Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Veiligheid en defensie
Mensenrechten
De Balkan
Overeenkomsten
met niet-EU landen
Buitenlandse handel
Ontwikkelingssamenwerking
EU-ACP
Anti-personeelsmijnen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


Ontwikkelingssamenwerking: een prioriteit van de EU

De Europese Unie als zodanig en de afzonderlijke lidstaten zijn vandaag de dag de grootste verleners van ontwikkelingshulp en humanitaire hulp in de wereld. De strijd tegen armoede vormt het hoogste doel van de Europese samenwerking. Met het oog hierop hebben de EP-leden steeds weer aangedrongen op verbetering van onderwijs en gezondheidszorg. De afgelopen legislatuurperiode werd met name gekenmerkt door de decentralisering van het ontwikkelingsbeleid, met het doel dit beter af te stemmen op het veld en op de behoeften van de bevolking. Het Europees Parlement, dat zowel wetgevende als budgettaire bevoegdheden heeft, is de sturende kracht achter dit beleid.

Meer dan 800 miljoen personen in de wereld, waaronder 200 miljoen kinderen, lijden aan chronische ondervoeding, en 20% van de wereldbevolking leeft van minder dan een dollar per dag. Vrijwel al deze mensen wonen in ontwikkelingslanden, net als 90% van de aidspatiënten. De Europese Unie heeft de afgelopen 40 jaar een daadkrachtig beleid ontwikkeld om de kloof tussen Noord en Zuid te dichten. Al in de jaren '60 sloot de toenmalige EEG overeenkomsten met ontwikkelingslanden, voordat het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking in 1992, met het Verdrag van Maastricht, een zelfstandig beleidsterrein werd. De Gemeenschap dient de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid in haar overige beleidsmaatregelen mee te nemen en haar activiteiten te coördineren met die van de lidstaten, derde landen en internationale organisaties.

Gedecentraliseerde en gediversifieerde hulp

De benadering op het gebied van ontwikkelingssamenwerking evolueert geleidelijk in de richting van een beleid dat dichter bij het veld en bij de ontvangers van de hulp staat. Voortaan zal alles in het werk worden gesteld om het maatschappelijk middenveld in de betrokken landen en in de EU in ruimere mate bij het ontwikkelingswerk te betrekken. Op deze manier kunnen niet alleen overheden, maar ook beroepsorganisaties, vakbonden, scholen en culturele instellingen, evenals kerken en minderhedenorganisaties rechtstreekse financiële steun van de EU krijgen.

De EP-leden hebben er telkens weer op aangedrongen dat onder de organisaties die van deze decentralisering kunnen profiteren, ook maatschappelijke bewegingen worden opgenomen die zich inzetten voor democratie en mensenrechten, met name sociale rechten. Volgens de EP-leden moet de Commissie bij het uitstippelen van ontwikkelingsstrategieën ook niet-gouvernementele organisaties raadplegen. Steun aan NGO's en eerbiediging van de mensenrechten vormen ieder jaar opnieuw budgettaire prioriteiten die het Parlement tegenover de Raad verdedigt. Ontwikkelingssamenwerking mag niet slechts een onderdeeltje zijn van betrekkingen tussen staten.

Niettemin is de gulheid van de donorlanden niet altijd zonder bijgedachten. Een groot deel van de ontwikkelingssteun door de overheid dient ter financiering van de aankoop van goederen en diensten van de donor. De ontkoppeling van de hulp heeft tot doel een einde te maken aan dit min of meer rechtstreekse verband tussen toekenning van steun en sluiting van contracten. De EP-leden streven naar ontkoppeling van alle publieke ontwikkelingshulp in de komende vijf jaar.

Voorrang voor gezondheidszorg en onderwijs

Van de talloze onderwerpen die het Europees Parlement in deze legislatuurperiode heeft behandeld, hebben met name gezondheidszorg en onderwijs grote aandacht gekregen. De bestrijding van aan armoede gerelateerde ziekten, zoals aids, tbc en malaria, heeft wereldwijde urgentie. De slachting die aids in Afrika aanricht, doet de ontwikkelingsinspanningen van jaren teniet. De EP-leden hebben dan ook hun steun uitgesproken aan de oprichting van het Wereldfonds ter bestrijding van deze ziekten en hebben de bijdrage van de EU hieraan aanzienlijk verhoogd. Tevens hebben zij er bij herhaling op gewezen dat betere toegang tot informatie en tot gezondheidszorg zowel bijdraagt tot aids- als tot armoedebestrijding.

Volgens het EP wordt terugdringing van de armoede pas werkelijkheid als ieder mens toegang heeft tot goede gezondheidszorg en adequaat onderwijs. De EP-leden hebben regelmatig onderstreept hoe belangrijk basisonderwijs is, en zij hebben erop aangedrongen dat met alle macht naar de zogeheten millenniumdoelstellingen wordt gestreefd, d.w.z. dat in 2015 alle kinderen ter wereld naar school gaan. Op dit moment gaan 113 miljoen kinderen, grotendeels meisjes, niet naar school, en zijn 860 miljoen mensen analfabeet. Het Parlement zou graag zien dat 8% van het ontwikkelingsbudget van de Europese Commissie besteed wordt aan onderwijs, in plaats van 4% in 2001. Hierbij gaat het zowel om onderwijs als om alfabetisering van volwassenen, met name vrouwen.

Humanitaire hulp: de etalage van het EU-beleid?

ECHO, het Bureau voor humanitaire hulp van de EU dat in 1992 werd opgericht, is de belangrijkste verstrekker van humanitaire hulp in de wereld: in 2003 beliepen de uitgaven meer dan 600 miljoen euro. Dit orgaan van de Commissie werd indertijd op verzoek van het Europees Parlement in het leven geroepen. ECHO evalueert de behoeften in termen van humanitaire hulp en financiert de partnerorganisaties die in het veld opereren. Als begrotingsautoriteit dringt het Parlement er ieder jaar weer op aan de toegekende kredieten te verhogen. Via zijn resoluties over de activiteiten van ECHO oefent het EP druk uit op de keuze van de prioriteiten en herinnert het aan het neutraliteitsbeginsel van de humanitaire hulp.

Een punt waarover de EP-leden zich ernstige zorgen maken is het feit dat de activiteiten van ECHO zo weinig zichtbaar zijn. De voedselpakketten die door bekende NGO's of VN-instanties aan kinderen in Afrika en elders worden uitgedeeld, worden grotendeels gefinancierd uit EU-middelen, en dus door de Europese belastingbetaler, die hiervan vaak niet op de hoogte is.

EUROMED: het Euromediterraan partnerschap concreet

Eind 1995 werd tussen de Europese Unie en twaalf Middellandse-Zeelanden (Algerije, Cyprus, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, de Palestijnse gebieden, Syrië, Tunesië en Turkije) het zogeheten proces van Barcelona op gang gebracht. Twee van deze landen zijn sinds 1 mei 2004 lid van de EU en Turkije is kandidaat-lidstaat. Libië heeft eind februari 2004 laten weten zich te willen aansluiten bij het proces van Barcelona. Deze vorm van partnerschap heeft tot doel de politieke dialoog en de economische ontwikkeling te versterken, teneinde vrede en welvaart in de regio te bevorderen. Zoals bij de overeenkomst van Cotonou voor de ACS-landen (zie Fact sheet "EU-ACS") is ook in het Euro-mediterraan partnerschap een grote rol weggelegd voor het maatschappelijk middenveld. Einddoel is de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen alle partners. Momenteel bestaat het partnerschap uit een groot aantal associatieovereenkomsten tussen de EU en de verschillende landen rond de Middellandse Zee. Het MEDA-programma is het financiële instrument waarmee de economische ontwikkeling van de partnerlanden wordt ondersteund; het beschikt over een budget van 5,35 miljard euro voor de periode 2000-2006.

Ook bij dit partnerschap en de ontwikkeling ervan is het Europees Parlement betrokken. Afgevaardigden uit alle lidstaten van de EU en de Middellandse-Zeelanden kwamen met EP-leden bijeen in een forum. Tijdens de ministerconferentie van Napels in december 2003 werd besloten dit forum om te vormen tot een Euro-mediterrane parlementaire vergadering, die op 22 en 23 maart voor het eerst bijeenkwam in Athene. Deze wijziging zou moeten leiden tot grotere betrokkenheid van de parlementsleden, waaronder 45 Europese afgevaardigden (op 240 leden), die zich aldus regelmatig kunnen uitspreken over alle onderwerpen die verband houden met het Euro-mediterraan partnerschap.



  
Rapporteurs:
  
Ontwikkelingssamenwerking: gedecentraliseerde samenwerking, voorzetting tot 31.12.3003: Maria Carrilho (PES, P)
Ontwikkelingssamenwerking: gedecentraliseerde samenwerking, 2004-2006: Jürgen Zimmerling (EPP-ED, D)
Ontwikkelingsbeleid: participatie van niet-overheidsactoren: Richard Howitt (PES, UK)
Ontwikkelingsbeleid: ontkoppeling van de hulp: Fernando Fernández Martín (EPP-ED, E)
Ontwikkelingssamenwerking: democratie, rechtsstaat, mensenrechten: Fernando Fernández Martín (EPP-ED, E)
Ontwikkelingslanden, aan armoede gerelateerde ziekten: bestrijding van hiv/aids, malaria en tuberculose: Anders Wijkman (EPP-ED, S)
Gezondheidszorg in ontwikkelingslanden: reproductieve en seksuele rechten: Ulla Margrethe Sandbæk (EDD, DK)
Basisonderwijs in ontwikkelingslanden: vergadering van de VN over de rechten van het kind in september 2001: Glenys Kinnock (PES, UK)
Ontwikkelingslanden, onderwijs en opleiding: doelstellingen en prioriteiten in de strijd tegen armoede: Margrietus van den Berg (PES, NL)
Humanitaire hulp: evaluatie en toekomst van de activiteiten van de Gemeenschap: Renzo Imbeni (PES, I)
Humanitaire hulp en ECHO: jaarverslagen 2000 en 2001: Marie-Arlette Carlotti (PES, F)
  
Procedurefiches:
  
Ontwikkelingssamenwerking: gedecentraliseerde samenwerking, voorzetting tot 31.12.3003
Ontwikkelingssamenwerking: gedecentraliseerde samenwerking, 2004-2006
Ontwikkelingsbeleid: participatie van niet-overheidsactoren
Ontwikkelingsbeleid: ontkoppeling van de hulp
Ontwikkelingssamenwerking: democratie, rechtsstaat, mensenrechten
Ontwikkelingslanden, aan armoede gerelateerde ziekten: bestrijding van hiv/aids, malaria en tuberculose
Gezondheidszorg in ontwikkelingslanden: reproductieve en seksuele rechten
Basisonderwijs in ontwikkelingslanden: vergadering van de VN over de rechten van het kind in september 2001
Ontwikkelingslanden, onderwijs en opleiding: doelstellingen en prioriteiten in de strijd tegen armoede
Humanitaire hulp: evaluatie en toekomst van de activiteiten van de Gemeenschap
Humanitaire hulp en ECHO: jaarverslagen 2000 en 2001
Resolutie over EUROMED
  
In het Publicatieblad gepubliceerde teksten:
  
Ontwikkelingssamenwerking: gedecentraliseerde samenwerking, voorzetting tot 31.12.3003
Ontwikkelingssamenwerking: gedecentraliseerde samenwerking, 2004-2006
Ontwikkelingsbeleid: participatie van niet-overheidsactoren - door het Parlement aangenomen tekst
Ontwikkelingsbeleid: ontkoppeling van de hulp - door het Parlement aangenomen tekst
Ontwikkelingssamenwerking: democratie, rechtsstaat, mensenrechten - door het Parlement aangenomen tekst
Ontwikkelingslanden, aan armoede gerelateerde ziekten: bestrijding van hiv/aids, malaria en tuberculose
Gezondheidszorg in ontwikkelingslanden: reproductieve en seksuele rechten
Basisonderwijs in ontwikkelingslanden: vergadering van de VN over de rechten van het kind in september 2001 - door het Parlement aangenomen tekst
Ontwikkelingslanden, onderwijs en opleiding: doelstellingen en prioriteiten in de strijd tegen armoede - door het Parlement aangenomen tekst
Humanitaire hulp: evaluatie en toekomst van de activiteiten van de Gemeenschap - door het Parlement aangenomen tekst
Humanitaire hulp en ECHO: jaarverslagen 2000 en 2001 - door het Parlement aangenomen tekst
Resolutie over EUROMED - door het Parlement aangenomen tekst

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004