Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Milieuaansprakelijkheid
Luchtverontreiniging
Broeikasgassen
Auto Oil II
Elektronisch afval
Verpakkingsafval
Voedselveiligheid
GGOs
Tabak
Lawaaihinder
Cosmetische producten
Menselijke weefsels en cellen
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


Emissiehandel: EU komt snel in actie

Europa neemt het voortouw in het gevecht tegen het broeikaseffect. Vanaf januari 2005 heeft Europa het eerste grensoverschrijdende handelssysteem voor broeikasgasemissierechten - ruim voor het wereldwijde systeem dat in het kader van het Kyoto Protocol in 2008 wordt opgezet. Met behulp van dit nieuwe plan, waaraan het Europees Parlement een belangrijke bijdrage heeft geleverd, kan de EU de gezamenlijke verplichting nakomen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2012 met 8% te verminderen ten opzichte van de uitstoot in 1990.

Het merendeel van de EU-lidstaten dreigde zijn Kyoto-verplichtingen niet te kunnen nakomen. Met behulp van dit nieuwe EU-handelssysteem voor emissierechten kan dit probleem worden aangepakt door de kosten van de emissievermindering te verlagen en zo de Europese bedrijven op de goede weg te helpen voordat het mondiale Kyoto-systeem in 2008 van start gaat.

In het kader van het nieuwe EU-systeem zullen ca. 10.000 Europese bedrijven per 1 januari 2005 emissierechten (om CO2 uit te stoten) kunnen verkopen en kopen. Nationale autoriteiten zullen emissiedoelstellingen vaststellen voor de bedrijven en als deze erin slagen met hun CO2-uitstoot onder de doelstelling te blijven, mogen zij het vrijgekomen quotum verkopen. Met andere woorden, als een bedrijf zijn grenswaarde overschrijdt zal het "vervuilingsrechten" kunnen kopen van andere bedrijven in Europa die er in wel geslaagd zijn hun emissie te beperken.

Door een markt van kopers en verkopers van emissierechten te creëren hoopt de EU een prikkel te geven om de emissie te verminderen. De winst die behaald kan worden met het verkopen van emissierechten zou bedrijven moeten aanmoedigen om schone technologieën te ontwikkelen en toe te passen. De invoering van een EU-systeem (in plaats van nationale systemen) kan ook concurrentievervalsing in de industrie voorkomen. Verwacht wordt dat met het systeem jaarlijks € 1,3 miljard kan worden bespaard op de kosten voor de EU om de doelstellingen van het Kyoto Protocol te halen, ofwel 35% van de totale kosten.

Het systeem zal in twee fasen worden ingevoerd, een testfase van 2005 tot 2007 en een tweede fase van 2008 tot 2012. De EU-lidstaten zullen uiterlijk in maart 2004 nationale plannen moeten hebben opgesteld.

Verplicht karakter

Sommige nationale regeringen wilden dat het systeem op vrijwillige basis zou worden ingevoerd, maar het Europees Parlement onderschreef het standpunt van de Commissie dat het systeem in de gehele EU verplicht zou moeten worden, zowel om milieuredenen als om concurrentievervalsing te voorkomen.

De regeringen drongen aan op opt-outs, waardoor hele industrietakken vrijgesteld zouden worden. Het Parlement heeft echter vastgehouden aan een zeer beperkte opt-out-regeling, uitsluitend voor afzonderlijke fabrieken en bedrijven, omdat algemene vrijstellingen het systeem zouden ondermijnen.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat het systeem alleen betrekking zou hebben op de CO2-uitstoot, en alleen op energiecentrales, de metaal-, papierverwerkende en olie-industrie, die 46% van de CO2-uitstoot voor hun rekening nemen. Het plan was dat de Commissie later zou besluiten, op basis van een voortgangsrapportage, of ook andere industrietakken en gassen eronder zouden moeten vallen. Leden van het Europees Parlement hebben er echter met succes op aangedrongen dat lidstaten er zelf op vrijwillige basis andere industrietakken aan toe moeten kunnen voegen. Bovendien zal de voortgangsrapportage van de Commissie met name aandacht besteden aan de vraag of de chemische, aluminium- en vervoerssector eronder moeten vallen. Uiteindelijk kan iedere lidstaat nu, dankzij het Europees Parlement, zelf besluiten per 2008 andere broeikasgassen onder het systeem te laten vallen.

De vervuiler betaalt

Een andere netelige kwestie was hoe de nationale autoriteiten de emissierechten moesten toewijzen. De Commissie stelde voor dat de rechten aanvankelijk gratis aan bedrijven zouden worden toegewezen op basis van hun historische emissiewaarden. De leden van het Europees Parlement waren echter van mening dat het beginsel dat "de-vervuiler-betaalt" hierdoor zou worden ondermijnd, dat het oneerlijk zou zijn ten opzichte van nieuwe bedrijven die de markt betreden en dat het concurrentievervalsing in de hand zou werken. Zij stelden een gemengd systeem voor waardoor de meeste rechten gratis zouden worden verstrekt en een deel zou worden geveild. Er werd een compromis bereikt op basis waarvan regeringen in de eerste fase, per 1 januari 2005, 5% van de rechten zouden mogen veilen en 10% in de tweede fase. Na 2012 zou een groter percentage van de rechten mogen worden geveild.

Het Parlement was van oordeel dat afzonderlijke regeringen niet een onbeperkte hoeveelheid emissierechten zouden mogen toewijzen. Iedere EU-lidstaat mag slechts een beperkt quotum toewijzen, en het totale quotum moet zijn afgestemd op zijn nationale Kyoto-doelstelling.

Het Kyoto Protocol staat geïndustrialiseerde landen toe "flexibiliteitsmechanismen" te gebruiken om hun doelstellingen te halen, bijvoorbeeld door te investeren in projecten die gericht zijn op broeikasgasvermindering in andere landen of door schone technologieën over te brengen naar ontwikkelingslanden. Op aandringen van het Parlement wordt in de richtlijn echter duidelijk gemaakt dat de nadruk moet liggen op "binnenlandse" maatregelen.

Het Kyoto Protocol

De gemiddelde temperatuur in Europa is in de twintigste eeuw met ca. een graad gestegen en deze trend lijkt in de komende honderd jaar door te zetten en zelfs te verslechteren. Afgezien van natuurlijke verschijnselen als variaties in de zonneactiviteit, is de mens voor een deel verantwoordelijk voor deze klimaatverandering door de vervuiling die hij veroorzaakt. Hierdoor wordt de warmte in de atmosfeer vastgehouden, wat weer de oorzaak is van het broeikaseffect. Kooldioxide (CO2), dat wordt uitgestoten door de industrie, de vervoerssector en verwarmingsystemen, is de grootste boosdoener, samen met andere gassen, zoals methaan, zwaveldioxide en fluorkoolwaterstoffen.

In de EU woont 5% van de wereldbevolking, maar de EU produceert 15% van alle broeikasgassen. Met dit voor ogen had de EU er belang bij een constructieve rol te spelen in de onderhandelingen over het Kyoto Protocol, dat in 1997 door de internationale gemeenschap werd opgesteld om de VN-kaderovereenkomst inzake klimaatverandering aan te scherpen en te implementeren. In het protocol worden bindende doelstellingen vastgelegd om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
De invoering van een handelssysteem voor emissierechten tussen EU-lidstaten maakt deel uit van een breder actieplan dat erop gericht is schone en hernieuwbare energiebronnen te bevorderen, en om op de langere termijn Europa's infrastructuur voor te bereiden op de gevolgen van de klimaatverandering.



  
Rapporteur:
  
Luchtvervuiling, uitstoot broeikasgassen: Jorge Moreira da Silva (EPP-ED, P)
  
Publicatieblad - definitieve besluiten:
  
Luchtvervuiling, uitstoot broeikasgassen (nog niet gepubliceerd)

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004