Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Veiligheid en defensie
Mensenrechten
De Balkan
Overeenkomsten
met niet-EU landen
Buitenlandse handel
Ontwikkelingssamenwerking
EU-ACP
Anti-personeelsmijnen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


De mensenrechten centraal in het buitenlands beleid

Sinds jaar en dag maakt het Europees Parlement zich sterk voor de mensenrechten, zowel binnen als buiten de Europese Unie. Dankzij de voortrekkersrol die EP-leden hebben gespeeld, staan de mensenrechten nu centraal in het buitenlandse beleid van de Unie.

Het debat over de mensenrechten mag niet op loze discussies uitdraaien of beperkt blijven tot een gedachtewisseling over culturele en historische verschillen. Dat is de openhartige stellingname van het Parlement in zijn laatste verslag over de situatie van de mensenrechten in de wereld in 2002. De EP-leden hebben de Raad en de Commissie herhaaldelijk opgeroepen hardere eisen op het gebied van de mensenrechten te stellen in de politieke dialoog, bij de toekenning van financiële steun of bij het sluiten van akkoorden met derde landen.

Middelen voor een politiek

Al tientallen jaren doen de EP-leden er alles aan om de bevordering van de mensenrechten en de democratie boven op de agenda van het buitenlands beleid van de Unie te krijgen. Hun inspanningen hebben tot concrete resultaten geleid in de verdragen van Maastricht en Amsterdam, waarin de noodzakelijke rechtsgrondslagen hiervoor zijn opgenomen. Bovendien heeft het Europees Parlement gezorgd voor een post op de begroting waaruit projecten kunnen worden gefinancierd op uiteenlopende terreinen als burgereducatie, ontwikkeling van onafhankelijke media, voorkomen van geweld tegen vrouwen, training van politiediensten,...

Een systematische clausule

Ook dankzij de druk van het Parlement neemt de Unie systematisch clausules over de mensenrechten op in de overeenkomsten die worden gesloten met derde landen. Deze clausules houden voorwaarden in ten aanzien van de uitvoering van de overeenkomst: met andere woorden, de overeenkomst kan worden opgeschort als het derde land de mensenrechten schendt. Dit beleid is geleidelijk ingevoerd in de jaren 1990, en systematisch toegepast vanaf 1995. Een dertigtal overeenkomsten van vóór 1995 en zo'n twintig overeenkomsten van na 1995 bevatten dit soort bepalingen.

Het volstaat echter niet om beginselen of eisen te formuleren. Het gaat natuurlijk om de toepassing. Of de mensenrechtenclausules inderdaad wordt geëerbiedigd hangt volgens de EP-leden in de eerste plaats af van de politieke wil van de lidstaten. Die hebben hun specifieke belangen, die een effectief optreden van de Unie soms in de weg staan. Het Parlement meent dat, om dit soort discrepanties te verminderen, de clausule gekoppeld moet worden aan een duidelijk toepassingsmechanisme, zodat de derde landen onder druk blijven staan. Helaas wordt het Parlement niet betrokken bij de besluitvorming over de opschorting van bilaterale overeenkomsten vanwege schendingen van de mensenrechten.

Maar het Parlement beschikt over een belangrijk wapen: bilaterale overeenkomsten kunnen niet worden uitgevoerd zonder zijn officiële instemming. Het is al gebeurd dat het Parlement zijn besluit over deze instemming uitstelt om druk uit te oefenen op een derde land. Dat was bijvoorbeeld het geval in 1993, bij een overeenkomst met Syrië, en hoogstwaarschijnlijk heeft deze druk ertoe bijgedragen dat een groot aantal Syrische Joden kon emigreren. Bij uitstel van het instemmingsbesluit is het mogelijk hoorzittingen te houden waar de politieke autoriteiten van derde landen worden uitgenodigd om hun beleid op het gebied van de mensenrechten te verduidelijken en te versterken. Soms voegt het EP een resolutie met zijn eisen bij het instemmingsbesluit. Tijdens de huidige zittingsperiode is dat gebeurd met de associatie-overeenkomsten met Egypte en Libanon, alsook met Algerije, waar een EP-delegatie ter plaatse de situatie was gaan bekijken. In het geval van Pakistan is de overeenkomst bevroren vanwege de geconstateerde verslechtering van de mensenrechten in dit land.

De vinger aan de pols

Tijdens elke plenaire vergaderperiode in Straatsburg, eens per maand, houdt het EP een actualiteitendebat over gevallen van schendingen van de mensenrechten in de wereld en neemt het reoluties aan. Het Parlement volgt bijzonder aandachtig en kritisch alle gebeurtenissen in verband met de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, werkelijk democratische verkiezingen en een eerlijke procesvoering. Veel autoritaire regiems zijn zo bekritiseerd om hun geweld tegen en intimidatie van de oppositie, en uit hun heftige reacties kan worden opgemaakt dat ook de waakzaamheid van het Parlement een zinnig pressiemiddel is. Onder druk van EP-leden hebben leiders van bepaalde landen vaak hun opstelling jegens mensenrechtenactivisten of politieke tegenstanders gewijzigd, zoals in het geval van Ryad al-Turk in Syrië, Saad Eddine Ibrahim in Egypte en Hamma Hammami in Tunesië.

Elk jaar bekijkt het Parlement hoe het er in het algemeen met de mensenrechten in de wereld voor staat. Het jaarlijks verslag vermeldt situaties die onaanvaardbaar zijn en stelt specifieke acties voor om de doeltreffendheid en samenhang van het beleid van de Unie op dit gebied te vergroten. Het EP bespreekt dit verslag in plenaire vergadering en neemt een resolutie aan. Het laatste jaarverslag over de toestand van de mensenrechten (dat besproken is in september 2003) onderstreepte hoe de religieuze onverdraagzaamheid een bedreiging voor de wereldvrede vormt. Het verslag van 2001 besteedde veel aandacht aan de mensenhandel en het terrorisme, en het verslag van 2000 behandelde met name de vrijheid van meningsuiting en de media.

Een concreet engagement

Naast de maandelijkse debatten en jaarlijkse verslagen steunt het Parlement vaak het sturen van waarnemers door de Unie naar verkiezingen in bepaalde derde landen, en neemt hier zelf ook deel aan. EP-leden hebben soms de leiding gehad over dit soort missies. Het Parlement vindt echter dat deze missies verder moeten gaan dan incidentele waarneming bij verkiezingen, en heeft erop aangedrongen ook na de verkiezingen de zaak te blijven volgen.

De afgelopen jaren heeft het Parlement om sancties gevraagd en deze gesteund (zoals wapenembargo's of opschorting van EG-hulp) tegen landen die zich schuldig maken aan systematische schending van de mensenrechten. Dat gold met name voor Zimbabwe, Haïti, Liberia, Somalië, de Democratische Republiek Congo, Sierra Leone, Indonesië en Moldavië. Om zich consequent op te stellen weigerde het Parlement in 2002 twee afgevaardigde uit Zimbabwe, voor wie een visumverbod gold, de toegang tot de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, die in het Parlementsgebouw werd gehouden. De vergadering werd daarop simpelweg afgelast.



  
Rapporteurs:
  
Jaarverslag 1999-2000: Matti Wuori (Greens/EFA, FIN)
Jaarverslag 2001: Johan Van Hecke (ELDR, B)
Jaarverslag 2002: Bob van den Bos (ELDR, NL)
Jaarverslag 1999-2000
Jaarverslag 2001
Jaarverslag 2002
Jaarverslag 1999-2000 (door het EP aangenomen tekst)
Jaarverslag 2001 (door het EP aangenomen tekst)
Jaarverslag 2002 (door het EP aangenomen tekst)

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004