Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Veiligheid en defensie
Mensenrechten
De Balkan
Overeenkomsten
met niet-EU landen
Buitenlandse handel
Ontwikkelingssamenwerking
EU-ACP
Anti-personeelsmijnen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


De ACS-landen: een evenwichtig partnerschap

Bij de oprichting van de EEG, in 1958, waren verschillende lidstaten nog een koloniale macht. Na de dekolonisatie bleef het merendeel van de Afrikaanse landen afhankelijk van hun bijzondere economische banden met Europa. Deze banden vormden de basis voor opeenvolgende overeenkomsten, uniek in hun soort, met landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en zijn uitgegroeid tot een werkelijk partnerschap in de in 2000 ondertekende Overeenkomst van Cotonou. Voor het Europees Parlement is het belangrijkste nieuwe element van deze overeenkomst de oprichting van een instelling waaraan de verschillende partners op voet van gelijkheid deelnemen: de Parlementaire Paritaire Vergadering.

Vijftien lidstaten, en binnenkort vijfentwintig aan de Europese kant. Zevenenzeventig aan de ACS-kant. De oudste betrekkingen van de Unie met derde landen, die zijn bekrachtigd in de Overeenkomst van Yaoundé in 1964, en vervolgens door de Overeenkomsten van Lomé, zijn tegenwoordig geregeld in de Overeenkomst van Cotonou, die getekend is op 23 juni 2000 in Benin. Nadat het Europees Parlement zijn instemming had gegeven, zoals met elke associatie-overeenkomst, is de overeenkomst van Cotonou officieel in werking getreden op 1 april 2003. In tegenstelling tot de voorgaande overeenkomsten, die voor 5 of 10 jaar werden gesloten, is Cotonou gericht op de lange termijn en geldig voor 20 jaar. De overeenkomst brengt ingrijpende veranderingen in het ontwikkelingsbeleid en institutionaliseert de parlementaire betrekkingen in een Parlementaire Paritaire Vergadering.

Regelmatige politieke dialoog

Deze vergadering, de enige ter wereld, heeft in oktober 2003 zijn zesde zitting gehouden in Rome. De vergadering is samengesteld uit één afgevaardigde per ACS-land, en evenveel leden van het Europees Parlement. Bij de laatste zittingen constateerden de EP-afgevaardigden met voldoening dat er steeds meer parlementsleden uit de ACS-landen deelnamen. Voorheen werden de ACS-landen namelijk meestal vertegenwoordigd door leden van de regering of ambassadeurs. De deelname van parlementsleden betekent een versterking van de parlementaire dialoog Noord-Zuid. Maar dit proces verloopt niet altijd even gladjes. In november 2002 werd de vijfde plenaire zitting in Brussel geannuleerd door het Europees Parlement, omdat Zimbabwe twee afgevaardigden had gestuurd die de Unie niet in mochten vanwege diplomatieke sancties tegen het regiem van Mugabe.

De belangrijkste terreinen die de Overeenkomst van Cotonou bestrijkt zijn ontwikkelingssamenwerking, bestrijding van de armoede en de politieke dialoog. Daarin kan de Vergadering een belangrijke rol spelen. De leden zien als belangrijkste doel de bevordering van democratische processen. Concreet betekent dit onder meer de organisatie van een gezamelijke onderzoeksmissie zoals in Ivoorkust, of waarneming van verkiezingen, zoals in Kenia. Bovendien hoort de Vergadering regelmatig vertegenwoordigers van organisaties uit de samenleving. Weliswaar is de institutionele organisatie van de vergadering verbeterd, met drie permanente commissies die de plenaire zittingen voorbereiden, maar zij beschikt niet over alle instrumenten om haar invloed te doen gelden. Zo heeft zij geen bevoegdheid om budgettaire en politieke controle uit te oefenen op de financiering van de ontwikkelingssamenwerking.

De rol van het Europees Parlement gaat echter veranderen. Tot dusver werd de samenwerking met de ACS-landen gefinancierd uit het "Europees Ontwikkelingsfonds", dat echter niet onder de normale begrotingsprocedure valt. Het EP heeft er dus niets over te zeggen, en dringt al jaren lang aan op de opneming van het fonds in de EU-begroting. De Conventie over de toekomst van Europa heeft gehoor gegeven aan deze wens in het voorstel voor een grondwet. Dan krijgen de EP-leden rechtreeks invloed op de financiering van de ontwikkelingssamenwerking en kunnen zij een democratische controle uitoefenen en erop toezien dat deze middelen niet gebruikt worden voor andere communautaire prioriteiten.

Uitroeiing van de armoede

Anders dan de voorgaande overeenkomsten is het terrein van de partnerschapsovereenkomst veel breder dan dat van de traditionele ontwikkelingshulp. Het versterkt de institutionele en politieke dimensie van de betrekkingen tussen de EU en de ACS-landen op gebieden als de mensenrechten, de democratie en behoorlijk overheidsbestuur. Andere onderwerpen als migratie, conflictpreventie en consolidering van de vrede zijn uitdrukkelijk opgenomen in de nieuwe overeenkomst.

De belangrijkste doelstelling blijft de uitroeiing van de armoede, maar niet alleen via financiële hulp. De ontwikkelingslanden moeten ook hulp krijgen om deel uit te gaan maken van de wereldeconomie, te streven naar economische groei en duurzame ontwikkeling, en beter te kunnen beschikken over productiemiddelen. De ACS-landen worden tevens gestimuleerd de regionale en subregionale samenwerking te intensiveren, die particuliere investeringen kan aantrekken.

De Overeenkomst van Cotonou bepaalt dat onze economische en handelssamenwerking met de ACS-landen hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten moet respecteren, en moet stroken met de regels van de Wereld handelsorganisatie. In de Overeenkomst van Lomé was de handelssamenwerking voornamelijk gebaseerd op eenzijdige preferentiële handelstarieven, die de meeste ACS-producten vrij toegang gaven tot de communautaire markt. Tegenwoordig moeten de EU en de ACS-landen de handel tussen de partijen liberaliseren. De nieuwe handelsakkoorden die in 2002 zijn gesloten moeten uiterlijk in 2008 van kracht worden. Dan wordt er geleidelijk een systeem van wederzijdse vrije handel in goederen en diensten ingevoerd, dat tot op zekere hoogte aangepast is aan het niveau van ontwikkeling van de verschillende ACS-landen.

Vrije handel onder begeleiding

De rol van het Europees Parlement bij deze onderhandelingen is beperkt. Het Parlement kan alleen maar advies uitbrengen over onderhandelingen of de sluiting van handelsakkoorden.

Wel kan het Parlement zijn standpunt kenbaar maken in resoluties en de aandacht van de Commissie en de Raad vestigen op bepaalde punten. Zo heeft het Parlement bij de opening van de eerste fase van de onderhandelingen over de economische partnerschapsakkoorden verklaard dat de opening van de markten op zich geen oplossing brengt.

Volgens het Parlement moet deze opening gepaard gaan met steun om de infrastructuur voor productie en handel in de ACS-landen te verbeteren, de technologische component van hun export te vergroten en het peil van het onderwijs en onderzoek te verhogen. De technologieoverdracht moet samen gaan met een versoepeling van de voorwaarden voor de verlening van octrooien voor fabricageprocessen in ontwikkelingslanden. Dit is van groot belang voor de vervaardiging van medicijnen. Het Parlement was ook bezorgd over het feit dat de diensten waren opgenomen in de onderhandelingen. Het meent dat deze kwestie zorgvuldig bekeken moet worden en dringt erop aan dat openbare aanbestedingen worden uitgesloten van de onderhandelingen.



  
Rapporteurs:
  
Partnerschapsovereenkomst met de staten van Afrika, het Caribisch gebied en het gebied van de Stille Oceaan: Didier Rod (Greens/EFA, F)
Onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten met de ACS-regio's en -landen: Yasmine Boudjenah (GUE/NGL, F)
Werkzaamheden van de Paritaire Vergadering ACS-EU in 2000 : Miguel Angel Martínez Martínez (PES, E)
Werkzaamheden van de Paritaire Vergadering ACS-EU in 2001 : Marie-Arlette Carlotti (PES, F)
Werkzaamheden van de Paritaire Vergadering ACS-EU in 2002 : Joaquim Miranda (GUE/NGL, P)
Werkzaamheden van de Paritaire Vergadering ACS-EU in 2003 : Colette Flesch (ELDR, L)
  
Publicatieblad - definitieve besluiten:
  
Partnerschapsovereenkomst met de staten van Afrika, het Caribisch gebied en het gebied van de Stille Oceaan
Onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten met de ACS-regio's en -landen - door het Parlement aangenomen tekst
Werkzaamheden van de Paritaire Vergadering ACS-EU in 2000 - door het Parlement aangenomen tekst
Werkzaamheden van de Paritaire Vergadering ACS-EU in 2001
Werkzaamheden van de Paritaire Vergadering ACS-EU in 2002 - door het Parlement aangenomen tekst
Werkzaamheden van de Paritaire Vergadering ACS-EU in 2003 - procedure nog niet afgerond

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004