Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Verkiezingen voor het EP
Organisatie en werking
van het EP
Medebeslissing
en andere procedures
Begrotingsbevoegdheden
Begrotingscontrole
Democratische controle
Statuut van de Leden en van
de Europese politieke partijen
Tijdelijke commissies
en onderzoekscommissies
Overige EU-instellingen
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


Stem voor Europa!

Sinds 1979 kiezen de burgers van de Europese Unie zelf hun vertegenwoordigers in het Europees Parlement, die voor een periode van vijf jaar worden gekozen door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen volgens een niet-uniforme procedure, die echter wel voldoet aan bepaalde gemeenschappelijke regels.

De volgende Europese verkiezingen vinden plaats in de periode van 10 t/m 13 juni a.s.

Van de 25 lidstaten gaan de meeste op zondag 13 juni naar de stembus, nl. Duitsland, Oostenrijk, België, Cyprus, Denemarken, Spanje, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Litouwen, Luxemburg, Polen, Portugal, Slowakije, Slovenië en Zweden.

Nederland en het Verenigd Koninkrijk, waar de EP-verkiezingen traditioneel op donderdag plaatsvinden, hebben beide als datum gekozen voor 10 juni. De Ieren gaan op vrijdag 11 juni hun stem uitbrengen, terwijl de verkiezingen in Letland en op Malta op zaterdag plaatsvinden. De Tsjechische Republiek en Italië tenslotte wijken in zoverre van de andere lidstaten af dat de verkiezingen er over twee dagen zijn gespreid, namelijk op 11/12 juni in Tsjechië en op 12/13 juni in Italië.

Terwijl de meeste lidstaten werken met één enkel kiesdistrict voor hun hele grondgebied, zijn er zeven met meerdere kiesdistricten, nl. 4 in Ierland, 5 in Italië, 8 in Frankrijk - dat onlangs zijn kieswet heeft veranderd - 11 in het Verenigd Koninkrijk, 13 in Polen en 16 in Duitsland - waar echter zowel op deelstaat- als op federaal niveau lijsten kunnen worden samengesteld - en België, dat er 5 kiesdistricten en 3 kiescolleges - een Frans, een Nederlands en een Duits - op nahoudt.

Overal lijstenstelsels met evenredige vertegenwoordiging

De meeste lidstaten houden er geen kiesdrempel op na, d.w.z. dat zij geen minimumniveau hanteren voor het percentage stemmen dat door de officieel geregistreerde lijsten moet worden behaald. In Duitsland, Denemarken, Frankrijk (per kiesdistrict), Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, de Tsjechische Republiek en Slowakije komen lijsten die niet tenminste 5% van de stemmen hebben behaald, echter niet voor een parlementszetel in aanmerking. In Oostenrijk en Zweden geldt een kiesdrempel van 4% en in Griekenland van 3%.

In sommige lidstaten kunnen de kiezers hun stem trouwens over kandidaten van verschillende partijen verdelen (panacheren) of kunnen zij een voorkeurstem uitbrengen op één of meerdere kandidaten (Oostenrijk, België, Denemarken, Estland, Finland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, de Tsjechische Republiek, Slowakije, Slovenië en Zweden), terwijl de andere lidstaten met geblokkeerde lijsten werken. In Ierland, Malta en Noord-Ierland (dat goed is voor 3 van de 78 in het Verenigd Koninkrijk te vergeven zetels), vindt de zetelverdeling plaats d.m.v. gewone stemmenoverdracht.

Cumulatie van functies zo goed als onmogelijk

Het cumuleren van de functie van Europees en nationaal parlementslid is niet meer toegestaan. Alleen Ierland en het Verenigd Koninkrijk hebben hierop een uitzondering weten te bedingen.

Daarnaast zijn er voor EP-leden nog een aantal andere functies die zij niet met hun ambt kunnen combineren, zoals die van lid van een nationale regering, van de Commissie, van het Hof van Justitie of van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen.

Actief en passief stemrecht

Iedere burger van de Europese Unie die woonachtig is in een lidstaat waarvan hij geen onderdaan is, mag zijn stem uitbrengen in de lidstaat waar hij verblijft, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat. In de "Vijfentwintig" is de minimumleeftijd voor de uitoefening van het stemrecht vastgesteld op 18 jaar. Voor het begrip "woonplaats" wordt echter geen uniforme definitie gehanteerd.

Om verkiesbaar te zijn, moet men onderdaan zijn van een lidstaat en voldoen aan de in de kieswet van die lidstaat vastgestelde verblijfsvoorwaarden. Bovendien moeten de kandidaten in Duitsland, Denemarken, Spanje, Finland, Hongarije, Luxemburg, Nederland, Portugal, Malta, Slovenië en Zweden tenminste 18 jaar oud zijn. In Oostenrijk is de minimumleeftijd vastgesteld op 19 jaar, en in België, Ierland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, de Tsjechische Republiek, het Verenigd Koninkrijk en Slowakije op 21 jaar; de Franse kieswet schrijft een minimumleeftijd voor van 23 jaar en die van Cyprus, Griekenland en Italië van 25 jaar.

Gelijke behandeling van mannen en vrouwen

Sommige lidstaten hebben wettelijk voorgeschreven dat mannen en vrouwen gelijke toegang moeten hebben tot gekozen ambten en tot functies die door verkiezing worden verkregen. In andere lidstaten zijn het nog steeds de politieke partijen die hun eigen regels blijven hanteren.

In het Europees Parlement zetelen 220 vrouwen naast 568 mannen, zodat het percentage vrouwen (28%) er hoger ligt dan in de meeste nationale parlementen van de lidstaten. Afgezien van Zweden, waar de verhouding praktisch gelijk is (45%), liggen de percentages alleen in Duitsland, Oostenrijk, België, Denemarken, Spanje, Finland en Nederland boven de 30%.



 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004