Immigratiebeleid

De verwezenlijking van een toekomstgericht, alomvattend Europees migratiebeleid gebaseerd op solidariteit is een van de hoofddoelstellingen van de Europese Unie. Het doel van het migratiebeleid is te komen tot een evenwichtige aanpak van zowel reguliere als irreguliere immigratie.

Rechtsgrondslag

De artikelen 79 en 80 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Bevoegdheden

Reguliere migratie: de EU heeft de bevoegdheid om de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen, die legaal het grondgebied van een lidstaat binnenkomen en er verblijven, ook met het oog op gezinshereniging, vast te stellen. De lidstaten behouden het recht vast te stellen hoeveel mensen ze willen toelaten die vanuit derde landen komen om werk te zoeken.

Integratie: de EU kan zorgen voor stimulansen en ondersteuning van maatregelen die door lidstaten worden getroffen om de integratie van legaal verblijvende onderdanen van derde landen te bevorderen; er is echter niet voorzien in een bepaling met betrekking tot de harmonisatie van de nationale wet- en regelgeving van de lidstaten.

Bestrijding van irreguliere immigratie: de Europese Unie dient irreguliere immigratie, met name door middel van een doeltreffend terugkeerbeleid, te voorkomen en te verminderen, met eerbiediging van de grondrechten.

Terugnameovereenkomsten: de Europese Unie heeft de bevoegdheid om met derde landen overeenkomsten te sluiten voor de terugname door hun land van herkomst of doorreis van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf in een van de lidstaten.

Doelstellingen

Vaststelling van een evenwichtige aanpak van immigratie: de EU streeft naar een evenwichtig beheer van reguliere immigratie en bestrijding van irreguliere immigratie. Een passend beheer van de migratiestromen betekent dat onderdanen uit derde landen die legaal in de lidstaten verblijven, moeten kunnen rekenen op een eerlijke behandeling, dat de maatregelen ter bestrijding van irreguliere immigratie, met inbegrip van mensenhandel en -smokkel, worden verscherpt en dat een nauwere samenwerking met derde landen op alle gebieden wordt bevorderd. De EU stelt zich tot doel voor reguliere immigranten uniforme rechten en plichten vast te stellen die vergelijkbaar zijn met die van EU-burgers.

Beginsel van solidariteit: volgens het Verdrag van Lissabon moeten aan het immigratiebeleid de beginselen van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, ook op financieel gebied, ten grondslag liggen (artikel 80 VWEU).

Resultaten

A. Institutionele ontwikkelingen als gevolg van het Verdrag van Lissabon

Met het Verdrag van Lissabon, dat in december 2009 in werking trad (1.1.5), werd stemming met gekwalificeerde meerderheid ingevoerd met betrekking tot reguliere immigratie, evenals een nieuwe rechtsgrondslag voor het nemen van maatregelen op het gebied van integratie. Nu is de gewone wetgevingsprocedure van toepassing op het beleid met betrekking tot zowel irreguliere als reguliere immigratie en is het Parlement medewetgever op gelijke voet met de Raad. Er zij echter op gewezen dat voorlopige maatregelen die bij een onverwachte instroom van onderdanen van derde landen worden genomen, uitsluitend door de Raad worden vastgesteld, na raadpleging van het Europees Parlement (artikel 78, lid 3, VWEU).

In het Verdrag van Lissabon wordt tevens verduidelijkt dat de bevoegdheden van de EU op dit gebied worden gedeeld met de lidstaten, met name wat betreft het aantal migranten dat legaal tot een lidstaat wordt toegelaten om werk te zoeken (artikel 79, lid 5, VWEU). Ten slotte is het Hof van Justitie nu ten volle bevoegd op het gebied van immigratie en asiel.

B. Recente beleidsontwikkelingen

1. De “totaalaanpak van migratie en mobiliteit”

In de “totaalaanpak van migratie en mobiliteit” (TAMM), die in 2011 door de Commissie werd goedgekeurd, is een algemeen kader vastgelegd voor de relaties tussen de EU en derde landen op het gebied van migratie. De aanpak steunt op vier pijlers: reguliere immigratie en mobiliteit, irreguliere immigratie en mensenhandel, internationale bescherming en asielbeleid, en optimalisering van de ontwikkelingseffecten van migratie en mobiliteit. De mensenrechten van migranten vormen in deze benadering een horizontaal thema.

2. Strategische richtsnoeren van juni 2014

Het programma van Stockholm inzake de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht (RVVR), dat in december 2009 werd aangenomen, is in december 2014 ten einde gelopen (4.2.1). In maart 2014 keurde de Commissie een nieuwe mededeling goed waarin zij haar visie ontvouwde op de toekomstige agenda met betrekking tot de RVVR, getiteld “Naar een open en veilig Europa”. Overeenkomstig artikel 68 van het VWEU stelde de Europese Raad vervolgens in haar conclusies van 26 en 27 juni 2014 de “strategische richtsnoeren van de wetgevende en operationele programmering in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht” voor de periode 2014-2020 vast. Het gaat hier niet langer om een programma, maar om richtsnoeren die zijn gericht op de omzetting, tenuitvoerlegging en consolidatie van de bestaande juridische instrumenten en maatregelen. In die richtsnoeren wordt de noodzaak benadrukt van een totaalaanpak van migratie, waarbij reguliere migratie zo goed mogelijk wordt benut, bescherming wordt geboden aan wie dat nodig heeft, irreguliere migratie wordt bestreden en de grenzen doeltreffend worden beheerd. De goedkeuring van nieuwe strategische richtsnoeren, die gepland was voor de bijeenkomst van de Europese Raad in maart 2020, werd uitgesteld vanwege de uitbraak van het coronavirus.

3. Europese migratieagenda

In mei 2015 heeft de Commissie de Europese migratieagenda gepubliceerd. In de agenda worden onmiddellijke maatregelen voorgesteld om het hoofd te bieden aan de crisissituatie in het Middellandse Zeegebied, evenals acties voor de komende jaren om migratie in al haar aspecten beter te beheren.

Op basis van die agenda publiceerde de Commissie in april 2016 haar richtsnoeren op het gebied van reguliere migratie en asiel in een mededeling. De vier hoofdpunten van de richtsnoeren voor het beleid inzake reguliere migratie zijn: het herzien van de blauwekaartrichtlijn, het aantrekken van innovatieve ondernemers in de EU, het ontwikkelen van een coherenter en efficiënter model voor beheer van reguliere migratie op het niveau van de EU door met name het bestaande kader te evalueren en de samenwerking met de belangrijkste landen van herkomst versterken, om legale kanalen voor migratie naar de EU te waarborgen, maar ook om de terugkeer van migranten die geen recht hebben om te blijven, te verbeteren.

In oktober 2019 heeft de Commissie haar meest recente voortgangsverslag gepubliceerd over de uitvoering van de Europese migratieagenda, waarin de vooruitgang en de tekortkomingen bij de uitvoering van de agenda werden onderzocht.

Alle beleidsontwikkelingen worden nauwlettend gemonitord door het Europees Migratienetwerk, dat in 2008 is opgericht als een EU-netwerk van migratie- en asieldeskundigen uit alle lidstaten, die samenwerken om objectieve, vergelijkbare en beleidsrelevante informatie te verstrekken.

4. Het nieuwe migratie- en asielpact

Zoals aangekondigd in haar werkprogramma voor 2020 heeft de Commissie in september 2020 haar nieuwe pact gepubliceerd, dat tot doel heeft de asielprocedure te integreren in het algemene migratiebeheer en deze te koppelen aan voorafgaande screening en terugkeer, maar ook betrekking heeft op het beheer van de buitengrenzen, sterkere prognoses, crisisparaatheid en -respons in combinatie met een solidariteitsmechanisme, en externe betrekkingen met belangrijke derde landen van herkomst en doorreis (4.2.2). Het nieuwe pact omvat een aanbeveling van de Commissie om aanvullende legale trajecten voor bescherming te ontwikkelen, zoals hervestiging en andere vormen van toelating op humanitaire gronden zoals programma’s voor gemeenschapssponsoring maar ook trajecten die verband houden met onderwijs en werk. Om vaardigheden en talent naar de EU te halen, wordt in het nieuwe pact voorgesteld om EU-talentpartnerschappen met belangrijke partnerlanden te ontwikkelen, de onderhandelingen over de blauwekaartrichtlijn af te ronden en een openbare raadpleging over legale migratie te starten. Voorts wordt een pakket vaardigheden en talenten voorgesteld om de lidstaten ondersteuning te bieden bij het voldoen aan hun arbeidsmigratiebehoeften, met inbegrip van een herziening van de richtlijn langdurig ingezetenen en een herziening van de richtlijn betreffende een gecombineerde vergunning, alsook een overzicht van de opties voor de ontwikkeling van een talentenbestand in de EU, dat zou dienen als een EU-breed platform voor de internationale werving van onderdanen van derde landen.

C. Recente wetgevingsontwikkelingen

Sinds 2008 is een aantal belangrijke richtlijnen betreffende immigratie aangenomen; verschillende richtlijnen werden reeds herzien.

1. Reguliere immigratie

Als gevolg van de problemen bij het vaststellen van een algemene bepaling betreffende alle arbeidsimmigratie in de EU, bestaat de huidige benadering in de vaststelling van sectorale wetgeving per migrantencategorie, om zo op EU-niveau een beleid betreffende reguliere migratie vast te stellen.

Met Richtlijn 2009/50/EG betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan werd de “Europese blauwe kaart” in het leven geroepen, een versnelde procedure om een bijzondere verblijfs- en werkvergunning af te geven die werknemers uit derde landen aantrekkelijkere voorwaarden biedt om hooggekwalificeerde banen aan te nemen in de lidstaten. In het eerste verslag over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, dat in mei 2014 werd gepubliceerd, werden verschillende tekortkomingen vastgesteld. In juni 2016 kwam de Commissie met een voorstel tot herziening van de regeling, dat onder andere minder strenge toelatingscriteria, een lagere salarisdrempel/een kortere vereiste minimumduur van de arbeidsovereenkomst, betere regels voor gezinshereniging en afschaffing van parallelle nationale regelingen omvatte. Naar aanleiding van verzoeken van de Commissie in het nieuwe pact, waarin de wens van de lidstaten werd erkend om hun nationale regelingen voor het aantrekken van hooggekwalificeerd talent te behouden, zijn het Parlement en de Raad opnieuw begonnen met deze herziening (het oorspronkelijke verslag van de Commissie LIBE werd op 15 juni 2017 goedgekeurd), met een nieuwe rapporteur voor het dossier na de brexit.

De richtlijn betreffende een gecombineerde vergunning (2011/98/EU) voorziet in een gemeenschappelijke, vereenvoudigde procedure voor onderdanen van derde landen die een verblijfs- en werkvergunning aanvragen in een lidstaat, alsmede in een gemeenschappelijk pakket rechten voor reguliere immigranten. Uit het meest recente uitvoeringsverslag, dat in maart 2019 is goedgekeurd, is gebleken dat onderdanen van derde landen die geen informatie hebben over hun rechten, een belemmering vormen voor de doelstelling van de richtlijn, namelijk bevordering van hun integratie en non-discriminatie. In haar nieuwe pact stelt de Commissie voor de richtlijn uiterlijk eind 2021 te herzien om het toepassingsgebied ervan te vereenvoudigen en te verduidelijken, met inbegrip van de voorwaarden voor toelating en verblijf voor laag- en middelgeschoolde werknemers.

Bij de in februari 2014 vastgestelde Richtlijn 2014/36/EU worden de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider geregeld. Migrerende seizoenarbeiders mogen legaal tijdelijk in de EU verblijven voor een maximale periode van vijf tot negen maanden (afhankelijk van de lidstaat) om een seizoensgebonden activiteit uit te oefenen, waarbij zij hun hoofdverblijfplaats in een derde land behouden. De richtlijn verschaft voorts helderheid over de rechten van deze migrerende werknemers. In juli 2020 publiceerde de Commissie richtsnoeren over seizoenarbeiders in de context van de COVID-19-uitbraak, waarin zij ook het eerste uitvoeringsverslag voor 2021 aankondigde.

Richtlijn 2014/66/EU betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, werd op 15 mei 2014 vastgesteld. De richtlijn maakt het voor ondernemingen en multinationals makkelijker om leidinggevenden, specialisten en stagiairs tijdelijk over te plaatsen naar een filiaal of dochteronderneming in de Europese Unie. Het eerste uitvoeringsverslag moest in november 2019 worden ingediend.

Richtlijn (EU) 2016/801 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten werd op 11 mei 2016 aangenomen en moest voor 23 mei 2018 worden omgezet. Die richtlijn vervangt de eerdere instrumenten voor studenten en onderzoekers, vergroot het toepassingsgebied ervan en vergemakkelijkt de toepassing.

De status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen in de Europese Unie is nog steeds geregeld bij Richtlijn 2003/109/EG van de Raad, zoals gewijzigd in 2011 om het toepassingsgebied uit te breiden tot vluchtelingen en andere begunstigden van internationale bescherming. In het uitvoeringsverslag van maart 2019 werd vastgesteld dat, in plaats van de Europese status van langdurig ingezetene actief te bevorderen, de lidstaten in plaats daarvan hoofdzakelijk nationale verblijfstitels voor de lange termijn afgeven en slechts enkele onderdanen van derde landen van hun recht gebruikmaken om naar andere lidstaten te verhuizen. De Commissie is voornemens de richtlijn te herzien teneinde het recht van langdurig ingezetenen te versterken om naar andere lidstaten te verhuizen en daar te werken. Het huidige voorstel voor een verordening betreffende asiel- en migratiebeheer(4.2.2) en de werkzaamheden met betrekking tot de blauwekaartrichtlijn bevatten voorstellen tot wijziging van de richtlijn betreffende langdurig ingezetenen.

Zoals opgemerkt in de in maart 2019 gepubliceerde geschiktheidscontrole van de wetgeving inzake legale migratie van de Commissie, omvatten de categorieën van reguliere migratie die nog niet onder de EU-wetgeving vallen ook werknemers die niet hooggeschoold zijn en die voor meer dan negen maanden verblijven, alsook investeerders en zelfstandigen uit derde landen.

2. Integratie

Richtlijn 2003/86/EG van de Raad bevat bepalingen inzake het recht op gezinshereniging, die verder gaan dan het recht op respect voor het privéleven en het familie- en gezinsleven van artikel 8 van het EVRM. Aangezien in het uitvoeringsverslag van 2008 werd geconcludeerd dat Richtlijn 2003/86/EG niet volledig en correct werd toegepast in de lidstaten, publiceerde de Commissie in april 2014 een mededeling met richtsnoeren voor de toepassing ervan. De geschiktheidscontrole van de wetgeving inzake legale migratie van de Commissie omvat ook de gezinsherenigingsrichtlijn.

De bevoegdheden van de EU op het gebied van integratie zijn beperkt. De Commissie stelde in juli 2011 de Europese agenda voor de integratie van onderdanen van derde landen vast. Meer recentelijk, in november 2020, heeft de Commissie een actieplan voor integratie en inclusie 2021-2027 voorgesteld dat een beleidskader en concrete initiatieven bevat om de lidstaten te helpen bij de integratie en de toegang tot onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting van de 34 miljoen onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de Unie verblijven. Het plan bundelt monitoringmaatregelen en het gebruik van nieuwe digitale instrumenten, en inspanningen om de participatie van migranten in de samenleving te bevorderen, de mogelijkheden voor EU-financiering te vergroten en partnerschappen met meerdere belanghebbenden op verschillende bestuursniveaus tot stand te brengen. De bestaande instrumenten omvatten het Europees Migratieforum; de Europese website over integratie; en het Europees integratienetwerk; en de onlangs opgerichte deskundigengroep voor de standpunten van migranten op het gebied van migratie, asiel en integratie, die in november 2020 voor het eerst is bijeengekomen.

De gespecialiseerde financieringsinstrumenten ter ondersteuning van het nationale integratiebeleid zijn tot dusver gebaseerd op het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) en het Europees Sociaal Fonds (ESF); vanaf 2021 vallen in het kader van het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK) deze financieringsinstrumenten onder het AMIF en het ESF+.

3. Irreguliere immigratie

De EU heeft twee belangrijke wetgevingsinstrumenten ingevoerd om de strijd tegen irreguliere immigratie aan te gaan:

  • Het zogenoemde “hulpverleningspakket” omvat Richtlijn 2002/90/EG van de Raad, waarin een gemeenschappelijke definitie van het misdrijf van facilitering van illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf is opgenomen, en Kaderbesluit 2002/946/JBZ, waarin de sancties voor dergelijke gedragingen zijn vastgesteld. Mensenhandel komt aan de orde in Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan. Het pakket wordt aangevuld met Richtlijn 2004/81/EG van de Raad betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen (zie voor mensenhandel ook de infopagina over justitiële samenwerking in strafzaken 4.2.6). In mei 2015 stelde de Commissie het EU-actieplan tegen migrantensmokkel (2015-2020) vast en werd in het kader daarvan een REFIT-evaluatie uitgevoerd om de toepassing van het bestaande rechtskader te beoordelen. Deze evaluatie werd voorafgegaan door een openbare raadpleging. De Commissie stelde vast dat er destijds niet voldoende bewijs was voor de daadwerkelijke en herhaalde vervolging van individuen of humanitaire organisaties, en kwam tot de conclusie dat het EU-rechtskader voor de aanpak van migrantensmokkel derhalve nog altijd noodzakelijk was. In zijn resolutie van 5 juli 2018 verzocht het Parlement de Commissie richtsnoeren voor lidstaten vast te stellen om te voorkomen dat humanitaire bijstand strafbaar wordt gesteld. De aanneming van deze resolutie werd september 2018 gevolgd door een hoorzitting over de desbetreffende kwestie. In het kader van haar nieuwe pact heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd met richtsnoeren voor de interpretatie van de richtlijn inzake hulpverlening, waarin zij stelde dat de uitvoering van de wettelijke verplichting om mensen in nood op zee te redden niet strafbaar kan worden gesteld, maar dat zij niet heeft aangedrongen op extra inspanningen, waardoor opsporings- en reddingsactiviteiten in handen blijven van ngo’s en particuliere vaartuigen. Zij kondigde ook een nieuw actieplan tegen migrantensmokkel aan voor medio 2021 (voorafgegaan door een openbare raadpleging) en verklaarde voornemens te zijn maatregelen tegen migrantensmokkel op te nemen in partnerschappen met derde landen.
  • Bij Richtlijn 2008/115/EG (de “terugkeerrichtlijn”) worden de gemeenschappelijke EU-normen en procedures voor terugkeer van irregulier verblijvende onderdanen van derde landen vastgesteld. Het eerste verslag over de uitvoering ervan werd in maart 2014 aangenomen. In september 2015 publiceerde de Commissie een EU-actieplan inzake terugkeer, en in de daaropvolgende maand oktober werden de conclusies van de Raad over de toekomst van het terugkeerbeleid goedgekeurd. In maart 2017 vulde de Commissie het actieplan aan met een mededeling over een vernieuwd actieplan voor een doeltreffender terugkeerbeleid in de Europese Unie en een aanbeveling over het doeltreffender maken van terugkeer. In september 2017 werd het geactualiseerde “terugkeerhandboek” gepubliceerd, dat richtsnoeren bevatte voor de uitvoering van taken op het gebied van terugkeer door de nationale autoriteiten die daartoe bevoegd zijn. Daarnaast werd in 2016 door het Parlement en de Raad Verordening (EU) 2016/1953 betreffende de vaststelling van een Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, goedgekeurd. Het onlangs vernieuwde en versterkte Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) helpt de lidstaten in toenemende mate bij hun activiteiten op het gebied van terugkeer. In september 2018 stelde de Commissie een herschikking van de terugkeerrichtlijn voor om procedures te versnellen, met inbegrip van een nieuwe grensprocedure voor asielzoekers, duidelijkere procedures en regels ter voorkoming van misbruik, de vaststelling in de lidstaten van doeltreffende programma’s voor migranten die bereid zijn vrijwillig terug te keren, en duidelijkere regels met betrekking tot inbewaringstelling. Uit een gerichte effectbeoordeling van het Parlement blijkt dat het voorstel aanzienlijke kosten voor de lidstaten met zich mee zou brengen vanwege toegenomen inbewaringstelling. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat het voorstel tot een doeltreffender terugkeer zou leiden, maar het zou waarschijnlijk leiden tot schendingen van de grondrechten van irreguliere migranten. In zijn resolutie van 17 december 2020 over de tenuitvoerlegging van de terugkeerrichtlijn benadrukte het Parlement dat de doeltreffendheid van het terugkeerbeleid van de EU niet alleen moet worden gemeten in termen van terugkeerpercentages, maar ook rekening moet houden met de eerbiediging van de grondrechten en procedurele waarborgen. De werkzaamheden met betrekking tot de herschikte terugkeerrichtlijn zullen in 2021 in de Commissie LIBE worden voortgezet, waarbij de rapporteur haar ontwerpverslag op 21 februari 2020 heeft gepubliceerd. In haar nieuwe pact streeft de Commissie naar een gemeenschappelijk EU-systeem voor terugkeer, met meer operationele steun voor de lidstaten en Frontex als operationele tak van het EU-terugkeerbeleid, samen met de aanstelling van een terugkeercoördinator die wordt ondersteund door een nieuw netwerk op hoog niveau voor terugkeer. De Commissie kondigt ook voor eind april 2021 een strategie aan inzake vrijwillige terugkeer en re-integratie, met gemeenschappelijke doelstellingen voor meer samenhang tussen de initiatieven van de EU en de lidstaten. Sponsoring voor terugkeer wordt ook voorgesteld als solidariteitsmaatregel waarmee de lidstaten andere lidstaten die onder druk staan, kunnen ondersteunen.
  • Bij Richtlijn 2009/52/EG worden sancties en maatregelen vastgesteld die in de lidstaten dienen te worden toegepast tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. Het eerste verslag over de tenuitvoerlegging van de richtlijn werd op 22 mei 2014 ingediend. In het nieuwe pact kondigde de Commissie haar voornemen aan om vanaf 2020 te beginnen met de beoordeling van de wijze waarop de richtlijn inzake sancties tegen werkgevers doeltreffender kan worden gemaakt.
  • Sinds 2001 erkennen de lidstaten onderling hun respectieve verwijderingsbesluiten (Richtlijn 2001/40), en wordt een besluit van een lidstaat om een onderdaan van een derde land die in een andere lidstaat aanwezig is, uit te zetten, in acht genomen en nageleefd.

Tegelijkertijd is de EU bezig met het onderhandelen over en het sluiten van overnameovereenkomsten met de landen van herkomst en doorreis met het oog op de terugkeer van irreguliere migranten en de samenwerking in de strijd tegen mensenhandel. Deze overeenkomsten voorzien in Gemengde Comités overname om toezicht te houden op de uitvoering ervan. Zij hangen ook samen met overeenkomsten voor visumversoepeling, die de nodige stimulans moeten geven voor onderhandelingen over terugname in het desbetreffende derde land zonder irreguliere migratie te doen toenemen. In een mededeling van februari 2021 over verbetering van de medewerking inzake terugkeer en overname presenteerde de Commissie de bevindingen van de eerste jaarlijkse beoordeling van de samenwerking van de partnerlanden op het gebied van overname als basis voor de vaststelling door de Raad van meer restrictieve of positieve visummaatregelen ten aanzien van derde landen.

Vanaf maart 2020 heeft de Commissie ook 24 informele overeenkomsten gesloten inzake terugkeer en overname. Hierop heeft het Parlement zware kritiek geleverd omdat deze regelingen buiten de toetsingsbevoegdheid van het Parlement vallen en vragen oproepen over verantwoordingsplicht en transparantie.

De rol van het Europees Parlement

Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het Parlement als volwaardige medewetgever actief betrokken geweest bij de vaststelling van nieuwe wetgeving op het gebied van zowel reguliere als irreguliere immigratie.

Het Parlement heeft verschillende initiatiefresoluties over migratie aangenomen, onder meer zijn resolutie van 12 april 2016 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie, waarin de verschillende beleidsmaatregelen op dit gebied worden beoordeeld en een reeks aanbevelingen wordt gedaan. Het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, dat tijdens de plenaire vergadering werd goedgekeurd, ging gepaard met adviezen van acht andere commissies van het Parlement. De resolutie omvat het standpunt van het Parlement ten aanzien van alle desbetreffende beleidsmaatregelen van de EU met betrekking tot migratie en asiel, en is op dit gebied het referentiepunt van het Parlement.

Momenteel werkt de Commissie LIBE aan een niet-wetgevingsverslag getiteld “Nieuwe wegen voor legale arbeidsmigratie”, waarmee rekening zal worden gehouden in het komende initiatiefverslag van wetgevende aard over beleid en wetgeving inzake legale migratie, ingegeven door het ontbreken van specifieke wetgevingsvoorstellen over legale migratie in het nieuwe pact van de Commissie.

Voor wie meer wil weten:

 

Marion Schmid-Drüner