Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Werkgelegenheidsstrategie
Bescherming
van werknemers
Gelijke rechten op het werk
Gezondheid en veiligheid
op het werk
Vrouwen en gezondheid
Arbeidstijd
Socialezekerheidsstelsels
Vrouw en maatschappij
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


Gelijke rechten van mannen en vrouwen op het werk

Intimidatie en discriminatie voorkomen, slachtoffers beschermen, de rechten van vrouwen en mannen bij terugkeer van moeder- of vaderschapsverlof beschermen: dat zijn een aantal stappen in de goede richting van de nieuwe richtlijn over gelijke behandeling. Hoewel de nieuwe rol van mannen en vrouwen in het gezin en de samenleving de Unie er weliswaar toe hebben gebracht bepaalde vormen van discriminatie te bestrijden, is er nog heel wat werk aan de winkel om het doel van gelijke lonen te bereiken.
 
Toen de Commissie in juli 2000 de wijziging  voorstelde van een 25-jaar oude richtlijn, vonden de Europese parlementsleden dat de nieuwe versie niet voldoende recht deed aan de reële situatie van vrouwen in de arbeidswereld. Omdat de nieuwe richtlijn volgens de medebeslissingsprocedure werd behandeld, heeft het Parlement invloed kunnen uitoefenen op de inhoud ervan. Al in de eerste lezing heeft het een lans gebroken voor positieve acties om ervoor te zorgen dat een beroep makkelijker kan worden uitgeoefend door personen van het ondervertegenwoordigde geslacht, wat vaak vrouwen zijn. Dankzij de voorstellen van de parlementsleden wordt in de nieuwe richtlijn bepaald dat de lidstaten organismen in het leven roepen die worden belast met de bevordering van de gelijke behandeling en van de juridische bescherming van de slachtoffers van discriminatie op grond van geslacht.
 
Intimidatie voorkomen

Het Parlement heeft bij de onderhandelingen over deze richtlijn met de Raad  voetje voor voetje vooruitgang geboekt en het tenslotte tot een bemiddeling laten komen. In april 2002 zijn de beide takken van het wetgevende gezag tot overeenstemming gekomen over een tekst die een betere weerspiegeling is van de werkomstandigheden en de gezinstaken. Vanaf 2005, als zij in nationaal recht zal zijn omgezet, zal deze richtlijn een belangrijk sociaal-politiek instrument zijn voor de Unie na de uitbreiding.

Voor de eerste keer wordt het begrip "seksuele intimidatie" op communautair niveau gedefineerd: het is  de situatie "wanneer zich enige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie voordoet met als doel of gevolg dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreeerd". In de richtlijn worden ook de begrippen "directe discriminatie" en "indirecte discriminatie" gedefinieerd evenals het begrip "intimidatie" in het algemeen.

Vrouwen kunnen voortaan rekenen op ondersteuning ingeval van intimidatie, met name seksuele intimidatie, op de werkplek. Bovendien geniet iedereen die slachtoffers van seksuele disciminatie of intimidatie ondersteunt, dezelfde bescherming tegen discriminerende behandeling. Werkgevers en personen belast met de beroepsopleiding worden geacht preventieve maatregelen te treffen.
 
Recht op moederschap en vaderschap
 
In de nieuwe richtlijn wordt discriminatie van vrouwen wegens zwangerschap of moederschapsverlof verboden. Het Parlement heeft echter altijd gewild en nu ook gedaan gekregen dat zowel vrouwen als mannen het recht hebben dezelfde baan of een equivalente arbeidsplaats terug te krijgen bij terugkeer na een moederschaps-, vaderschaps- of adoptieverlof, wanneer dergelijke verloven door de lidstaten zijn toegestaan.

De richtlijn beoogt ook de gelijke behandeling bij de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen. Er worden "positieve maatregelen" overwogen, dat wil zeggen specifieke voordelen voor het geslacht dat in een bepaalde beroepsactiviteit ondervertegenwoordigd is. De lidstaten moeten zorgen voor de oprichting van organisaties die belast zijn met de controle op de gelijkheid. Juridische en administratieve procedures moeten worden ingevoerd om overtredingen van de richtlijn te straffen.
 
Bij gelijk werk nog steeds ongelijk loon
 
Sinds de jaren 50 is de slogan "Gelijk loon voor gelijk werk" helaas nog altijd actueel. Ondanks de aanneming in 1975 van een Europese richtlijn over de gelijke bezoldiging van mannelijke en vrouwelijke werknemers, worden thans nog altijd vele vrouwen minder betaald dan mannen voor identiek werk. Het Europees Parlement heeft herhaaldelijk de onwil betreurd van de lidstaten om de richtlijn van 1975 toe te passen en het heeft de Europese Commissie opgeroepen om doortastender op te treden.
 
In een in september 2001 aangenomen verslag stelde het Europees Parlement dat het verschil in loon bij gelijk werk tussen de geslachten gemiddeld 28% bedroeg in de EU. Dit percentage is 15%, ook in het voordeel van de mannen, als je rekening houdt met de structurele verschillen tussen vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt, met name leeftijd, opleiding, beroep en de loopbaanopbouw. Voor het EP "[kan] deze loonkloof van gemiddeld 15% enkel verklaard [...] worden door mechanismen van waardediscriminatie hetgeen onaanvaardbaar is". De parlementsleden verzochten de Europese Commissie o.a. de richtlijn van 1975 te herzien.
 
Vervolgens verzochten de parlementsleden de Commissie in een breder verband in een in juli 2002 aangenomen resolutie om alle richtlijnen inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen aan de actualiteit aan te passen, niet alleen op het gebied van de lonen maar ook op dat van de sociale zekerheid, het arbeidsproces, de arbeidsvoorwaarden, en de combinatie van beroeps- en gezinstaken. Want behalve de ongelijke lonen hebben vrouwen nog altijd te lijden onder andere structurele nadelen. Zo ligt de werkgelegenheid van vrouwen (54%) procentueel nog altijd onder die van mannen. Op tien werknemers met een halftijdse baan zijn 8 daarvan vrouwen.
 
Tenslotte hebben de parlementsleden in het kader van de Conventie over de toekomst van Europa krachtig de opneming in de ontwerpgrondwet verdedigd van het beginsel van de gelijkheid van mannen en vrouwen als een van de waarden van de Unie, waardoor uiteindelijk de juridische bases  zouden moeten worden versterkt om nieuwe Europese initiatieven mogelijk te maken voor de omzetting van dit beginsel in de Europese sociaal-economische werkelijkheid.


  
Rapporteurs :
  
Gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van het beroepsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden: Heidi Anneli Hautala(Greens/EFA, FIN) -
Gelijke kansen en gelijke behandeling: Miet Smet (EPP-ED, B)
Programma voor de gelijkheid van mannen en vrouwen: - Gender Equality (2001-2005) : Ilda Figueiredo (GUE/NGL, P)
  
Publicatieblad - definitieve besluiten:
  
Gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van het beroepsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden
Gelijke kansen en gelijke behandeling
Programma voor de gelijkheid van mannen en vrouwen - Gender Equality (2001-2005)

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004