1979, werden er 69 vrouwen gekozen op een totaal van 410 zetels, d.w.z. 16,8%. Dit percentage is in 1999 gestegen naar 29,8%, en zelfs naar 31% in 2003, na een aantal wijzigingen van leden in de loop van de zittingsperiode. Maar dit is nog steeds te weinig. In 2001 stelde het Parlement voor te zullen streven naar een vertegenwoordiging van tenminste 40% van elk geslacht op alle beleidsterreinen en in alle commissies op Europees, nationaal en internationaal niveau.

Het gevaar bestaat echter dat deze doelstelling na de uitbreiding niet meer haalbaar zal zijn, omdat de vertegenwoordiging van vrouwen in de nieuwe toetredende landen nog geringer is. De tien nieuwe lidstaten die werden verzocht om met ingang van mei 2003 waarnemers te sturen naar het EP, hebben bijvoorbeeld maar 14% vrouwen gestuurd, een cijfer dat boekdelen spreekt en alarmerend is omdat het een teken is dat het percentage vrouwelijke vertegenwoordigers in de gekozen vergadering van de EU van 25 lidstaten nog lager zou kunnen zijn. In zijn in november 2003 aangenomen resolutie verzoekt het Europees Parlement de politieke partijen in de gehele uitgebreide EU dan ook om quotastelsels in te voeren, zoals het zg "ritssysteem", waarbij steeds afwisselend mannen en vrouwen op de lijsten staan, en/of maatregelen te treffen om een meer evenwichtige deelneming aan te moedigen. Wat het Parlement betreft zou het aantal vrouwen op de lijsten voor de Europese verkiezingen tenminste 30% moeten bedragen in de 25 lidstaten. De politiek partijen worden ook verzocht hun interne structuren aan te passen die vaak een beletsel vormen voor een gelijke participatie van vrouwen, en de lidstaten worden verzocht een bewustmakingscampagne te voeren.

In een in 2001 aangenomen resolutie over de evenwichtige deelname van mannen en vrouwen aan het besluitvormingsproces, wees het Parlement met klem op de noodzaak dat het beginsel van de gelijke behandeling niet alleen moest worden bevorderd in het politieke en economische leven, maar ook in onderwijs en opleiding om zo gelijke kansen te bieden aan mannen en vrouwen. Het onderstreepte tevens de dringende noodzaak om de opvang van de kinderen en andere ten laste van de gezinnen komende personen tev verbeteren zodat de gezinstaken niet systematisch een beletsel vormen voor de professionele ontplooiing van vrouwen.

In 2002 heeft het Parlement in een andere resolutie zijn verontrusting uitgesproken over de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de bestuurlijke instanties van de sociale partners. Hoewel zij 42% van de actieve bevolking uitmaken en 40% van de bij een vakbond aangesloten werknemers, zijn de vrouwen daar nog minder goed vertegenwoordigd dan in de politieke organen. De sociale partners worden dan ook verzocht positieve acties te ontwikkelen om de vertegenwoordiging en participatie van vrouwen in het sociaal-economische leven werkelijk te doen toenemen.

Gelijke behandeling is een fundamentele waarde

De Conventie over de toekomst van Europa was in grote meerderheid een mannenaangelegenheid, met slechts 17 vrouwelijke leden op een totaal van 105, maar de gelijke behandeling van mannen en vrouwen werd in de Ontwerpgrondwet wel genoemd als een van de fundamentele doelstellingen van de Unie. Maar voor vele Europese afgevaardigden was dit nog te weinig. De vertegenwoordigers van het Parlement hebben hun strijd om dit beginsel erkend te krijgen als "een van de waarden waarop de Unie rust" (artikel 2 van de ontwerpgrondwet) en niet alleen als een van de doelstellingen (artikel 3), dan ook voortgezet in de Intergouvernementele Conferentie. En zij hebben die tijdens het Italiaanse voorzitterschap gewonnen, want in de laatste versie van de tekst worden in artikel 2 als waarden van de Unie genoemd: "non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen".

Een communautaire strategie

In 2000 heeft de Europese Unie een communautair actieprogramma voor vijf jaar (2001-2005) aangenomen om concreet de gelijke behandeling van vrouwen en mannen te bevorderen. Het was op uitdrukkelijk verzoek van het Parlement dat de Europese Commissie een voorstel voor de opstelling van dit programma heeft ingediend en dat er 50 miljoen euro over vijf jaar voor werd uitgetrokken.Het programma, dat vanaf het begin ook was opengesteld voor deelname van de kandidaat-lidstaten, is bedoeld om de waarden en praktijken waarop de gelijke behandeling van vrouwen en mannen berust, te bevorderen en te verspreiden, om leidinggevende personen ertoe te brengen de verschijnselen van directe en indirecte discriminatie beter te begrijpen en te bestrijden niet alleen in het economische, sociale en politieke leven, maar ook in de media, het onderwijs, de gezondheidszorg en de sport. Om dit te verwezenlijken financiert het programma bewustmakingsacties, voorlichtingscampagnes, transnationale acties en uitwisseling van ervaringen.

Het Parlement heeft erop aangedrongen jaarlijks te worden geïnformeerd over de stand van voortgang en de resultaten van dit programma. Zo kan deze instelling haar rol van "waakhond" spelen om de aangegane verplichtingen nog beter concreet te maken. Hoewel het Parlement verheugd is over de prioriteit die is gegeven aan bepaalde acties (gelijke salarissen in 2001, evenwicht tussen beroeps- en privéleven in 2002, participatie van vrouwen aan de besluitvorming in 2003), heeft het de Commissie desalniettemin opgeroepen om voorstellen te doen voor aanvullende wetgevende maatregelen, met name om de verschillen in salaris te doen afnemen, betere statistische gegevens te verzamelen, of om het beginsel van gelijke behandeling van vrouwen en mannen en de eerbiediging van de mensenrechten van de vrouw op te nemen in het beleid van samenwerking van de Unie met derde landen.



  
Rapporteurs :
  
Verkiezingen 2004: hoe te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen: Lone Dybkjær (ELDR, DK)
Evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in het besluitvormingsproces: Anna Karamanou (PES, GR)
Vertegenwoordiging van vrouwen bij de sociale partners van de EU: Miet Smet (EPP-ED, B)
Gelijke behandeling van vrouwen en mannen - programma 2001-2005: Marianne Eriksson (GUE/NGL, S)
  
Publicatieblad - definitieve besluiten:
  
Verkiezingen 2004: evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen
Evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in het besluitvormingsproces
Vertegenwoordiging van vrouwen en mannen bij de sociale partners in de EU
Gelijke behandeling van vrouwen en mannen - programma 2001-2005

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004