Vragen die veel worden gesteld aan de dienst Woordvoering van het Parlement 

 

Hoe werken de leden van het Europees Parlement (EP)? Welke rol speelt het EP bij de controle van de Europese begroting? Hoe worden politieke fracties gevormd? Het antwoord op deze en andere veelgestelde vragen over het Parlement, vindt u op deze pagina's.

Onderstaande delen bevatten ruime informatie over het dagelijks functioneren van het Parlement en over de verkiezingen, de werkzaamheden van de Parlementsleden, de totstandkoming van de fracties en nog veel meer. De selectie van vragen en antwoorden wordt regelmatig bijgewerkt om er onderwerpen in op te nemen die momenteel of permanent van belang zijn voor de media. Elk deel bevat links naar aanvullende informatie op de website van het Europees Parlement.

Als u nog bijkomende vragen hebt, kunt u contact opnemen met de dienst Woordvoering van het EP. Gelieve voor mediavragen over de werkzaamheden van de commissies van het Europees Parlement contact op te nemen met de persdienst.

Contacten van de dienst Woordvoering en de persdienst.

Sinds de eerrste rechtstreekse verkiezingen in 1979, vinden om de vijf jaar Europese verkiezingen plaats. In 2019 vonden de verkiezingen plaats van 23 tot en met 26 mei.

In elke lidstaat wordt een vast aantal leden van het Europees Parlement verkozen, dat varieert van 6 voor Cyprus, Luxemburg en Malta tot 96 voor Duitsland, met een totaal van 705.

De toewijzing van zetels is vastgelegd in de verdragen van de Europese Unie. Landen met een groot bevolkingsaantal hebben meer zetels dan landen met een klein bevolkingsaantal, maar die hebben meer zetels dan op grond van strikte proportionaliteit zou worden verwacht. Dit systeem is bekend als het beginsel van "degressieve proportionaliteit".

De verkiezingen voor het Europees Parlement worden grotendeels geregeld door de nationale kieswetten en -tradities, maar ook door een aantal gemeenschappelijke EU-regels, die zijn vastgelegd in de Verkiezingsakte van 1976.

Na de verkiezingen vormen de parlementsleden fracties. Daarin zijn parlementsleden uit verschillende lidstaten verenigd op basis van hun politieke gezindheid. Fracties kunnen ook later tijdens de zittingsperiode van het Parlement worden gevormd. Momenteel zijn er 7 fracties in het Europees Parlement.

Om de formele status van een fractie te verkrijgen, moet een groep ten minste 23 leden tellen, die in ten minste een kwart van de lidstaten (d.w.z. minimaal 7 lidstaten) verkozen moeten zijn. Parlementsleden kunnen slechts lid zijn van één fractie.

Als een fractie wordt opgericht, moet dit in een verklaring aan de voorzitter van het Parlement worden meegedeeld, met daarin de naam van de fractie en van haar leden en de samenstelling van haar bureau.

Normaal gesproken hoeft het Parlement de politieke verwantschap van leden van een fractie niet te beoordelen. Enkel als de betrokken leden dit zelf ontkennen, moet het Parlement nagaan of de fractie echt is opgericht in overeenstemming met het Reglement.

Fracties kunnen personeel aanwerven en krijgen de beschikking over administratieve faciliteiten, die worden gefinancierd uit de begroting van het Parlement. Het Bureau van het Parlement bepaalt de regels voor hoe deze financiële middelen en faciliteiten worden beheerd en gecontroleerd. De beschikbare middelen voor de fracties zijn bedoeld om niet alleen de administratieve en operationele kosten van het personeel van een fractie te dekken, maar ook de kosten van politieke en voorlichtingsactiviteiten.

Het geld mag niet worden gebruikt om enige vorm van Europese, nationale, regionale of lokale verkiezingscampagne te financieren, noch voor politieke partijen op nationaal en Europees niveau of daarvan afhankelijke organisaties.

Niet alle leden zetelen in een fractie. Leden die niet tot een fractie behoren, worden "niet-fractiegebonden leden" genoemd. Zij hebben ook recht op personeel en genieten rechten op grond van door het Bureau bepaalde regels.

De Conferentie van voorzitters (de fractievoorzitters en de Voorzitter van het Parlement) beslist aan het begin van elke zittingsperiode over de toewijzing van de plaatsen in de vergaderzaal aan de fracties, de niet-fractiegebonden leden en de vertegenwoordigers van instellingen van de Unie. In de voorbije zittingsperioden werden de zetels van de fracties geplaatst in sectoren van een cirkel, met alle fractievoorzitters op de eerste rij, behalve wanneer halverwege de zittingsperiode een nieuwe fractie werd gevormd.

Ursula von der Leyen  

Politieke partijen op Europees niveau

Wat is een politieke partij op Europees niveau?

Een Europese politieke partij is een organisatie op basis van een politiek programma, die is samengesteld uit nationale partijen en/of individuele leden, vertegenwoordigers heeft in verschillende lidstaten en geregistreerd staat bij de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (de "Autoriteit"). In de Verdragen is bepaald dat "politieke partijen op Europees niveau [bijdragen] tot de vorming van een Europees politiek bewustzijn en tot de uiting van de wil van de burgers van de Unie".

Tot de voorwaarden voor erkenning behoort dat de bij haar aangesloten partijen in ten minste een vierde van de lidstaten vertegenwoordigd worden door leden van het Europees Parlement, of leden van nationale dan wel regionale parlementen, of leden van regionale assemblees.

Voor meer informatie, zie artikel 10, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 224 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Hoe wordt een politieke partij op Europees niveau gefinancierd?

Europese politieke partijen kunnen sinds juli 2004 jaarlijkse financiering ontvangen van het Europees Parlement in de vorm van een exploitatiesubsidie. Deze mag tot 90 % van de uitgaven van een partij dekken, terwijl de rest van de uitgaven moet worden bekostigd uit eigen middelen, zoals lidmaatschapsbijdragen en donaties. Het Europees Parlement heeft op 17 april 2018 nieuwe regels goedgekeurd voor de financiering van Europese politieke partijen en stichtingen.

Wat mag wel en wat mag niet uit de subsidie worden betaald?

De subsidie dient om uitgaven te bekostigen die direct verband houden met de doelstellingen van het politieke programma van de partij, zoals:

  • vergaderingen en conferenties
  • publicaties, studies en advertenties
  • administratie-, personeels- en reiskosten
  • campagnekosten in verband met Europese verkiezingen

Het gebruik van de subsidie is niet toegelaten voor:

  • de financiering van referendumcampagnes of verkiezingscampagnes anders dan voor Europese verkiezingen
  • directe of indirecte financiële steun aan nationale partijen, verkiezingskandidaten en politieke stichtingen op nationaal of Europees niveau
  • schulden en daarmee gepaard gaande kosten.

Politieke stichtingen op Europees niveau

Wat is een politieke stichting op Europees niveau?

Een politieke stichting op Europees niveau is verbonden met een Europese politieke partij en ondersteunt de doelstellingen van die partij. Een Europese politieke stichting voert analyses uit en draagt bij tot debatten over Europese kwesties van openbaar beleid. Ook verricht zij daarmee verwante activiteiten, zoals de organisatie van seminars, opleiding, conferenties en studies.

Hoe wordt een politieke stichting op Europees niveau gefinancierd?

Stichtingen werden van oktober 2007 tot en met augustus 2008 gefinancierd met actiesubsidies die in het kader van een proefproject werden toegekend door de Europese Commissie. Vanaf september 2008 heeft het Europees Parlement de financiering overgenomen in de vorm van jaarlijkse subsidies. De subsidie mag tot 90 % van de uitgaven van een stichting dekken, terwijl de rest van de uitgaven moet worden bekostigd uit eigen middelen, zoals lidmaatschapsbijdragen en donaties.

Wat mag wel en wat mag niet uit de subsidie worden betaald?

De subsidie mag worden gebruikt voor uitgaven die direct verband houden met de activiteiten die zijn geformuleerd in het activiteitenprogramma van de stichting, zoals:

  • vergaderingen en conferenties
  • publicaties, studies en advertenties
  • administratie-, personeels- en reiskosten

Het gebruik van de subsidie is uitgesloten voor uitgaven zoals onder meer:

  • de financiering van referendumcampagnes of verkiezingscampagnes
  • rechtstreekse of onrechtstreekse steun aan nationale partijen, verkiezingskandidaten en nationale politieke stichtingen
  • schulden en daarmee gepaard gaande kosten

Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen

Sinds 2016 worden Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen geregistreerd en gecontroleerd door de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (de "Autoriteit"), die er ook sancties aan kan opleggen. De Autoriteit is onafhankelijk van het Europees Parlement. Wanneer twijfel rijst over de vraag of een partij of stichting de noodzakelijke verplichtingen in acht neemt, kunnen het EP, de Raad of de Commissie bij de Autoriteit een verzoek indienen om de situatie te controleren. Voordat de Autoriteit tot een besluit komt over het al dan niet schrappen van een partij of stichting, moet zij een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen raadplegen. De Autoriteit wordt vertegenwoordigd door haar directeur, die namens de Autoriteit al haar beslissingen neemt.

In juli 2019 werd David Sassoli verkozen tot voorzitter van het Europees Palement  

Tijdens de eerste plenaire vergadering na de Europese verkiezingen kiest het Parlement een nieuwe voorzitter, 14 nieuwe ondervoorzitters en vijf quaestoren.

Alle verkiesbare ambten in het Europees Parlement (d.w.z. voorzitter, ondervoorzitter, quaestor, commissievoorzitter en -ondervoorzitter, en delegatievoorzitter en -ondervoorzitter) worden om de twee en een half jaar opnieuw ingevuld, dus bij aanvang van en halverwege de vijfjarige zittingsperiode. Het kan zijn dat dezelfde persoon voor een tweede termijn benoemd wordt.

Bij de verkiezing van de voorzitter, de ondervoorzitters en de quaestoren moet over het geheel genomen rekening worden gehouden met een evenredige vertegenwoordiging van de lidstaten en van de politieke stromingen.

De voorzitter van het Europees Parlement

De voorzitter geeft leiding aan de werkzaamheden van het Parlement, zit de plenaire vergaderingen voor en ondertekent de jaarlijkse begroting van de EU. De voorzitter vertegenwoordigt het Parlement naar buiten en in de betrekkingen met de andere EU-instellingen.

In juli 2019 werd David Sassoli verkozen tot voorzitter van het Europees Parlement.

Hoe wordt de voorzitter verkozen?

Het eerste dat een nieuw Europees Parlement doet, is het kiezen van zijn voorzitter. Kandidaten voor het voorzitterschap kunnen worden voorgedragen door een fractie of door een minimum van achtendertig leden. De verkiezing vindt bij geheime stemming plaats. Om te worden verkozen, moet de kandidaat een absolute meerderheid (50 % + 1) van de geldig uitgebrachte stemmen hebben.

Als bij de eerste stemming geen enkele kandidaat wordt verkozen, kunnen dezelfde of andere kandidaten worden voorgedragen voor een tweede stemronde onder dezelfde omstandigheden. Dit kan indien nodig herhaald worden voor een derde stemronde, opnieuw volgens dezelfde regels.

Indien niemand wordt verkozen bij de derde stemronde, gaan de twee leden die in die ronde het grootste aantal stemmen hebben behaald door naar een vierde ronde, waarin de kandidaat met het hoogste aantal stemmen wint. (Bij staking van stemmen in deze fase wordt de kandidaat met de hoogste leeftijd tot winnaar uitgeroepen).

Wie zijn de ondervoorzitters en quaestoren?

Ondervoorzitters kunnen indien nodig de voorzitter vervangen bij de uitoefening van zijn taken, waaronder het voorzitten van de plenaire vergaderingen. Zij zijn ook lid van het Bureau, het bevoegde orgaan voor alle administratieve, personeels- en organisatorische aangelegenheden in het Parlement. De quaestoren gaan over de administratieve aangelegenheden die de leden direct aangaan.

Het Europees Parlement heeft 14 ondervoorzitters en vijf quaestoren.

Hoe worden zij verkozen?

Kandidaten voor het ambt van ondervoorzitter en quaestor kunnen worden voorgedragen door een fractie of door een minimum van achtendertig leden. De ondervoorzitters worden verkozen door middel van één geheime stemming voor alle kandidaten. De volgorde waarin de kandidaten worden verkozen, bepaalt hun rangorde.

Wie zijn de fractievoorzitters en hoe worden zij verkozen?

Er zijn momenteel acht fracties in het Europees Parlement. Elke fractie kiest zijn eigen voorzitter(s). De fractievoorzitters en de voorzitter van het Parlement vormen de Conferentie van voorzitters van het EP.

De Conferentie van voorzitters organiseert de werkzaamheden en het wetgevingsprogramma van het Parlement, besluit over de bevoegdheden en het lidmaatschap van commissies en delegaties en is verantwoordelijk voor de betrekkingen met de andere EU-instellingen, de nationale parlementen en niet tot de EU behorende landen.

Wie zijn de commissievoorzitters en hoe worden zij verkozen?

Tijdens hun constituerende vergadering (en halverwege de zittingsperiode, wanneer nieuwe ambtsdragers worden verkozen) kiezen de commissies van het Parlement hun voorzitters en ondervoorzitters. Voorzitters en ondervoorzitters kunnen ook voor een tweede ambtstermijn worden benoemd bij de verkiezingen halverwege de zittingsperiode.

Elke commissie kiest zijn bureau, dat bestaat uit een voorzitter en ondervoorzitters, met behulp van afzonderlijke stemmingen. Het aantal te kiezen ondervoorzitters wordt op voorstel van de Conferentie van voorzitters door het voltallige Parlement vastgesteld.

De vaste interparlementaire delegaties van het Parlement (voor de betrekkingen met parlementen van derde landen) kiezen ook hun voorzitters en ondervoorzitters, volgens dezelfde procedure als de commissies.

Wie zijn de commissiecoördinatoren en hoe worden zij verkozen?

De fracties kiezen "coördinatoren" voor de commissies van het Parlement. Zij zijn de politieke leiders van de fracties in de commissies. Zij coördineren het standpunt van hun fractie over de onderwerpen die in de commissie worden behandeld en organiseren samen met de voorzitter en ondervoorzitters de werkzaamheden van de commissie.

Vergroot deze afbeelding: Infografiek met foto's van de vooriztter, 14 ondervoorzitters en 5 quaestoren 
Infografiek met foto's van de vooriztter, 14 ondervoorzitters en 5 quaestoren        
Overzicht van de parlementsleden op sleutelfunctie © European Union 2019 -EPs  

De geloofsbrieven van nieuwgekozen leden worden gecontroleerd om vast te stellen dat zij geen andere functie bekleden die onverenigbaar is met lidmaatschap van het Europees Parlement. Onder onverenigbare ambten wordt onder meer verstaan het lidmaatschap van een regering of van een parlement van een EU-lidstaat, de Europese Commissie, het Hof van Justitie, de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank, de Rekenkamer of de Europese Investeringsbank. Actieve ambtenaren bij EU-instellingen of -organen die uit hoofde van de EU-Verdragen zijn opgericht voor het beheer van communautaire fondsen mogen eveneens geen zitting nemen in het EP.

Na de officiële bekendmaking van de verkiezingsuitslag delen de lidstaten de namen mee van diegenen die zitting mogen nemen in het EP, en verzoekt de Voorzitter de bevoegde instanties van de lidstaten de nodige maatregelen te treffen om elke onverenigbaarheid van functies te vermijden.

Voor zij zitting nemen in het EP, moeten nieuwe leden van wie de verkiezing aan het EP is meegedeeld schriftelijk een verklaring afleggen dat zij geen functie bekleden die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het EP. Niet later dan zes dagen voor de constituerende vergadering van het Parlement moet deze verklaring worden afgelegd.

De geloofsbrieven van de nieuwe leden worden achteraf gecontroleerd door de Commissie juridische zaken van het Parlement, die een besluit neemt op grond van de informatie die de lidstaten verstrekken. Het besluit wordt dan overgemaakt aan de Voorzitter, die de plenaire vergadering hiervan op de hoogte brengt tijdens de volgende zitting. Naast de controle van de geloofsbrieven, beslist het Parlement ook over eventuele bezwaren op grond van de Akte van 20 september 1976 (betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen), met uitsluiting van die welke onder de nationale kieswetten vallen.

Als wordt vastgesteld dat een Parlementslid een onverenigbare functie bekleedt, constateert het Parlement dat de zetel vacant is.

De parlementaire immuniteit is geen persoonlijk voorrecht van de leden, maar garandeert dat leden hun ambt vrij kunnen uitoefenen en niet aan arbitraire, politieke vervolging kunnen worden blootgesteld. Als zodanig is zij een garantie voor de onafhankelijkheid en de integriteit van het Parlement als geheel.

Tegen de leden van het Europees Parlement kan geen opsporing plaatsvinden, noch kunnen zij worden aangehouden of vervolgd op grond van in hun hoedanigheid van Parlementslid geuite meningen of uitgebrachte stemmen.

De immuniteit van een Parlementslid is tweeledig:

  • in zijn eigen lidstaat is deze vergelijkbaar met de immuniteiten die aan de volksvertegenwoordiging in zijn eigen land zijn verleend
  • op het grondgebied van elke andere lidstaat gaat het om vrijstelling van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook (artikel 9 van Protocol nr. 7).

Op deze immuniteit kan geen beroep worden gedaan in geval van betrapping op heterdaad.

Workshop over parlementaire immuniteit in de EU © Europees Parlement  

Hoe kan de immuniteit worden opgeheven of verdedigd?

Als een bevoegde nationale autoriteit het Europees Parlement verzoekt de immuniteit van een lid op te heffen (of een lid of voormalig lid erom verzoekt zijn immuniteit te verdedigen), deelt de Voorzitter van het Parlement in de plenaire vergadering mee dat het Parlement dit verzoek heeft ontvangen en verwijst hij het verzoek naar de bevoegde commissie van het Parlement, de Commissie juridische zaken.

Deze commissie kan verzoeken om informatie of opheldering die zij noodzakelijk acht. Het betrokken lid zal de gelegenheid krijgen te worden gehoord, en kan alle documenten of andere schriftelijke bewijsstukken overleggen.

Achter gesloten deuren keurt de commissie een aanbeveling aan het gehele Parlement goed om het verzoek in te willigen of af te wijzen, d.w.z. de immuniteit op te heffen of te verdedigen. Tijdens de plenaire vergadering die volgt op het besluit van de commissie, neemt het Parlement bij gewone meerderheid een besluit. Na de stemming brengt de Voorzitter het betrokken lid en de bevoegde autoriteit van de lidstaat in kwestie onmiddellijk op de hoogte van het besluit van het Parlement.

Behoudt een lid zijn zetel, zelfs als zijn immuniteit is opgeheven?

Ja. Het mandaat van Parlementslid is een nationaal mandaat en kan niet door een andere autoriteit worden ontnomen. Bovendien is de opheffing van de immuniteit van een lid geen schuldigverklaring. De enige bedoeling is de nationale rechterlijke instanties in staat te stellen een onderzoek te verrichten of een proces te voeren. Aangezien de Parlementsleden volgens de nationale kieswetten worden verkozen, is het aan de autoriteiten van de lidstaat om te besluiten - indien een lid schuldig wordt bevonden aan een strafbaar feit - of het mandaat de persoon in kwestie om die reden wordt ontnomen.

Als een lid het Parlement verlaat tijdens zijn mandaat, wordt dit lid volgens de regels van zijn land vervangen. Neem voor meer informatie contact op met het plaatselijke Liaisonbureau van het Europees Parlement.

Voorzitter van de Europese Commissie

Het Europees Parlement kiest de voorzitter van de Commissie.

Na de verkiezingen zal een van de eerste taken van het nieuwe Parlement de verkiezing zijn van een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. De lidstaten dragen een kandidaat voor de functie voor, maar moeten daarbij rekening houden met de uitslag van de Europese verkiezingen. Bovendien moet de nieuwe Commissievoorzitter worden goedgekeurd bij absolute meerderheid (de helft plus een van het aantal leden) in het Parlement. Indien de kandidaat niet de vereiste meerderheid behaalt, moeten de lidstaten binnen de maand een andere kandidaat voordragen (de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen). Bij de verkiezingen van 2014 heeft het Parlement het systeem van topkandidaten ("Spitzenkandidaten") ingevoerd. Elke Europese fractie heeft een kandidaat-Commissievoorzitter voorgedragen. De fractie die bij de verkiezingen het grootste aantal stemmen behaalde, mocht de kandidaat van het Parlement voordragen om de Commissie te leiden.

Commissarissen

De kandidaten voor de overige Commissieportefeuilles worden ook aan een strenge parlementaire toetsingsprocedure onderworpen.

De Raad stelt in onderlinge overeenstemming met de gekozen voorzitter van de Commissie een lijst vast waarop per lidstaat één kandidaat-commissaris staat. Deze kandidaat-commissarissen verschijnen voor de voor hun vermoedelijk werkgebied bevoegde parlementaire commissies. Elke commissie komt bijeen om een beoordelingsverslag op te stellen over de deskundigheid en het optreden van de kandidaten. Dat wordt vervolgens naar de Voorzitter van het Parlement gestuurd. In het verleden hebben negatieve beoordelingen er al toe geleid dat kandidaten zich uit de procedure terugtrokken. De voltallige Commissie, met inbegrip van de voorzitter en de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, moet dan worden goedgekeurd met een enkele stemming ter verlening van de goedkeuring door het Parlement.

Nadat de voorzitter en de commissarissen zijn goedgekeurd door het Parlement, worden zij door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen formeel benoemd.

In het geval van een ingrijpende herschikking van de portefeuilles in de Commissie gedurende haar ambtstermijn, de invulling van een vacature of de benoeming van een nieuwe commissaris ingevolge de toetreding van een nieuwe lidstaat, worden de betrokken commissarissen opnieuw door de desbetreffende commissies gehoord.

Alle stemmingen die in het Parlement voor de verkiezingen zijn gehouden, blijven rechtsgeldig voor het volgende Parlement. Dit betekent dat het nieuwe Parlement na de verkiezingen de dossiers oppakt waar het vorige Parlement ze heeft achtergelaten en verdergaat met de volgende fase van de besluitvormingsprocedure.

Over wetgeving die vóór de verkiezingen niet in de plenaire vergadering is behandeld, bestaat geen rechtsgeldig standpunt van het Parlement. Daarom vervalt in dat geval volgens het intern reglement van het Parlement het werk dat (bijvoorbeeld in de commissies) in de vorige zittingsperiode is verricht. Toch kan de nieuwe Conferentie van voorzitters van het Parlement – bestaande uit de Voorzitter van het EP en de fractievoorzitters – aan het begin van de nieuwe zittingsperiode besluiten om het al gedane werk in verband met die dossiers voort te zetten (artikel 240 van het reglement van het EP).

Documenten © Europees Parlement  

Interfractiewerkgroepen zijn niet-officiële groeperingen van Parlementsleden met interesse voor specifieke onderwerpen die niet tot het normale werkterrein van het Europees Parlement hoeven te behoren, maar van belang kunnen zijn voor de samenleving als geheel. Deze groepen wisselen informeel van gedachten en bevorderen de uitwisseling tussen de leden en de samenleving.

Aangezien interfractiewerkgroepen geen officiële EP-organen zijn, kunnen zij geen standpunten van het Parlement verkondigen. Zij mogen geen activiteiten ontplooien die kunnen leiden tot verwarring met de officiële activiteiten van het Parlement.

De Conferentie van voorzitters van het Parlement heeft voorwaarden neergelegd voor de oprichting van de interfractiewerkgroepen, die aan het begin van elke zittingsperiode worden gevormd. Zo moet een oprichtingsverzoek door ten minste drie fracties worden ondertekend, en is er ook een jaarlijkse opgave van financiële belangen nodig. Als aan deze voorwaarden is voldaan, mogen de fracties logistieke steun verlenen aan de interfractiewerkgroepen.

De voorzitters van interfractiewerkgroepen moeten opgave doen van elke vorm van steun (in geld of in natura) die zij ontvangen. Deze opgaven moeten elk jaar worden bijgewerkt en openbaar zijn.

Bijeenkomst interfractiewerkgroep minderheden © Europees Parlement  

Parlementsleden zijn de verkozen vertegenwoordigers van het volk in de EU, en vertegenwoordigen de belangen van dat volk en van hun steden of regio's in Europa. Zij luisteren naar de lokale en nationale punten van zorg van burgers, belangengroepen en het bedrijfsleven. Zij zijn wetgever in de EU, maar kunnen de Commissie en de Raad van ministers ook ondervragen. De leden spelen een belangrijke rol in de aanpak van de grote kwesties van vandaag, zoals de klimaatverandering, migratie, mensenrechten in de wereld en de regulering van onze financiële markten.


Het dagelijkse werk van de leden bestaat uit hun werk voor de kiezers in hun thuisland, hun werk in de commissies, de debatten in hun fractie en de debatten en stemmingen in de plenaire vergadering. De leden wonen commissie-, fractie- en vele andere vergaderingen bij. Zij kunnen ook deel uitmaken van een delegatie voor de betrekkingen met derde landen, waarvoor incidentele reizen buiten de EU nodig kunnen zijn.

Achter de schermen van een plenaire zitting © Europees Parlement  

Werk in de commissies

De leden zijn onderverdeeld in twintig gespecialiseerde commissies, die als eerste de ingediende wetgevingsvoorstellen behandelen.

Deze commissies behandelen de wetgevingsvoorstellen door verslagen met amendementen goed te keuren. (Tussen de stemmingen in de commissies en de debatten en stemmingen in de plenaire vergadering worden de amendementen en resoluties besproken door de fracties.) De commissies duiden ook een team aan van Parlementsleden om onderhandelingen over EU-wetgeving te voeren met de Raad. Zij keuren ook initiatiefverslagen goed, organiseren hoorzittingen met deskundigen en controleren de andere EU-instellingen en -organen.

Een commissie bestaat uit 25 tot 76 gewone leden en eenzelfde aantal plaatsvervangers.

Elke commissie verkiest onder haar gewone leden een voorzitter en maximaal vier ondervoorzitters, die samen het "commissiebureau" vormen, voor een ambtsperiode van tweeënhalf jaar. De politieke samenstelling van de commissies weerspiegelt die van de plenaire vergadering.

Het Parlement kan ook subcommissies en bijzondere tijdelijke commissies voor de behandeling van specifieke kwesties oprichten en mag enquêtecommissies instellen om vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het recht van de Unie te onderzoeken.

De parlementaire commissies komen gewoonlijk in Brussel bijeen. De debatten zijn openbaar en zijn over het algemeen via webstreaming te volgen.

Plenary zapping June 2016: Tax avoidance, migration, Juncker plan  

Sinds 1 februari 2020 telt het Europees Parlement 705 leden, zoals in het besluit van de Europese Raad van juni 2018 werd vastgelegd.

Het besluit is erop gericht de zetels op een "objectieve, eerlijke, duurzame en transparante manier" te verdelen. Overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt met de nieuwe zetelverdeling het beginsel van degressieve proportionaliteit in acht genomen. Daarbij beschikken grote lidstaten in verhouding tot hun bevolking over minder zetels dan kleine lidstaten. Parlementsleden uit grote lidstaten vertegenwoordigen meer burgers dan leden uit kleine lidstaten.


705 leden  ; in het Europees Parlement

Hoeveel verdienen Parlementsleden?

Sinds in juli 2009 voor de leden een enkel statuut van kracht is, verdienen alle leden hetzelfde salaris. De bezoldiging bedraagt 38,5 % van het basissalaris van een rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Op dit ogenblik (1 juli 2020) bedraagt het brutosalaris €8.995,39 per maand. Dit salaris is afkomstig uit de begroting van het Parlement. Alle Parlementsleden betalen EU-belasting en verzekeringspremies, waarna het salaris €7.011,74 bedraagt. Daarnaast verplichten de meeste EU-landen hun Parlementsleden om extra nationale belasting te betalen aan hun eigen land. Het uiteindelijke salaris (salaris na belasting) van een individueel lid hangt dus af van de fiscale regels in het land waarvan het lid afkomstig is.

Bij de toepassing van het Statuut gelden enkele uitzonderingen: leden die voor de verkiezingen van 2009 reeds in het Parlement zitting hadden, kregen de mogelijkheid om voor de gehele duur van hun EP-mandaat voor de tot dan toe bestaande nationale regeling te kiezen wat betreft bezoldiging (waarbij hun hetzelfde bedrag werd betaald als aan nationale parlementsleden), overbruggingstoelage, ouderdomspensioen en overlevingspensioen.

Hebben Parlementsleden recht op pensioen? Hoeveel bedraagt het?

De leden hebben bij het bereiken van de 63-jarige leeftijd recht op ouderdomspensioen. Het pensioen bedraagt 3,5 % van het salaris voor elk vol jaar waarin het mandaat werd uitgeoefend, maar niet meer dan 70 % in totaal. Deze pensioenen worden betaald uit de begroting van de Europese Unie.

Het in 1989 ingevoerde aanvullend-pensioenstelsel voor Parlementsleden is sinds juli 2009 gesloten voor nieuwe leden en wordt momenteel afgebouwd.

Bij veel van hun werkzaamheden zijn de Parlementsleden weg van huis en buiten hun eigen land. Daarom is er een aantal vergoedingen om de daarmee samenhangende kosten te dekken) (cijfers telkens van 2021).

Reiskosten

De meeste vergaderingen van het Europees Parlement, zoals de plenaire vergaderingen, commissievergaderingen en fractievergaderingen, vinden plaats in Brussel of Straatsburg. De leden krijgen de werkelijke kosten van hun reiskaartjes voor het bijwonen van deze vergaderingen bij overlegging van de vervoersbewijzen vergoed tot een maximum van een vliegticket businessclass (of een vergelijkbare klasse), een treinkaartje eerste klas of €0,53 per km voor het reizen per auto (ten hoogste 1000 km). Verder zijn er vaste vergoedingen op basis van de afstand en de duur van de reis om overige reiskosten te dekken (zoals tol op snelwegen, kosten voor extra bagage of reserveringskosten).

Leden moeten vaak reizen buiten of binnen de lidstaat waar zij verkozen zijn, zowel voor hun officiële taken als om andere redenen (bijvoorbeeld om een conferentie bij te wonen of een werkbezoek af te leggen). Daarom kunnen de leden voor werkzaamheden buiten hun eigen land een vergoeding van maximaal €4.517 per jaar krijgen voor reis- en verblijfkosten en daarmee samenhangende kosten. Voor werkzaamheden binnen de lidstaat waar zij verkozen zijn, worden alleen reiskosten vergoed, met een jaarlijks maximum per land.

Leden krijgen de werkelijke kosten van hun reiskosten vergoed © Europees Parlement  

Dagvergoeding (ook wel "verblijfsvergoeding" genoemd)

Het Parlement keert voor verblijf en daarmee samenhangende kosten een forfaitaire vergoeding uit van €324 voor iedere dag waarop de leden voor officiële werkzaamheden in Brussel of Straatsburg aanwezig zijn, op voorwaarde dat zij een register tekenen dat hun aanwezigheid bevestigt. De vergoeding is bedoeld voor hotelkosten, maaltijden en overige kosten. De vergoeding wordt gehalveerd als leden meer dan de helft van de hoofdelijke stemmingen missen op een dag waarop in de plenaire vergadering wordt gestemd, zelfs als zij aanwezig zijn en het presentieregister hebben getekend.

Voor vergaderingen buiten de EU geldt een vergoeding van €162 (opnieuw op voorwaarde van ondertekening van het register), waarbij hotelkosten afzonderlijk worden vergoed.

Algemene kostenvergoeding

Deze forfaitaire vergoeding is bedoeld om de uitgaven te dekken die voortvloeien uit de parlementaire werkzaamheden van de leden, zoals de huur van een kantoorruimte en administratiekosten, telefoon- en abonnementskosten, vertegenwoordigingsactiviteiten, computers en telefoons, of de organisatie van conferenties en tentoonstellingen. De vergoeding wordt gehalveerd als leden zonder geldige reden niet de helft van het aantal plenaire vergaderingen in één parlementair jaar (september tot augustus) bijwonen.

In 2021 bedraagt deze vergoeding €4.576 per maand.

Medische kosten

De leden hebben recht op vergoeding van twee derde van hun medische kosten. Behalve het percentage van de vergoeding zijn de gedetailleerde regels en procedures van dit systeem gelijk aan die voor ambtenaren van de EU.

Overbruggingstoelage

Aan het eind van hun ambtstermijn hebben leden recht op een overbruggingstoelage, die evenveel bedraagt als hun salaris. Zij krijgen deze toelage gedurende het aantal maanden dat overeenstemt met het aantal jaar waarin zij deel uitmaakten van het EP. Deze vergoeding wordt gedurende ten hoogste twee jaar toegekend. Wanneer een voormalig Parlementslid een mandaat in een ander parlement of een openbaar ambt aanvaardt, wordt de overbruggingstoelage verlaagd met het salaris van deze nieuwe functie. Een lid dat ook recht heeft op een ouderdoms- of invaliditeitspensioen, moet een keuze maken: de toelage én het pensioen ontvangen kan niet.

Overige rechten

Het Parlement biedt zijn leden een uitgeruste kantoorruimte in zowel Brussel als Straatsburg. De leden kunnen op kantoordagen in beide steden gebruikmaken van de officiële voertuigen van het Parlement.

De leden kunnen binnen een door het Parlement bepaald budget hun eigen personeel uitkiezen. In 2021 bedraagt het maximale maandelijkse bedrag dat beschikbaar is voor alle kosten in verband met de aanwerving van persoonlijke medewerkers €25.620 per parlementslid (bedrag vanaf 1 juli 2020). Geen van deze bedragen wordt aan de Parlementsleden zelf betaald.

Parlementsleden kunnen verschillende soorten medewerkers kiezen:

  • Geaccrediteerde medewerkers, gevestigd te Brussel (of Luxemburg/Straatsburg) vallen in administratief opzicht onder het directe beheer van de parlementaire administratie. Hiervoor gelden dezelfde arbeidsvoorwaarden als voor tijdelijke functionarissen van de EU. Parlementsleden kunnen ten hoogste drie geaccrediteerde medewerkers aanwerven (onder bepaalde voorwaarden vier). Ten minste een kwart van het totale budget moet worden gebruikt voor het aanwerven van geaccrediteerde medewerkers.
  • Parlementsleden kunnen ook "plaatselijke" medewerkers aanwerven, die in hun lidstaat gevestigd zijn. Zij vallen in administratief opzicht onder het beheer van erkende betalingsgemachtigden, zodat de voorschriften op het vlak van belastingen en sociale zekerheid op de juiste manier worden nageleefd. Ten hoogste 75 % van het totale budget mag voor deze plaatselijke medewerkers worden gebruikt.

Afgezien van de aanwerving van geaccrediteerde en plaatselijke medewerkers, kan ten hoogste een kwart van het totale beschikbare budget worden gebruikt voor diensten van door het Parlementslid gekozen dienstverleners, zoals het laten uitvoeren van een deskundigenonderzoek.

De medewerkers zijn verplicht om externe activiteiten die tot een belangenconflict kunnen leiden te vermijden. Sinds 2009 mogen Parlementsleden geen naaste familieleden meer in dienst nemen.

De namen of bedrijfsnamen van alle medewerkers worden voor de looptijd van hun overeenkomst bekendgemaakt op de website van het Parlement. Hiervan kan slechts om naar behoren gemotiveerde veiligheidsredenen worden afgeweken.

Het Europees Parlement is de wetgevende arm van de Europese Unie en een van de 7 EU-instellingen. Het is samengesteld uit 705 parlementsleden uit alle lidstaten.

Het Europees Parlement beslist over de EU-wetgeving - waaronder de Europese meerjarenbegroting - samen met de Raad van de Europese Unie (regeringen van EU-lidstaten). Het Parlement kan ook de adere instellingen, zoals de Europese Commissie, ter verantwoording roepen.

Het verkiest de voorzitter van de Europese Commissie en speelt een sleutelrol bij het beoordelen van kandidaat-commissarissen tijdens individuele hoorzittingen. Het college van commissarissen moet door het Europees Parlement goedgekeurd worden.

Leden van het Europees Parlement worden iedere vijf jaar verkozen en vertegenwoordigen zo'n 446 miljoen inwoners van de EU. Over de jaren heen heeft het Parlement als gevolg van de opeenvolgende wijzigingen van de Europese verdragen aanzienlijke wetgevings- en begrotingsbevoegdheden verworven.

Het Parlement is een medewetgever - het heeft de bevoegdheid om wetgeving aan te nemen en te wijzigen en het neemt op gelijke voet met de Raad een besluit over de jaarlijkse EU-begroting. Het houdt toezicht op de werkzaamheden van de Commissie en andere EU-instellingen en werkt samen met de nationale parlementen van de EU-landen om hun inbreng te verzekeren.

De overgrote meerderheid van de EU-wetten wordt vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure, ook bekend onder haar oude naam "medebeslissingsprocedure". Deze procedure wordt het meest gebruikt en zij kent het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie een gelijkwaardige rol toe. Zij wordt toegepast op een groot aantal beleidsdomeinen zoals immigratie, energie, vervoer, klimaatverandering, milieu, consumentenbescherming en economisch bestuur.

Op enkele domeinen worden andere besluitvormingsprocedures gebruikt. Op domeinen zoals belastingen, mededingingsrecht en gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid wordt het Europees Parlement "geraadpleegd". In die gevallen kan het Parlement een wetgevingsvoorstel goedkeuren of verwerpen, of er amendementen op voorstellen. De Raad is juridisch niet verplicht het advies van het Parlement te volgen, maar moet er wel op wachten vooraleer een besluit te nemen. De "goedkeuringsprocedure", waarbij goedkeuring door het Parlement vereist is, geldt voor de toetreding van nieuwe EU-lidstaten en internationale handelsovereenkomsten tussen de EU en derde landen of groepen landen. De goedkeuringsprocedure wordt ook gebruikt voor het definitieve besluit over de aanstelling van de Europese Commissie.

Hoe staat het met het wetgevingsinitiatief? Van wie gaat het initiatief uit voor EU-wetgeving?

Hoewel de Commissie nieuwe EU-wetgeving mag voorstellen, kan het Parlement het initiatief nemen door de Commissie te verzoeken om een wetgevingsvoorstel in te dienen. Bij het gebruik van een dergelijk "wetgevingsinitiatief" kunnen de Parlementsleden een termijn bepalen voor de indiening van een voorstel. Als de Commissie weigert, moet zij dit motiveren.

Gedelegeerde en uitvoeringshandelingen

Bij de vaststelling van nieuwe wetgeving kunnen de Parlementsleden en de Raad de Commissie opdragen het voorstel lichtjes aan te vullen of te wijzigen (in de vorm van technische bijlagen of actualiseringen) door middel van gedelegeerde handelingen (ter aanvulling of gedeeltelijke wijziging van de wetgevingshandeling) of uitvoeringshandelingen (met bijzonderheden over hoe de wetgevingshandeling moet worden uitgevoerd). Op deze manier kan de wetgeving eenvoudig blijven en zo nodig worden aangevuld en bijgewerkt, zonder nieuwe onderhandelingen op wetgevingsniveau.

Naargelang de soort handeling die de Commissie vaststelt, beschikken de Parlementsleden over verschillende mogelijkheden als zij het niet eens zijn met de maatregelen die de Commissie voorstelt. De Parlementsleden hebben een vetorecht over gedelegeerde handelingen. In het geval van uitvoeringshandelingen kunnen de Parlementsleden de Commissie verzoeken handelingen te wijzigen of in te trekken, maar de Commissie is juridisch niet verplicht daarop in te gaan.

Het Parlement legt samen met de Raad de jaarlijkse begroting van de EU vast. De jaarlijkse begrotingen moeten echter voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in het zevenjarige 'meerjarig financieel kader' van de EU. Deze langetermijnbegroting moet door het Parlement worden goedgekeurd om te kunnen worden aangenomen.

Het EP speelt ook een cruciale rol bij de controle van de uitgaven voor de EU-begroting via de jaarlijkse "kwijtingsprocedure".

Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Raad ondertekent het EP de jaarrekening en doet het aanbevelingen om het begrotingsbeheer verder te verbeteren, waarbij het vaststelt of de Europese Commissie al dan niet de beginselen van goed financieel beheer handhaaft en zich houdt aan de vastgestelde uitgavenregels en -verordeningen.

Het Parlement verleent afzonderlijke goedkeuring voor het algemene begrotingsbeheer aan EU-instellingen, gedecentraliseerde agentschappen en gezamenlijke inspanningen.

In 1992 hebben de nationale regeringen van de EU unaniem besloten in het EU-verdrag vast te leggen waar de EU-instellingen officieel gevestigd zijn.

Dit besluit had belangrijke gevolgen voor de werkregelingen van het Parlement: Straatsburg werd officieel de vestigingsplaats en locatie voor de meeste plenaire vergaderingen; de parlementaire commissies zouden in Brussel vergaderen; het secretariaat (het personeel) van het Parlement zou officieel gevestigd zijn in Luxemburg. In 1997 is deze hele regeling opgenomen in het EU-verdrag.

Voor elke wijziging van de bestaande regeling is een wijziging van het verdrag vereist, die unaniem moet worden goedgekeurd door de regeringen van alle lidstaten en die moet worden geratificeerd door elk van de nationale parlementen.

Het Europees Parlement in Brussel © Europees Parlement.  

Wat zijn de kosten als gevolg van het gebruik van Straatsburg als vestigingsplaats van het Parlement?

Uit een onderzoek van 2013 dat door het Europees Parlement is uitgevoerd, blijkt dat 103 miljoen EUR per jaar kan worden bespaard, als alle werkzaamheden van het EP worden overgeheveld van Straatsburg naar Brussel (cijfers voor 2014). Hoewel dit bedrag aanzienlijk is, vertegenwoordigt het slechts 6 % van de begroting van het Parlement, 1 % van de administratieve begroting van de EU, of slechts 0,1 % van de totale EU-begroting.

In 2014 heeft de Rekenkamer een eigen, onafhankelijke analyse verricht naar aanleiding van de resolutie van het EP van 20 november 2013. Daarin werden de conclusies van het onderzoek van 2013 van het EP bevestigd, maar kwam de berekening van de totale uitgaven in verband met Straatsburg als vestigingsplaats uit op 109 miljoen EUR per jaar. De vermindering van de reiskosten in de begrotingen van de Europese Commissie en de Raad zou een besparing opleveren van nog eens 5 miljoen EUR.


The European Parliament’s priorities  

Het besluit van 1992 hield de formele bevestiging in van de situatie die op dat moment al bestond en het gevolg was van in de loop der jaren bereikte compromissen.

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog, in 1952, opgericht als verbond tussen zes landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, voor gezamenlijk beheer van de steenkolen- en staalreserves. De EGKS-instellingen werden gevestigd in Luxemburg. De Raad van Europa (het intergouvernementele orgaan voor mensenrechten en cultuur van 47 landen dat eveneens kort na WO II werd opgericht) was reeds gevestigd te Straatsburg en bood zijn plenaire vergaderzaal aan voor vergaderingen van de "Gemeenschappelijke Vergadering" van de EGKS, die zich zou ontwikkelen tot het Europees Parlement. Geleidelijk werd Straatsburg de hoofdzetel voor de plenaire vergaderingen van het Parlement, al werden extra vergaderingen in de jaren zestig en zeventig ook gehouden in Luxemburg.

Na de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in 1958 werd een groot deel van de werkzaamheden van de Europese Commissie en de Raad van ministers geconcentreerd in Brussel. Aangezien het de taak van het Parlement is om nauwlettend toe te zien op en te overleggen met deze beide instellingen, besloten de leden met de tijd steeds meer hun werkzaamheden in Brussel te organiseren. Begin jaren negentig was de huidige regeling min of meer een feit. Sindsdien komen de commissies en fracties bijeen in Brussel en vinden de gewone plenaire vergaderingen plaats in Straatsburg. Een groot deel van het personeel van het Parlement is gevestigd te Luxemburg.

De EU heeft 24 officiële talen. Dit zorgt ervoor dat alle burgers toegang kunnen krijgen tot de EU-wetgeving die op hen van invloed is en deze beter kunnen begrijpen. Burgers kunnen met de EU-instellingen communiceren door bijvoorbeeld verzoekschriften in te dienen of informatie op te vragen in een van de officiële talen en zij kunnen de debatten in het Parlement livestream volgen.

Maar het is ook van belang dat de Parlementsleden de mogelijkheid hebben om te spreken, te luisteren, te lezen en te schrijven in hun eigen taal en in elk van de officiële talen van de EU, want het is een democratisch grondbeginsel dat iedere EU-burger lid van het Europees Parlement kan worden, ook wie geen vreemde taal spreekt. De leden worden verkozen om de belangen van de burgers te vertegenwoordigen die voor hen stemmen en niet vanwege hun kennis van vreemde talen. Om dezelfde arbeidsomstandigheden voor alle leden te waarborgen, moeten zij bovendien volledige toegang tot informatie krijgen in hun eigen taal. Wanneer de leden spreken in een van de officiële talen, wordt dit simultaan vertaald naar andere officiële talen; officiële teksten worden vertaald in alle 24 talen. Om EU-wetgeving rechtstreeks te kunnen toepassen of om te zetten in nationale wetgeving moet deze eerst worden vertaald in de officiële EU-talen van alle lidstaten. Burgers kunnen informatie opvragen en ontvangen in elk van de officiële talen.

De toetreding van Kroatië op 1 juli 2013 bracht het totale aantal officiële talen op 24: Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Iers, Italiaans, Kroatisch, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.

Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU zal er als zodanig niet toe leiden dat het Engels als officiële taal wordt afgeschaft. Dat zou pas mogelijk zijn als alle regeringen van de EU daar unaniem toe besluiten, maar dat is weinig waarschijnlijk omdat het Engels ook in Ierland en Malta een officiële taal is.

24 talen  ; 24 officiële talen worden gebruikt in het Europees Parlement

Het werk van een tolk of vertaler

Over het algemeen vertalen alle tolken en vertalers naar hun moedertaal. Met 24 officiële talen zijn er 552 mogelijke talencombinaties. Om dit probleem op te lossen, gebruikt het Parlement soms een systeem van "spiltalen": een gesproken of geschreven tekst wordt dan eerst vertaald in een van de talen die het meest worden gebruikt (Engels, Frans of Duits), en van daaruit in de andere talen.

Tolk en vertaler zijn twee verschillende beroepen: een tolk geeft tijdens een vergadering de woorden van de spreker direct mondeling weer in een andere taal; een vertaler werkt met geschreven documenten en zorgt derhalve voor een volstrekt accurate versie van het document in de doeltaal. De tolken van het Europees Parlement zijn getraind in het overbrengen van de boodschap van Parlementsleden. Bovendien worden zij, gezien de specialisatie van de parlementaire debatten, door de administratieve diensten ondersteund zodat zij de specifieke vergaderingen waaraan zij deelnemen, kunnen voorbereiden en de ontwikkelingen kunnen volgen in de talen waarin zij werken. Als bekwame taalprofessionals bieden zij een kwalitatief hoogstaande dienstverlening aan alle leden van het Parlement.

Vertalers zijn ook betrokken bij andere taken die verband houden met taalkundige bemiddeling, zoals de aanpassing van teksten voor podcasts, ondertiteling en geluidsopname in 24 talen.

Het Parlement heeft ongeveer 270 tolken in dienst en kan daarnaast regelmatig terugvallen op meer dan 1 500 externe geaccrediteerde tolken. Tijdens de plenaire vergaderweken zijn 700 à 900 tolken aanwezig. Het Parlement heeft ongeveer 600 vertalers in dienst, en circa 30 % van het vertaalwerk wordt uitbesteed aan freelancevertalers.

Leden komen bijeen in de vergaderzaal van het Parlement © Europese Unie 2016 - Europees Parlement.  

In mei 2019 was het aantal ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten die op de verschillende locaties voor het Parlement (met inbegrip van de fracties) werkten als volgt (medewerkers van de leden zijn niet in de volgende tabel opgenomen):


TOTAAL

Brussel

Straatsburg

Luxemburg

Overige locaties

7820

5039

293

2288

300


  • Het merendeel van het personeel van het Parlement (55,5%) bestaat uit vrouwen.
  • Bijna 8,5% van het EP-personeel werkt voor de fracties (662 plaatsen).
  • Het EP-personeel komt uit alle lidstaten van de Europese Unie en zelfs een aantal andere landen. De Belgische nationaliteit is het sterkst vertegenwoordigd, gevolgd door de Franse, Italiaanse, Spaanse en Duitse.
  • Sommige werkzaamheden worden uitbesteed, zoals gedeeltelijk het gebouwbeheer en de IT-, schoonmaak- en kantinediensten van het Parlement. Op een willekeurige dag kan het aantal mensen in de gebouwen van het Parlement hoger liggen dan 10 000, want bij de personeelsleden komen nog journalisten, bezoekers en lobbyisten.

In de loop der jaren is de toegankelijkheid voor Parlementsleden, personeelsleden en bezoekers met een handicap sterk verbeterd dankzij verschillende maatregelen. Bij alle nieuwe projecten voor uitbreiding, renovatie of inrichting van EP-gebouwen moet de toegankelijkheid voor gehandicapten - vanaf de start - als prioriteit worden beschouwd.

Alle gebouwen van het Parlement beschikken over ten minste een ingang die toegankelijk is met de rolstoel. In de drie steden waar de EP-gebouwen gevestigd zijn (Brussel, Straatsburg en Luxemburg) zijn in de garages plaatsen voorbehouden voor gehandicapte bestuurders, en beschikken de cafetaria's over voor rolstoelgebruikers aangepaste tafels en kassa's. Assistentiehonden zijn toegelaten in de gebouwen van het Parlement.

Toegankelijkheid van het Europees Parlement voor gehandicapten © Europees Parlement.  

Boven op deze toegangsvriendelijke voorzieningen is ook de digitale toegankelijkheid van het Parlement de laatste jaren gestaag verbeterd en is het aantal op verzoek beschikbare hulptechnologieën toegenomen. Voor slechthorenden zijn ringleidingen voorhanden en kan op voorhand vertolking in gebarentaal worden aangevraagd. Voor slechtzienden zijn brailleschrift en ‑leesregels, leeshulp en schermlezers maar een paar voorbeelden van de beschikbare hulptechnologieën.

Overeenkomstig de EU-richtlijn inzake de toegankelijkheid van de websites van overheidsinstanties is de website van het Parlement aangepast aan de hand van de richtsnoeren van het initiatief "webtoegankelijkheid". De webpagina's zijn duidelijker geworden en eenvoudiger te raadplegen, en het gebruik van een schermlezer laat de inhoud ongewijzigd. Ook multimedia-inhoud is toegankelijker geworden door de toevoeging van ondertitels en transcripties.


Gebouw van het Europees Parlement © Europees Parlement.  

Zoals in 1992 is besloten door de regeringsleiders van de EU-lidstaten (Europese Raad), heeft het Parlement drie werkplekken: Straatsburg (officiële zetel), Brussel en Luxemburg. Het beschikt op de drie werkplekken in totaal over 27 gebouwen. Verder beschikt het over een aantal gebouwen in andere lidstaten waar de Liaisonbureaus van het Europees Parlement zijn gevestigd.


TOTAAL

Brussel

Straatsburg

Luxemburg

Aantal gebouwen

27

17

5

5

Oppervlakte (in m²)

1 180 131 659 565

344 283

176 283

Het Parlement heeft op zijn belangrijkste werkplekken steeds meer van de gebruikte kantoren gekocht, omdat dat op (middel)lange termijn kosteneffectiever is dan deze te blijven huren. Om aan de vraag voor meer kantoorruimte tegemoet te komen, bijvoorbeeld na de uitbreiding van de EU in 2004, wordt waar mogelijk de voorkeur gegeven aan het kopen in plaats van het huren van de gebouwen. Dit geldt ook steeds vaker voor de Verbindingsbureaus van het Parlement in de lidstaten.

Door te kopen wordt veel geld bespaard – het is op lange termijn 40 à 50 % goedkoper dan huren, volgens de Rekenkamer. In het geheel genomen bezit het Parlement 87,5 % van zijn gebouwen (151 300 m² gehuurd en 1 052 400 m² in bezit). Deze gebouwen huren zou daarentegen ongeveer 163 miljoen EUR per jaar kosten.


Het rechtstreeks verkozen Parlement zorgt voor een breed scala aan transparantiemaatregelen, omtrent zowel zijn leden als de parlementaire werkzaamheden en de administratie, zodat burgers de debatten en besluiten kunnen volgen. In het streven van het Parlement naar transparantie is de afgelopen jaren aanzienlijke vooruitgang geboekt met betrekking tot zijn Reglement en de transparantie van de activiteiten van de leden.Het Parlement heeft een aantal instrumenten ingevoerd, zodat burgers de activiteiten van het Parlement en met name zijn wetgevingswerkzaamheden makkelijker kunnen controleren.



Gezamenlijk transparantieregister


Het Transparantieregister staat open voor alle belangenvertegenwoordigers die invloed willen uitoefenen op het wetgevingsproces en de uitvoering van het beleid binnen de EU‑instellingen. Door dit register wordt zichtbaar welke belangen worden behartigd, door wie en namens wie, en welke middelen hiervoor worden uitgetrokken. Aan de hand van het register kunnen andere belangengroeperingen en burgers de activiteiten van alle soorten lobbyisten dus volgen en op die manier publiek toezicht uitoefenen.


Belangenvertegenwoordigers moeten niet alleen ingeschreven staan om een toegangspasje voor het Parlement te kunnen aanvragen, maar ook om te worden uitgenodigd om te spreken tijdens een hoorzitting in een commissie of een bijdrage te leveren aan of aanwezig te zijn bij activiteiten van interfractiewerkgroepen of andere niet-officiële groeperingen, om e‑mailalerts te ontvangen over werkzaamheden van de commissies, om toestemming te krijgen voor het samen organiseren van evenementen of om de Voorzitter te verzoeken om als beschermheer van een evenement op te treden. Zij moeten de gedragscode voor inschrijvers eerbiedigen.


Het Europees Parlement, de Commissie en de Raad hebben overeenstemming bereikt over de invoering van regels om de activiteiten van belangenvertegenwoordigers op EU-niveau nog transparanter te maken. Het nieuwe voorstel van interinstitutioneel akkoord is erop gericht ook de Raad aan het lobbyregister te laten meewerken. Het Parlement, de Raad en de Commissie streven er gezamenlijk naar registratie de facto verplicht te stellen, als voorwaarde voor bepaalde lobbyactiviteiten.


Voor meer informatie over de overeengekomen regels, ga naar: Parliament approves new rules for a common mandatory Transparency Register | Nieuws | Europees Parlement (europa.eu)



Voor meer informatie over de onderhandelingen, ga naar: Home | Inter-institutional negotiations on the Transparency Register | European Parliament (europa.eu)


Transparantie over contacten met belangenvertegenwoordigers voor EP-leden


Overeenkomstig het Reglement van het EP moeten rapporteurs, schaduwrapporteurs en commissievoorzitters voor elk verslag zorgen voor online publicatie van alle geplande bijeenkomsten met belangenvertegenwoordigers die onder de werkingssfeer van het interinstitutioneel akkoord over het transparantieregister vallen. Alle andere leden worden verzocht dit op vrijwillige basis te doen. Informatie over bijeenkomsten wordt gepubliceerd op de profielpagina’s van de leden.

EP-leden die een verslag of advies opstellen, hebben dus de keuze of zij al dan niet een vrijwillige wetgevingsvoetafdruk aan hun verslag of advies toevoegen. De rapporteur kan hiermee dus laten zien welke externe expertise en adviezen hij of zij heeft laten meewegen. Vervolgens wordt deze voetafdruk samen met het verslag gepubliceerd nadat het in de commissie is goedgekeurd.


Gedragscode voor EP-leden/opgave van financiële belangen


Leden van het Europees Parlement zijn onderworpen aan een gedragscode. Door deze gedragscode worden de leden verplicht een nauwkeurige opgave te doen van hun financiële belangen, d.w.z. alle (financiële, personele, materiële) steun die zij hebben ontvangen in het kader van hun politieke activiteiten. De leden van het Parlement moeten ook opgave doen van hun aanwezigheid op evenementen die georganiseerd worden door derden, als hun verplaatsings-, accommodatie- of verblijfskosten door een derde worden terugbetaald of rechtstreeks worden betaald.


Bovendien wordt in zowel de gedragscode als het Reglement van het Parlement bepaald dat de leden van het Europees Parlement zich niet beroepsmatig mogen bezighouden met betaalde lobbyactiviteiten die rechtstreeks verband houden met het besluitvormingsproces van de EU. De door de leden in hun opgaven verstrekte informatie wordt vermeld op hun persoonlijke profielpagina.


Toegang van het publiek tot documenten

Iedere burger en ingezetene van de Europese Unie heeft recht op toegang tot documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie (artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). Het recht op toegang tot documenten is een essentieel onderdeel van het transparantiebeleid van de Europese instellingen.


De website van het openbaar register van het Europees Parlement bevat de referenties van alle documenten die het Parlement sinds 3 december 2001 heeft opgesteld of ontvangen. De meeste documenten op de website kunnen gratis en rechtstreeks worden geraadpleegd en gedownload.

Documenten die niet rechtstreeks via het register kunnen worden geraadpleegd, kunnen worden aangevraagd.



Informatieverzoeken van de burger

Burgers kunnen contact opnemen met het EP (Ask EP) om informatie in te winnen over de standpunten en werkzaamheden, de organisatie en regels en de bevoegdheden en procedures van het Europees Parlement. De afdeling kan geen juridisch advies verstrekken of politieke standpunten innemen.

In 2021 bedraagt de begroting van het EP ongeveer 2 miljard EUR.

De jaarlijkse begroting stelt het Parlement in staat de werkzaamheden van zijn 705 parlementariërs te ondersteunen en te werken in 24 verschillende talen. De administratieve uitgaven van de EU maken in totaal 1,2 % uit van de totale begroting van de EU. Van die administratieve uitgaven gaat een vijfde naar het Europees Parlement. Het overgrote deel van de EU-middelen wordt rechtstreeks in de lidstaten geïnvesteerd.

Hoe wordt de begroting vastgesteld?

De procedure voor het vaststellen van de begroting van het Parlement begint normaal gesproken in februari. De secretaris-generaal van het Parlement dient een voorstel in, waarin de prioriteiten en de benodigde financiën voor het daaropvolgende jaar worden uiteengezet. Het Bureau, dat bestaat uit de Voorzitter en de 14 vicevoorzitters, stelt op basis van dat voorstel de voorlopige ontwerpraming van de begroting op en dient deze raming in bij de Begrotingscommissie.

Een van de leden van de Begrotingscommissie wordt aangewezen als rapporteur voor de begroting en heeft tot taak een verslag op te stellen met daarin de prioriteiten van het Parlement en voorstellen over de hoeveelheid geld die daaraan besteed moet worden. De Begrotingscommissie stemt eerst over dit verslag, waarna er in de plenaire vergadering over wordt gestemd door alle leden van het Parlement. Dit gebeurt meestal in mei. Deze raming wordt dan verwerkt in de ontwerpbegroting van de hele EU voor het daaropvolgende jaar. De leden van het Parlement stellen wijzigingen op de begroting voor, en tijdens een plenaire vergadering, uiterlijk in december, wordt de begroting door het Parlement vastgesteld.

EU Budget  

Een bezoek aan het Europees Parlement is een unieke kans voor burgers om inzicht te krijgen in de wijze waarop de parlementaire democratie van de EU werkt en hoe de besluiten van het Europees Parlement van invloed zijn op ons dagelijks leven. Het Parlement biedt bezoekers een brede waaier aan mogelijkheden om kennis te maken met de werkzaamheden, de geschiedenis en de werking van het Parlement en de Europese Unie.Het Europees Parlement heet een groot aantal bezoekers welkom op diverse locaties en in meerdere parlementaire bezoekerscentra en musea.

Het bezoekersaanbod van het EP is gevarieerd en richt zich op groepen en individuele bezoekers.

Zo’n half miljoen mensen uit de EU en daarbuiten bezoeken jaarlijks de grote vergaderzaal van het Europees Parlement in Brussel en Straatsburg. Veel van deze bezoekers komen in groepsverband (op uitnodiging van een EP-lid of op eigen initiatief), maar de afgelopen jaren is het aantal individuele bezoekers toegenomen. De groepen worden verwelkomd door medewerkers van het Parlement die uitleg geven over de werkzaamheden en de rol van het Europees Parlement. De groepen kunnen leden van het Europees Parlement ontmoeten en een bezoek brengen aan de grote vergaderzaal. Individuele bezoekers kunnen de grote vergaderzaal bezoeken met een interactieve multimediagids in 24 talen, een plenaire vergadering volgen of een presentatie boeken over de grote vergaderzaal door een van de sprekers van het Parlement.

Het Europees Parlement is van mening dat het publiek gemakkelijk toegang moet kunnen krijgen tot zijn werkzaamheden en gebouwen, omdat transparantie essentieel is voor de uitoefening van de democratische rechten in de Europese Unie. Aangezien de kosten van een reis naar Brussel en Straatsburg voor veel EU-burgers een belemmering kunnen vormen als gevolg van de grote afstand, helpt het Parlement in bepaalde gevallen door een gedeelte van de kosten voor de bezoekersgroepen van de leden voor zijn rekening te nemen.

Bezoeken voor groepen en individuele bezoekers in het Europees Parlement © Europese Unie 2018 - EP.  

Bezoekers die naar Brussel komen, kunnen ook het Parlamentarium en het Huis van de Europese geschiedenis bezoeken, die zich buiten het gebouw van het Europees Parlement bevinden en open zijn tijdens het weekend. Het Parlamentarium biedt ook een populair rollenspel aan over de werking van het Europees Parlement. Daarin kunnen leerlingen uit het middelbaar onderwijs de rol van Parlementslid vervullen en onderhandelen over wetgeving die het dagelijks leven van de Europese burgers zal beïnvloeden.

In Straatsburg maakt de tentoonstellingsruimte Parlamentarium Simone Veil deel uit van het bezoek. Hier worden bezoekers onder andere via interactieve tools en een 360 gradenfilm ondergedompeld in de wereld van het Europees Parlement. In de gebouwen van het Parlement in Straatsburg wordt ook het programma Euroscola georganiseerd, waarmee duizenden scholieren van 16 à 18 jaar ervaren hoe het voelt om één dag lang Parlementslid te zijn.

Om het Parlement dichter bij de burgers te brengen, heeft het Europees Parlement kleinere bezoekerscentra in de lidstaten geopend. Het is de bedoeling dat er in elke lidstaat een centrum komt.Via deze “Europa Experience”-centra wordt beoogd Europa dichter bij de burgers te brengen, hun informatie te geven en aan te moedigen mee te doen.

Het bezoekersaanbod is echter niet beperkt tot fysieke bezoeken. Het Europees Parlement heeft zijn online/digitale aanbod uitgebreid en biedt nu bijvoorbeeld online EP-presentaties en online Europese jeugdseminars aan.

Tijdens online EP-presentaties kunnen bezoekers hun kennis over de invloed, rol en activiteiten van deze instelling uitbreiden door middel van een onlinepresentatie en een vraag- en antwoordsessie die is aangepast aan de interesses van de bezoekersgroep. Een online EP-presentatie is beschikbaar in elk van de 24 officiële talen van de Europese Unie.

Tijdens de online Europese jeugdseminars komen jongeren uit verschillende EU-landen bijeen om te brainstormen, discussiëren en debatteren over sociale uitdagingen. In een multiculturele groep werken ze samen rond onderwerpen die relevant zijn voor het Europa van vandaag. Deelnemers komen met innovatieve oplossingen en presenteren deze aan een Europees Parlementslid. Een online Europees jeugdseminar is doorgaans beschikbaar in het Engels, Frans of Duits.

Elk jaar begin mei viert het Parlement Europadag. Op deze dag worden in Straatsburg en Brussel diverse activiteiten georganiseerd door verschillende diensten en fracties van het Parlement.