Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Asiel
Immigratie
Bestrijding van de georganiseerde misdaad
Strijd tegen het terrorisme
Externe betrekkingen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE

> Plenary Speech - Krarup - 12/03/2003
> Plenary Speech - Frahm - 23/10/2002
> Plenary Speech - Krivine - 6/02/2002
> Plenary Speech - Di Lello - 28/11/2001
> Plenary Speech - Wurtz - 19/9/2001
> Plenary Speech - Wurtz - 12/9/2001


Terrorismebestrijding en de vrijheden van de burger

Al voor de terroristische aanslagen van 11 september 2001 zocht Europa naar effectievere methoden om het terrorisme te bestrijden. Na de aanslagen schakelde de EU snel over in een hogere versnelling en werd er naar een nauwere samenwerking met de VS gestreefd. Reeds na enkele maanden meenden sommigen echter dat de benadering van deze kwestie door de VS een bedreiging van de individuele rechten betekende. Zo kwam het dat de leden van het Europees Parlement vooraan kwamen te staan bij de pogingen een evenwicht te vinden tussen veiligheid en de vrijheden en rechten van de burger.

Al aan het begin van de afgelopen zittingsperiode waren de leden van het Europees Parlement bezorgd over de toename van terroristische activiteiten binnen de EU en de tekortkomingen van de traditionele vormen van justitiële en politiële samenwerking. Op het gebied van antiterrorismewetgeving heeft het Parlement weliswaar slechts een adviserende rol, maar op 5 september 2001, slechts enkele dagen voor de terroristische aanslagen die de wereld op haar grondvesten deden schudden, namen de leden van het EP een resolutie aan met een aantal aanbevelingen over de rol van de EU in terrorismebestrijding. Zij vroegen de Raad met nadruk om invoering van een Europees arrestatiebevel als hulpmiddel in de strijd tegen het terrorisme en wensten dat de EU zou omschrijven wat onder terroristische daden moet worden verstaan en wat de standaardstraffen op terrorisme zouden moeten zijn. De Parlementsleden vroegen de lidstaten van de EU ook om standaardmaatregelen voor schadeloosstelling van slachtoffers van terreurdaden. Een groot aantal van deze voorstellen werd daarna in de wetgeving opgenomen.

Bevriezing tegoeden van terroristen

Direct na 11 september 2001 verhoogde de Europese Unie het tempo in de bestrijding van het terrorisme. Op 1 oktober 2001 kwam de Europese Commissie met voorstellen tot bevriezing van de tegoeden van 27 personen en organisaties die van betrokkenheid bij de aanslagen werden verdacht. Het Parlement moest over de voorstellen worden geraadpleegd en handelde zeer snel door de wet al drie dagen na publicatie goed te keuren. De leden van het Parlement zeiden daarbij echter wel dat de bevriezing van tegoeden tijdelijk moest zijn, aangezien de wetgeving in haast was opgesteld en nadien verbeterd zou moeten worden. Zij wilden ook dat de verordening eind 2003 zou aflopen en binnen een jaar zou worden herzien. De Raad van Ministers nam deze opmerkingen ter harte en verwerkte ze in de definitieve wetgeving.

Groeiende bezorgdheid over de bescherming van burgerrechten

In november 2001 werd het Parlement geraadpleegd over een nieuwe wet ter bestrijding van het terrorisme. Inmiddels waren de Parlementsleden zich bewust van de mogelijke nadelige gevolgen van antiterrorismewetgeving. Enerzijds stemden zij voor strafbaarstelling van medewerking aan en bevordering van terroristische daden en adviseerden zij misdrijven tegen de strijdkrachten als verzwarende omstandigheid aan te merken. Verder wensten zij onder "terroristische daden" ook het kapen van schepen en vliegtuigen en het verspreiden van gevaarlijke chemische of biologische stoffen te laten vallen.

Anderzijds stelde het Parlement ook veranderingen in de tekst van de nieuwe wet voor om te voorkomen dat geringe overtredingen of politiek activisme (waaronder demonstraties van het publiek en van vakbonden) als terroristische daden zouden kunnen worden beschouwd. Het Parlement vond bij de Raad van Ministers gehoor voor zijn verlangens waarmee werd getracht een evenwicht te vinden tussen een effectieve terreurbestrijding en het garanderen van de fundamentele rechten. Uiteindelijk veranderde de Raad het wetsontwerp aanzienlijk en raadpleegde hij het Parlement opnieuw. In februari 2002 gaven de Parlementsleden hun steun aan de nieuwe, verbeterde versie van de wet.

Overeenkomsten tussen de EU en de VS inzake uitlevering en justitiële samenwerking

In 2003 sloot de Raad twee overeenkomsten met de VS over uitlevering en justitiële samenwerking. Het Parlement maakte bezwaar tegen het ontbreken van democratisch toezicht op de sluiting van deze overeenkomsten. Hoewel zij uiteraard niet tegen het streven van de VS naar bestrijding van het terrorisme waren, namen de leden van het Parlement een resolutie aan waarin er op werd aangedrongen dat de VS bewijsmateriaal over individuele gevallen aan de EU-landen zouden moeten overleggen. Zo zou het mogelijk zijn EU-burgers die een misdaad op Europees grondgebied hebben begaan in eigen land te berechten in plaats van ze aan de Verenigde Staten uit te leveren. Bovendien, aldus het Parlement, zou de overeenkomst expliciet moeten voorzien in een verbod op uitlevering van personen aan de VS als het gevaar bestaat dat zij ter dood worden veroordeeld. Bij meerdere verzoeken om uitlevering van één persoon moeten de verzoeken van het Internationaal Strafhof of andere lidstaten van de EU voorrang krijgen boven die van de VS.

De leden van het Parlement wezen erop dat er een nauwkeurige studie zou moeten worden gedaan naar de eventuele gevolgen van VS-wetgeving voordat de overeenkomsten door de lidstaten worden geratificeerd. Ook drong het Parlement aan op instelling van een interparlementaire commissie om toezicht op de overeenkomsten te houden. Tenslotte drong het Parlement er ook bij de autoriteiten van de EU op aan de ondertekening van de overeenkomsten afhankelijk te maken van het bereiken van een evenwichtige oplossing voor de situatie van Europese burgers die in Guantánamo Bay worden vastgehouden. Het Parlement vond het onaanvaardbaar dat Europeanen in Guantánamo Bay zonder tenlastelegging worden vastgehouden, eenvoudig omdat de VS denkten dat ze terroristen zijn.

Groeiende tegenstand tegen de benadering van de VS

In de loop van 2003 stuitte de Amerikaanse benadering van de terrorismebestrijding op toenemende kritiek in het Parlement. Het was in dit jaar dat de VS Europese luchtvaartmaatschappijen vroegen passagiersgegevens met een persoonlijk karakter aan de Amerikaanse autoriteiten ter beschikking te stellen. De VS vroegen om 39 soorten informatie, zoals de telefoonnummers en maaltijdvoorkeuren van passagiers op transatlantische vluchten. Het doel was identificatie van terroristen die de Verenigde Staten trachten binnen te komen. Het doorgeven van persoonsgegevens is echter in strijd met de privacywetgeving van de EU en onder de Parlementsleden bestond de vrees dat deze wetten aan de bestrijding van het terrorisme zouden worden opgeofferd. In oktober 2003 keurde het Parlement daarom een resolutie goed waarin werd opgeroepen persoonlijke passagiersgegevens alleen aan derden te verstrekken als er geen sprake was van discrimininatie van niet-Amerikaanse passagiers, als de passagiers hun toestemming voor de overdracht van de gegevens gaven en als er in beroepsprocecures was voorzien. De Parlementsleden verlangden ook dat de samenwerking tussen de EU en de VS op het gebied van terrorismebestrijding zou worden beoordeeld, waarbij de doeltreffendheid ervan en het respect voor de grondrechten centraal zouden moeten staan. De resolutie besloot dat het op dat moment niet mogelijk was de bescherming die de VS aan de gegevens wilden geven, adequaat te noemen.

In december 2003 meldde Commissaris Bolkestein aan de Parlementsleden dat de VS een aantal belangrijke toegevingen hadden gedaan en dat de druk van het Parlement daarin een sleutelrol had gespeeld. Er waren duidelijke grenzen gesteld aan het aantal gegevens dat moest worden doorgegeven, met een lijst van 34 in plaats van 39 informatiecategorieën. De VS hadden toegezegd om de gegevens slechts drie en een half jaar te bewaren, in plaats van de aanvankelijk voorziene 50 jaar. De doeleinden waarvoor de informatie gebruikt zou mogen worden, werden strikt omschreven en de overeenkomst zou minstens één maal per jaar samen met de EU herzien worden. Passagiers wier klachten door het Department of Homeland Security op onbevredigende wijze zouden zijn afgehandeld, zouden zich door Europese autoriteiten op het gebied van gegevensbescherming mogen laten vertegenwoordigen. Ondanks deze verbeteringen bleef het Parlement van mening dat de overeenkomst tussen de EU en de VS een schending inhield van Europese privacywetgeving. Daarom besliste het in april 2004 om het Hof van Justitie advies te vragen over de verenigbaarheid van de overeenkomst met de Europese privacywetgeving. De gang naar het Hof weerhield de Raad er echter niet van om de overeenkomst een maand later te ondertekenen. Verwacht wordt, dat het Europees Parlement het Hof van Justitie nu zal vragen de overeenkomst nietig te verklaren.



  
Rapporteurs:
  
Overdracht van persoonsgegevens door luchtvaartmaatschappijen bij transatlantische vluchten: de stand van zaken bij de onderhandelingen met de VS: Johanna L.A. Boogerd-Quaak (ELDR, NL)
Overeenkomst tussen de Europese Unie en de VS inzake samenwerking op het gebied van justitie en uitwijzing: Jorge Salvador Hernández Mollar (EPP-ED, E)
De rol van de Unie in de bestrijding van het terrorisme: Graham R. Watson (ELDR, UK)
Kaderbesluit van de Raad over de bestrijding van het terrorisme: Graham R. Watson (ELDR, UK)
Verordening van de Raad over beperkende maatregelen ten aanzien van bepaalde personen en entiteiten ter bestrijding van het terrorisme: procedure zonder rapporteur
  
Overzicht wetgevingsprocedures:
  
Overdracht van persoonsgegevens door luchtvaartmaatschappijen bij transatlantische vluchten: de stand van zaken bij de onderhandelingen met de VS
Overeenkomst tussen de Europese Unie en de VS inzake samenwerking op het gebied van justitie en uitwijzing
De rol van de Unie in de bestrijding van het terrorisme
Kaderbesluit van de Raad over de bestrijding van het terrorisme
Verordening van de Raad over beperkende maatregelen ten aanzien van bepaalde personen en entiteiten ter bestrijding van het terrorisme
  
Publicatieblad - definitieve besluiten:
  
Overdracht van persoonsgegevens door luchtvaartmaatschappijen bij transatlantische vluchten: de stand van zaken bij de onderhandelingen met de VS - door het Parlement goedgekeurde tekst
Overeenkomst tussen de Europese Unie en de VS inzake samenwerking op het gebied van justitie en uitwijzing - door het Parlement goedgekeurde tekst
De rol van de Unie in de bestrijding van het terrorisme - door het Parlement goedgekeurde tekst
Kaderbesluit van de Raad over de bestrijding van het terrorisme
Verordening van de Raad over beperkende maatregelen ten aanzien van bepaalde personen en entiteiten ter bestrijding van het terrorisme

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004